← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091127.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 27 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091127.6 Rolnummer: 2008/AR/2616 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-03-11 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-07-02 20:42 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - JURIDISCHE BIJSTAND - Terugvordering Vrije woorden: Toepassing van het IPR Wetboek meer bepaald art 92 , eerste lid betreffende de terugvordering van het gestolen voertuig. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 9ter Kamer ________ Terechtzitting van 27 november 2009 ________ 2008/AR/2616 - In de zaak van: POWER CARS & BOATS N.V., met maatschappelijke zetel te 8210 ZEDELGEM, Torhoutsesteenweg 65, ingeschreven met KBO-nummer 0448.382.696, appellante, hebbende als raadsman mr. FERLIN Jan, advocaat te 8400 OOSTENDE, L. Spilliaertstraat 63 tegen : SIXT GMBH & CO AUTOVERMIETUNG KG, Vennootschap naar Duist recht, met maatschappelijke zetel te Duitsland, 82049 PULLACH, Zugspitzstrasse 1(Ambstgericht Müchen HRA 81061), woonstkeuze doende bij haar raadsman hierna vermeld; geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. HEITKAMP Edwin, advocaat te 1082 BRUSSEL, Dr. Albert Schweitzerplein 18 velt het hof het volgend arrest:

  1. Het hof heeft kennis genomen van het tussenvonnis, gewezen op 9 september 2008 door de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, vierde kamer. Tegen dit tussenvonnis werd tijdig en geldig hoger beroep ingesteld. De partijen werden, bij monde van hun raadslieden gehoord in openbare terechtzitting en in het Nederlands. Zowel de door hen regelmatig neergelegde conclusies als de overgelegde stukken werden ingezien.
  2. Blijvende betwisting betreft vooreerst de vraag of het kwestieuze voertuig "Mercedes E220 avantgarde" al dan niet in Duitsland zou zijn gestolen (wat van belang is voor de beoordeling van het toepasselijke recht volgens art. 92, eerste lid IPR-Wetboek). Volgens n.v. POWER CARS & BOATS zou nergens vaststaan dat de wagen in kwestie werd gestolen in Wiesbaden (Duitsland). Er werd volgens haar enkel klacht neergelegd in Wiesbaden (Duitsland), waarmee het bewijs niet geleverd zou zijn dat de wagen ook daar werd gestolen. Volgens haar staat niet vast dat de wagen ooit in Wiesbaden was, nu de politie te Wiesbaden op 31 juli 2006 heeft opgemerkt dat het voertuig tot dan niet wegens een verkeersovertreding was voorgekomen en dat er pas uren na de diefstel klacht werd neergelegd in Frankfurt (Duitsland) door de huurder van de wagen, zonder dat de reden daartoe kon worden achterhaald maar blijkbaar nadat deze eerst de verhuurfirma SIXT had gecontacteerd. N.v. POWER CARS & BOATS kan in deze uiteenzetting en in dit standpunt geenszins worden gevolgd. Uit de voorliggende stukken blijkt wel degelijk en op afdoende wijze dat het kwestieuze voertuig gestolen werd in Duitsland. Door n.v. POWER CARS & BOATS wordt onterecht voorbijgegaan aan de door GmbH SIXT & CO AUTOVERMIETUNG KG als stuk 19 voorgebrachte klacht opgesteld door de luchthavenpolitie te Frankfurt, houdende een omstandig feitenrelaas waaruit vaststaat dat de huurder van het voertuig, Jasen Darell MARTIN voor de Duitse politie een schriftelijke verklaring heeft afgelegd dat het voertuig wel degelijk op 3 juli 2006 in Wiesbaden (Duitsland) in de Wilhelmstraße werd gestolen. De huurder heeft overigens aan de politie bevestigd dat hij dit voertuig op 3 juli 2006 aan verhuurder SIXT (op haar kantoor aan de luchthaven van Frankfurt) diende terug te bezorgen, zodat hij er ook aannemelijkerwijze de aangifte heeft gedaan. Waar enerzijds door de huurder op 3 juli 2006 klachtaangifte werd gedaan dat het kwestieuze voertuig op 3 juli 2006 werd gestolen in Wiesbaden (Duitsland) in de Wilhelmstraße tussen 02.30 u. en 13.00 u., en anderzijds zelfde voertuig, na advertentie sedert 28 juli 2006 op de website van "mobile.de" (zie dossier/SIXT, stuk 3), volgens n.v. POWER CARS & BOATS aan haar werd verkocht op 1 augustus 2006 in de buurt van het station in Düsseldorf (Duitsland) (zie de strafklacht d.d. 4 augustus 2006 vanwege n.v. POWER CARS & BOATS, dossier/SIXT, stuk 4), is het zonder meer duidelijk dat het kwestieuze voertuig zich bij zijn verdwijning bevond op het grondgebied van de staat Duitsland. In toepassing van art. 92, eerste lid IPR-Wetboek wordt de terugvordering van het gestolen voertuig dan ook in principe beheerst, naar uitdrukkelijke keuze van de oorspronkelijke eigenaar GmbH SIXT & CO AUTOVERMIETUNG KG, door het recht van de Staat op wiens grondgebied het goed zich bij zijn verdwijning bevond, zijnde Duitsland en het Duitse recht. Het oordeel van de eerste rechter is op die punten en in die zin te bevestigen.
