← België

ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100325.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 25 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100325.7 Rolnummer: 2009-AR-0036 Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2010-09-14 Raadplegingen: 107 - laatst gezien 2026-07-01 12:30 Fiche De zaak is hic et nunc niet in staat van wijzen nu de vordering tot erkenning van het (Spaans religieus) huwelijk voor de eerste rechter nog sub iudice is. Immers, slechts een (eventueel) erkend (Spaans religieus) huwe-lijk kan eventueel in België nietig verklaard worden. Indien er geen erkenning is, is er ook geen huwelijk en is de vordering tot nietigverklaring van het huwelijk zonder voorwerp. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJK - Voorwaarden - Grondvoorwaarden - Nietigverklaring Vrije woorden: Vordering tot nietigverklaring huwelijk Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 11de quater Kamer ________ Terechtzitting van 25 maart 2010 ________ vordering tot nietigverklaring huwelijk ________ 2009/AR/36 - In de zaak van:

  1. K........... N........-U.........-H.............................., wonende te................................., eerste appellant, die bij de behandeling van de zaak -ter terecht-zitting van 25 februari 2010- in persoon is verschenen,
  2. D................... C...................., wonende te ................................., tweede appellante, die bij de behandeling van de zaak -ter te-rechtzitting van 25 februari 2010- in persoon is verschenen, appellanten hebbende als raadsman mr. ROBERT Pierre, advo-caat te 1030 BRUSSEL, Paleizenstraat 154, tegen: HET OPENBAAR MINISTERIE, in deze instantie DE HEER PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, waarvan het parket gevestigd is te 9000 GENT, Koophandelsplein 23, geïntimeerde, ter terechtzitting dd. 25 februari 2010 -waarop de zaak is behan-deld- aanwezig in de persoon van de heer Louis Vandenberghe, advocaat-generaal, velt het hof het volgend arrest: Het hof heeft kennis genomen van het bestreden vonnis dd. 23 oktober 2008 van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, zesde kamer, waartegen de appellanten tijdig en op regelmatige wijze hoger beroep hebben ingesteld. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting bij monde van hun raadslieden; zowel de neergelegde conclusies als de overgelegde stukken werden ingezien. De laatste conclusies van de partijen, meer bepaald de conclu-sies van de appellanten, neergelegd ter griffie op 15 februari 2010 en de conclusies van de geïntimeerde, neergelegd ter grif-fie op 19 februari 2010, nemen de vorm aan van synthesecon-clusies. Voor de toepassing van art. 780, eerste lid, 3°, Ger.W. vervangen de syntheseconclusies alle vorige conclusies en des-gevallend de gedinginleidende akte van de partij die de synthe-seconclusies neerlegt (art. 748bis Ger.W.). Nopens de procedure De eerste rechter heeft in het bestreden vonnis de vordering van de procureur des Konings toelaatbaar en gegrond verklaard. Het huwelijk tussen de appellanten gesloten in B............ (S.........) op ................. werd nietig verklaard wat de gevolgen van dit huwelijk in België betreft, de ingevolge de beslissing te nemen administratieve handelingen werden bevolen en de appellanten werden solidair veroordeeld tot de gerechtskosten. De appellanten vorderen met hun syntheseconclusies, neerge-legd ter griffie op 15 februari 2010, het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren en bijgevolg:
  3. in hoofdorde, de oorspronkelijke eis tot vernietiging van de gevolgen in België van het huwelijk van concluanten onont-vankelijk te verklaren;
  4. in ondergeschikte orde, vooraleer zich over de ontvankelijk-heid van de oorspronkelijke beslissing uit te spreken, de pre-judiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie te stellen zoals nader gespecificeerd in het dictum van de synthese-conclusies, meer bepaald: a. "Is de Verordening 2201/2003 van de Raad van toepas-sing op zaken van nietigverklaring van het huwelijk wan-neer de taak van de nationale rechter erin bestaat het bestaan te controleren van de wil van de echtgenoten om een duurzame levensgemeenschap te scheppen ?" b. "Is dezelfde Verordening van toepassing op een in een lidstaat uitgesproken vonnis dat een huwelijk erkent wanneer het gerecht met het oog op de erkenning de-zelfde criteria hanteerde als de criteria beschreven in vraag a ?" c. "Betekent de uitzondering van openbare orde van art. 22,a van dezelfde Verordening dat de gerechtelijke in-stanties van een lidstaat, welke de omstandigheden ook zijn en welke de gerechtelijke beslissingen in de andere lidstaten met betrekking tot de geldigheid van een huwe-lijk ook zijn dit huwelijk altijd nietig zouden kunnen ver-klaren aangezien een huwelijk dat mogelijk nietig ver-klaard kan worden altijd de openbare orde van de aan-gezochte lidstaat zou schenden ?"
