id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 24 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091224.9 Rolnummer: 2009/RK/333 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-02-25 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-07-02 20:53 Fiche - Geintimeerde kende de woon- of verblijfplaats van appellant, aldus is de betekening van de Procureur des Konings ongedaan. - De onregelmatigheid van de dagvaarding heeft aan de appellant de mogelijkheid niet ontzegd zijn verweermiddelen uiteen te zetten, zodat het normdoel is bereikt en de vastgestelde onregelmatigheid niet kan gesanctioneerd worden. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Excepties (Gerechtelijk Wetboek) - Nietigheid - Normdoel Vrije woorden: - UTV 53 - Aan Procureur des Konings - 378 - Normdoel - Betekening aan Procureur des Konings - Woonplaats, gekend-geen nietigheid:normdoel bereikt- verweer voorgedragen. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 11b Kamer ________ buitengewone terechtzitting van 24 december 2009 TUSSENARREST voortzetting dd. 7-1-2010 om 11.30 h - In de zaak met het rolnummer 2009/RK/333 van: C. H., muzikant, wonende te ....................., appellant tegen de beschikking in kort geding, door de voorzitter der rechtbank van eerste aanleg te Gent gewezen op tegenspraak dd. 18-12-2009, oorspronkelijk verweerder, hebbende als raadsman mr. VAN ASCH Veronique, advocaat te 9000 Gent, Zuidstationstraat 34 - 36 tegen : S.D., zangeres, geboren te Gent op 6-5-1979, en wonende te ....................., geïntimeerde, oorspronkelijk eiseres, hebbende als raadsman mr. HEYMANS Marleen, advocaat te 9000 Gent, Gebroeders Vandeveldestraat 99 velt het hof het volgend arrest. Het Hof heeft kennis genomen van het bestreden bevelschrift dd. 18 december 2009 van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, zetelend in kort geding in het kader van voorlopige maatregelen echtscheiding (art. 1280 Ger.W.), waartegen de appellant tijdig en op regelmatige wijze hoger beroep heeft ingesteld. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting bij monde van hun raadslieden; zowel de neergelegde conclusies als de overgelegde stukken werden ingezien. Naar aanleiding van de behandeling van de zaak op de openbare terechtzitting van donderdag 24 december 2009 is het debat beperkt tot de beweerde nietigheid van de oorspronkelijke dagvaarding. De overige geschilpunten dienen eventueel beslecht te worden op een latere datum. Het Openbaar Ministerie, in de persoon van advocaat-generaal Louis Vandenberghe heeft een mondeling advies uitgebracht op de openbare terechtzitting van donderdag 24 december
- Daarvan hebben de partijen kennis genomen en zij zijn in de gelegenheid geweest daarop hun repliek te formuleren. Nopens de procedure :
- In het bestreden bevelschrift heeft de eerste rechter de vordering van de geïntimeerde, oorspronkelijke eiseres, ontvankelijk verklaard en reeds deels gegrond als volgt : " Bepaalt volgende voorlopige maatregelen in afwachting van de definitieve beoordeling van de hoofdvordering en de te verwachten tegenvordering :
- Bepaalt dat de (geïntimeerde) voorlopig uitsluitend het ouderlijk gezag zal uitoefenen over A., ..........
- Bepaalt dat A. voorlopig hoofdzakelijk bij de (geïntimeerde) zal verblijven en ingeschreven blijft in het bevolkingsregister op het adres van de (geïntimeerde) als hebbend aldaar zijn hoofdverblijfplaats.
- Veroordeelt de (appellant) om uiterlijk op donderdag 24 december 2009 om 18 uur A. af te geven aan de (geïntimeerde) op haar adres . ........, onder verbeurte van een dwangsom van 1.000 euro per dag vertraging in de afgifte vanaf de betekening van onderhavig bevelschrift." De zaak werd in voortzetting gesteld op de openbare terechtzitting van de kort gedingen van donderdag 14 januari 2010 om 09 uur ter definitieve beoordeling van de vordering(en). De uitspraak over de kosten werd aangehouden en er werd gezegd dat de beschikking rechtens uitvoerbaar is bij voorraad niettegenstaande alle verhaal en zonder zekerheidstelling.
- Met het verzoekschrift van 18 december 2009 heeft de appellant hoger beroep aangetekend. Hij vordert het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren, de beschikking teniet te doen en opnieuw wijzende : In hoofdorde te doen zeggen voor recht dat de betekening van het dagvaardingsexploot dd. 14 december 2009 nietig is en bijgevolg ongedaan is. Bijgevolg de vordering van de geïntimeerde ontoelaatbaar te doen verklaren. In ondergeschikte orde, indien het Hof van oordeel is dat de betekening niet nietig is, de vordering van de geïntimeerde te doen afwijzen als zijnde ongegrond en vervolgens te doen zeggen voor recht dat voor de duur van de echtscheidingsprocedure het ouderlijk gezag over A. door beide ouders gezamenlijk zal uitgeoefend worden, waarbij A. de ene maand bij de moeder zal verblijven en de andere maand bij de vader en wel als volgt : - tot en met 7 januari 2010 bij de vader - tot en met 7 februari 2010 bij de moeder - enz. waarbij A. steeds zal gebracht worden door de persoon bij wie A.op dat ogenblik verbleef. Ook vordert de appellant de veroordeling van de geïntimeerde tot de kosten van het geding in hoger beroep, begroot aan de zijde van de appellant op 1.200 euro (rechtsplegingsvergoeding), meer de rolrechten.
