← België

ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100113.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 13 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100113.10 Rolnummer: 2008/AR/0127 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2010-03-05 Raadplegingen: 110 - laatst gezien 2026-07-02 21:13 Fiche

  1. Het Weens Koopverdrag kent slechts één uniform conformiteitsbegrip en maakt geen onderscheid tussen de vrijwaring voor verborgen gebreken en de leveringsplicht
  2. De koper moet de zaken binnen een, gelet op de omstandigheden zo kort mogelijke, termijn keuren of doen keuren. Hij verliest het recht om zich erop te beroepen dat de zaken niet aan de overeeenkomst beantwoorden, indien hij niet binnen en redelijke termijn, nadat hij dit ontdekt heeft of had behoren te ontdekken, de verkoper hiervan in kennis stelt onder opgave van de aard van de tekortkoming
  3. Goederen, die voor menselijke consumptie bestemd waren en aan snel bederf onderhevig, dienden onmiddellijk gekeurd te worden. Rekening gehouden met de aard van de goederen is de kennisgeving van beweerde niet-conformiteiten of gebreken die tien tot zestien dagen nadat zij de goederen had ontvangen, laattijdig.
  4. Artikel 9.1 van het Weens Koopverdrag bepaalt dat de partijen gebonden zijn door elke gewoonte waarmee zij hebben ingestemd en door alle handelswijzen die tussen hen gebruikelijk zijn.
  5. Er kan slechts sprake zijn van gebruikelijke handelswijzen wanneer een courante handelsrelatie bestaat tussen partijen die de betreffende handelswijze voldoende lang toepassen om verplichtingen naar de toekomst te scheppen. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT Vrije woorden: Weens koopverdrag - leveringsplicht - conformiteit - keuring goederen redelijke termijn Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 12 Kamer ________ Terechtzitting van 13 januari 2010 EINDARREST - In de zaak met het rolnummer 2008/AR/127 van: bvba EUROCHAMPIGNON, met zetel te 8770 Ingelmunster, Oostrozebekestraat 215, met ondernemingsnr. 0867.783.972, appellante tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, op tegenspraak gewezen door de vijfde kamer dd. 16-5-2007, oorspronkelijk verweerster, hebbende als raadsman mr. SUSTRONCK Geert, advocaat te 8500 Kortrijk, Burg. Nolfstraat 10 tegen : SP. Z O.O.NAWROT, met zetel te P 64-200 Wolsztyn, Nowe Tloki 68A, geïntimeerde, oorspronkelijk eiseres, hebbende als raadsman mr. TOPPET-HOEGARS Bernard, advocaat te 3700 Tongeren, Bilzersteenweg 263 velt het hof het volgend arrest. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting in hun middelen en conclusies en de door hen neergelegde stukken werden ingezien. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van dit hof op 15 januari 2008, heeft de nv Eurochampignon (hierna "Eurochampignon" genoemd), hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat op 16 mei 2007 tussen partijen op tegenspraak gewezen werd door de vijfde kamer van de rechtbank van koophandel te Kortrijk. Antecedenten
  6. Bij dagvaarding van 7 juli 2006 vorderde de SP. Z.O.O. Nawrot (hierna "Nawrot" genoemd) de veroordeling van Eurochampignon tot betaling van 16.575,02 EUR, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten aan 10% op 14.533,20 EUR en de gedingkosten. Nawrot zette uiteen dat zij champignons leverde aan Eurochampignon en dat vijf niet-geprotesteerde facturen, daterend van 12, 14, 15, 17 en 18 december 2005, voor een som van 14.533,20 EUR, onbetaald bleven. Zij vorderde, naast deze hoofdsom, 588,50 EUR rente vanaf de vervaldag der facturen aan 10% per jaar en 1.453,32 EUR invorderingskosten op grond van artikel 6 van de wet van 2 augustus 2002 tot bestrijding van de betalingsachterstand inzake handelstransacties. In de loop van het geding voor de eerste rechter herleidde Nawrot haar vordering, rekening houdend met de door Eurochampignon reeds vóór de dagvaarding uitgevoerde betalingen voor de som van 10.645,84 EUR. Uiteindelijk vorderde Nawrot een saldo van 3.887,36 EUR in hoofdsom, vermeerderd met 239,55 EUR intresten tot de dagvaarding en 722,79 EUR schadevergoeding, of samen 4.849,70 EUR, meer de gerechtelijke intresten aan 10% per jaar vanaf de dagvaarding op 4.610,15 EUR en de gedingkosten.
