id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 18 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100218.13 Rolnummer: 2008/AR/2065 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-05-20 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-07-02 21:25 Fiche Een tussen een advocaat, die een professionele fout heeft begaan, en zijn vroegere cliënt, die het slachtoffer is van deze fout, gesloten dading kan worden nietig verklaard op grond van artikel 2053, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Tot dergelijk bedrog kan worden besloten, als er bij de totstandkoming van de dading bedrieglijke kunstgrepen werden aangewend, zoals het overhaastig sluiten van de overeenkomst, het moedwillig ontwijken van de raadsman of de verzekeraar van de tegenpartij of het misbruik maken van de zwakheid van de tegenpartij. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Aansprakelijkheid advocaat Vrije woorden: Advocaat - professionele fout - dading met cliënt - nietigheid wegens bedrog. Tekst van de beslissing HOF VAN BEROEP TE GENT *** 1e kamer *** terechtzitting van 18 februari 2010 TUSSENARREST (deels ten gronde - conclusietermijnen - in voortzetting op 18.11.2010, 09u30) (definitief t.a.v. Allianz Belgium nv) 2008/AR/2065 in de zaak van: H............H.........., ere-advocaat, wonende te ............................., appellant, hebbende als raadsman mr. MOEYKENS Fernand, advocaat te 8310 SINT-KRUIS (BRUGGE), Puienbroeklaan 33 tegen:
- B............. J............., invalide, wonende te ....................., eerste geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. VAN SCHOUBROECK Thierry, advocaat te 2300 TURNHOUT, Oude Vaartstraat 33
- ALLIANZ BELGIUM N.V., met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Lakensestraat 35, ingeschreven met KBO-nummer 0403.258.197, tweede geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. SPRIET Hans, advocaat te 8000 BRUGGE, Maria van Bourgondiëlaan 29 bus 8 wijst het hof het volgend arrest: Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit hof op 7 augustus 2008 heeft H.......... H............. ten aanzien van J........ B........ en N.V. Allianz Belgium tijdig en op regelmatige wijze hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 8 mei 2008, op tegenspraak gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, vierde kamer. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de neergelegde conclusies en stukken werden ingezien. voorgaanden
- J......... B.............(eerste geïntimeerde) is op 7 september 1982 het slachtoffer geworden van een arbeidsongeval, waarbij hij een verlamming van het onderlichaam opliep, naast andere zware verwondingen. Naar B.......... voorhoudt, werd in de procedure nopens de aansprakelijkheid voor dit ongeval een fout begaan (onder meer het niet aanwenden van een rechtsmiddel) door zijn toenmalige raadslieden, H......... H.......... (appellant) en H.... T....(oorspronkelijk medeverweerster, thans niet meer inzake), waardoor de schadevergoeding ten laste van de aansprakelijke partij (Travhydro) beperkt bleef tot 50 %, daar waar van deze partij 100 % vergoeding had kunnen bekomen worden. Op grond hiervan vordert B........... met dagvaarding van 11 maart 2002 van H........ en T......een vergoeding van euro 750.000,00, te vermeerderen met de intresten vanaf 7 september
- Bij conclusie neergelegd op 17 april 2003 is N.V. AGF Belgium Insurance, thans N.V. Allianz Belgium (tweede geïntimeerde), verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid van de beide advocaten, vrijwillig in het geding tussengekomen. Op 27 september 2005 sluit deze verzekeringsmaatschappij met B............ een dading, waarbij: - B......... afstand doet van rechtsvordering ten overstaan van T........; - overeengekomen wordt dat, gelet op de dekkingslimiet, de waarborgverlening ten voordele van H.......... wordt begroot op euro 320.918,82, intresten inbegrepen; - de maatschappij