id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 30 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091130.5 Rolnummer: 2009/AR/1355 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2010-02-01 Raadplegingen: 114 - laatst gezien 2026-07-02 20:43 Fiche De overname van technische tekeningen, letterlijk of bijna letterlijk, uit de catalogus van een concurrent, om deze tekeningen te voegen bij de eigen foto's van een eigen product, vormt een inbreuk op artikel 94/6 WHPC. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - HANDELSPRAKTIJKEN - Algemeen (handelspraktijken) Vrije woorden: 94/6 WHPC - Overname tekeningen uit de catalogus van een concurrent. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7de Kamer ________ Terechtzitting van 30 november 2009 ________ WHPC 2009/AR/1355 - In de zaak van: C. Y., wonende te , ingeschreven met KBO-nummer 0770.017.276, appellant, hebbende als raadsman mr. SUSTRONCK Geert, advocaat te 8500 KORTRIJK, Burg. Nolfstraat 10, (uw referte: 16046/GS/cs) tegen: GEBART BELGIUM N.V., met maatschappelijke zetel te 3980 TESSENDERLO, Sparrenweg 210, ingeschreven met KBO-nummer 0437.020.038, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. WITTERS Patrick, advocaat te 3583 PAAL, Paalsesteenweg 296, (uw referte: GEBART NV / C.) velt het hof het volgend arrest: I Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep
- Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 18 mei 2009 tegen het vonnis van de Voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent (09/112/A) van 23 maart 2009, die zitting nam zoals in kort geding. Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd. Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen. De procedure gebeurde op tegenspraak. II Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aanleg
- De overblijvende betwisting betreft de vragen of: 1) de auteursrechten van de heer C. geschonden zijn; 2) artikel 94/6 wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken, de voorlichting en de bescherming van de consument, zoals achteraf gewijzigd (hierna WHPC), geschonden is, beide door de wijze waarop Gebart Belgium tekeningen van tuinhuisjes, die in publiciteitsfolders van de heer C. voorkomen, overneemt in haar eigen publiciteitsbrochures.
- De eerste rechter zette de feiten bondig en correct uiteen, onder randnummer 2 van het bestreden vonnis. Het Hof verwijst daarnaar.
- De eerste rechter verwierp de vordering op de beide gronden (auteursrecht en eerlijke handelspraktijken). III Grieven - Voorwerp van het hoger beroep
- De Heer C. tekent hoger beroep aan met drie grieven. In tegenstelling tot wat de eerste rechter oordeelde, 1) zijn de tuinhuisjes, zoals opgenomen in de catalogus van appellant, en de tekeningen van die huisjes, wel originele creaties, zodat ze in aanmerking komen voor bescherming op grond van de Auteurswet; 2) heeft Gebart Belgium bij het kopiëren van de tekeningen uit de catalogus van de heer C. wel van zijn inspanningen geprofiteerd, wat haar een onrechtmatig voordeel heeft opgeleverd; 3) wordt de consument wel misleid, in geval hij of zij een tuinhuisje koopt en zich daarbij laat leiden door de brochure van Gebart. De heer C. vordert dezelfde maatregelen als in eerste aanleg.