  7. Eurochampignon achtte de eis onontvankelijk, minstens ongegrond, en vorderde de veroordeling van Nawrot tot de gedingkosten. Zij zette uiteen dat in de handelsrelatie tussen partijen het gebruik bestond, waarbij zij de champignons keurde na levering, ze in categorieën indeelde naargelang van de kwaliteit en alleen de champignons van eerste kwaliteit betaalde aan de prijs, zoals bepaald in de factuur; voor de andere betaalde zij een lagere prijs en vervolgens schreef Nawrot een creditnota uit. Eurochampignon stelde dat zij, voor de leveringen waarop de litigieuze facturen betrekking hadden, bij faxbericht van 28 december 2005 liet weten welke hoeveelheden zij niet als van eerste kwaliteit kon aanvaarden en dat Nawrot daarmee instemde door niet te reageren op dit faxbericht. Zij verklaarde alles betaald te hebben wat zij verschuldigd was, rekening houdend met dit faxbericht. Zij verzocht Nawrot haar een creditnota te bezorgen voor het saldo van de facturen. In ondergeschikte orde stelde Eurochampignon dat de afrekening van Nawrot niet klopte. Zij argumenteerde dat één van de facturen, waarvan Nawrot betaling vorderde, namelijk de factuur nr. 05-WDT/2741 van 12 december 2005, niet 5.292,00 EUR bedroeg, maar slechts 4.233,60 EUR. Verder betwistte Eurochampignon dat er een overeenkomst bestond om rente aan te rekenen aan 10% per jaar en wees zij erop dat zij niet in gebreke was gesteld, zodat slechts intresten konden aangerekend worden aan de wettelijke rentevoet vanaf de dagvaarding. Ten slotte achtte Eurochampignon de voorwaarden voor de toekenning van een schadevergoeding op grond van de wet van 2 augustus 2002 niet vervuld. Minstens kon deze vergoeding volgens haar niet gecombineerd worden met een rechtsplegingsvergoeding en diende zij begroot te worden op maximaal 10% van het nog onbetaald gebleven bedrag van 2.828,96 EUR.
  8. De eerste rechter veroordeelde Eurochampignon tot betaling aan Nawrot van 4.503,67 EUR, te vermeerderen met de gerechtelijke rente op 4.276,10 EUR vanaf 7 juli 2006 tot de dag van de betaling, tegen de wettelijke rentevoet zoals vastgesteld in artikel 5 van de wet van 2 augustus
  9. Bovendien veroordeelde hij Eurochampignon tot de gerechtskosten, aan de zijde van Nawrot begroot op de kosten van dagvaarding en rolstelling. De eerste rechter achtte het door Eurochampignon voorgehouden gebruik niet bewezen. Hij stelde vast dat de historiek die Eurochampignon voorlegde, slechts twee creditnota's vermeldde, namelijk van 18 oktober 2005, waarvan bovendien niet duidelijk was waarom ze waren opgesteld. Onder verwijzing naar de ter zake toepasselijke bepalingen van het Verdrag van 11 april 1980 houdende het recht voor de internationale koopverkoop van roerende lichamelijke zaken (hierna "het Weens Koopverdrag" genoemd) overwoog de eerste rechter dat de keuring van de champignons, die bederfbare goederen zijn, direct na de levering diende plaats te vinden. Op 28 december 2005 kon volgens hem onmogelijk nog worden vastgesteld in welke toestand de champignons zich bevonden bij de levering, zodat elke organisatie van een tegensprekelijke controle onmogelijk was geworden. De eerste rechter overwoog dat Eurochampignon in de gegeven omstandigheden niet binnen redelijke termijn na de ontdekking van de beweerde niet-conformiteit geprotesteerd had en hij besloot dat zij gehouden was de facturen integraal te betalen. Met betrekking tot de factuur 05-WDT/2741 stelde de eerste rechter vast dat Eurochampignon niet betwistte dat er 360 kisten meer waren geleverd dan er op haar exemplaar van de factuur vermeld stonden, zodat Nawrot terecht aanspraak maakte op de betaling van 5.292,00 EUR. De eerste rechter overwoog verder dat, overeenkomstig artikel 78 van het Weens Koopverdrag, rente verschuldigd was vanaf de vervaldatum der facturen en dat de intrestvoet voorzien in artikel 5 van de wet van 2 augustus 2002 als internationale rentevoet kon worden weerhouden. Rekening houdend daarmee herleidde hij de gevorderde rentevoet tot 9,5% per jaar, zodat de tot de dagvaarding verschuldigde rente 227,57 EUR bedroeg. Verwijzend naar artikel 74 van het Weens Koopverdrag achtte hij een aanvullende schadevergoeding wegens invorderings-kosten, begroot op 10% van de hoofdsom of 388,74 EUR, gerechtvaardigd. Ten slotte acteerde hij dat Nawrot afstand deed van de rechtsplegingsvergoeding.
