← België

ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100318.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 18 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100318.9 Rolnummer: 2007-AR-2191 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-09-13 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-07-01 12:26 Fiche Hoger beroep van appellanten is niet ontvankelijk want beroepsakte is nietig aangezien de grieven tegen het bestreden vonnis niet worden uiteengezet UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Gevolgen van niet-ontvankelijkheid t.a.v. een partij Vrije woorden: Hoger beroep niet ontvankelijk Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 11b Kamer ________ Terechtzitting van 18 maart 2010 EINDARREST hoger beroep niet ontvankelijk - In de zaak met het rolnummer 2007/AR/2191 van:

  1. D.......... C.............A............., schrijnwerker, wonende te ............................
  2. D............. C.............. K..............., kok, wonende te ....................................., appellanten tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, op tegenspraak gewezen door de derde kamer dd. 10-5-2007, oorspronkelijk eisers, hebbende als raadsman mr. VYLS Hugo, advocaat te 9700 Oudenaarde, Kerkgate 19 tegen : A.................. Y................, sanitaire helpster, wonende te ......................, geïntimeerde, oorspronkelijk verweerster, hebbende als raadsman mr. HAENTJENS Jaak, advocaat te 9160 Lokeren, H. Hartlaan 56 velt het hof het volgend arrest. Het Hof heeft kennis genomen van het bestreden vonnis dd. 10 mei 2007 van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, 3° kamer, waartegen de appellanten tijdig en op regelmatige wijze hoger beroep hebben ingesteld. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting bij monde van hun raadslieden; zowel de neergelegde conclusies als de overgelegde stukken werden ingezien. De laatste conclusies van de partijen, meer bepaald de conclusies van de appellanten, neergelegd ter griffie op 20 oktober 2009 en de conclusies van de geïntimeerde, neergelegd ter griffie op 30 december 2009, nemen de vorm aan van syntheseconclusies. Voor de toepassing van art. 780, eerste lid, 3°, Ger.W. vervangen de syntheseconclusies alle vorige conclusies en desgevallend de gedinginleidende akte van de partij die de syntheseconclusies neerlegt (art. 748bis Ger.W.). Nopens de procedure : De eerste rechter heeft in het bestreden vonnis, rechtdoende op de hoofdvordering van de appellanten - oorspronkelijke eisers -, deze ontvankelijk verklaard doch als ongegrond afgewezen. Tevens werden de appellanten veroordeeld tot de kosten van het geding. De appellanten hebben hoger beroep aangetekend tegen dit vonnis met hun verzoekschrift, neergelegd ter griffie op 04 september
  3. Met hun conclusies, neergelegd ter griffie op 20 oktober 2009 vorderen de appellanten hun hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren, het bestreden vonnis teniet te doen en opnieuw wijzende, hun oorspronkelijke vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren. Dienvolgens de geïntimeerde zich uit hoofde van inkorting van de door haar jegens wijlen M.............. D......... C................, overleden te ..........................., bekomen gelden, te horen veroordelen om te betalen : - aan de eerste appellant : de som van 30.157,96 euro, meer de intresten vanaf 12.03.1997; - aan de tweede appellante : de som van 30.157,96 euro, meer de intresten vanaf 12.03.1997; In ondergeschikte orde : een notaris aan te stellen, met als opdracht, volgens de bepalingen van het deskundig onderzoek, het fictief vermogen samen te stellen, dit onder de vorm van een inventaris met waardering van de goederen en de gelden afhangend van de nalatenschap van wijlen D..... C............ M........., overleden te .............op ............... De appellanten vorderen ook de veroordeling van de geïntimeerde tot de kosten van de beide aanleggen zoals begroot. De geïntimeerde heeft geconcludeerd met syntheseconclusies, neergelegd ter griffie op 30 december
  4. Zij vordert in hoofdorde het hoger beroep te doen afwijzen als nietig, minstens als ontoelaatbaar of onontvankelijk. Ondergeschikt vordert zij de integrale bevestiging van het eerste vonnis en de afwijzing van de oorspronkelijke vordering als ontvankelijk doch ongegrond, met de veroordeling van de appellanten tot de kosten van het geding zoals begroot. Bespreking :
  5. De geïntimeerde meent dat het hoger beroep van de appellanten niet ontvankelijk is aangezien de appellanten uitdrukkelijk, volledig en zonder voorbehoud zouden hebben berust in het eerste vonnis. Zij verwijzen daartoe naar het exploot van dagvaarding, betekend op 10 september 2007 en de libellering ervan. Deze dagvaarding is betekend nadat de appellanten hun verzoekschrift hoger beroep hebben neergelegd ter griffie van het Hof van beroep, meer bepaald op 04 september
  6. De appellanten hebben niet berust in het eerste vonnis en hun hoger beroep is, wat deze exceptie betreft die niet weerhouden wordt, ontvankelijk. 2.