- De geïntimeerde concludeert op 24 december
- Zij vordert dat het hoger beroep van de appellant ontvankelijk zou worden verklaard maar zou worden afgewezen als ongegrond. Zij vraagt dat dienvolgens de beschikking in kort geding dd. 18.12.2009 integraal zou bevestigd worden, met de veroordeling van de appellant tot de kosten van het geding. Bespreking :
- In de huidige stand is het debat beperkt tot de discussie omtrent de eventuele nietigheid van de dagvaarding.
- Bij gerechtsdeurwaardersexploot van 14 december 2009 werd de geïntimeerde gedagvaard in echtscheiding op grond van de onherstelbare ontwrichting van het huwelijk (art. 229 §1 B.W. en art. 229 § 3 B.W.) en in kort geding waarbij o.a. ten aanzien van de minderjarige zoon van de partijen A. (° ........) een aantal dringende en voorlopige maatregelen werden gevorderd zoals nader gespecificeerd in het dagvaardingsexploot. De dagvaarding werd betekend aan de Procureur des Konings te Gent nu de appellant ambtshalve was afgevoerd uit de bevolkingsregisters. Uit de bijlagen aan de dagvaarding blijkt inderdaad dat de appellant van ambtswege was afgevoerd uit de bevolkingsregisters op 18 september
- In zijn akte hoger beroep vermeldt de appellant als adres .......... Naar de appellant mededeelt is dit de laatste echtelijke verblijfplaats van de partijen. Hij legt ook uittreksels uit het bevolkingsregister van Spanje over, gedateerd 14 en 15 april 2009 waaruit blijkt dat de appellant op het voornoemde adres, samen met de geïntimeerde en hun zoon A., op dat moment zijn woonplaats heeft.
- Ten aanzien van hen die in België geen gekende woonplaats, verblijfplaats, of gekozen woonplaats hebben, stuurt de gerechtsdeurwaarder bij een ter post aangetekende brief het afschrift van de akte aan hun woonplaats of aan hun verblijfplaats in het buitenland en met de luchtpost indien de plaats van bestemming niet in een aangrenzend land ligt, onverminderd enige andere wijze van toezending overeengekomen tussen België en het land waar zij hun woon- of verblijfplaats hebben. De betekening wordt geacht te zijn verricht door de afgifte van de akte aan de postdienst tegen ontvangstbewijs in de vormen die in art. 40 Ger.W. worden bepaald (art. 40, lid 1, Ger.W.). Uit de door de appellant voor het Hof neergelegde dagvaarding in echtscheiding op grond van de onherstelbare ontwrichting van het huwelijk (art. 229 §1 B.W. en art. 229 § 3 B.W.) en in kort geding, gedateerd 09 december 2009, om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 14 februari 2010 in echtscheiding en op 09 februari 2010 voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zetelend in kort geding, blijkt dat de geïntimeerde wel degelijk kennis had van een adres van de appellant in het buitenland, waarbij het niet terzake doet of het de woonplaats of de verblijfplaats is. De geïntimeerde kan dan ook niet meer redelijkerwijs voorhouden dat zij onwetend was van dergelijk adres. Toch liet zij de kwestieuze dagvaarding van 14 december 2009 betekenen aan de Procureur des Konings te Gent.
- Art. 40, vierde lid, Ger.W. bepaalt dat de betekening aan de procureur des Konings ongedaan is indien de partij op wiens verzoek ze is verricht, de woonplaats of de verblijfplaats van degene aan wie betekend wordt in het buitenland kende, zoals in casu. De vraag rijst welke sanctie in dit concreet geval aan de onregelmatigheid moet verbonden worden. De appellant is op de inleidingszitting van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg verschenen op 17 december 2009, vertegenwoordigd door zijn raadsman. Hij heeft aldaar mondeling zijn verweermiddelen voorgedragen en ook een stuk neergelegd zoals blijkt uit de overwegingen van het bevelschrift. De voorzitter heeft zijn mondeling verweer ontmoet in de overwegingen van het bevelschrift. Overeenkomstig art. 867 Ger.W. kan het verzuim of de onregelmatigheid van de vorm van een proceshandeling of van de vermelding van de vorm niet tot nietigheid leiden wanneer uit de gedingstukken blijkt dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt (zie en vergelijk : CASS. 19.04.2002, justelnummer N-20020419-9 en CASS. 18.12.2003, justelnummer N-20031218-27 op http://jure.juridat.just.fgov.be) . De onregelmatigheid van de dagvaarding heeft aan de appellant de mogelijkheid niet ontzegd zijn verweermiddelen uiteen te zetten, zodat het normdoel is bereikt en de vastgestelde onregelmatigheid niet kan gesanctioneerd worden. OM DEZE REDENEN, HET HOF, rechtdoende op tegenspraak Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk. Verklaart het hoger beroep niet gegrond in de mate dat door de appellant In hoofdorde werd gevorderd dat zou worden gezegd voor recht dat de betekening van het dagvaardingsexploot dd. 14 december 2009 nietig is, bijgevolg ongedaan is en derhalve de vordering van de geïntimeerde ontoelaatbaar moet worden verklaard. Vooraleer verder over de grond van de zaak te oordelen : Zet de zaak, voor de behandeling van de overige geschilpunten in voortzetting op de openbare terechtzitting van donderdag 07 januari 2010 om 11.30 uur. Houdt de beslissing omtrent de kosten aan. Aldus gewezen en uitgesproken in buitengewone openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, ELFDE BIS-KAMER, zetelend in burgerlijke zaken, op heden 24-12-
- Aanwezig: - H. Van Bossuyt, raadsheer; - B. De Wilde, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div