id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 11 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100311.10 Rolnummer: 2008/AR/77 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-06-01 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-07-02 21:34 Fiche Een arbeider wordt tewerkgesteld door een interimovereenkomst. De ontlener leent deze arbeider in strijd met art 1 en art 31 § 1 van de uitzendarbeidswet onmiddellijk uit aan een derde werkgever.Door deze opeenvolgende uitleningen moet geacht worden een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur te zijn tot stand gekomen tussen de arbeider en de derde werkgever. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Arbeidsrechtbank - Arbeidsongevallen Vrije woorden: Arbeidsongeval - arbeider tewerkgesteld met interimovereenkomst - uitkering van de interimarbeider Tekst van de beslissing HOF VAN BEROEP TE GENT *** 1e kamer *** terechtzitting van 11 maart 2010 TUSSENARREST (deels ten gronde - heropening debatten - innemen standpunt - conclusietermijnen - verdere behandeling op 16.12.2010, 11u30) (definitief t.a.v. 2e en 3e geïntimeerden) 2008/AR/77 in de zaak van: URSA BENELUX B.V.B.A., met maatschappelijke zetel te 8792 DESSELGEM, Pitantiestraat 127, ingeschreven met KBO-nummer 0437.667.661, appellante, hebbende als raadsman mr. VYNCKIER Johan, advocaat te 8510 MARKE (KORTRIJK), Engelse Wandeling 74 tegen:
- AXA BELGIUM N.V., met maatschappelijke zetel te 1170 BRUSSEL, Vorstlaan 25, ingeschreven met KBO-nummer 0404.483.367, eerste geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. VAN EECKHOUTTE Michiel, advocaat te 8800 ROESELARE, Sint Michielsplein 1
- BROECKX & CO N.V., thans NV AIM BELGIE, met maatschappelijke zetel te 2000 ANTWERPEN, Huidevettersstraat 46 A, ingeschreven met KBO-nummer 0415.790.696, tweede geïntimeerde,
- AXA VERSICHERUNG AG (voorheen: Axa Colonia Versicherung AG), vennootschap naar Duits recht, met vennootschapszetel te 51067 Keulen (Duitsland), Colonia Allee 10, met uitbatingszetel te 2000 ANTWERPEN, Meir 12, ingeschreven met KBO-nummer 0446.631.253, derde geïntimeerde, de tweede en de derde beiden hebbende als raadsman mr. LIBOUTON Jacques, advocaat te 1050 Brussel, Louizalaan 523, wijst het hof het volgend arrest: Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit hof op 10 januari 2008 heeft de bvba Ursa Benelux hoger beroep ingesteld tegen het tussenvonnis van 7 november 2007 op tegenspraak gewezen door de rechtbank van Koophandel te Kortrijk, vijfde kamer. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de neergelegde conclusies en stukken werden ingezien. voorgaanden De bvba Ursa Benelux, voorheen bvba Pfleiderer Belgium, is producent van isolatiematerialen en -systemen en had in de loop van 2001 een tekort aan personeel. Zij wendde zich tot de nv CM Engineering om aan dit tekort te verhelpen. Op 14 april 2001 sloot D...... D....... een arbeidsovereenkomst af met het uitzendkantoor nv Randstad Belgium waardoor hij als interimarbeider aan de slag kon bij de nv CM Engineering. Dezelfde dag nog werd D........ D.......door de nv CM Engineering ter beschikking gesteld van de bvba Ursa Benelux. Op 19 juli 2001 werd D...... D.......het slachtoffer van een arbeidsongeval. Hij diende een oude filterinstallatie af te breken en moest zich daarvoor op een rotte werkvloer begeven. Deze zakte door, ten gevolge waarvan D....... D....... ten val kwam op een hoop afval waarbij hij een zware wervelfractuur opliep. De nv Axa Belgium is de verzekeraar arbeidsongevallen van de nv Randstad Belgium en vordert de terugbetaling van haar uitgaven van de bvba Ursa Benelux omdat het ongeval te wijten zou zijn aan de door haar begane fouten. Zij verwijt haar meerdere inbreuken te hebben gepleegd op het ARAB, die er op