← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091119.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 19 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091119.7 Rolnummer: 2005/AR/2020 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-02-26 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-07-02 20:38 Fiche Het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden is de akte van rechtsingang die het debat voor de rechter aflijnt. Indien geen enkel bezwaar vervat is in een zogenaamd proces-verbaal van beweringen en zwarigheden en evenmin de door de partijen aan de boedelnotaris overhandigde nota's, inhoudende hun beweringen en zwarigheden, aan dit proces-verbaal werden gehecht, is er geen sprake van een eigenlijk proces-verbaal van beweringen en zwarigheden. De zwarigheden die nadien door de partijen in het debat voor de rechtbank werden gebracht, werden niet op een rechtsgeldige wijze aanhangig gemaakt zodat de rechtbank niet rechtsgeldig gevat was om hiervan kennis te nemen. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Vrije woorden: Gerechtelijke vereffening en verdeling - proces-verbaal van beweringen en zwarigheden - wijze van adiëring van de rechtbank Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 11 Kamer ________ Terechtzitting van 19 november 2009 ________ 2005/AR/2020 - In de zaak van: B. M.-L., wonende te ........................................, appellante, hebbende als raadslieden mr. TAFFIJN Thierry, en mr. DE SMET Johan, advocaat te 1700 DILBEEK, Ninoofsesteenweg 244 tegen : V. D. S. H., wonende te ..............................................., geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. SUY Geert, advocaat te 9300 AALST, Albrechtlaan 18 velt het hof het volgend arrest: Bij tussenarrest van de anders samengestelde elfde kamer van het hof van 21 december 2006 werd vastgesteld dat de zaak niet in staat van wijzen was en werden, vooraleer te oordelen, de partijen verzocht te handelen en/of hun dossier aan te vullen zoals in het arrest werd overwogen, alsook duidelijk hun respectieve vorderingen op principaal dan wel incidenteel beroep af te bakenen. De zaak werd naar de bijzondere rol van de kamer verwezen en de beslissing over de kosten werd aangehouden. Beide partijen handhaven thans hun vorderingen. Op de openbare terechtzitting van 22 oktober 2009 werden de partijen gehoord in hun middelen en besluiten, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen. BEOORDELING

  1. Het hoger beroep is nog steeds gericht tegen het vonnis van 24 maart 2005 van de derde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde. Het geding betreft de afhandeling van de zwarigheden van de partijen in het kader van de vereffening en verdeling van de tussen hen ontbonden huwgemeenschap.
  2. In het tussenarrest van deze kamer van 21 december 2006 werd vooreerst de vraag gesteld naar de rechtsgeldigheid van de rechtsingang aangezien door de neerlegging van een door de boedelnotaris opgemaakt proces-verbaal van beweringen en zwarigheden in principe enkel de betwistingen opgenomen in dat proces-verbaal rechtsgeldig bij de rechtbank worden aanhangig gemaakt. De partijen werden uitgenodigd om standpunt in te nemen en te concluderen over de gevolgen van het niet gehecht zijn van hun respectieve nota's met beweringen en zwarigheden aan het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden van de boedelnotarissen opgesteld op 9 maart 2004, en met name over het al dan niet ontvankelijk zijn van de thans door hen in rechte gevoerde betwistingen. De partijen zijn van oordeel dat het niet gehecht zijn van hun respectieve nota's met beweringen en zwarigheden aan het desbetreffend proces-verbaal geen gevolgen heeft voor de rechtsgeldigheid van de gevoerde procedure aangezien de boedelnotarissen met kennis van zaken hebben kunnen oordelen en er geen ‘belangenschade' zou zijn. Zij kunnen hierin evenwel niet worden gevolgd. De artikelen 1209 tot en met 1223 Ger.W. moeten aldus worden gelezen dat slechts de betwistingen uitgedrukt in of voortvloeiend uit de beweringen en zwarigheden opgenomen in voornoemd proces-verbaal van de boedelnotaris, door de neerlegging ter griffie van de