  5. in meer ondergeschikte orde, de oorspronkelijke eis ontvan-kelijk doch ongegrond te verklaren;
  6. de geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, zoals be-groot. De geïntimeerde vraagt in zijn syntheseconclusies, neergelegd ter griffie op 19 februari 2010: - het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond te verklaren; - dienvolgens het eerste vonnis te bevestigen in al zijn beschik-kingen, waar het huwelijk dat op ........... werd gesloten in B.............. (S..............) tussen K............ N.........-U.....-H................(N.......-U.........-H......... K............ volgens de vertaling echtverbintenis), geboren in L......... (P..............) op .................. en D.......... C............. C............., gebo-ren te M.............. op .................... nietig is wat de gevolgen van dit huwelijk in België betreft én de appellanten te veroor-delen tot de kosten van het geding in eerste aanleg zoals vermeld in het eerste vonnis; - de appellanten te veroordelen tot de kosten van het hoger be-roep, nog te begroten na de betekening van het arrest; - in voorkomend geval de gevorderde rechtsplegingsvergoeding te verminderen tot 250 euro. Feitelijke voorgaanden
  7. De appellanten zijn op ................... in het huwelijk getreden te B................ (S.................). Het huwelijk werd voltrokken volgens de Islamitische ritus in het Islamitisch Centrum in B................ voor de bedienaar N........ A.............waarbij als getuigen M........... I............ en K................ A..................., beiden van Pakistaanse nationali-teit, zijn opgetreden.
  8. Uit punt 2 van het juridisch betoog van het vonnis van 21 juni 2005, verleend door de Magistraat-Rechter Ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Barcelona, blijkt dat uit een systematische interpretatie van de artt. 7, 1.2 en 3 van de wet 26/1992 van 10 november waardoor de overeenkomst van de samenwerking van de Spaanse Staat met de Moslimcommissie wordt goedgekeurd, wordt afgeleid dat personen, zonder zich vooraf te richten tot de Burgerlijke Stand, onmiddellijk kunnen overgaan tot het afsluiten van het religieuze huwelijk (lid één en drie van art. 7) in welk ge-val het attest van het afsluiten van het huwelijk de vormvereisten bezitten, waarbij de Ambtenaar "ex post" de bekwaamheid van de partijen moet vaststellen volgens het Burgerlijk Wetboek, via de middelen waarnaar wordt verwezen in art. 256 van het Re-glement van de Burgerlijke Stand en rekening houdend met de normen van het Spaanse internationale privaatrecht die van toe-passing zijn indien één of beide partijen buitenlanders zijn. Op 05 april 2005 heeft de magistraat-rechter een tussenbeschik-king verleend naar aanleiding van de aanvraag tot inschrijving van dit Islamitisch huwelijk, voltrokken te Barcelona opdat een vertrouwelijk verhoor zou worden gehouden van de appellanten en opdat zij een attesterende getuige voor hen beiden zouden voorstellen, waarvan kennis dient te worden gegeven aan het Openbaar Ministerie. Diezelfde dag werd van de ingang van de procedure kennis gegeven aan de afgevaardigde van het Open-baar Ministerie. Op 05 april 2005 nog heeft de waarnemende magistraat-rechter aan de rechter ambtenaar van de burgerlijke stand van Santa Perpétua de Mogoda een mededeling tot samenwerking van rechtsmacht gericht opdat deze laatste zou overgaan tot de uit-voering van de handelingen zoals bevolen in de tussenbeschik-king van dezelfde datum, met het verzoek dat alles zou worden teruggezonden met de gerechtelijke stappen die hij hiervoor on-derneemt en met bewijs ervan. Op 13 april 2005 is de appellante voor de Rechter Ambtenaar verschenen, bijgestaan door een tolk, waarbij zij heeft geant-woord op een reeks vragen. Daarvan is een "akte van vertrouwe-lijke zitting" opgesteld houdende de gestelde vragen en de ant-woorden. Hetzelfde is gebeurd wat de appellant betreft, even-eens bijgestaan door een tolk. Op 22 april 2005 is M.............. I...............gehoord als getuige voor de vrederechter te Santa Perpétua de Mogoda. Bij tussenbeschikking van de magistraat-rechter is het dossier overgemaakt aan de afgevaardigde van het Openbaar Ministerie ter informatie. Op 13 juni 2005 heeft de PROCUREUR des Konings verklaard zich niet te verzetten tegen de door de aanvragers, huidige ap-pellanten, gevraagde toestemming tot inschrijving bij de Spaanse burgerlijke stand van het tussen hen op 11 maart 2005 in het Is-lamitisch Centrum in Spanje, gevestigd in de stad Barcelona, volgens hun persoonlijke wet voltrokken huwelijk. Zij