neer komen dat zij de toestand vóór de aanvang van de werken onvoldoende heeft gecontroleerd, onvoldoende veiligheidsmaatregelen heeft getroffen, de werken niet heeft laten uitvoeren door geschikt en bekwaam personeel onder leiding van een bekwaam persoon. De bvba Ursa Benelux meent dat zij niet tot vergoeding kan gehouden zijn omdat zij als werkgever kan genieten van immuniteit en ondergeschikt dat D...... D........ minstens zelf voor een deel aansprakelijk is. Zij betwist het oorzakelijk verband tussen haar beweerde fout en de schade en meest ondergeschikt de hoegrootheid van de gevorderde bedragen. De eerste rechter heeft geoordeeld dat het ongeval te wijten is aan de uitsluitende fout van de bvba Ursa Benelux, die niet van enige immuniteit als werkgever kan genieten vermits de arbeidsovereenkomst niet tot stand kwam tussen haarzelf en D...... D...... maar wel tussen de nv Randstad Belgium en het slachtoffer. De bvba Ursa Benelux had drie vorderingen tot vrijwaring ingesteld. De eerste tegen de nv Broeckx en Co, thans nv AIM België, als verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid uitbating. Hierover heeft de eerste rechter gesteld dat de vordering ongegrond is vermits deze rechtspersoon niet de verzekeraar is maar wel de bemiddelaar. De tweede was gericht tegen de nv AGF Belgium, verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid uitbating van de bvba Ursa Benelux met aanvang op 1 mei
- Vermits deze polis enkel dekking verleent voor de schadegevallen die zich voordoen tijdens de duur van de verzekeringsovereenkomst heeft de eerste rechter ook deze vordering tot vrijwaring afgewezen. De derde vordering tot vrijwaring was gericht tegen de AG Axa Versicherung, verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid uitbating van de bvba Ursa Benelux. Ook deze vordering wordt afgewezen omdat volgens de algemene voorwaarden enkel schade veroorzaakt aan derden is verzekerd en D...... D......, als aangestelde van de bvba Ursa Benelux, de hoedanigheid had van verzekerde en dus geen derde kan zijn. De bvba Ursa Benelux kan zich met het bestreden vonnis, behoudens wat betreft de afwijzing van de vordering tot vrijwaring gericht tegen de nv AGF Belgium, niet verzoenen. Zij blijft van oordeel dat zij als werkgever van immuniteit geniet. De tewerkstelling van D........ D......... gebeurde in strijd met de Uitzendarbeidswet waardoor overeenkomstig art. 20 van deze wet de gebruiker, de bvba Ursa Benelux en de uitzendkracht worden beschouwd als verbonden door een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Ondergeschikt stelt de bvba Ursa Benelux dat D...... D..... minstens mede aansprakelijk is. Verder meent zij dat haar overige vorderingen tot vrijwaring ten onrechte werden afgewezen. De nv Axa Belgium stelt incidenteel hoger beroep in en vraagt dat de appellante zou worden veroordeeld tot het betalen van een provisioneel bedrag van euro 160.029,06, meer vergoedende en gerechtelijke rente. De nv AIM België en de AG Axa Versicherung vragen de bevestiging van het bestreden vonnis. beoordeling a. rechtsverhouding tussen de bvba Ursa Benelux en D....... D.......... D...... D...... heeft een arbeidsovereenkomst voor tijdelijke arbeid afgesloten met de nv Randstad Belgium, in het kader waarvan hij ter beschikking werd gesteld van de nv CM Engineering. Overeenkomstig art. 1 § 1 van de wet van 24 juli 1987 (Uitzendarbeidswet) is er sprake van tijdelijke arbeid wanneer de activiteit die op grond van een arbeidsovereenkomst wordt uitgeoefend tot doel heeft in de vervanging van een vaste werknemer te voorzien of te beantwoorden aan een tijdelijke vermeerdering van werk of te zorgen voor de uitvoering van een uitzonderlijk werk. Art. 21 van dezelfde wet stelt dat de uitzendbureaus alleen dan uitzendkrachten