er zich toe verbindt om uiterlijk op 15 oktober 2005 het bedrag van euro 200.000,00 over te schrijven op de derdenrekening van de raadsman van B.........; - B......... erkent dat de maatschappij volledig en H......... ten bedrage van euro 320.918,82 bevrijd zijn en hij afstand doet van de rechtstreekse uitoefening van zijn vordering tegen AGF, die deze afstand aanvaardt, zonder aanspraak te maken op vergoeding van kosten. Op 14 november 2005 komt een tweede overeenkomst van dading tot stand tussen H......... en B..........., waarbij wordt bedongen dat: - B........... afstand doet van zijn vordering tegen H............ en er zich toe verbindt deze afstand van rechtsvordering in besluiten neer te leggen; - deze afstand van rechtsvordering tot stand is gekomen mits betaling door H.......... van de forfaitaire som van euro 50.000,00 en dit voor slot van alle rekeningen; - B.........erkent dit bedrag van H...........t te hebben ontvangen. Naderhand vordert H.............. in conclusies het bedrag van euro 50.000,00 terug van zijn verzekeraar Allianz Belgium, omdat: - hij zich had verzet tegen iedere buiten hem om gesloten dading; - met de dading van 27 september 2005 de maatschappij enkel tot doel had zichzelf te beschermen en aldus de rechten van haar verzekerde op foutieve wijze heeft miskend. B........... van zijn kant vordert de vernietiging van de met H..........gesloten dading op grond van bedrog, alsook dat het bedrag van euro 50.000,00 wordt aangerekend als voorschot op het totaal bedrag dat hem zou kunnen toekomen, onder aftrek van euro 320.918,
- De eerste rechter wijst vooreerst de vordering van H............ tegen Allianz Belgium af, omdat zijn verzet tegen een eventuele dading dateert van na 27 september 2005 en de handelwijze van de verzekeringsmaatschappij niet foutief was en hem geen nadeel heeft berokkend. De dading gesloten tussen H..........en B...........wordt vernietigd op grond van artikel 2053, lid 2 van het burgerlijk wetboek (bedrog), omdat wordt aangenomen dat B............, die zich in een zwakke positie bevond en bij de totstandkoming van deze overeenkomst in geldnood en onzekerheid verkeerde, de overeenkomst niet zou hebben ondertekend indien hij geweten had dat het door Allianz Belgium beloofd bedrag hem binnen de kortste tijd daarna zou bereiken en indien hij door H.............. op de hoogte was gesteld van de gevolgen van de dading. Aldus wordt in het bestreden vonnis: - gezegd dat ingevolge de dading van 27 september 2005 Allianz Belgium volledig en H........... tot het bedrag van euro 320.918,82 bevrijd zijn; - ervan akte genomen dat B......... afstand van rechtsvordering heeft gedaan wat betreft zijn eis tegen T..... en tegen Allianz Belgium, zowel in de mate deze maatschappij bij rechtstreekse vordering wordt aangesproken als verzekeraar van T...., als van H.......; - akte verleend dat B...... bevestigt dat H..... bevrijd is van zijn vergoedingsplicht tot beloop van euro 247.893,52 in hoofdsom en euro 73.025,30 aan intresten, hetzij in het totaal euro 320.918,82, en dit bedrag in aftrek brengt van zijn saldo-aanspraken; - ervan akte genomen dat B..... zijn vordering tegen H..... nog enkel verder uitput voor de eventuele schadevergoeding die hem bovenop het bedrag van euro 320.918,82, berekend per 15 oktober 2005, zou kunnen toekomen, waartoe hij zijn aanspraken beperkt; - gezegd dat de door H.....t en B..... op 14 november 2005 gesloten dading vernietigd wordt; - gezegd dat de terugvordering van het door H....aan B...... uitbetaald bedrag van euro 50.000,00 tegenover Allianz Belgium ongegrond is en desgevallend een aanbetaling uitmaakt van nog verschuldigde bedragen; - gezegd dat elke tegen T.... gestelde vordering vervallen is door verjaring; - de zaak voor verdere behandeling verzonden naar de zitting van 11 september 2008, nadat het hof van beroep te Gent uitspraak zal hebben gedaan over de aan B........ toekomende schadevergoeding.
