id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 04 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100104.3 Rolnummer: 2008/AR/2071 Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Insolventierecht Invoerdatum: 2010-02-05 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-07-02 21:09 Fiche De tegoeden op de kwaliteitsrekening blijven afgescheiden van het vermogen van de notaris, de rekeninghouder. Deze laatste wordt geen eigenaar van de gelden, doch geldt in de verhou-ding tot de bank als de enig gerechtigde. Enkel hij is bevoegd om over het rekeningtegoed te beschikken. De notaris dient te worden beschouwd als zijnde de juridische eigenaar van de tegoeden op de kwaliteitsrekening, de beneficiaris van de tegoeden is de economische eige-naar ervan. De blokkering van een voorschot, aan te rekenen op de aankoopprijs van een onroerend goed, op een kwaliteitsrekening impliceert geenszins de afgifte van het voorschot aan de verkoper, maar wel de vestiging van een waarborg dat de koper zijn verbintenissen zal uitvoeren. Deze waarborg wordt pas bij de ondertekening van de authentieke akte van de verkoop omgevormd in een werkelijk voorschot op de prijs. Zolang de opschortende voorwaarden niet zijn verwezenlijkt, heeft de koper geen enkele financiële verplichting tegenover de verkoper. De ontbinding van de koop in het nadeel van de koper heeft tot gevolg dat de partijen in dezelfde toestand dienen geplaatst te worden als die waarin zij zich zouden bevonden hebben indien zij niet hadden gecontracteerd, zodat de koper gerechtigd is het door hem betaalde voorschot op te eisen. Dit voorschot is nooit in het vermogen van de gefailleerde terecht gekomen en valt dan ook niet in de boedel van het faillissement. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (BURGERLIJKE ZAKEN) - Verkoop onroerend goed BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Nietigheid - ontbinding HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement Vrije woorden: voorschot op aankoopprijs - kwaliteitsrekening - ontbinding koop - geen schuld in boedel van het faillissement Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7de Kamer ________ Terechtzitting van 04 januari 2010 ________ 2008/AR/2071 - In de zaak van: Mr. C. A., advocaat met kantoor te ......................................., optredende in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van CHARLY BROOD & BANKETBAKKERIJ B.V.B.A., met maatschappelijke zetel te 9100 Sint-Niklaas, Plezantstraat 230 en met ondernemingsnummer 0447.195.833, hiertoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde op 30 december 2004; Appellant q.q. tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, zevende kamer, van 6 februari 2008, verschijnende door mr. DE CAUWER Filip, advocaat met kantoor te 9100 Sint - Niklaas, Grote Peperstraat 10, tegen: D. L., geboren te Sint-Niklaas op 19 november 1965, wonende te ................................................. Geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. MOEYERSONS Roeland, advocaat met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 137 bus 1, velt het hof het volgend arrest: Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep Het hoger beroep is gericht tegen het vonnis van de zevende kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, op tegenspraak gewezen op 6 februari 2008, gekend onder het rolnummer A/05/
- Het is tijdig en regelmatig naar de vorm ingesteld bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof op 8 augustus
- Een akte van betekening wordt niet voorgelegd. De partijen werden in openbare terechtzitting gehoord in hun middelen en besluiten. Het hof nam tevens kennis van de voorgelegde stukken. Feiten - Procedure in eerste aanleg Partijen voeren discussie omtrent de vraag of het door geïntimeerde betaalde voorschot op de aankoopprijs voor het woon- en handels-huis, gelegen te 9100 Sint-Niklaas, Plezantstraat 230, behorende tot het actief van de bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, zesde kamer, d.d. 30 december 2004 in staat van faillissement verklaarde CHARLY BROOD EN BANKETBAKKERIJ B.V.B.A., al dan niet in de boedel van het faillissement valt. De feiten die aan de basis liggen van deze procedure zijn partijen genoegzaam gekend en werden reeds omstandig uiteengezet door de eerste rechter in het bestreden vonnis, zodat naar deze uiteenzetting kan worden verwezen, die bij deze als integraal hernomen dient te worden beschouwd. Wat de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde betreft kan worden volstaan met een verwijzing naar wat in het bestreden vonnis onder het randnummer I.