  3. Blijvende betwisting betreft vervolgens de vraag of n.v. POWER CARS & BOATS al dan niet in toepassing van art. 92, tweede lid IPR-Wetboek de bescherming kan inroepen die het recht van de Staat op wiens grondgebied het goed zich bij de terugvordering bevindt (nl. België) haar gebeurlijk zou toekennen. Conform art. 935 van het Duitse Bürgerliches Gesetzbuch, dit in tegenstelling tot de artikelen 932 t.e.m. die de bezitter te goeder trouw van roerende zaken beschermt, wordt men geen eigenaar wanneer men een gestolen zaak koopt, zelfs niet wanneer men te goeder trouw is. Nu duidelijk in dergelijk geval, zoals voorzien in art. 92, tweede lid IPR-Wetboek, het Duitse recht als recht van de Staat op wiens grondgebied het goed zich bij zijn verdwijning bevond, geen bescherming toekent aan de bezitter te goeder trouw, kan deze gebeurlijk de bescherming inroepen die het recht van de Staat op wiens grondgebied het goed zich bevindt bij de terugvordering (zijnde het Belgische recht), hem gebeurlijk wel zou toekennen. Het Belgisch Burgerlijk Wetboek voorziet in art. 2280 bepaalde bescherming aan de koper te goeder trouw van een gestolen goed: Indien de tegenwoordige bezitter van de gestolen of verloren zaak deze gekocht heeft op een jaarmarkt of op een andere markt, of op een openbare verkoping, of van een koopman die dergelijke zaken verkoopt, kan de oorspronkelijke eigenaar zich de zaak niet doen teruggeven dan mits hij de prijs die zij hem gekost heeft, aan de bezitter terugbetaalt. Uit de voorliggende feitelijke gegevens kan evenwel niet worden besloten dat de aankoop zou zijn gebeurd in de door art. 2280 B.W. bedoelde omstandigheden, nl. op een jaarmarkt of op een andere markt, of op een openbare verkoping, of van een koopman die dergelijke zaken verkoopt: Immers, de verkoop is blijkens de eigen uiteenzetting van n.v. POWER CARS & BOATS tot stand gekomen, na advertentie door de genaamde Katja KUNZ op de website van "mobile.de", met de genaamde Anton PETRIN in de buurt van het station in Düsseldorf (Duitsland). Het betreft onmiskenbaar een zuiver particuliere verkoop; de verkoper was geen handelaar en niet B.T.W.-plichtig (zie koopcontract d.d. 1 augustus 2006, dossier/SIXT, stuk 1). Het gegeven dat de advertentie is gebeurd via de website van "mobile.de" verandert daaraan niets; blijkens de voorliggende stukken dienaangaande (dossier/SIXT, stukken 3) worden er enkel annonces tegen betaling geplaatst en biedt "mobile.de" zelf dan ook geen voertuigen te koop aan. Er is zodoende geenszins sprake van de verkoop op een jaarmarkt of op een andere markt, of op een openbare verkoping, of van een koopman die dergelijke zaken verkoopt. Naar Belgisch recht zou hier derhalve de algemene regel gelden van art. 2279 B.W. waarbij degene die een zaak verloren heeft of aan wie een zaak ontstolen is, gedurende 3 jaren, te rekenen van de dag waarop het verlies of de diefstal heeft plaatsgehad, de zaak kan terugvorderen van degene in wiens handen hij ze vindt. Nu - steeds los van de vraag of n.v. POWER CARS & BOATS al dan niet een bezitter te goeder trouw is - in de gegeven omstandigheden n.v. POWER CARS & BOATS zich niet kan beroepen op bescherming vanwege het Belgische recht, faalt haar beoogde toepassing van art. 92, tweede lid IPR-Wetboek. Het oordeel van de eerste rechter dat GmbH SIXT & CO AUTOVERMIETUNG KG principieel het kwestieuze voertuig dan ook kan terugvorderen, terugvordering welke geregeld wordt door de toepasselijke art. 985 e.v. van het Duitse Bürgerliches Gesetzbuch, is dan ook te bevestigen.
