id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 22 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100222.10 Rolnummer: 2008/AR/0067 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-04-23 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-07-02 21:26 Fiche Art. 82 Faill. W. is als procedurewet automatisch van toepassing op nog niet definitief beslechte geschillen. Als algemene regel geldt de sluiting van het faillissement als ogenblik waarop de rechten van partijen onherroepelijk zijn vastgesteld. Wanneer er echter m.b.t. een met de sluiting van het faillissement samenhangende beoordeling nl. de verschoonbaarheid, nog een beroepsprocedure hangende is, kan niet gesteld worden dat de rechten en plichten van partijen reeds onherroepelijk werden vastgesteld door het vonnis van sluiting. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Bijzondere betekeningen - Vereffening - Faillissement Vrije woorden: Faillissement - verschoonbaarheid - gevolgen voor de echtgenoot - werking in de tijd Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7 de BIS Kamer ________ Terechtzitting van 22-02 2010 Nr. 2008/AR/67 ---------------------- VERSCHOONBAARHEID in de zaak van : N.V. EB-LEASE, met maatschappelijke zetel te 9000 Gent, Burgstraat 170 en met ondernemingsnummer 0404.416.570, appellante, hebbende als raadsman mr. Michel Van den Daelen, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Wiedauwkaai 23 H, tegen
- B....V.... W......, wonende te ......................., geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Geert Soetaert, advocaat met kantoor te 8500 Kortrijk, Groeningestraat 33,
- Mr. S......D.. G....., advocaat met kantoor te ........, optredende in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van P..... D...., wonende te ..................., geïntimeerde q.q., welke niet verschijnt ter terechtzitting van 21.12.2009, noch iemand voor hem,
- N.V. CENTEA, met maatschappelijke zetel te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 180 en met ondernemingsnummer 0404.477.528, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Pol Tanghe, advocaat met kantoor te 8400 Oostende, Mercatorlaan 17a,
- N.V. AXA BANK BELGIUM, met maatschappelijke zetel te 2018 Antwerpen, Brusselstraat 45 en met ondernemingsnummer 0404.476.835, geïntimeerde, welke niet verschijnt ter terechtzitting van 21.12.2009, noch iemand voor haar, velt het Hof volgend arrest : De verschijnende partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies, alsook werden hun stukken ingezien. Het Openbaar Ministerie legde schriftelijk advies neer op 15 januari 2010, waarna de partijen de mogelijkheid tot repliek kregen.
- Bij verzoekschrift, neergelegd op 10 januari 2008, heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 30 november 2007 op tegenspraak gewezen door de 3de kamer van de rechtbank van koophandel te Kortrijk (A/3975/02). Feiten en procedure in eerste aanleg
- Op 17 maart 1997 gaf de NV EB-LEASE een broodautomaat in leasing aan P.... D....... (bakker) voor een periode van 5 jaar, mits een huurprijs van 17.050 BEF (= 422,66 EUR) per trimester. Op 25 september 1997 gaf de NV EB-LEASE een tweede broodautomaat in leasing aan P.... D..... onder zelfde voorwaarden. Bij afzonderlijke akten van 17 maart 1997 en 25 september 1997 stelde zijn echtgenote B.... V... W........ zich hierbij hoofdelijk borg, beperkt tot telkens 340.000 BEF (= 8.428,38 EUR) in hoofdsom. Ingevolge wanbetaling werden de contracten opgezegd en bij vonnis van 10 mei 2000 werden de echtgenoten D.... - V... W......... hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan de NV EB-LEASE van 421.312 BEF (= 10.444,05 EUR) in hoofdsom, méér de intresten, te verminderen met de eventuele netto-opbrengsten van de automaten. Dit vonnis trad in kracht van gewijsde. Bij vonnis van 27 september 2002 verklaarde de rechtbank van koophandel te Kortrijk P.....D........ failliet, waarbij mr. S.... D.. G........ als curator werd aangesteld. Op 9 oktober 2002 deed de NV EB-LEASE aangifte van schuldvordering. De NV EB-LEASE legde haar verklaring conform art. 63 Faill.W. neer op 31 augustus