- H...... stelt tegen deze beslissing een beperkt hoger beroep in, dat er thans enkel nog toe strekt te horen zeggen voor recht dat de vordering van B........ vervallen is ingevolge de tussen beide partijen gesloten overeenkomst van dading. Aanvankelijk vroeg H...... ook de veroordeling van Allianz Belgium tot betaling van euro 50.000,00, maar van deze vordering werd in de loop van de appelprocedure afstand gedaan nadat een dading was tot stand gekomen tussen H.............. en Allianz Belgium, zoals vermeld in hun gezamenlijke conclusie neergelegd op 1 april
- Baeyens besluit tot de afwijzing van het hoger beroep en de bevestiging van het bestreden vonnis voor alle bepalingen die hem aanbelangen. Verder vraagt hij akte te nemen van het aanbod dat hij vrede neemt met een bedrag van euro 522.857,25, meer de intresten, zoals bepaald in een arrest van dit hof van 12 juni 2008 in de zaak tegen Travhydro (voor zover dit aanbod wordt aanvaard tegen uiterlijk 21 januari 2010). Tevens stelt hij incidenteel hoger beroep in, waarmee hij de toekenning van een verdere provisie van euro 250.000,00 beoogt. beoordeling
- Krachtens artikel 1068 van het gerechtelijk wetboek maakt het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep, die de zaak alleen dan naar de eerste rechter mag verwijzen, indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt. In deze werd in het bestreden vonnis geen onderzoeksmaatregel bevolen, zodat er geen grond bestaat om de zaak terug te verwijzen naar de eerste rechter en het hof de zaak tot zich dient te trekken.
- In zijn appelconclusies gaat H...... nog uitgebreid in op de feiten die ten grondslag liggen aan de huidige vordering. Voor zover dit zou impliceren dat er nog betwisting blijft bestaan omtrent de hem verweten professionele fout, laat het hof de volgende overwegingen gelden. Zelfs los van de discussie over hetgeen door de raadslieden van B......werd gezegd op de zitting van de rechtbank van koophandel te Gent van 2 november 1988 (zonder dat in dit verband iets op het zittingsblad werd geacteerd), waarna bij vonnis van 15 maart 1989 werd beslist dat Travhydro slechts tot beloop van de helft dient in te staan voor de door B............... geleden schade, staat deze fout buiten elke twijfel vast. De rechtbank van koophandel heeft in zijn vonnis van 21 oktober 1992 nog een vergeefse poging ondernomen om alsnog op deze beslissing terug te komen (in die zin dat de schade toch integraal kon worden verhaald op Travhydro), maar de eerste kamer van dit hof heeft in zijn arrest van 9 mei 1997, na te hebben vastgesteld dat het vonnis van 15 maart 1989 op 14 juni 1989 ten verzoeke van B............ betekend was aan Travhydro, het vonnis van 21 oktober 1992 teniet gedaan en definitief beslist dat het vonnis van 15 maart 1989 kracht van gewijsde had bekomen (ook ten overstaan van de partijen op wiens verzoek de betekening plaats vond). Het was een ernstige professionele fout van de raadsman van B...... dat geen rechtsmiddel werd aangewend tegen het vonnis van 15 maart 1989, waarin (in strijd met de equivalentieleer) werd beslist dat Travhydro, als mede-aansprakelijke op grond van artikel 1382 van het burgerlijk wetboek, slechts in verhouding tot haar aandeel (de helft) diende in te staan voor de door het slachtoffer geleden schade.
- Ingevolge de tussen H........ en Allianz Belgium in de loop van de appelprocedure tot stand gekomen dading beperkt het geschil zich thans tot de betwisting nopens de rechtsgeldigheid van de op 14 november 2005 tussen H............ en B............. gesloten overeenkomst van dading. Deze overeenkomst luidt als volgt: "Tussen ... wordt overeengekomen wat volgt: - Voor de uiteenzetting verwijzen partijen naar de tekst van de dading inzake AGF/B..........., althans alinea 1, 2, 3 en
- - De heer J......... B............. doet thans ook afstand van zijn eis tegenover Meester H......... H..............t en verbindt er zich toe deze afstand van rechtsvordering in besluiten neer te leggen. - Deze afstand van rechtsvordering is tot stand gekomen mits betalen door Meester H.........H............ van een forfaitaire som van 50.000 euro en dit voor slot van alle rekeningen. - Dit bedrag erkent de heer J.......... B.......... heden van Meester H........ H.............. te hebben ontvangen". Volgens B........., die daarin niet wordt tegengesproken door H............., gebeurde de betaling door middel van een cheque van euro 25.000,00 en hetzelfde bedrag in cash.