  10. In hoger beroep vraagt Eurochampignon dat het hof het bestreden vonnis tenietdoet en, opnieuw wijzende, de oorspronkelijke vordering onontvankelijk, minstens ongegrond verklaart en Nawrot veroordeelt tot de gedingkosten in beide aanleggen. Eurochampignon herhaalt dat de door haar voorgehouden werkwijze wel degelijk een gebruik was, dat in de handelsrelatie tussen partijen rechtscheppend werkte. Zij wijst erop dat Nawrot gedurende de handelsrelatie, die begon in februari 2005, in totaal 7 creditnota's afleverde. Zij stelt vast dat Nawrot geen andere verklaring geeft voor het opstellen van deze creditnota's dan het afkeuren door Eurochampignon van een deel van de levering. Dat het inhouden van een deel van de factuurprijs gebruikelijk was, wordt volgens Eurochampignon bevestigd door het feit dat Nawrot erkent dat dit de reden was voor de stopzetting van de handelsrelatie. Zij stelt dat het akkoord van Nawrot met de toepassing van de bestaande afspraken op de leveringen voor december 2005 blijkt uit het gebrek aan reactie van Nawrot op het faxbericht van 28 december 2005, waarin Eurochampignon meedeelde welke hoeveelheden niet aan de vereiste kwaliteiten beantwoordden. Eurochampignon betwist dat het protest op de leveringen van december 2005 laattijdig was. Zij stelt dat het op dezelfde manier gebeurde als voordien tussen partijen gebruikelijk was. Ten slotte wijst zij er nog op dat de aanvaarding van de inhoud van dit faxbericht ook volgt uit de vaststelling dat Nawrot niet reageerde wanneer Eurochampignon de betreffende facturen slechts gedeeltelijk betaalde. Zij besluit dat de eis van Nawrot moet afgewezen worden en herhaalt haar verzoek aan Nawrot om haar een creditnota te bezorgen voor het saldo van de facturen. In ondergeschikte orde betoogt Eurochampignon dat zij niet kan gehouden zijn 5.292,00 EUR te betalen op grond van de factuur WDT/2741, aangezien het exemplaar van deze factuur dat zij ontving slechts een prijs van 4.233,60 EUR vermeldde.
  11. Nawrot besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep en vraagt dat Eurochampignon veroordeeld wordt tot de gedingkosten in hoger beroep, begroot op 1.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding. Zij wijst erop dat Eurochampignon de facturen, waarop haar vordering betrekking heeft, nooit geprotesteerd heeft, de vrachtbrieven zonder enig voorbehoud heeft afgetekend en aldus de leveringen heeft aanvaard. Volgens haar steunt de aflevering van creditnota's op volstrekt andere commerciële motieven dan door Eurochampignon wordt beweerd. Zij acht de fax die Eurochampignon op 28 december 2005 verstuurd heeft en die betrekking had op leveringen, verricht tussen 12 en 18 december 2005, volstrekt laattijdig en ontkent daarmee te hebben ingestemd. Het door Eurochampignon voorgelegde rekeninguittreksel, waarop zij eenzijdige vermeldingen aanbracht in verband met creditnota's, bewijst volgens Nawrot niet dat zij instemde met de toezending van creditnota's. Nawrot verklaart dat zij omwille van de moeilijkheden om betaling te bekomen van haar leveringen, creditnota's heeft opgesteld, doch Eurochampignon daarvan een gewoonte poogde te maken, die Nawrot niet aanvaardde en dat zij, precies omwille van de eenzijdige inhoudingen door Eurochampignon, de handelsrelatie stopzette. Wat de factuur WDT/2741 betreft, benadrukt Nawrot dat de aangerekende goederen overeenstemmen met de hoeveelheden, zoals vermeld op de door Eurochampignon ondertekende vrachtbrief en dat haar wel degelijk de correcte factuur van 5.292,00 EUR werd toegezonden. Beoordeling I.