- werd uiteengezet, welke uiteenzetting evenmin verdere aanvulling behoeft. In voormeld vonnis van 6 februari 2008 nam de eerste rechter op basis van de door hem weerhouden motieven, de volgende beslis-singen: - het door geïntimeerde betaalde voorschot van 10.000 EUR valt niet in de boedel van het faillissement van CHARLY BROOD & BANKETBAKKERIJ B.V.B.A.; - de schuldvordering van geïntimeerde wordt opgenomen in het gewoon passief van voormeld faillissement voor een bedrag van 8.856,75 EUR, te vermeerderen met de wettelijke intresten vanaf 10 februari 2004 tot 30 december 2004 op de som van 8.056,54 EUR; - iedere partij draagt zijn eigen gedingkosten. Grieven - Voorwerp van het hoger beroep Appellant q.q. tekende beroep aan met navolgende grieven: De eerste rechter heeft ten onrechte geoordeeld dat het door geïntimeerde betaalde voorschot van 10.000 EUR niet in het patrimonium van de gefailleerde is terechtgekomen, en conform de bepalingen van het verstekvonnis van 30 juni 2004, bevestigd bij vonnis op verzet van 19 januari 2007, door de notaris dient te worden overhandigd aan geïntimeerde. Volgens appellant q.q. valt het voorschot in de boedel van het faillissement van CHARLY BROOD & BANKETBAKKERIJ B.V.B.A.. Appellant q.q. vraagt het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren, het bestreden vonnis teniet te doen en opnieuw wijzende te zeggen voor recht dat het door geïntimeerde en mevrouw V. B. I. betaalde voorschot op de aankoop van een onroerend goed van de gefailleerde CHARLY BROOD & BANKETBAKKERIJ B.V.B.A. gelijk aan 20.000 EUR, thans geblokkeerd op een rubriekrekening ter studie van notaris D. S., afhangt van de boedel van de gefailleerde vennootschap en dan ook toekomt aan appellant q.q.. Verder vraagt appellant q.q. de vordering van geïntimeerde te weren uit het bevoorrecht passief en op te nemen in het gewoon passief voor de som van 19.814,08 EUR, met verwijzing van geïntimeerde in de gedingkosten, deze kosten begroot zijnde aan de zijde van appellant q.q. op 186 EUR rolrecht, 1.200 EUR rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg en 1.200 EUR rechtsplegingsvergoeding in graad van beroep. Geïntimeerde concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep, met verwijzing van appellant q.q. in de gedingkosten gevallen in beide aanleggen, deze kosten begroot zijnde aan de zijde van geïntimeerde op 900 EUR rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg en 900 EUR rechtsplegingsvergoeding in graad van beroep. Bevoegdheid van het hof In het bestreden vonnis van 6 februari 2008 gewezen tussen geïntimeerde als oorspronkelijke eiser en appellant q.q. als oorspronkelijke verweerder, werd uitsluitend uitspraak gedaan nopens de schuldvordering van geïntimeerde ingediend in het passief van het faillissement van CHARLY BROOD & BANKETBAKKERIJ B.V.B.A. en over het door geïntimeerde betaalde voorschot op de aankoopprijs van voormeld onroerend goed. Daarmee werden alle tussen geïntimeerde en appellant q.q. be-staande geschilpunten beslecht. Mevrouw V. B. I. was geen partij in de procedure voor de eerste rechter en is ook in de beroepsprocedure niet tussengekomen. De devolutieve werking van het