uitgifte van dit proces-verbaal bij de rechtbank aanhangig worden gemaakt. Het is precies de neerlegging van het door de notaris opgemaakte proces-verbaal van beweringen en zwarigheden die de tussen de partijen in het kader van de gerechtelijke verdeling gerezen en in dit proces-verbaal opgenomen betwistingen rechtsgeldig aanhangig maakt bij de rechtbank. Het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden moet inzonderheid bestaan uit een opsomming van de diverse punten van de staat van vereffening-verdeling waarover de partijen het niet eens zijn, evenals uit een duidelijk en volledig exposé van de standpunten en argumenten van de partijen met betrekking tot de punten waarover zij het oneens zijn. Het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden is de akte van rechtsingang die het debat voor de rechter aflijnt. Te dezen is er geen enkel bezwaar vervat in het zogenaamde proces-verbaal van beweringen en zwarigheden d.d. 9 maart 2004, noch werden de kennelijk door de partijen aan de boedelnotarissen overhandigde nota's, inhoudende hun beweringen en zwarigheden, aan dit proces-verbaal gehecht. Dit heeft als gevolg dat te dezen geen enkele zwarigheid door de boedelnotarissen werd geacteerd zodat de akte verleden op 9 maart 2004 zelfs niet kan beschouwd worden als een eigenlijk proces-verbaal van beweringen en zwarigheden en ten onrechte deze titel draagt. De zwarigheden werden derhalve niet op een rechtsgeldige wijze bij de rechtbank aanhangig gemaakt en de eerste rechter was niet rechtsgeldig gevat om hierover te oordelen. Aangezien de wijze van rechtsingang als onderdeel van de gerechtelijke organisatie van openbare orde is, kan zulks nadien niet worden geregulariseerd door het alsnog eenvoudig in de debatten brengen van de nota's die eertijds aan de boedelnotarissen zouden overhandigd zijn en kunnen de partijen hier niet aan verzaken. Het antwoord op de vraag of er voor wie dan ook welkdanige belangenschade is, is dan ook te dezen niet relevant. De door de boedelnotarissen gevolgde ‘werkwijze' leidt er daarenboven ook toe dat het hof zelfs niet in de mogelijkheid verkeert om na te gaan welke zwarigheden door de partijen initieel voor de boedelnotarissen werden geformuleerd en of deze wel overeenstemmen met de thans na het tussenarrest voor het eerst in de debatten gebrachte nota's van de partijen. Waar de zaak aldus niet rechtsgeldig bij de rechtbank werd aanhangig gemaakt en de eerste rechter niet rechtsgeldig gevat was om hier kennis van te nemen, dient het bestreden vonnis te worden vernietigd. Het komt derhalve thans toe aan de boedelnotarissen om een daadwerkelijk en inhoudelijk als dusdanig te benoemen proces-verbaal van beweringen en zwarigheden op te maken, voorzien van hun advies, en conform artikel 1219, §2 Ger.W. een uitgifte hiervan, alsmede een uitgifte van de staat van vereffening, neer te leggen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg.
  3. Aangezien er te dezen geen in het ongelijk of in het gelijk gestelde partij is en gelet op de hoedanigheid van de partijen, wordt iedere partij veroordeeld tot de helft van de gedingkosten en worden de rechtsplegingsvergoedingen gecompenseerd. OP DIE GRONDEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, Verklaart het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep ontvankelijk, en erover beslissend, Vernietigt het bestreden vonnis. Stelt vast dat de zaak niet rechtsgeldig bij de rechtbank werd aanhangig gemaakt en dat de eerste rechter niet rechtsgeldig gevat werd. Verklaart de thans door de partijen in rechte gevoerde betwistingen derhalve allen niet ontvankelijk. Veroordeelt iedere partij tot de helft van de gedingkosten, niet te begroten bij gebrek aan opgave, en compenseert de rechtsplegingsvergoedingen. Aldus gewezen door de ELFDE KAMER, van het Hof van beroep te Gent, zetelend in burgerlijke zaken, samengesteld uit: Alexander Deene, raadsheer wn. voorzitter, Nadia De Turck, raadsheer, Kristin Vandenberghe, raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer wn. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting van 19 november 2009, bijgestaan door Kurt Goossens, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.