  12. Er ligt geen exploot van betekening van het bestreden vonnis voor en de partijen houden evenmin voor dat het betekend werd. Het hoger beroep van Eurochampignon, dat tijdig werd ingesteld en regelmatig is naar de vorm, is ontvankelijk.
  13. Eurochampignon besluit in hoger beroep nog steeds tot de onontvankelijkheid van de vordering van Nawrot, doch motiveert dit niet. Nawrot is procesbekwaam en beschikt over de vereiste hoedanigheid en het belang om haar vordering in te stellen. Alle verweer van Eurochampignon betreft de gegrondheid van de vordering, terwijl het hof zelf het bestaan niet vaststelt van ambtshalve op te werpen gronden van onontvankelijkheid. De vordering van Nawrot is bijgevolg ontvankelijk.
  14. In de mate dat Eurochampignon - zoals zij reeds deed voor de eerste rechter en weliswaar slechts in de overwegingen van haar conclusie - Nawrot verzoekt een creditnota af te leveren, stelt zij een tegenvordering in, die eveneens ontvankelijk is. De eerste rechter heeft daarover geen uitspraak gedaan. II.
  15. De vordering betreft het saldo van de prijs die Eurochampignon volgens Nawrot verschuldigd blijft voor levering van champignons, die blijkens de vrachtbrieven op de zetel van Eurochampignon geleverd werden op 12, 14, 15, 17 en 18 december
  16. Eurochampignon heeft deze goederen zonder enig voorbehoud in ontvangst genomen. Op 28 december 2005 richtte zij een faxbericht, gedateerd 23 december 2005, aan Nawrot waarin zij, met betrekking tot elk van de voormelde leveringen, opgave deed van bepaalde hoeveelheden champignons die zij verwierp ("rejection"), met de mededeling dat zij daarvoor een lagere prijs zou betalen. Eurochampignon houdt voor dat de betreffende champignons van mindere kwaliteit zijn en dat dit een prijsreductie verantwoordt.
  17. Het ter zake tussen partijen toepasselijke Weens Koopverdrag kent slechts één uniform conformiteitsbegrip en maakt geen onderscheid tussen de vrijwaring voor verborgen gebreken en de leveringsplicht (vgl.: DE GROOT, S., Non-conformiteit volgens het Weens Koopverdrag, T.P.R., 1999, p. 635 e.v.). De koper moet de zaken binnen een, gelet op de omstandigheden zo kort mogelijke, termijn keuren of doen keuren. Hij verliest het recht om zich erop te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden, indien hij niet binnen een redelijke termijn, nadat hij dit ontdekt heeft of had behoren te ontdekken, de verkoper hiervan in kennis stelt onder opgave van de aard van de tekortkoming (art. 38 en 39 WEENS KOOPVERDRAG; vgl.: HERBOTS, J.H., Verplichtingen van de verkoper, in: VAN HOUTTE, e.a., Het Weens Koopverdrag, nr. 4.58, p. 142). De zaken die het voorwerp uitmaakten van de leveringen door Nawrot waren champignons. Deze goederen, die voor menselijke consumptie bestemd waren en aan snel bederf onderhevig, dienden onmiddellijk gekeurd te worden door Eurochampignon. Rekening gehouden met de aard van de goederen is de kennisgeving van beweerde niet-conformiteiten of gebreken die Eurochampignon deed tien tot zestien dagen nadat zij de champignons had ontvangen, laattijdig. Op dat ogenblik was elke tegensprekelijke controle omtrent de toestand van de goederen op het ogenblik van de levering onmogelijk geworden. Eurochampignon kan er zich met betrekking tot de betreffende leveringen dan ook niet op beroepen dat de door haar opgegeven hoeveelheden champignons niet beantwoordden aan de overeen-komst, aangezien zij Nawrot niet binnen een - gelet op de aard van de goederen - redelijke termijn daarvan in kennis heeft gesteld.