door appellant q.q. ingestelde hoger beroep onderwerpt de geschilpunten tussen geïntimeerde en appel-lant q.q. aan de beoordeling van de rechter in hoger beroep, maar laat niet toe dat het hof oordeelt of het door mevrouw V. B. I. be-taalde voorschot op de aankoopprijs van het onroerend goed al dan niet behoort tot de boedel van de gefailleerde vennootschap, zodat het hof daarop dan ook niet verder ingaat. Beoordeling Op 24 november 2003 sloten CHARLY BROOD EN BANKETBAKKERIJ B.V.B.A. enerzijds en geïntimeerde en V. B. I. anderzijds een onderhandse verkoopovereenkomst met betrekking tot het woon- en handelshuis, gelegen te 9100 Sint-Niklaas, Plezantstraat 230, gekend ten kadaster onder eerste afdeling, sectie A, perceelnummer 938/D/3, 162 m² groot, waarbij CHARLY BROOD EN BANKETBAKKERIJ B.V.B.A. optrad als verkoper en geïntimeerde en V. B. I. het onroerend goed ieder voor de onverdeelde helft aankochten. De verkoopprijs voor het onroerend goed werd vastgesteld op 161.130,79 EUR. De kopers verbonden zich ertoe een voorschot te betalen van 20.000 EUR door middel van een cheque Argenta nr. 520438 ten bedrage van 10.000 EUR, getrokken op rekening met nummer 979-1902622-69, en een cheque Dexia nr. 24.5936 ten bedrage van 10.000 EUR, getrokken op rekening met nummer 057-0091420-
- Het voorschot zou worden geblokkeerd op het kantoor van notaris S. D. met standplaats te Sint-Gillis-Waas. Bij verstekvonnis gewezen door de zevende kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde op 30 juni 2004, bevestigd bij vonnis op verzet d.d. 19 januari 2007, werd voornoemde onderhandse verkoopovereenkomst d.d. 24 november 2003 wegens de niet-vervulling van een opschortende voorwaarde (het niet voorleggen van een bodemattest door de verkoper aan de koper binnen de twee maanden dat bevestigt hetzij dat voor het pand geen gegevens beschikbaar zijn, hetzij dat voor het pand geen bodemverontreiniging werd vastgesteld) ontbonden met ingang van 10 februari
- CHARLY BROOD EN BANKETBAKKERIJ B.V.B.A. werd veroordeeld om aan geïntimeerde te betalen 18.056,54 EUR (zijnde het door geïntimeerde betaalde voorschot + de helft van de contractueel voorziene schadevergoeding), te vermeerderen met de intresten en de gedingkosten. Geïntimeerde werd gemachtigd om, bij gebreke aan vrijwillige uitvoering door CHARLY BROOD EN BANKETBAKKERIJ B.V.B.A. van het vonnis binnen de wettelijke termijn, het vonnis te laten uitvoeren op het voorschot zich bevindende in handen van notaris S. D. CHARLY BROOD & BANKETBAKKERIJ B.V.B.A. werd in staat van faillissement verklaard bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde gewezen op 30 december
- Na hernieuwd onderzoek van de door partijen overgelegde stukken stelt het hof vast, waarbij de eerste rechter wordt bijgetreden, dat het door geïntimeerde betaalde voorschot aan te rekenen op de aankoopprijs voor voormeld onroerend goed niet in de boedel van het faillissement van CHARLY BROOD & BANKETBAKKERIJ B.V.B.A. valt. Het staat vast, en wordt niet betwist, dat geïntimeerde op 24 november 2003 een voorschot van 10.000 EUR op de aankoopprijs van voornoemd onroerend goed heeft betaald door middel een cheque Dexia nr. 24.