ter beschikking van gebruikers mogen stellen en deze alleen dan uitzendkrachten mogen tewerkstellen wanneer het gaat om de uitvoering van een in artikel 1 bedoelde of toegelaten tijdelijke arbeid. In art. 20 van de wet is de sanctie bepaald bij niet-naleving van de gebruiksvoorwaarden, die erin bestaat dat de gebruiker en de uitzendkracht worden beschouwd als verbonden door een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Vermits de nv CM Engineering D...... D....... onmiddellijk heeft ter beschikking gesteld van de bvba Ursa Benelux is het duidelijk dat zijn aanwerving niet gebeurde in het kader van de vervanging van een vaste werknemer of een tijdelijke vermeerdering van het werk of de uitvoering van een uitzonderlijk werk bij de nv CM Engineering. Mocht dit wel het geval geweest zijn, dan zou hij binnen de nv CM Engineering zijn tewerkgesteld en niet direct de opdracht hebben gekregen om bij de bvba Ursa Benelux te gaan werken. Door het onmiddellijk ter beschikking stellen van D...... D...... aan de bvba Ursa Benelux heeft de nv CM Engineering een inbreuk gepleegd op art. 1 van de Uitzendarbeidswet, waardoor moet aangenomen worden dat tussen de nv CM Engineering en D..... D....... een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur is tot stand gekomen en de overeenkomst tussen het uitzendbureau, de nv Randstad Belgium en de uitzendkracht, D..... D............. is beëindigd (zie en vgl. Arbh. Brussel 8 januari 1988, JTT 1988, 342; , Soc.Kron. 1988, 265). De nv CM Engineering heeft door D....... D....... - onmiddellijk nadat deze laatste aan haar werd ter beschikking gesteld - ter beschikking te stellen van de bvba Ursa Benelux inbreuk gepleegd op art. 31 § 1 van de Uitzendarbeidswet. Hierin is bepaald dat de activiteit die buiten de in de hoofdstukken I en II voorgeschreven regels door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon wordt uitgeoefend om door hen in dienst genomen werknemers ter beschikking te stellen van derden, die deze werknemers gebruiken en over hen enig gedeelte van het gezag uitoefenen dat normaal aan de werkgever toekomt, verboden is. Aan de nv CM Engineering werd overigens, in het kader van de tewerkstelling van D...... D......., door het Federaal Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, een administratieve geldboete opgelegd onder meer wegens overtreding van deze bepaling. De gevolgen van de overtreding van art. 31 § 1 van de Uitzendarbeidswet zijn bepaald in paragraaf twee, ten aanzien van de relatie ter beschikkingsteller en de tewerkgestelde arbeidskracht en in paragraaf drie ten aanzien van de relatie gebruiker en de tewerkgestelde arbeidskracht. De arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur die moet geacht worden te zijn tot stand gekomen tussen de nv CM Engineering (ter beschikkingsteller) en D........ D........., is zodoende op haar beurt overeenkomstig art. 31 § 2 van de Uitzendarbeidswet nietig vanaf het begin van de uitvoering van de arbeid bij de bvba Ursa Benelux. Overeenkomstig art. 31 § 3 van de Uitzendarbeidswet moeten D........ D........ en de bvba Ursa Benelux, die een gebruiker is die arbeid heeft laten uitvoeren door D........ D.........die te harer beschikking werd gesteld in strijd met de bepaling van § 1, worden beschouwd als verbonden door een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd vanaf het begin der uitvoering van de arbeid. Het hof volgt de redenering van de eerste rechter en de nv Axa Belgium niet als zou de bepaling van art. 31 van de Uitzendarbeidswet niet van toepassing zijn omdat D........ D......... nooit in dienst zou zijn geweest van de nv CM Engineering. Het is niet omdat D....... D.........op geen enkel ogenblik daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht in opdracht van en voor de nv CM Engineering dat hij niet in dienst zou zijn geweest van deze laatste. Door het oneigenlijk gebruik dat de nv CM Engineering van D...... D....... heeft gemaakt is wettelijk een arbeidsovereenkomst tussen hen beide ontstaan. Dit alleen reeds is voldoende om als werknemer 'in dienst van', te kunnen worden beschouwd. Overigens geven de nv Axa Belgium en de nv CM Engineering een veel te strikte interpretatie aan art. 31 van de Uitzendarbeidswet die ertoe zou leiden dat veel inbreuken buiten het toepassingsgebied zouden vallen. Eenieder die een werkkracht ter beschikking zou stellen van een derde, zonder dat deze laatste effectief voor de ter beschikkingsteller zou hebben gewerkt, zou vrijuit gaan. Aan "in dienst van" moet een engere betekenis gegeven worden in die zin dat daarmee de personen worden beoogd die als werknemers worden aanvaard en in opdracht van, in dienst van degene die hen heeft aangenomen en die ter beschikking worden gesteld van een gebruiker. Evenmin leidt wat hierboven wordt uiteengezet, zoals voorgehouden wordt door de nv Axa Belgium, ertoe dat D...... D........ gelijktijdig zou zijn verbonden door drie arbeidsovereenkomsten. De arbeidsovereenkomst met de nv Randstad Belgium eindigt van rechtswege door de niet-naleving door de nv CM Engineering van art. 1 van de Uitzendarbeidswet en de door de wet ontstane arbeidsovereenkomst tussen de nv CM Engineering en D..... D...... is nietig op grond van art. 31 § 2 van de Uitzendarbeidswet. Er rest enkel nog de door de wet ontstane arbeidsovereenkomst tussen de bvba Ursa Benelux en D...... D.......... In de gegeven omstandigheden stelt de bvba Ursa Benelux terecht dat zij als werkgever van D......... D...... moet worden beschouwd. b. vordering van de nv Axa Belgium De nv Axa Belgium, als gesubrogeerde in de rechten van haar verzekerde, D......... D.........., steunt haar vordering tegen de bvba Ursa Benelux op art. 1382 BW. De bvba Ursa Benelux geniet echter op grond van art. 46 van de arbeidsongevallenwet van de werkgeversimmuniteit, zodat zij in beginsel niet door D........D........ kan worden aangesproken voor de door hem geleden schade. Het verhaal van de nv Axa Belgium kan maar slagen voor zover D....... D........ over een vorderingsrecht tegen de bvba Ursa Benelux beschikt. De nv Axa Belgium verwijst tevergeefs naar art. 46 § 1, 7° van de arbeidsongevallenwet om te stellen dat de bvba Ursa Benelux niet van de werkgeversimmuniteit kan genieten. Overeenkomstig deze bepaling heeft het slachtoffer van een arbeidsongeval een vordering tegen zijn werkgever wanneer de werkgever de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, zwaarwichtig heeft overtreden en die daardoor de werknemers aan het risico van arbeidsongevallen heeft blootgesteld, terwijl de ambtenaren die zijn aangewezen om toezicht te houden op de naleving van die bepalingen, in toepassing van art. 3 van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie de werkgever schriftelijk: a) hebben gewezen op het gevaar waaraan hij deze werknemers blootstelt; b) hebben medegedeeld welke overtredingen werden vastgesteld; c) passende maatregelen hebben voorgeschreven; d) hebben medegedeeld, dat indien hij nalaat de onder c) bedoelde maatregelen te treffen, de getroffene of diens rechthebbende, bij gebeurlijk ongeval, over de mogelijkheid beschikt een burgerlijke aansprakelijkheidsvordering in te stellen. Voor zover er al sprake zou zijn van een zwaarwichtige overtreding van de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, moet vastgesteld worden dat het bewijs niet voorligt dat aan de voorwaarden opdat een verhaal zou kunnen worden ingesteld, is voldaan. Het is immers niet aangetoond dat de bvba Ursa Benelux schriftelijk door de arbeidsinspectie in gebreke werd gesteld in