hadden te-vens hun bekwaamheid om te huwen aangetoond. De Magistraat-rechter Ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Barcelona heeft op 21 juni 2005, in aanwezigheid van de afge-vaardigde van het Openbaar Ministerie, een vonnis verleend waarbij hij heeft beslist het dossier goed te keuren, met bevel tot inschrijving van het huwelijk waartoe is verzocht in het overeen-stemmende boek van Sectie 2 van het Register van de Burgerlij-ke Stand. De inschrijving moet gebeuren met de overige gege-vens en vermeldingen die in het dossier bewezen zijn. Naar het oordeel van de Magistraat-rechter blijkt dat alle formele vereisten voor de inschrijving vervuld zijn, waarbij eveneens op voldoende wijze de datum en de plaats van de voltrekking van het huwelijk zijn bewezen, evenals de identiteit, de bekwaamheid, de vrijwilli-ge instemming en de afwezigheid van hindernissen van de partij-en. In fine van het vonnis is uitdrukkelijk vermeld dat dit vonnis vat-baar is voor beroep binnen een termijn van 15 werkdagen vanaf de kennisgeving ervan voor de Dirección General de los Regi-stros y del Notariado, volgens wat bepaald is in art. 355 van het Reglement van de Burgerlijke Stand, waarbij het overeenstem-mende beroep kan worden ingediend bij ongeacht welk orgaan van de Burgerlijke Stand, overeenkomstig de bepaling in art. 358 van voornoemd Reglement. Het vonnis is "definitief verklaard" op 14 juli
  9. Dit huwelijk is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de stad Barcelona, 2° afdeling, op 14 juli 2005, op welke datum ook het trouwboekje werd afgegeven.
  10. Terug in België vroegen de appellanten de erkenning van dit huwelijk, waartoe zij - zoals blijkt uit de door de geïntimeerde overgelegde stukken - enkel de huwelijksakte hebben overge-legd en niet het vonnis van 21 juni 2005 van de Magistraat-rechter Ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Barcelona. Met het schrijven van 31 oktober 2005 heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand van de stad Kortrijk zich gewend tot de pro-cureur des Konings te Kortrijk aangezien zij vermoedde dat het om een schijnhuwelijk gaat: de appellant verblijft illegaal in Bel-gië, de appellante circuleert in het Pakistaanse circuit en houdt-hield een logementshuis open. Het leeftijdsverschil tussen de partijen bedraagt 22 jaar. Volgens de ambtenaar van de burgerlijke stand gaat het om een wetsontduiking zodat een weigering van erkenning kan gegrond worden op art. 34 EEX-vo iuncto art. 18 IPR-wet. Met zijn schrijven van 21 november 2005 heeft de procureur des Konings aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de stad Kortrijk geadviseerd de voorgelegde huwelijksakte niet te erken-nen, laat staan er rechtsgevolgen aan te verlenen. Naar het oor-deel van de procureur des Konings kan de erkenning van de hu-welijksakte geweigerd worden op basis van art. 27 iuncto art. 18 IPR-wetboek (wetsontduiking) en/of art. 21 IPR-wetboek (excep-tie van openbare orde). Bovendien kan de uitzonderingsclausule van art. 19 IPR-wetboek worden toegepast, waarin wordt gesteld dat het aangewezen recht uitzonderlijk niet van toepassing is wanneer uit het geheel van de omstandigheden kennelijk blijkt dat het geval slechts een zeer zwakke band heeft met de Staat waarvan het recht is aangewezen, maar zeer nauw is verbonden met een andere Staat. In dezelfde brief heeft de procureur des Konings ook meege-deeld een politioneel onderzoek naar mogelijk schijnhuwelijk te openen en, al naar gelang de resultaten van het onderzoek, een procedure in nietigverklaring van het huwelijk op te starten.
  11. Met haar schrijven van 28 november 2005 heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand van de stad Kortrijk aan de appellanten medegedeeld te hebben besloten het huwelijk niet te aanvaar-den. Voor haar beslissing steunde de Ambtenaar van de burger-lijke stand zich op de artt. 3 §2 1°, 18, 19, 21, 27 §1 lid 1, 28, 2° lid 2 en 31 van het IPR-wetboek. Er zijn naar haar overtuiging voldoende elementen aanwezig om aan te nemen dat het huwe-lijk van de appellanten een schijnhuwelijk betreft: - de appellant verblijft illegaal in België; - er werd niets ondernomen om in België of Pakistan te huwen; - het huwelijk werd voltrokken in Spanje, een land waar nauwe-lijks controle is op de oprechtheid van de huwelijksintenties en het huwelijk een formaliteit is; - Spanje is een land waar geen enkele van de appellanten eni-ge binding mee heeft. Op 24 januari 2006 werden de beide appellanten verhoord zoals blijkt uit het door de geïntimeerde overgelegde proces-verbaal van die datum.