- Gebart Belgium vraagt de bevestiging van het bestreden vonnis. IV Beoordeling
- De vrijheid van mededinging impliceert de principiële vrijheid van reclame maken, afwerven van personeel en/of cliënteel, nabootsen of kopiëren, aanhaken, verkoops- en/of leveringsweigering, parallelimport, doorbreken van distributiesystemen, ... tenzij die vrijheid ingeperkt wordt door specifieke bijzondere wettelijke bepalingen en/of exclusieve rechten, dan wel dat de uitoefening ervan gepaard gaat met specifieke begeleidende bezwarende omstandigheden die de handelspraktijk een onrechtmatig karakter geven, zoals bijvoorbeeld verwarringstichting, misleiding, slechtmaking, bedrieglijke vermeldingen, gebruik van onrechtmatig verkregen vertrouwelijke informatie, het behalen van een onevenredig groot voordeel, parasitaire aanhaking, rechtsmisbruik en derdemedeplichtigheid aan contractbreuk. Vermits de vrijheid van nabootsing, in de mate dat er geen privatieve rechten worden geschonden, tot de grondbeginselen van het mededingingsrecht behoort, wordt de slaafse kopie als dusdanig slechts uitzonderlijk aanvaard als een daad van oneerlijke concurrentie (Voorz. Kh. Kortrijk, 5 mei 1977, B.R.H., 1978, 578; zie ook BRISON, F., "Parasitaire mededinging. Bevoegdheid ratione loci van de voorzitter van de rechtbank van koophandel", Jaarboek Handelspraktijken, 1988, 281-187). Er is vrijwel geen enkele menselijke bedrijvigheid, hoe creatief ze ook moge voorkomen, die niet in min of meerdere mate voortvloeit uit wat reeds door anderen tot stand werd gebracht (Voorz. Kh. Kortrijk, 5 december 1983, Ing. Cons., 1984, 184; Voorz. Kh. Kortrijk, 14 juli 1983, Ing. Cons., 1984, 171 en Voorz. Kh. Antwerpen, 6 juli 1964, R.W., 1964-65, 326). De eigenlijke vervaardiging en verhandeling worden daarom in beginsel niet verboden, maar wel de begeleidende omstandigheden, die verwarringstichtend of parasitair kunnen zijn. De slaafse kopie stopt dus vrij te zijn van zodra er een verwarringsgevaar met betrekking tot de oorsprong van de producten ontstaat of van zodra de nabootser profijt haalt uit andermans inspanningen. In een stelsel van vrije concurrentie is het immers toegelaten dat een concurrent bepaalde vondsten van zijn mededingers overneemt, maar het misbruik ervan dient te worden gesanctioneerd (Voorz. Kh. Mechelen, 16 mei 1986, T.B.H., 1987, 151). Dit geldt ook tussen rechtstreekse concurrenten, zoals hier tussen partijen die er een identieke handelsactiviteit op nahouden.
- Onder randnummer 4 oordeelde de eerste rechter: "Verweerster [Gebart Belgium, thans geïntimeerde] kan moeilijk betwisten dat de tekeningen voor een deel werden overgenomen uit de brochure van eiser [de heer C., hier appellant]; de markante overeenkomsten, waarbij afwijkingen ten opzichte van de foto's ernaast worden opgemerkt, wijzen daarop. Dit geldt onder meer voor het aantal sloten op de deuren, het aantal planchetten en in het bijzonder de tekening van auto's in carports.". Hoewel Gebart Belgium dit betwist, kan niet anders dan vastgesteld worden dat een aantal tekeningen dezelfde zijn als deze uit de brochure van de heer C. én dat een aantal tekeningen uit de brochure van Gebart niet overeenstemt met de huisjes op de foto's die ernaast gepubliceerd worden. Uitzicht en maten zijn in een aantal gevallen verschillend. Daarbij gaat het niet zozeer om het aantal balken, hoewel dit niet irrelevant is, als wel om de aanwezigheid en afmetingen van ramen, het aantal scharnieren en de tekeningen van de carports, die in hun geheel niet overeen stemmen met de foto ernaast (zie stukken 6 tot en met 9 van het dossier van appellante). Gebart toont anderzijds terecht aan dat ook bepaalde tekeningen van de heer C. niet voor honderd procent overeenstemmen met de bijgeplaatste foto's (zie vb. de eerste foto bij artikel 18E150D180, waar het raam links staat in vooraanzicht, maar rechts op de technische tekening of vergelijk foto en tekening op p. 19 van de brochure). Ook een derde verkoper van tuinhuisjes, geen partij in dit geding, voegt technische tekeningen bij, die niet geheel overeenstemmen met het afgebeelde model (stuk 4 van het dossier van geintimeerde). Uit wat hierna volgt, blijkt dat dit evenwel zonder weerslag is in de voorliggende zaak.
