← België

ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091207.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 07 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091207.6 Rolnummer: 2008/AR/0648 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-02-26 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-07-02 20:45 Fiche Hoger beroep is ontoelaatbaar vanwege verknochte belangen tussen appellante en een niet in hoger beroep betrokken partij, minstens inzake de gedingkosten in de eerste procedure. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid Vrije woorden: Art 1053 Ger.W. - onsplitsbaar geschil Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7 de BIS Kamer ________ Terechtzitting van 07-12 2009 Nr. 2008/AR/648 ----------------------- HOGER BEROEP ONTOELAATBAAR in de zaak van : N.V. LAMORAL, met maatschappelijke zetel te 8790 Waregem, Textielstraat 24 en met ondernemingsnummer 0405.122.676, algemene rechtsopvolger (na fusie met opslorping) van de N.V. J.J. MAES -SYGMA, met maatschappelijke zetel te 3070 Kortenberg, Parkstraat 34 en met ondernemingsnummer 0440.548.957, appellante, hebbende als raadsman mr. Frank Wijckmans, advocaat met kantoor te 1930 Zaventem, Minervastraat 5, tegen C. D., zaakvoerder, wonende te .................. en met ondernemingsnummer ........., geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Gunther Thuysbaert, advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Plezantstraat 56, 2de verdieping, velt het Hof volgend arrest : Partijen werden gehoord ter openbare terechtzitting in hun middelen en conclusies, alsook werden hun stukken ingezien.

  1. Bij verzoekschrift, neergelegd op 5 maart 2008, heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 29 januari 2008 op tegenspraak gewezen door de 3de kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde (A/06/02008). Een exploot van betekening ligt niet voor. Feiten en procedure in eerste aanleg
  2. De NV DENTAL GROUP 2000 heeft als voornaamste activiteit de ver-koop en het onderhoud van tandartsinstallaties en randapparatuur. Op 27 juni 2000 verkocht C. D. (hierna: "geïntimeerde") zijn 2000 aandelen in de NV DENTAL GROUP 2000 aan de NV OMEGA PHARMA. De aandeelhouders van de NV J.J. MAES-SYGMA, thans na fusie met opslorping de NV LAMORAL (hierna: "appellante") verkochten al hun aandelen in de NV DENTAL GROUP 2000 bij dezelfde overeenkomst van 27 juni 2000 aan de NV OMEGA PHARMA. Ook de twee overige houders van elk 1 aandeel in de NV DENTAL GROUP 2000 verkochten hun aandeel aan de NV OMEGA PHARMA. De overeenkomst van 27 juni 2000 bepaalde in artikel 4 dat de verkopers o.a. geïntimeerde minimum drie jaar voltijds actief zouden blijven in de vennootschap. Geïntimeerde bleef afgevaardigde bestuurder van de NV DENTAL GROUP
  3. In artikel 5 werd een "niet-concurrentiebeding (rechtstreeks noch onrechtstreeks) voor elke individuele verkoper gedurende drie jaar na beëindiging van de samenwerking (in casu na beëindiging van het zelfstandigen contract)"overeengekomen. Op 29 juni 2001 verkocht de NV OMEGA PHARMA haar aandelen in de NV DENTAL GROUP 2000 aan appellante, alsook droeg zij alle rechten die verbonden zijn aan de aandelen die ze verwierf bij overeenkomst van 27 juni 2000 over. Op 25 maart 2002 werd de NV DENTAL GROUP 2000 overgenomen door appellante door een fusie. Op dat ogenblik kwam een einde aan het mandaat van geïntimeerde in de NV DENTAL GROUP 2000, waarna hij optrad als consultant voor appellante.