- Op 6 januari 2006 legde B..... V...W.......... een verzoek conform art. 72 Faill.W. neer tot bevrijding als "kosteloze" zekerheidsteller. Bij het vonnis a quo van 30 november 2007 werd: - het faillissement gesloten door vereffening volgens art. 80 Faill.W. ; - de gefailleerde P...... D...... verschoonbaar verklaard ; - B.... V... W........ bevrijd van haar verplichtingen als zekerheidsteller tegenover de schuldeisers ingevolge art. 82 Faill.W. Procedure in hoger beroep
- Voor een uiteenzetting van de grieven en de middelen van partijen, kan verwezen worden naar de beroepsakte en hun conclusies. Beoordeling
- Bij het vonnis a quo van 30 november 2007 werd het faillissement gesloten door vereffening volgens art. 80 Faill.W. en werd de gefailleerde P..... D..... verschoonbaar verklaard. In de periode voorafgaand aan dit vonnis verzocht B....V... W....., (ex-) echtgenote van de gefailleerde, om haar bevrijding als "kosteloze zekerheidsteller" voor de afzonderlijke bancaire schulden van de gefailleerde (zie haar verklaring op basis van art. 72 Faill.W.). Vanaf het ogenblik waarop de gefailleerde echter verschoonbaar werd verklaard, beschikte B....V... W..... over een tweede rechtsgrond om een (in dit geval algemene) bevrijding te horen vaststellen, nl. art. 82 Faill.W. De eerste rechter heeft haar bevrijd op deze basis en niet als "kosteloze" zekerheidsteller. De mogelijkheid tot bevrijding ingevolge de "uitbreidende werking" van de verschoonbaarheid, dient dan ook eerst onderzocht te worden.
- Ten onrechte stelt de NV EB-LEASE dat de wet van 18 juli 2008 inzake de bevrijding van de (ex) echtgenote van de verschoonbaar verklaarde gefailleerde in casu niet van toepassing zou zijn. Bij wet van 18 juli 2008 werd art. 82, 2° Faill.W. vervangen als volgt: "De echtgenoot van de gefailleerde die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld van zijn echtgenoot, of de voormalige echtgenoot die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld die door zijn voormalige echtgenoot tijdens de duur van het huwelijk was aangegaan, wordt ingevolge de verschoon-baarheid van die verplichting bevrijd." Deze wet is in werking getreden op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad, zijnde 28 augustus
- De wetgever is er vanuit gegaan dat art. 82 Faill.W. een procedurewet is die automatisch van toepassing is op nog niet definitief beslechte geschillen (Parl.St. Kamer 2007-08, nr. 52K1032/005,2). Het was de expliciete wil van de wetgever om niet alleen voor de toekomst een oplossing te bieden, maar ook voor reeds bestaande situaties, waarbij werd afgestapt van de beperking van de werking van de nieuwe wet tot de nog uit te spreken verschoonbaar verklaringen (Parl.St. Kamer 2007-08, nr. 52K1032/002 en Parl.St. Kamer 2007-08, nr. 52K1032/003,3). In casu werd het faillissement gesloten op 30 november
- Het is juist dat als algemene regel de sluiting van het faillissement moet worden aangenomen als ogenblik waarop de rechten van partijen onherroepelijk zijn vastgesteld. Wanneer er echter m.b.t. een met de sluiting van het faillissement samen-hangende beoordeling nl. de verschoonbaarheid, nog een beroeps-procedure hangende is, kan niet gesteld worden dat de rechten en plichten van partijen reeds onherroepelijk werden vastgesteld door het vonnis van sluiting. Op 28 augustus 2008 (datum waarop de wet in werking trad) waren de rechten en plichten van partijen op het vlak van de verschoonbaarheid en de ‘uitbreidende werking" ervan nog niet onherroepelijk vastgesteld, zodat de wet van 18 juli 2008 in casu van toepassing is. De NV EB-LEASE kan uit de sluiting van het faillissement geen onherroepelijk vastgestelde rechten jegens B...V... W........ afleiden.