- Gebart brengt voor welgeteld 2 huisjes uit haar catalogus de technische tekeningen bij, zoals gemaakt door haar architect (stuk 5 van het dossier van geïntimeerde). Voor alle andere tekeningen uit haar brochure toont zij niet aan hoe de tekeningen tot stand gekomen zijn, wie ze gemaakt heeft en met welke hulpmiddelen. De betwiste brochure van Gebart is zonder discussie later gecreëerd dan deze van de heer C.. Het is niet betwist dat de heer C. tijd en geld geïnvesteerd heeft en (mee) een intellectuele inspanning geleverd heeft om zijn catalogus te ontwerpen en samen met de foto aan de potentiële klant ook een technische tekening te tonen. Door een aantal tekeningen over te nemen, zelfs als dat in sommige gevallen met weglating of verplaatsing van een scharnier of klink is, verschaft Gebart zichzelf een concurrentieel voordeel ten nadele van de heer C.. Door deze tekeningen in een aantal gevallen slaafs, in andere gevallen bijna identiek over te nemen profiteert Gebart ten onrechte van de investeringen in tijd, geld en intellectuele inspanningen van de heer C.. Het feit dat deze tekeningen dan niet overeenstemmen met de foto van het product dat Gebart aanbiedt, verzwaart de inbreuk. De staking en het herstel worden bevolen, zoals hierna bepaald.
- Alle overige middelen en argumenten van partijen met betrekking tot de inbreuk, waaronder het argument dat er geen verwarring zou gecreëerd worden door Gebart, dat Gebart de consument niet misleidt en het middel dat het auteursrecht van de heer C. geschonden zou zijn, zijn niet relevant gelet op het voorgaande. Zij kunnen niet tot een ruimer rechtsherstel of rechtsbescherming leiden in de voorliggende zaak. Het Hof gaat er om die reden niet verder op in.
- In het dispositief van zijn syntheseconclusie vordert de heer C. te bevelen dat al wat bekend is aan Gebart met betrekking tot de herkomst en de distributiekanalen van de namaking en de afzet mee te delen, samen met de facturen die betrekking hebben op de verkoop van de tuinhuisjes onder verbeurte van een dwangsom van euro 2.500 per dag vertraging vanaf de zevende dag na de uitspraak van het vonnis. De gevraagde maatregelen zijn niet van die aard dat de nawerking van de inbreuk er verder door gestopt kan worden. Ze zijn evenmin van die aard dat ze enige meerwaarde zouden opleveren voor de toegekende staking. Hoe dan ook moet de impact van de inbreuk desgevallend gesanctioneerd worden in een eventuele burgerlijke vordering tot het betalen van een schadevergoeding, procedure waarvoor de stakingsrechter niet bevoegd is. Kosten
- Op grond van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger. Wb. wordt ge-intimeerde tot betaling van de kosten van beide aanleggen veroordeeld. De basisvergoeding voor de hoofdvordering bedraagt euro 1.200 (voor een vordering die niet in geld waardeerbaar is), voor elke aanleg. OP DIE GRONDEN, het hof, Het hoger principaal beroep is toelaatbaar en gegrond in de volgende mate. Het Hof: - hervormt het bestreden vonnis, behalve in zoverre het de vordering toelaatbaar verklaarde; - stelt vast dat de catalogus van de nv Gebart Belgium, zoals bijgebracht onder stuk 4 van het dossier van appellante, een inbreuk maakt op artikel 94/6 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken, de voorlichting en de bescherming van de consument, zoals achteraf gewijzigd; - beveelt de onmiddellijke staking van elk kopiëren en / of namaken van de technische tekeningen van de tuinhuisjes uit de brochure van de heer C., op straffe van euro 500,00 per individueel inbreukmakend productexemplaar, met een maximum van euro 100.000; - verwerpt de vordering voor het overige; - veroordeelt geïntimeerde tot betaling van de kosten, bepaald als volgt: appellante: eerste aanleg: dagvaarding: euro 387,52 rechtsplegingvergoeding: euro 1.200,00 hoger beroep: rolrecht: euro 186,00 rechtsplegingvergoeding hoofdvordering: euro 1.200,00 Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit: Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend kamervoorzitter, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, Geert De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door Kristoffel Goossens, griffier en uitgesproken door de kamervoorzitter in openbare terechtzitting op maandag dertig november tweeduizend en negen. Kristoffel Goossens Geert De la Ruelle Geneviève Vanderstichele Pieter Vanherpe Rep.nr. 2009/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div