  4. Op 1 juli 2003 werd een schriftelijke consultancy-overeenkomst onder-tekend tussen appellante en geïntimeerde, voor onbepaalde duur en met een opzegtermijn van 3 maanden. In artikel 7 werd bepaald dat de over-eenkomst de bestaande samenwerkingsovereenkomst tussen opdrachtgever en consultant integraal vervangt. De overeenkomst werd op 15 juni 2004 vervangen door een nieuwe over-eenkomst die (behalve een wijziging van het bedrag van de vergoedingen) gelijk was aan die van 1 juli 2003 en die inging op 1 januari
  5. Op 24 maart 2006 zegde geïntimeerde de consultancy-overeenkomst op tegen 1 juli
  6. De NV OMEGA PHARMA wees er geïntimeerde bij brief van 18 april 2006 op dat hij gebonden was door het niet-concurrentiebeding uit de overeenkomst van 27 juni
  7. Bij brief van 12 mei 2006 antwoordde geïntimeerde niet meer gebonden te zijn door dit beding. Bij notariële aktes van 23 juni 2006 richtte geïntimeerde, samen met andere ex-werknemers van appellante, de NV DENTAL DISCOVERY en de BVBA DENTAL DISCOVERY SERVICE op, rechtstreekse concurrenten van appellante. Appellante en de NV OMEGA PHARMA zijn van oordeel dat geïntimeerde met zijn activiteiten in de twee door hem (mede) opgerichte vennootschappen, de overeenkomst van 27 juni 2000 schendt, minstens dat hij daden van oneerlijke concurrentie stelt.
  8. Bij dagvaarding, betekend op 29 augustus 2006, vorderden appellante en de NV OMEGA PHARMA voor de rechtbank van koophandel te Dender-monde lastens geïntimeerde (bij conclusie, neergelegd op 12 januari 2007 als volgt gewijzigd geformuleerd):

(1)in hoofdorde: - te zeggen voor recht dat geïntimeerde het niet-concurrentiebeding schendt ; - geïntimeerde te veroordelen tot vergoeding van de schade die de NV OMEGA PHARMA door deze schending opliep, in hoofdorde in billijkheid begroot op 600.000,00 EUR en in ondergeschikte orde begroot op provisioneel 364.088,00 EUR met aanstelling van een gerechts-deskundige met als opdracht: "
(1)Partijen te horen, zich door partijen en desnoods derden alle nuttige inlichtingen en bescheiden te laten over-maken ;
(2)Zich de boekhoudkundige stukken van partijen, de NV Dental Discovery en de BVBA Dental Discovery Service te laten overmaken ;
(3)De aldus voorgelegde stukken te beoordelen naar betrouwbaarheid en werkelijkheidswaarde ;
(4)De schade die de NV OMEGA PHARMA geleden heeft naar aanleiding van de overtreding van de heer D. van het concurrentieverbod te ramen, met inbegrip van de gederfde winst en het geleden verlies ;
(5)Vast te stellen welke omzet de NV Dental Discovery en de BVBA Dental Discovery Service hebben gerealiseerd aan producten van Heka Dental ApS, daarbij voor wat betreft units, secundaire producten als onderhoudsdiensten ; Vast te stellen welke bruto-marge met deze omzet behaald werd ;
(6)Vast te stellen welke omzet de NV Dental Discovery en de BVBA Dental Discovery Service hebben gerealiseerd met aantoonbaar getrouw cliënteel van de NV Maes-Sygma buiten het kader van Heka Dental ApS producten ; Vast te stellen welke bruto-marge met deze omzet werd behaald". - geïntimeerde te verbieden om:
(1)tot en met 30 juni 2009 rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen in vennootschappen met concurrerende activiteiten, dit onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 EUR per dag dat dit verbod geschonden wordt ;
(2)rechtstreeks of onrechtstreeks personeel van appellante af te werven, onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 EUR per afgeworven personeelslid ;
(3)op onrechtmatige wijze cliënteel van appellante te benaderen, onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 EUR per onrechtmatig benaderde cliënt ;
(4)de showroom te .........., aan te wenden in het kader van dentale activiteiten, onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 EUR per dag dat dit verbod wordt geschonden.