  12. Op verzoek van de geïntimeerde, oorspronkelijke eiser, heeft de eerste rechter in het bestreden vonnis het huwelijk tussen de appellanten gesloten in Barcelona (Spanje) op 11 maart 2005 nietig verklaard wat de gevolgen van dit huwelijk in België betreft, de ingevolge de beslissing te nemen administratieve handelingen bevolen en de appellanten solidair veroordeeld tot de gerechts-kosten. Bespreking 1.
  13. Uit het bestreden vonnis (punt 2.2) en de syntheseconclu-sies van de appellanten en de geïntimeerde blijkt dat voor de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk een procedure hangende is, gekend onder 06/313/B. Volgens de overwegingen van de eerste rechter betreft het een procedure, ingesteld conform art. 23 WIPR met het oog op de er-kenning van de Spaanse huwelijksakte, akte thans voorwerp uit-makende van de huidige procedure in nietigverklaring. Nog vol-gens de eerste rechter zou de beslissing in de huidige procedure, thans hangend voor het hof, bepalend zijn voor de verdere af-handeling van de nog lopende procedure 06/313/B maar dringt voeging zich niet op gezien de verschillende procedureregels in beide zaken een vlotte gezamenlijke afhandeling in de weg staan en het Openbaar Ministerie de rechtbank in de zaak 06/313/B in-licht nopens de verdere afhandeling van de huidige procedure. De appellanten leggen geen stukken over betreffende deze pro-cedure 06/313/B terwijl zij niet ontkennen dat de twee zaken wel als samenhangende zaken in de zin van art. 30 Ger.W. be-schouwd kunnen worden. Er is geen betwisting omtrent het feit dat de zaak 06/313/B nog hangende is in eerste aanleg voor de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk. 1.
  14. De samenhang tussen twee vorderingen staat ter vrije be-oordeling van de rechter, zulks ongeacht het voorwerp of de oor-zaak waarop de rechtsvorderingen betrekking hebben of de iden-titeit van de gedingvoerende partijen (zie en vergelijk Cass. 15 mei 1981, http://jure.juridat.just.fgov.be - Justelnummer N-19810515-6). Er kan echter geen sprake zijn van samenhang tussen twee vorderingen ingeval de ene vordering hangende is voor een rechtscollege dat in eerste aanleg uitspraak dient te doen, en de andere vordering voor een rechtscollege dat in graad van hoger beroep uitspraak dient te doen (zie en vergelijk Cass. 11 februari 2000, http://jure.juridat.just.fgov.be - Justel-nummer F-20000211-3). In de huidige stand van de procedure bestaat voor het hof zelfs geen mogelijkheid om de samenvoeging te bevelen van huidige zaak met de zaak hangende voor de rechtbank van eerste aan-leg te Kortrijk en aldaar gekend onder rolnummer 06/313/B.
  15. De zaak is hic et nunc niet in staat van wijzen nu de vordering tot erkenning van het (Spaans religieus) huwelijk voor de eerste rechter nog sub iudice is. Immers, slechts een (eventueel) erkend (Spaans religieus) huwe-lijk kan eventueel in België nietig verklaard worden. Indien er geen erkenning is, is er ook geen huwelijk en is de vordering tot nietigverklaring van het huwelijk zonder voorwerp. Het hof is niet gevat om te antwoorden op de uitvoerige argu-menten betreffende de erkenning van de Spaanse huwelijksakte, door de beide partijen ontwikkeld, laat staan desbetreffend te be-slissen. De argumenten van de eerste rechter in diens tussen-vonnis - zoals weergegeven door de appellanten maar die niet worden tegengesproken door de geïntimeerde - als zou de be-slissing in de huidige procedure bepalend zijn voor de verdere afhandeling van de nog lopende procedure in eerste aanleg, worden door het hof niet ontmoet. OM DEZE REDENEN, HET HOF, rechtdoende op tegenspraak gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; verklaart het hoger beroep ontvankelijk; stelt vast dat de zaak vooralsnog niet in staat van wijzen is; verzendt de zaak naar de bijzondere rol van deze kamer; houdt de beslissing omtrent de kosten aan. Aldus gewezen door de elfde quater kamer van het Hof van be-roep te Gent, zetelend in burgerlijke zaken, samengesteld uit: de heer Hans Van Bossuyt kamervoorzitter; mevrouw Sabine De Bauw raadsheer; de heer Joris De Smet plaatsvervangend raadsheer; en uitgesproken in openbare terechtzitting door de heer kamer-voorzitter Hans Van Bossuyt op vijfentwintig maart tweeduizend en tien, bijgestaan door Lodewijk Langelet, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.