id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 07 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091207.7 Rolnummer: 2009/AR/1341 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-02-26 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-07-02 20:45 Fiche - Wanneer het Openbaar Ministerie in eerste aanleg optrad als eiser in faillietverklaring, moet hij in hoger beroep als partij worden betrokken. - Geschillen betreffende de faillietverklaring van een handelaar zijn onsplitsbaar. - Het hoger beroep is ontoelaatbaar. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7 de BIS Kamer ________ Terechtzitting van 07-12 2009 Nr. 2009/AR/1341 ------------------------ FAILLISSEMENT HOGER BEROEP ONTOELAATBAAR in de zaak van : B.V.B.A. CANDELIMMO, met maatschappelijke zetel te 8510 Rollegem, Candelestraat 1 en met ondernemingsnummer 0873.084.924, appellante, hebbende als raadsman mr. Guy Maeseele, advocaat met kantoor te 8550 Zwevegem, Kortrijkstraat 83, tegen Mr. Ivan LIETAER, advocaat met kantoor te 8500 Kortrijk, President Rooseveltplein 1, optredende in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de B.V.B.A. CANDELIMMO, voornoemd, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, geïntimeerde q.q., in persoon verschijnende, velt het Hof volgend arrest : Partijen werden gehoord ter terechtzitting in hun middelen en conclusies, alsook werden hun stukken ingezien.
- Bij verzoekschrift, neergelegd op 15 mei 2009, heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen de vonnissen van 1 april 2009 en 29 april 2009 gewezen door de 5de kamer van de rechtbank van koophandel te Kortrijk (AR. 09/00655). Het vonnis a quo van 1 april 2009 werd aan appellante betekend op 12 mei
- Feiten en procedure in eerste aanleg
- Bij dagvaarding, betekend op 11 februari 2009, vorderde de Procureur des Konings te Kortrijk de faillietverklaring van de BVBA CANDELIMMO. Bij vonnis a quo van 1 april 2009 verklaarde de rechtbank van koophandel te Kortrijk de BVBA CANDELIMMO op tegenspraak failliet, waarbij mr. Ivan LIETAER als curator werd aangesteld. Bij vonnis a quo van 29 april 2009 werd een materiële rechtzetting be-volen omtrent hetgeen de raadsman van de gefailleerde had verklaard ter zitting. Procedure in hoger beroep
- Het hoger beroep werd ingesteld door de gefailleerde, die stelt dat aan de voorwaarden tot faillietverklaring niet is voldaan. De curator schetst het kader van het faillissement en geeft informatie omtrent de ingediende schuldvorderingen en het realiseerbaar actief. Beoordeling
- Art. 1053 Ger.W. bepaalt dat bij een onsplitsbaar geschil, het hoger beroep op straffe van niet-toelaatbaarheid moet gericht worden tegen alle partijen wier belang in strijd is met dat van de appellant. De bepalingen van art. 1053 Ger.W. zijn van openbare orde (Cass., 24 februari 2005, www.cass.be). Het Hof werpt ambtshalve op ter zitting dat het Openbaar Ministerie (in eerste aanleg eiser in faillietverklaring) in hoger beroep niet als partij werd betrokken. Huidig geschil is onsplitsbaar, gezien de gezamenlijke uitvoeringen van de onderscheiden beslissingen waartoe het beroep aanleiding kan geven, materieel onmogelijk zouden zijn (art. 31 Ger.W. en Cass., 22 november 1984, Pas. 1985, I, 374). Geschillen betreffende de faillietverklaring van een handelaar zijn onsplits-baar (zie Cass., 26 januari 2004, J.L.M.B. 2004, 944 ; Cass., 10 mei 2004, Pas. 2004, 781). Aan appellante en de curator wordt de mogelijkheid geboden tot het innemen van een standpunt nopens dit middel, wat mondeling gebeurt. Er bestaat de principiële mogelijkheid om vooralsnog de afwezige partij in het geding te betrekken (Cass., 26 juni 2008, www.cass.be), maar in casu zou dit laattijdig zijn daar het vonnis tot faillietverklaring reeds op 12 mei 2009 werd betekend. Het hoger beroep is manifest ontoelaatbaar. Een ontoelaatbaar hoger beroep maakt het geschil zelf niet aanhangig bij de rechter in hoger beroep (Cass., 29 oktober 1981, Arr.Cass 1981-82, 309). O M D E Z E R E D E N E N H E T H O F: Rechtdoende op tegenspraak ; Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken ; Verklaart het hoger beroep ontoelaatbaar ; Verwijst appellante in de gedingkosten van het hoger beroep, begroot in hoofde van geïntimeerde q.q. op nihil ; Aldus gewezen door de zevende bis kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Frank Deschoolmeester, alleenrechtsprekend raadsheer bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de alleenrechtsprekend raadsheer in openbare terecht-zitting op zeven december tweeduizend en negen. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div