- Op vordering van B.............. heeft de eerste rechter deze dading nietig verklaard op grond van bedrog (artikel 2053, lid 2 van het burgerlijk wetboek). Tot het bestaan van een dergelijk bedrog kan worden besloten als er sprake is van het aanwenden van bedrieglijke kunstgrepen, zoals het overhaastig afsluiten van een overeenkomst, het moedwillig ontwijken van de raadsman of de verzekeraar van de tegenpartij of het misbuik maken van de zwakheid van de tegenpartij (B. T.......... e.a., A.P.R. D........, nummers 466-480). Deze elementen zijn hier ruimschoots voorhanden. * De overeenkomst werd ongetwijfeld overhaastig gesloten. Het staat immers vast dat H......... op maandag 14 november 2005 omstreeks het middaguur B............. thuis heeft opgezocht en hem toen een getypt document (waarop enkel nog een bedrag diende te worden ingevuld) ter ondertekening heeft voorgelegd. In ruil voor zijn handtekening zou B...........onmiddellijk euro 50.000,00 ontvangen (waarvan euro 25.000,00 in contanten). Zoals de eerste rechter terecht heeft opgemerkt, zijn het tijdstip en de haast waarmee de dading werd gesloten, niet toevallig. H......... wist immers dat, nadat hij zijn verzet tegen de dading tussen B........... en Allianz Belgium van 27 september 2005 had moeten opgeven, het bedrag van euro 200.000,00, dat Allianz Belgium ingevolge deze dading verschuldigd was, eerstdaags aan B.......... zou worden uitbetaald, zodat hij hem inderhaast heeft opgezocht. Op maandagmiddag 14 november 2005 was de betaling aan B...........nog geen feit. Hij heeft toen weliswaar telefonisch contact gehad met zijn raadsman, maar deze kon hem de betaling toen nog niet bevestigen. In hoofde van B..........bleef derhalve (financiële) onzekerheid bestaan, hetgeen er hem mede heeft toe aangezet de overeenkomst van dading te ondertekenen. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door de verklaring van advocaat H.... S.........., die bevestigt dat hij op maandag 14 november 2005 werd opgebeld door H...........vanuit de woning van B.............en hij alsdan heeft medegedeeld dat het door Allianz Belgium verschuldigd bedrag was gestort op de derdenrekening van de advocaat van B................ Waar deze betaling, krachtens de voorwaarden van de dading van 27 september 2005, reeds had moeten zijn uitgevoerd tegen uiterlijk 15 oktober 2005 (hetgeen niet was gebeurd ingevolge het verzet van H............), kan worden aangenomen dat deze belofte aan B............ geen voldoende zekerheid verschafte. * Als (inmiddels gewezen) advocaat is H................ bijzonder goed op de hoogte van de wijze waarop in dergelijke geschillen een dading gewoonlijk tot stand komt. Beide partijen hadden een raadsman en indien partijen de intentie hadden een geschil omtrent de begroting van een schadevergoeding te beëindigen met een dading, zou dit normaliter het resultaat geweest zijn van onderhandelingen tussen de raadslieden, minstens zouden deze erbij betrokken worden. Het plotse, onaangekondigd bezoek aan B........... (zonder de raadslieden hiervan in kennis te stellen) was dan ook hoogst ongewoon en kan enkel worden uitgelegd door de haast die H................