  18. Eurochampignon houdt voor dat tussen partijen een handelsgebruik bestond, op grond waarvan zij, bij keuring van de goederen een onderscheid maakte tussen champignons van eerste kwaliteit, die zij betaalde aan de gefactureerde prijs, en deze van mindere kwaliteit, waarvoor zij dan een lagere prijs betaalde. 3.
  19. Artikel 9.1 van het Weens Koopverdrag bepaalt dat de partijen gebonden zijn door elke gewoonte waarmee zij hebben ingestemd en door alle handelwijzen die tussen hen gebruikelijk zijn. De manier waarop koper en verkoper in het verleden met elkaar handelden, kan de verwachting scheppen dat deze handelwijze ook in de toekomst moet worden gevolgd, indien de partijen niet het tegendeel bedingen of duidelijk maken dat de vroegere praktijken niet meer zullen gelden voor de nieuwe overeenkomsten. Er kan evenwel slechts sprake zijn van gebruikelijke handelwijzen wanneer een courante handelsrelatie bestaat tussen partijen die de betreffende handelwijze voldoende lang toepassen om verplichtingen naar de toekomst te scheppen. 3.
  20. De historiek van de rekening van Nawrot, die Eurochampignon voorlegt, vermeldt 43 facturen in de periode vanaf 23 februari 2005 tot en met 10 december 2005 (dus voorafgaand aan de litigieuze facturen, die het voorwerp uitmaken van de oorspronkelijke vordering van Nawrot). Deze historiek vermeldt over dezelfde periode 7 creditnota's, die samen betrekking hebben op slechts 5 verschillende facturen. In verband met de leveringen, waarvoor creditnota's werden opgesteld, liggen bovendien 3 vrachtbrieven voor, waarop melding is gemaakt van een "retour" of terugzending van goederen. Aldus blijken slechts enkele creditnota's betrekking te hebben op prijsvermindering voor goederen die - zoals de in betwisting zijnde leveringen - aanvaard werden. Bovendien blijkt niet wanneer, in deze gevallen, de kwaliteits-problemen gemeld werden. Noch uit deze historiek, noch uit andere stukken of gegevens van het dossier, kan worden afgeleid dat omtrent de door Eurochampignon met betrekking tot de leveringen van 12 tot 18 december 2005 toegepaste werkwijze, waarbij zij eenzijdig besliste welke hoeveelheden niet aan de norm beantwoordden en bepaalde welke prijs zij daarvoor betaalde, tussen partijen een gebruik of de gewoonte bestond, die verbintenissen deed ontstaan in hoofde van Nawrot. 3.
  21. Eurochampignon kan geen argument putten uit de verklaring van Nawrot dat zij de samenwerking stopzette omwille van het feit dat Eurochampignon dezelfde handelwijze eerder reeds had toegepast en Nawrot dan noodgedwongen een creditnota had opgesteld. Dit houdt geen erkenning in van het bestaan van een gebruik of gewoonte, die veronderstelt dat beide partijen instemmen met een handelwijze. Nawrot geeft integendeel te kennen dat zij het daarmee niet eens was. Doch zelfs indien uit het opmaken van een creditnota afgeleid zou worden dat zij daarmee uiteindelijk instemde in deze specifieke gevallen, dan kan dit, gelet op het geringe aantal keren dat dit gebeurde in verhouding tot het aantal leveringen en facturen, niet worden beschouwd als een gebruik of gewoonte, waaruit verbintenissen ontstonden met betrekking tot toekomstige leveringen.
