← België

ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100201.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 01 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100201.11 Rolnummer: Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-04-29 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-07-02 21:19 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Vordering (eis) - Algemeen Vrije woorden: Rechtstreekse vordering onderaannemer - onderpand - beschikbaarheid op het ogenblik van het instellen van de rechtstreekse vordering - eerder derdenbeslag leidt tot onbeschikbaarheid. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7e Kamer ------------------ Terechtzitting van 01-02-2010 ---------------------- Na tussenarrest van 25 mei 2009 Nr. 2007/AR/2450 ------------------------ in de zaak van : N.V. DE KEYSER ELEKTROTECHNIEK, met maatschappelijke zetel te 9690 Kluisbergen, Zonnestraat 4b en met ondernemingsnummer 0462.125.519, appellante tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Oudenaarde van 26 juni 2007, hebbende als raadsman mr. Pascal Hooreman, advocaat met kantoor te 9600 Ronse, Coupl'Voie 87, tegen C.V.B.A. DE NIEUWE HAARD, met maatschappelijke zetel te 9600 Ronse, Fr. Rooseveltplein 11 bus 1 en met ondernemingsnummer 0400.217.644, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Marie-Paule Gremonprez, advocaat met kantoor te 9600 Ronse, Hoogstraat 28/101, Velt het hof volgend arrest

  1. Gegevens na het tussenarrest van 25 mei 2009 1.
  2. Het Hof verwijst partijen naar het tussenarrest van 25 mei 2009 voor wat de daarin uiteengezette feiten, procedurevoorgaanden, grieven en vorderingen in graad van beroep betreft. Voormeld tussenarrest stelde vast dat de betwisting in hoger beroep beperkt bleef tot de vraag of de schriftelijke verklaring van 6 december 2004 en het schrijven van geïntimeerde van 24 december 2004 al dan niet kunnen beschouwd worden als een ondubbelzinnige aanspraak op rechtstreekse betaling door geïntimeerde in toepassing van artikel 1798 B.W.. Het stelde tevens vast dat - voor zover de voormelde stukken als de uitoefening van de rechtstreekse vordering in aanmerking mochten worden genomen - er nog betwisting bestond over de toekenning respectievelijk de uitoefening van deze rechtstreekse vordering. 1.
  3. Het tussenarrest stelde tevens vast dat uit de aan het hof voorgelegde stukken bleek dat zowel de BVBA RENOPLAK als de NV PUMPING & MIXING SERVICE bij gerechtsdeurwaarderexploten van respectievelijk 1 en 16 december 2004 bewarend beslag onder derden hebben gelegd bij geïntimeerde en er zich uitdrukkelijk hebben tegen verzet dat laatstgenoemde "zich zou ontdoen of bevrijden van alle sommen, waarden, bedragen en of roerende goederen, die zij heeft, of zal hebben, verschuldigd is of zal zijn, toekomende of zullende toekomen aan" BVBA Bouwbedrijf Devos & Cie. Het stelde verder nog vast dat - vooraleer zich uit te spreken over de vraag of de schriftelijke verklaring van 6.12.2004 en het schrijven van geïntimeerde van 24.12.2004 al dan niet kunnen beschouwd worden als een ondubbelzinnige aanspraak op rechtstreekse betaling door geïntimeerde in toepassing van artikel 1798 B.W. - de vraag rees of de voormelde derdenbeslagen, waaronder zeker het derdenbeslag van 1 december 2004 dat zich vòòr de voormelde stukken van 6 en 24 december 2004 situeert, de uitoefening van de rechtstreekse vordering al dan niet in het gedrang brengen. 1.
  4. Waar partijen omtrent voormelde vraagstelling nog geen standpunt hadden ingenomen, heropende het tussenarrest van 25 mei 2009 ambtshalve de debatten teneinde partijen toe te laten hieromtrent nader te concluderen.