verband met de beweerde inbreuken. De verhaalsvordering van de nv Axa Belgium is dan ook als gesubrogeerde in de rechten van D...... D.......... ongegrond. De vaststelling evenwel dat de bvba Ursa Benelux als werkgever van D...... D...... moet worden beschouwd, impliceert dat de nv Axa Belgium ten onrechte van de veronderstelling is uitgegaan dat zij als arbeidsongevallenverzekeraar van de nv Randstad Belgium tot tussenkomst gehouden was en de door D..... D....... geleden schade heeft vergoed zonder daartoe wettelijk gehouden te zijn. Het schadegeval had ten laste moeten genomen zijn zoniet door de arbeidsongevallenverzekeraar van de bvba Ursa Benelux, dan wel het Fonds voor Arbeidsongevallen, die zich wellicht op hun beurt hadden kunnen keren tegen de bvba Ursa Benelux. Het hof heropent het debat teneinde aan de partijen toe te laten standpunt in te nemen over de vraag of de nv Axa Belgium op grond van vermogensverschuiving zonder oorzaak dan wel een andere rechtsgrond terugbetaling van haar uitgaven kan vorderen. c. vorderingen tot vrijwaring De vorderingen tot vrijwaring zijn ingesteld voor het geval de bvba Ursa Benelux op grond van art. 1382 BW aansprakelijk zou worden gesteld voor de schade geleden door D...... D........ Vermits het hof reeds heeft vastgesteld dat de aansprakelijkheid van de bvba Ursa Benelux op grond van art. 1382 BW niet is betrokken en de nv AIM België en de AG Axa Versicherung, de verzekeraar of de beweerde verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid uitbating zijn van de bvba Ursa Benelux, zodat zij enkel bij het weerhouden van de aansprakelijkheid van de bvba Ursa Benelux tot tussenkomst gehouden kunnen zijn, hebben de vorderingen tot vrijwaring tegen de nv AIM België en de AG Axa Versicherung geen voorwerp. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep toelaatbaar en gegrond. Verklaart het incidenteel hoger beroep toelaatbaar doch ongegrond. Doet het bestreden vonnis teniet behoudens waar geoordeeld wordt over de vordering ingesteld door de bvba Ursa Benelux tegen de nv AGF Belgium, en opnieuw wijzende: Verklaart de oorspronkelijke vordering ontvankelijk doch ongegrond in de mate dat deze gesteund is op de beweerde burgerlijke aansprakelijkheid van de bvba Ursa Benelux. Heropent het debat teneinde de partijen toe te laten standpunt in te nemen over de vraag of de nv Axa Belgium op grond van vermogensverschuiving zonder oorzaak dan wel een andere rechtsgrond terugbetaling van haar uitgaven kan vorderen. Zegt dat de nog inzake zijnde partijen daarover zullen concluderen/repliceren: · eerste geïntimeerde uiterlijk tegen 14.05.2010; · appellante uiterlijk tegen 24.06.2010; · eerste geïntimeerde uiterlijk tegen 30 september 2010; · appellante uiterlijk tegen 28 oktober 2010; en stelt de zaak daartoe voor verdere behandeling op de terechtzitting van donderdag 16 december 2010 om 11.30 uur (pleitduur: 20 min.). Verklaart de vorderingen tot vrijwaring gericht tegen de nv AIM België en de AG Axa Versicherung zonder voorwerp. Verwijst de bvba Ursa Benelux in de kosten aan de zijde van de nv AIM België en de AG Axa Versicherung die vereffend worden op euro 371,84 rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg en euro 5.000,00 rechtsplegingsvergoeding in graad van beroep. Laat de kosten van de dagvaardingen in gedwongen tussenkomst en vrijwaring ten laste van de bvba Ursa Benelux. Aldus gewezen door de EERSTE KAMER van het hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: D. FLOREN, kamervoorzitter, B. WYLLEMAN, raadsheer, L. TAVERNIER, raadsheer, en uitgesproken door de kamervoorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op ELF MAART TWEEDUIZEND EN TIEN, bijgestaan door D. VAN DEN DRIESSCHE, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div