  7. In limine litis heeft de geïntimeerde ook besloten tot de onontvankelijkheid van het hoger beroep van de appellanten omdat in het verzoekschrift hoger beroep de grieven niet werden uiteengezet. Art. 1057,7° Ger.W. bepaalt dat de akte van hoger beroep, op straffe van nietigheid, o.a. de uiteenzetting van de grieven bevat. De wet voorziet geen specifieke formulering. Algemeen kan worden gesteld dat, om deze verplichting te respecteren, de appellant zijn grieven moet uiteenzetten ten aanzien van het bestreden vonnis. Deze uiteenzetting moet voldoende klaar (maar dit volstaat) en precies zijn teneinde de geïntimeerde toe te laten zijn verdediging en conclusies voor te bereiden en om de rechter in graad van hoger beroep toe te laten de draagwijdte van het hoger beroep te onderzoeken. De verplichting de grieven uiteen te zetten impliceert niet dat de middelen moeten uiteengezet worden waarop de grieven gesteund zijn (zie en vgl. CASS. 02.05.2005, jure.juridat.just.fgov.be, F-20050502-3). Het gebruik van algemene formules, die inhoudsloos zijn, is niet voldoende. Evenmin volstaat het op een algemene wijze te verwijzen naar de motieven die zullen ingeroepen worden en naar stukken die in graad van hoger beroep zullen overgelegd worden. Ook is het niet voldoende op een algemene wijze te verwijzen naar de middelen uiteengezet in de aanvankelijke dagvaarding of de conclusies voor de eerste rechter genomen. Opdat de nietigheid zou kunnen weerhouden worden moet, behoudens het opwerpen van dit middel voor elk ander middel, een reëel nadeel bestaan in hoofde van de geïntimeerde en moet de geïntimeerde bewijzen dat het niet aanhalen van de grieven haar nadeel heeft berokkend (zie en vgl. G. C.........-M.............., " L'acte d'appel et sa motivation", TBBR, 2002, pp. 231-235). Het verzuim of de onregelmatigheid van de vorm van de proceshandeling kan niet tot nietigheid leiden wanneer uit de gedingstukken blijkt dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt (art. 867 Ger.W.). 2.
  8. In het verzoekschrift hoger beroep, onder II, p. 5, hebben de appellanten het volgende gesteld : " Concluanten wensen evenwel van meet af te stellen dat onderhavig beroep werd ingesteld ter vrijwaring van de rechten van concluanten, die bij afzonderlijk exploot zijn overgegaan tot dagvaarding van hiernagedaagde in betaling van een bedrag van 103.452,19 euro, zijnde het totaal bedrag dat wijlen de vader van concluanten aan hiernagedaagde heeft ter beschikking gesteld. Inderdaad, ingeval deze afzonderlijke vordering van concluanten niet zou slagen, staat het vast dat, in tegenstelling met hetgeen de eerste rechter voorhield, de door geïntimeerde ontvangen bedragen haar ten titel van schenking werden overhandigd, zodat de vordering tot inkorting van deze schenking wel degelijk gegrond is. Concluanten maken dan ook alle voorbehoud om deze beroepsgrief in conclusies verder uit te werken, nadat nopens voormelde vordering van concluanten uitspraak zal zijn gedaan." Dergelijke formulering maakt het de geïntimeerde onmogelijk haar verweermiddelen voor het Hof van beroep zonder verwijl te ontwikkelen en berokkent haar nadeel. Zij kon niet anders dan gewoon haar argumenten, voor de eerste rechter uiteengezet, hernemen en was in de onmogelijkheid een specifiek verweer te ontwikkelen dat de kritiek van de appellanten op het eerste vonnis kon weerleggen bij gebrek aan kennis waarin de grieven bestaan van de appellanten op het bestreden vonnis, laat staan de procedurele onduidelijkheid door hen geschapen. In deze concrete omstandigheden, eigen aan deze zaak, is het hoger beroep van de appellanten niet ontvankelijk.
  9. Nu het hoger beroep niet ontvankelijk is, dient niet nader ingegaan te worden op de grond van de zaak.
  10. De appellanten dienen verwezen te worden in het betalen van de rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van de geïntimeerde als in het ongelijk gestelde partijen en te begroten op het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding voorzien voor de hoegrootheid van de vordering (meer dan 60.000 euro). OM DEZE REDENEN, HET HOF, rechtdoende op tegenspraak Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk. Verwijst de appellanten in het betalen van de rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van de geïntimeerde en begroot op 3.000 euro. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, ELFDE BIS-KAMER, zetelend in burgerlijke zaken, op heden 18-3-
  11. Aanwezig: - H. Van Bossuyt, voorzitter; - B. De Wilde, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.