  22. Eurochampignon houdt voor dat de instemming van Nawrot met de inhoud van het faxbericht van 28 december 2005 blijkt uit haar gebrek aan protest of reactie daarop. Het stilzwijgen is als zodanig geen bron van verbintenis. Artikel 18.1 van het Weens Koopverdrag bepaalt trouwens uitdrukkelijk dat het stilzwijgen op zich niet geldt als aanvaarding Eurochampignon toont niet aan dat er omstandigheden zijn, waardoor dit stilzwijgen verbintenisscheppende gevolgen zou kunnen hebben. Waar Eurochampignon verklaarde dat haar handelwijze berustte op een gewoonte en Nawrot op grond van de inhoud van het faxbericht een creditnota had dienen op te stellen, moet vastgesteld worden dat zij deze creditnota niet ontving en daar blijkbaar verder ook niet naar vroeg. Ook uit het feit dat geen protest van Nawrot tegen de onvolledige betaling van de facturen voorligt kan in de gegeven omstandigheden geen akkoord worden afgeleid. De betalingen gebeurden pas op 26 januari 2006 en 13 maart
  23. Op 7 juli 2006 werd de dagvaarding betekend waarbij het geding voor de eerste rechter werd ingeleid. Uit de verstreken termijn kan, mede gelet op het feit dat Nawrot een in Polen gevestigde vennootschap is en het geding diende gevoerd te worden voor een Belgische rechter, niet besloten worden dat zij de door Eurochampignon gewenste prijsvermindering aanvaardde. III. Er blijken twee versies te bestaan van de factuur 05-WDT/
  24. Eurochampignon legt een exemplaar voor dat een totale prijs van 4.233,60 EUR vermeldt; volgens het exemplaar van Nawrot is dit 5.292,00 EUR. Nawrot verklaart dit door erop te wijzen dat oorspronkelijk 1.440 kisten besteld waren, zoals vermeld op de - oorspronkelijke - factuur van 4.233,60 EUR, doch dat deze bestelling uiteindelijk uitgebreid werd tot 1.800 kisten, wat het opstellen van een nieuwe factuur voor het hogere bedrag van 5.292,00 EUR tot gevolg had. Nawrot beweert dat zij ook deze tweede factuur aan Eurochampignon heeft overgemaakt. Zij bewijst dit niet. Wel zijn de bijkomende 360 kisten vermeld op de vrachtbrief en betwist Eurochampignon ook niet ze ontvangen te hebben, noch dat daarvoor de overeengekomen prijs wordt aangerekend. Bovendien heeft Eurochampignon met de mededeling door Nawrot van de factuur voor 5.292,00 EUR in het kader van dit geding er in elk geval kennis van gekregen. Zij is gehouden tot betaling van alle geleverde goederen. IV. In hoger beroep formuleert Eurochampignon geen grief, noch voert zij concreet verweer over de intresten en de schadevergoeding, waartoe zij veroordeeld werd door de eerste rechter. De toekenning van deze bedragen gebeurde in toepassing van de artikelen 78 en 74 van het Weens Koopverdrag. Ook op dit punt wordt het bestreden vonnis bevestigd. V. Uit hetgeen beslist is in verband met de hoofdvordering van Nawrot, volgt dat de tegenvordering van Eurochampignon, strekkende tot het bekomen van een creditnota, ongegrond is. VI. Gelet op de ongegrondheid van het hoger beroep, zijn de gerechtskosten in hoger beroep ten laste van de nv Eurochampignon. Rekening houdend met de waarde van de vordering in hoger beroep, bedraagt het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding 650,00 EUR. Het blijkt niet dat aan de wettelijke voorwaarden voldaan is om daarvan af te wijken. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak; Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep van de nv Eurochampignon ontvankelijk, doch ongegrond; Bevestigt het bestreden vonnis; Verklaart de tegenvordering van de nv Eurochampignon ontvankelijk, doch ongegrond; Veroordeelt de nv Eurochampignon tot de gedingkosten in hoger beroep, aan de zijde van de SP Z.O.O. Nawrot begroot op 650,00 EUR rechtsplegingsvergoeding; Onverminderd de toepassing van artikel 1024 van het gerechtelijk wetboek. Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, de 12e kamer, rechtdoende in burgerlijke zaken, op heden 13-1-
  25. Aanwezig: - A. Van de Putte, raadsheer, waarnemend voorzitter ; - E. Dursin, raadsheer; - G. Danneels, raadsheer; - B. De Wilde, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.