- De cheque werd overhandigd aan de in-strumenterende notaris S. D. met standplaats te Sint-Gillis-Waas, die hiervoor de kwijting met nr. 49 heeft uitgereikt aan geïntimeerde (stuk 2 bundel geïntimeerde). Notaris S. D. heeft nadien de gelden geblokkeerd op zijn kantoor. Aangezien één van de bij de koop con-tractueel overeengekomen opschortende voorwaarden niet in vervulling is gegaan, hield de koop op te bestaan en was/is geïntimeerde niet tot prijsbetaling gehouden en gerechtigd op de terugbetaling van het door hem betaalde voorschot (te vermeerderen met de helft van de contractueel overeengekomen schadevergoeding en intresten). Het voorschot werd niet overhandigd aan CHARLY BROOD & BANKETBAKKERIJ B.V.B.A., doch werd geblokkeerd op een kwaliteitsrekening die door notaris S. D. werd aangehouden qualitate qua, d.w.z. niet voor eigen rekening, maar voor rekening van één of meerdere derden. De tegoeden op de kwaliteitsrekening blijven afgescheiden van het vermogen van de notaris, de rekeninghouder. Deze laatste wordt geen eigenaar van de gelden, doch geldt in de verhouding tot de bank als enige gerechtigde. Enkel hij is bevoegd om over het rekeningtegoed te beschikken (volgens de bestemming die aan het rekeningtegoed is gegeven). De notaris dient te worden beschouwd als zijnde de juridische eigenaar van de tegoeden op de kwaliteitsrekening, de beneficiaris van de tegoeden is de economische eigenaar ervan. De blokkering van een voorschot, aan te rekenen op de aankoopprijs van een onroerend goed, op een kwaliteitsrekening impliceert geenszins de afgifte van het voorschot aan de verkoper, maar wel de vestiging van een waarborg dat de koper zijn verbintenissen zal uitvoeren. De koper waarborgt de betaling aan de verkoper enerzijds van een deel van een toekomstige schuld indien de opschortende voorwaarden worden vervuld, en anderzijds van een mogelijke schadevergoeding indien hij zijn verplichtingen niet nakomt. De-ze waarborg wordt pas bij de ondertekening van de authentieke akte van de verkoop omgevormd in een werkelijk voorschot op de prijs. Zolang de opschortende voorwaarden niet zijn verwezenlijkt, heeft de koper geen enkele financiële verplichting tegenover de verkoper. In casu zijn CHARLY BROOD & BANKETBAKKERIJ B.V.B.A., geïntimeerde en V. B. I., hoewel een rechtsgeldige onderhandse koopovereenkomst met betrekking tot het onroerend goed gelegen te Sint-Niklaas, Plezantstraat 230 werd afgesloten, niet tot het ver-lijden van de notariële akte overgegaan. De ontbinding van de koop in het nadeel van CHARLY BROOD & BANKETBAKKERIJ B.V.B.A. bij voormeld vonnis van 30 juni 2004, bevestigd bij vonnis op verzet van 19 januari 2007, heeft tot gevolg dat de partijen in dezelfde toe-stand dienen geplaatst te worden als die waarin zij zich zouden bevonden hebben indien zij niet hadden gecontracteerd, zodat geïnti-meerde gerechtigd is het door hem betaalde voorschot op te eisen. Dit voorschot was om hogervermelde redenen afgescheiden van zowel het vermogen van notaris S. D. als van het vermogen van CHARLY BROOD & BANKETBAKKERIJ B.V.B.A.. Het is nooit in het vermogen van CHARLY BROOD & BANKETBAKKERIJ B.V.B.A. terecht gekomen, en valt dan ook niet in de boedel van het faillissement van CHARLY BROOD & BANKETBAKKERIJ B.V.B.A.. Het hoger beroep wordt afgewezen als ongegrond. Kosten van het geding De ongegrondheid van het hoger beroep verantwoordt de verwijzing van appellant q.q. in de gedingkosten gevallen in graad van hoger beroep. De eerste rechter heeft geïntimeerde terecht verwezen in zijn eigen gedingkosten, aangezien diens oorspronkelijke vordering, geformu-leerd in hoofdorde, werd afgewezen als ongegrond. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak. Bevestigt dat toepassing is gemaakt van artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik der gerechtszaken. Verklaart het hoger beroep van appellant q.q. ontvankelijk, doch wijst deze af als ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis. Verwijst appellant q.q. in de kosten van het hoger beroep, deze kosten aan de zijde van geïntimeerde begroot zijnde op 900 EUR rechtsplegingsvergoeding. Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend kamervoorzitter, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, Geert De la Ruelle, raadsheer, Bijgestaan door Kristoffel Goossens, griffier en uitgesproken door de kamervoorzitter in openbare terechtzitting op maandag vier januari tweeduizend en tien. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div