(2)in ondergeschikte orde: - te zeggen voor recht dat geïntimeerde daden stelt die strijdig zijn met de eerlijke handelspraktijken en dat geïntimeerde artikel 93 WHPC schendt ; - dezelfde veroordelingen als in hoofdorde gevorderd. Bij tussenvonnis van 23 juli 2007 oordeelde de eerste rechter:
(1)verklaart de vordering van appellante en de NV OMEGA PHARMA ontvankelijk ;
(2)geïntimeerde heeft het concurrentieverbod geschonden door het voortijdig afwerven van leverancier Heka Dental ApS ;
(3)de debatten worden heropend inzake de schadevergoeding. Bij eindvonnis van 29 januari 2008 oordeelde de eerste rechter:
(1)de vordering van appellante en de NV OMEGA PHARMA in betaling van een schadevergoeding wordt afgewezen als ongegrond ;
(2)de gedingkosten worden voor ¾ lastens appellante en de NV OMEGA PHARMA gelegd en voor ¼ lastens geïntimeerde. Procedure in hoger beroep
  1. Het hoger beroep werd ingesteld door de oorspronkelijke eerste eiseres en betreft het eindvonnis van 29 januari
  2. Appellante berust in het tussenvonnis van 23 juli 2007 waarbij werd geoordeeld dat geïntimeerde (enkel) een fout maakte door het onrechtmatig afwerven van leverancier Heka Dental ApS, waarvan ze exclusief distributeur was. Ze dringt aan op de aanstelling van een deskundige om haar geleden schade te begroten. Geïntimeerde werpt op dat het hoger beroep ontoelaatbaar is omdat de NV OMEGA PHARMA niet inzake werd betrokken (ondanks onsplitsbaar geschil). Ze tekent incidenteel hoger beroep aan en vordert:
(1)appellante te horen bevelen conform art. 871 juncto art. 877 Ger.W. om de niet geanonimiseerde originelen uit het stukkenbundel van geïntimeerde (thans genummerd 3 t.e.m. 12) voor te brengen ;
(2)het vonnis van 23 juli 2007 te hervormen en te zeggen voor recht dat er in hoofde van geïntimeerde geen enkele fout wordt bewezen. Voor de uitgebreide middelen en argumenten van partijen in hoger beroep, wordt verwezen naar de beroepsakte en de conclusies. Beoordeling 6. In de procedure in eerste aanleg traden steeds op als eiseressen: de NV J.J. MAES-SYGMA en de NV OMEGA PHARMA. In het eindvonnis a quo werd hun vordering in betaling van een schadevergoeding afgewezen als ongegrond en werden eiseressen tot ¾ van de gedingkosten veroordeeld en huidige geïntimeerde tot ¼ van de gedingkosten o.a. met een toegekende rechtsplegingsvergoeding van 5.000,00 EUR. Bij verzoekschrift, neergelegd op 5 maart 2008, werd enkel hoger beroep aangetekend door de NV J.J. MAES-SYGMA (thans: de NV LAMORAL), oorspronkelijke eerste eiseres. In haar syntheseconclusie stelt appellante dat de NV OMEGA PHARMA heeft beslist om niet te volharden in haar oorspronkelijke vordering en géén hoger beroep aan te tekenen. Volgens art. 1053 Ger.W. moeten alle partijen die in de procedure in eerste aanleg tegenstrijdige belangen hadden, wanneer het geschil onsplitsbaar is, in hoger beroep worden betrokken ten laatste voor de sluiting van de debatten, dit op straffe van ontoelaatbaarheid van het hoger beroep. Het geschil is volgens art. 31 Ger.W. onsplitsbaar wanneer de gezamen-lijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen waartoe het aanleiding geeft, materieel onmogelijk zou zijn (Cass., 22 november 1984, Arr. Cass. 1984-85, 418). Dit is in casu reeds minstens het geval voor de gedingkosten. In het vonnis a quo wordt geïntimeerde veroordeeld tot