  4. Het hof neemt akte van het niet betwist gegeven dat het voertuig op 29 december 2008 werd teruggegeven aan GmbH SIXT & CO AUTOVERMIETUNG KG en dat zodoende de oorspronkelijke (ondergeschikte) vordering tot betaling van de som van 29.500,00 EUR komt te vervallen.
  5. Het hoger beroep heeft gans het geschil aanhangig gemaakt bij de rechter in hoger beroep (art. 1068 Ger.W.). Op vraag van de partijen worden zij i.t.v. art. 775 Ger.W. volgens de navolgende bindende proceskalender toegelaten nader bij conclusies standpunt in te nemen betreffende de vordering vanwege GmbH SIXT & CO AUTOVERMIETUNG KG tot vergoeding voor winstderving en kosten. Nu het zuiver buitencontractuele vorderingen betreffen zullen de partijen in de eerste plaats standpunt innemen over het volgens het IPR-Wetboek toepasselijke recht dienaangaande alsook over de daaraan te geven interpretatie. Partijen worden uitgenodigd een en ander te staven met kopie van de gerefereerde wetgeving, rechtspraak en rechtsleer, desgevallend met (vrije) vertaling daarvan in het Nederlands van de nuttig aan te wenden delen. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk; Wijst het hoger beroep af als ongegrond wat betreft de vordering tot teruggave; Bevestigt aldus het tussenvonnis d.d. 9 september 2008 wat dit onderdeel betreft, mits de voorgaande overwegingen, voor zover niet tegenstrijdig; Acteert het verval van de oorspronkelijke (ondergeschikte) vordering tot betaling van de waarde van het kwestieuze voertuig t.b.v. 29.500,00 EUR; Alvorens te oordelen over de overige vorderingen; Stelt vast dat de zaak wat dit onderdeel betreft niet in staat van wijzen is; Heropent de debatten teneinde de partijen toe te laten naar recht te handelen zoals het behoort en zoals hiervoor overwogen; Verstaat dat door de partijen als volgt zal worden gehandeld: - tegen uiterlijk 22 januari 2010: neerlegging en toezending aan de tegenpartij door n.v. POWER CARS & BOATS van de stukken en opmerkingen dienaangaande; - tegen uiterlijk 12 maart 2010: neerlegging en toezending aan de tegenpartij door GmbH SIXT & CO AUTOVERMIETUNG KG van de stukken en opmerkingen dienaangaande; - tegen uiterlijk 7 mei 2010: neerlegging en toezending aan de tegenpartij door n.v. POWER CARS & BOATS van de eventuele aanvullende stukken en syntheseopmerkingen dienaangaande; - tegen uiterlijk 11 juni 2010: neerlegging en toezending aan de tegenpartij door GmbH SIXT & CO AUTOVERMIETUNG KG van de eventuele aanvullende stukken en syntheseopmerkingen dienaangaande; Stelt de zaak voor verdere behandeling in die zin op de openbare terechtzitting van dit hof en deze kamer in het gerechtsgebouw te Gent, Koophandelsplein nr. 23, zaal 3 (gelijkvloers), op vrijdag 10 september 2010 om 11.30 uur (30'); Houdt de beslissing over de gedingkosten aan; Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, NEGENDE ter KAMER, zitting houdende in burgerlijke zaken, van 27 november
  6. Aanwezig: Luc Thabert, Raadsheer wn. Voorzitter Kurt Goossens, griffier Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.