(om de hiervoor uiteengezette redenen) had om de instemming van B.......... met een dading te bekomen, en zijn bedoeling daarbij diens raadsman buitenspel te zetten. Dat daar (deontologisch) niets fout aan was, omdat H.............toen niet handelde als advocaat maar als betrokken partij, doet hier niet aan af. * B............... bevond zich ongetwijfeld in een zwakke positie ten overstaan van advocaat H........... - Vooreerst bevond hij zich als bouwvakker in een intellectueel zwakkere positie. Op het ogenblik dat B...............de betaling van euro 50.000,00 aanvaardde ‘voor slot van rekeningen' kon hij nog geen duidelijk idee hebben van het reëel bedrag van de schadevergoeding die hem door een rechter zou worden toegekend ter vergoeding van de schade veroorzaakt door de fout van H............ (het arrest van dit hof van 12 juni 2008 heeft de totale schade in hoofde van B............ ten gevolge van het ongeval van 7 september 1982 begroot op euro 1.045.714,50, exclusief intresten, waarvan de helft of euro 522.857,25 ten laste van Travhydro). Als advocaat, die bovendien lange tijd de belangen van B.............. had behartigd, was H.......... daarentegen goed geplaatst om zicht te hebben op deze schadevergoeding, minstens kon hij de orde van grootte ervan inschatten. In een conclusie opgesteld na neerlegging van het verslag van de gerechtsdeskundige heeft ........... als advocaat van B......., de totale schade ten gevolge van het ongeval begroot op 70.386.779 BEF, hetzij euro 1.744.842,67 (deze conclusie, die zich in het dossier van B......... bevindt, is weliswaar niet gedateerd, maar werd blijkens de inhoud ervan opgesteld in 2000). H...........t, die reeds in 1998 aangifte had gedaan van het schadegeval bij zijn verzekeringsmaatschappij, was in 2005 derhalve op de hoogte van de omvang die de claim tegen hem zou aannemen. Rekening houdend met de bedragen die zouden bekomen worden van de voor het ongeval aansprakelijke partij, de betaalde voorschotten en de intresten, kon H......... zich een reëel beeld vormen van de schadevergoeding die hij riskeerde te moeten betalen en, in tegenstelling tot B..........., moet hij zich dan ook terdege bewust geweest zijn van de enorme discrepantie tussen het bedrag dat hij hem aanbood en de vergoeding die B.............. bij een gerechtelijke uitspraak normaliter mocht verwachten. - Verder kan ook worden aangenomen dat B............... zich al die jaren na het ongeval in een moeilijke financiële positie bevond. Zoals hoger aangehaald, had hij nog geen 100 % zekerheid van de effectieve ontvangst van de som van euro 200.000,00 vanwege Allianz Belgium, terwijl kan worden aangenomen dat de tot dan toe uitbetaalde voorschotten waren opgegaan in kosten, rekening houdend met de toestand van B..........., die volkomen afhankelijk is van de hulp van derden. - Tenslotte kan hier nog worden aan toegevoegd dat H.............. euro 25.000,00 in contanten bij had. Het concreet en aanlokkelijk uitzicht op deze som geld heeft B............. mede over de streep getrokken om zijn handtekening te plaatsen op het hem voorgelegd document. Op grond van voorgaande vaststellingen moet worden besloten dat bij de totstandkoming van de overeenkomst van dading van 14 november 2005 door H.......... kunstgrepen werden aangewend waardoor B............ werd misleid en die hem tot contracteren hebben overgehaald. Gelet op de omstandigheden doet het feit dat B..............heeft getekend tegen het (telefonisch) advies van zijn raadsman in, geen afbreuk aan de vaststelling dat de toestemming in zijn hoofde gebrekkig was. Bijgevolg is de overeenkomst van 14 november 2005 nietig, overeenkomstig artikel 2053, lid 2 van het burgerlijk wetboek.