betaling van ¼ van de geding-kosten van de NV OMEGA PHARMA, op basis van de beoordeling (bij tussenvonnis) dat hij foutief de leverancier Heka Dental ApS zou hebben afgeworven. Wanneer het incidenteel hoger beroep van geïntimeerde thans gegrond zou worden beoordeeld (geen foutieve afwerving), dan zou een arrest in deze zin alle gedingkosten van beide aanleggen lastens de oorspronkelijke eiseressen leggen. Dit laatste oordeel zou echter strijdig zijn met het vonnis a quo, welk blijft gelden t.o.v. de NV OMEGA PHARMA. De gezamenlijke tenuitvoerlegging van beide beslissingen zou materieel onmogelijk zijn. Dezelfde impasse zou bestaan wanneer (in het tegenovergestelde geval) het Hof het hoger beroep finaal volledig in het voordeel van appellante zou beoordelen en geïntimeerde tot alle gedingkosten van beide aanleggen zou veroordelen. Ook hier zou er strijdigheid zijn met het oordeel van de eerste rechter waar de NV OMEGA PHARMA tot ¾ van de gedingkosten van geïntimeerde wordt veroordeeld. Ook inzake tegengestelde belangen met geïntimeerde, hebben oorspronke-lijke eiseressen in eerste aanleg steeds de vorderingen samen gesteld. Dat hun belangen zijn verknocht, blijkt uit de stukken van het dossier o.a. uit het aanvullend bundel IV van geïntimeerde, stuk 1, zijnde het verslag van ARSEUS, blz. 12-13 en 59-61). Deze verknochtheid blijkt reeds uit de feiten, die als aanloop hebben ge-diend tot huidig geschil: op 24 maart 2006 zegde geïntimeerde de consultancy-overeenkomst met appellante op tegen 1 juli 2006, waarop de NV OMEGA PHARMA reageerde en er geïntimeerde bij brief van 18 april 2006 op wees dat hij gebonden was door het niet-concurrentiebeding uit de overeenkomst van 27 juni 2000 (bundel I geïntimeerde, stukken 8-9). In het vonnis a quo werd ten gronde geoordeeld over deze verknochte be-langen en het opnieuw oordelen in graad van beroep moet een gezamen-lijke beoordeling zijn. Wanneer het Hof een beoordeling zou maken zonder dat de NV OMEGA PHARMA inzake betrokken is, kan dit ook inhoudelijk tot manifest tegenstrijdige beslissingen leiden. Het geschil is onsplitsbaar, zodat het hoger beroep ontoelaatbaar is conform art. 1053 Ger.W. Een ontoelaatbaar hoger beroep maakt het geschil zelf niet aanhangig bij de appelrechter (Cass., 29 oktober 1981, Arr. Cass. 1981-82, 309). Appellante vordert in hoger beroep (enkel nog) de aanstelling van een expert om haar schade te becijferen en veroordeling tot 1,00 EUR provisioneel. Waar het basisbedrag aan rechtsplegingsvergoeding voor zo'n vordering 1.200,00 EUR beloopt, kent het Hof aan geïntimeerde een hoger tarief toe gelet op de complexiteit en de omvang van de zaak, nl. 5.000,00 EUR. OM D E Z E R E D E N E N H E T H O F: Rechtdoende op tegenspraak ; Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken ; Wijst het hoger beroep af als ontoelaatbaar ; Veroordeelt appellante tot de gedingkosten van de beroepsprocedure, vereffend in hoofde van geïntimeerde op 5.000,00 EUR rechtsplegings-vergoeding hoger beroep ; Aldus gewezen door de zevende bis kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Frank Deschoolmeester, alleenrechtsprekend raadsheer bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de alleenrechtsprekend raadsheer in openbare terecht-zitting op zeven december tweeduizend en negen Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.