- Ten overvloede kan gesteld worden dat bij de sluiting van het faillissement op 30 november 2007 art. 82, 2° Faill.W. (zoals gewijzigd bij wet van 2 februari 2005 - B.S. 21 februari 2005, tevens datum inwerkingtreding) toen luidde: "De echtgenoot van de gefailleerde die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld van deze laatste, wordt ingevolge de verschoonbaarheid bevrijd van die verplichting". B...V.. W.......was nog gehuwd met de gefailleerde op het ogenblik van het openvallen van het faillissement bij vonnis van 27 september
- Volgens de rechtspraak van dit Hof volstond het om (als echtgenoot/ echtgenote) bevrijd te worden op basis van de verschoonbaarheid van de gefailleerde, dat de echtgenoten gehuwd waren op het ogenblik dat het faillissement werd uitgesproken. Dat er nadien een echtscheiding (in casu op 13 februari 2003) tussenkwam, is niet relevant. B.... V... W...... is derhalve als echtgenote (bij faillissement) door de verschoonbaarheid van de gefailleerde bevrijd op basis van art. 82 Faill.W., zoals de eerste rechter terecht oordeelde, dit volgens de vigerende wetgeving zowel op het ogenblik dat de eerste rechter uitspraak deed (november 2007) als op het ogenblik van de uitspraak van huidig arrest. Ten onrechte stelt de NV EB-LEASE dat een nieuwe wet (art. 82 Faill.W.) geen afbreuk kan doen aan het in kracht van gewijsde gegane vonnis van 10 mei 2000, waarbij haar schuldvordering jegens de echtgenoten werd vastgelegd. Het bestaan van een titel lastens de gefailleerde en zijn echtgenote belet geenszins dat er verschoonbaar wordt verklaard resp. bevrijd conform art. 82 Faill.W., waardoor zij niet meer kunnen vervolgd en uitgewonnen worden door de schuldeisers. Aan het definitief vaststaan van de schuld-vordering wordt hierbij niet getornd. Ten onrechte stelt de NV CENTEA (die incidenteel hoger beroep instelt) dat art. 82 Faill.W. het voorwerp van huidige procedure niet uitmaakt. In casu is het voorwerp de bevrijding in hoofde van B... V... W....... voor de schulden van haar gefailleerde echtgenoot. De schulden waarvoor de schuldeisers hem niet meer kunnen uitwinnen ingevolge zijn verschoonbaarheid bij toepassing van art. 82 Faill.W., zijn dezelfde als deze waarvan B.... V... W...... wordt bevrijd, dus ook de schuld aan de NV CENTEA. Alle schulden kaderen in het destijds verwerven en uitbaten van een bakkerij door de echtgenoten, die gehuwd waren onder het wettelijk stelsel van gemeenschap van goederen bij gebreke aan huwelijkscontract. Of door B.... V... W........ voor de schulden werd getekend als borg dan wel als solidaire medeschuldenaar, is niet relevant. In acht genomen deze beoordeling, moeten de middelen van partijen inzake de mogelijkheid tot bevrijding van de ex-echtgenote als "kosteloze" borgsteller niet meer onderzocht worden. De hogere beroepen zijn ongegrond. M.b.t. de gedingkosten bij een procedure tot bevrijding van een natuurlijke persoon die zich meent "kosteloos" zeker te hebben gesteld of echtgenoot is van de verschoonbaar verklaarde gefailleerde, is het Hof van oordeel dat - gelet op de aard van het bevrijdingsgeschil - elke partij haar eigen gedingkosten moet dragen. OM D E Z E R E D E N E N H E T H O F: Rechtdoende op tegenspraak ; Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken ; Gelet op het schriftelijk advies van de Procureur-generaal ; Verklaart de hogere beroepen ontvankelijk, doch ongegrond ; Bevestigt het bestreden vonnis ; Verwijst elke partij in haar eigen gedingkosten ; Aldus gewezen door de zevende bis kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Frank Deschoolmeester, alleenrechtsprekend raadsheer bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de alleenrechtsprekend raadsheer in openbare terecht-zitting op tweeëntwintig februari tweeduizend en tien. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div