- H............. werpt ook op dat B............niet al zijn rechten ten aanzien van derden heeft uitgeput, met andere woorden, dat hij zou zijn tekort gekomen aan zijn verplichting om de schade te beperken. Zijn beweringen in dit verband worden echter niet hard gemaakt en doen geen afbreuk aan zijn vergoedingsplicht. - Blijkens een door H..........zelf voorgelegd document van de curator van het faillissement A......... C......... (werkgever van B.............., die mede aansprakelijk werd gesteld voor het ongeval van 7 september 1982) kon aan de gewone schuldeisers geen dividend worden uitgekeerd. Of namens B.............. al dan niet een schuldvordering werd ingediend in het faillissement of bij de curator over de onbeheerde nalatenschap C........., is dan ook niet relevant in het kader van huidig geschil. Overigens is H.......... nog jaren na het faillissement en het overlijden van C........ raadsman gebleven van B............., zodat in de mate er in dit verband tekortkomingen zouden kunnen worden weerhouden, deze in eerste instantie aan hem zouden te wijten zijn. - Dat geen procedure tot ontkenning van proceshandeling werd ingesteld tegen advocaat T.....(in verband met de afstand van vordering ter terechtzitting van 2 november 1988), is evenmin relevant. Hetgeen op deze terechtzitting al dan niet werd verklaard, is zonder belang aangezien de in hoofde van H..........vastgestelde fout er in de eerste plaats in bestaat het vonnis van 15 maart 1989 te hebben laten betekenen in plaats van hoger beroep in te stellen. Overigens was H.............. nog meer dan tien jaar lang de raadsman van B............... en uit niets blijkt dat hij hem een dergelijke procedure zou hebben geadviseerd. - Heyvaert kan bezwaarlijk aan B............verwijten dat hij geen voorziening in cassatie heeft ingesteld tegen het arrest van 9 mei
- Hij was toen immers zelf de raadsman van B............ en is dit minstens gebleven tot in 2000, zoals mag blijken uit de conclusie die hij na neerlegging van het verslag van de gerechtsdeskundige heeft opgesteld. - Zoals blijkt uit het arrest van 12 juni 2008 werd bij de schadebegroting rekening gehouden met de vergoedingen die B........... heeft ontvangen in het kader van de arbeidsongevallenverzekering. Er is geen sprake van een cumul met de schadevergoeding die wordt gevorderd van H............. en waarover thans trouwens nog geen definitieve uitspraak wordt gedaan.
- Het hof kan slechts vaststellen dat het tussen partijen niet tot een regeling is gekomen op basis van het aanbod van B.......... in diens conclusie neergelegd op 27 augustus 2009, waarin wordt gevraagd dat akte zou genomen worden dat het aanbod dat hij vrede neemt "met een bedrag van 522.857,25 euro met interesten zoals in het arrest van 12.6.2008 inzake J. B........... tegen Travhydro in geval van aanvaarding van dit voorstel slechts gelden voor zover de aanvaarding uitdrukkelijk in de eerstvolgende conclusies en voor 21 januari 2001 (klaarblijkelijk wordt bedoeld 2010) wordt gedaan".
- Partijen dienen verder te concluderen over de schade. Zoals geoordeeld onder randnummer 1, dient het hof de zaak daartoe tot zich te trekken. Gelet op de thans bekende gegevens van de zaak, en onder meer rekening houdend met het op 14 november 2005 betaald bedrag van euro 50.000,00, kan thans een provisie worden toegekend van euro 100.000,
- OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart de hogere beroepen toelaatbaar, het hoofdberoep ongegrond en het incidenteel beroep ten dele gegrond. Bevestigt het bestreden vonnis. Neemt akte van de dading gesloten tussen H.........H.........en N.V. Allianz Belgium en stelt vast dat partijen afzien van de kostenbegroting wat hen betreft. Recht doende op het incidenteel hoger beroep van J........ B...........: Veroordeelt H....... H.........om aan J........... B......... de provisionele som van euro 100.000,00 te betalen. Stelt de zaak in voortzetting op de zitting van donderdag 18 november 2010 om 09.30 uur, teneinde partijen toe te laten deze verder in staat te stellen. Bepaalt de conclusietermijnen als volgt: - voor B.......... uiterlijk op 30 april 2010; - voor H............ uiterlijk op 15 juni 2010; - voor B............. uiterlijk op 16 augustus 2010; - voor H...............t uiterlijk op 30 september
- Houdt de beslissing over de kosten aan de zijde van H.............. en B.................. inmiddels aan. Aldus gewezen door de EERSTE KAMER van het hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: D. FLOREN, kamervoorzitter, B. WYLLEMAN, raadsheer, L. TAVERNIER, raadsheer, en uitgesproken door de kamervoorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op ACHTTIEN FEBRUARI TWEEDUIZEND EN TIEN, bijgestaan door D. VAN DEN DRIESSCHE, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div