  5. Standpunten van partijen nà tussenarrest 2.
  6. In haar besluiten na tussenarrest argumenteert geïntimeerde dat het onvolmaakte karakter van de rechtstreekse vordering impliceert dat een eerder in handen van de bouwheer gelegd derdenbeslag de uitoefening van de rechtstreekse vordering uitsluit, omdat een dergelijk beslag de onbeschikbaarheid van de schuldvordering met zich mee brengt. Vermits het recht van onderaannemer slechts ontstaat op het ogenblik dat het wordt uitgeoefend, kan - aldus nog geïntimeerde - de aanspraak van de onderaannemer geen afbreuk doen aan de rechten van de andere schuldeisers van de hoofdaannemer die voordien gereageerd hebben. Geïntimeerde besluit dat tengevolge van de werking van het voorafgaand derdenbeslag, het niet meer mogelijk is om op rechtsgeldige en tegenstelbare wijze een rechtstreekse vordering in te stellen. 2.
  7. Appellante is van oordeel dat indien andere schuldeisers van de hoofdaannemer een anterieur derdenbeslag hebben gelegd in handen van de bouwheer, er eventueel een situatie van samenloop kan ontstaan tussen haarzelf en deze schuldeisers waarbij de gerechtsdeurwaarder dan tot evenredige verdeling moet overgaan. Met andere worden, aldus nog appellante, leidt een eventueel anterieur derdenbeslag niet tot de ongegrondheid van de rechtstreekse vordering, maar tot de eventuele onuitvoerbaarheid ervan gelet op de samenloop. Tenslotte wijst appellante er nog op dat het volstaat dat op het ogenblik dat de onderaannemer de rechtstreekse vordering instelt, de schuldvordering op de bouwheer zich in het vermogen van de hoofdaannemer bevindt en het derhalve van belang is te weten hoeveel geïntimeerde op die dag nog verschuldigd was aan de hoofdaannemer, wat naar haar oordeel hier niet bekend is.
  8. Beoordeling 3.
  9. Artikel 1798 B.W. verleent onder meer aan onderaannemers gebezigd bij het oprichten van een gebouw of voor andere werken die bij aanneming zijn uitgevoerd, een rechtstreekse vordering tegen de bouwheer tot beloop van hetgeen door deze aan de aannemer verschuldigd is op het ogenblik dat de rechtstreekse vordering wordt ingesteld. Waar deze rechtstreekse vordering slechts definitief gestalte krijgt op het ogenblik van het instellen ervan, moet het onderpand - meer bepaald de schuldvordering van de hoofdaannemer op de bouwheer - nog beschikbaar zijn in vermogen van de hoofdaannemer op het moment van het uitoefenen van de rechtstreekse vordering. Een eerder in handen van de bouwheer gelegd derdenbeslag heeft de onbeschikbaarheid van de schuldvordering van de hoofdaannemer op de bouwheer tot gevolg zodat vanaf de datum van voormeld derdenbeslag de in artikel 1798 B.W. bedoelde rechtstreekse vordering niet meer kan worden ingesteld. (Cass. 23 september 2004, Arr.Cass. 2004, afl. 9, 1459; Cass. 27 mei 2004, R.W. 2003- 2004, 1723, T.B.H. 2004, 899 met noot J. W.... en T. H....; Antwerpen 13 december 2001, T.B.H. 2002, 466; Antwerpen 13 december 2001, T.B.H. 2002, 470 met noot W. D.....; K. V.... en S. V.... L....., ‘Rechtstreekse vordering van onderaannemer en samenloop' NJW 2005, 146 e.v.) Het hof bevestigt dan ook, zij het op andere gronden, het bestreden vonnis. 3.
  10. Op grond van wat voorafgaat komen de overige middelen en argumenten van partijen niet meer relevant voor, zodat het hof er niet verder op ingaat. 3.
  11. In toepassing van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger.W. verwijst het hof appellante in de aan de zijde van geïntimeerde gevallen kosten van het hoger beroep. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, Recht doende op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk maar niet gegrond, Bevestigt, zij het op andere gronden, het bestreden vonnis, Veroordeelt appellante tot betaling van de aan de zijde van geïntimeerde gevallen kosten van het hoger beroep, begroot op 2.000,00 EUR als rechtsplegingsvergoeding hoger beroep. Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit: Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend kamervoorzitter, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, Geert De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door Kristoffel Goossens, griffier en uitgesproken door de kamervoorzitter in openbare terechtzitting op maandag één februari tweeduizend en tien. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.