← België

ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100617.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 17 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100617.11 Rolnummer: 2008/AR/894 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2011-11-03 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-07-01 13:15 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Rechten en plichten advocaten Vrije woorden: advocaat - vennootschap - deontologische normen Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 1e Kamer ________ Terechtzitting van 17-06 2010 Nr. 2008/AR/894 ---------------------- TUSSENARREST + BR in de zaak van : N.V. SURBO in vereffening, met maatschappelijke zetel te 8490 Jabbeke, Caverstraat 47 en met ondernemingsnummer 0437.056.066, appellante, hebbende als raadsman mr. Jean Verdonck, advocaat met kantoor te 8200 Sint-Michiels, 't Kloosterhof 17, tegen P. T., advocaat, wonende te ................................., geïntimeerde, hebbende als raadslieden mr. Dirk Waeyaert en mr. Franka Gevaert, advocaten met kantoor te 8630 Veurne, Sasstraat 14, velt het Hof volgend arrest : Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit hof op 31 maart 2008, heeft N.V. Surbo (in vereffening) tijdig en op regelmatige wijze hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 6 februari 2008, op tegenspraak gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, eerste kamer. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de neergelegde conclusies en stukken werden ingezien. Artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd in acht genomen. Voorgaanden

  1. P. T. (geïntimeerde) is destijds opgetreden als advocaat van N.V. Surbo, thans in vereffening (appellante), die in oktober 2005 een einde maakt aan de samenwerking. Op 28 oktober 2005 stelt geïntimeerde twee afrekeningen op, die sluiten op een tegoed van euro 7.070,25 in het dossier D-R en euro 9.820,14 in het dossier P-M. Deze bedragen worden door hem verrekend met de gelden, die beschikbaar zijn op zijn derdenrekening, en overgemaakt op de rekening van B.V.B.A. Advocaten-kantoor T. & V.. Het saldo wordt middels een cheque overgemaakt aan de nieuwe raadsman van appellante. Appellante is het hiermee niet eens en met dagvaarding van 27 februari 2007 vordert zij van geïntimeerde betaling van de ingehouden bedragen ( euro 16.890,39), meer een bijkomende schadevergoeding van euro 2.500,
  2. Zij klaagt erover dat zij nooit een gedetailleerde afrekening heeft ontvangen en dat eerder betaalde provisies niet zijn verrekend. Geïntimeerde betwist deze vordering. Bovendien stelt hij lopende de procedure in de beide zaken een nieuwe afrekening op, waaruit blijkt dat hij nog aanspraak maakt op euro 3.365,86 (D-R) en euro 2.840,99 (P-M). Bij tegeneis vordert hij betaling van deze bedragen, alsmede een schadevergoeding van euro 2.500,00 wegens tergende en roekeloze procedure.
  3. De eerste rechter overweegt dat geïntimeerde sinds 2 oktober 1993 het beroep van advocaat uitoefent onder de vorm van een vennootschap (B.V.B.A. T. & V.), zodat de door appellante gestelde vordering, die gesteund is op een onverschuldigde betaling, tegen deze vennootschap had moeten gericht worden. De hoofdvordering wordt afgewezen als ongegrond en de tegenvordering wordt onontvankelijk verklaard.
  4. Appellante betwist dat haar vordering gesteund is op een onverschuldigde betaling. Volgens haar is de rechtsgrond voor haar vordering de vaststelling dat geïntimeerde tekort is gekomen aan zijn deontologische verplichtingen als advocaat, door voor haar bestemde gelden niet door te storten en zonder duidelijke afrekening gelden in te houden ter vereffening van zijn staat van kosten en erelonen. Zij herneemt haar vordering tot betaling van euro 16.890,39, meer een bijkomende schadevergoeding van euro 2.500,
  5. Geïntimeerde besluit in hoofdorde tot de afwijzing van het hoger beroep en de volledige bevestiging van het bestreden vonnis. Subsidiair, voor zover zou geoordeeld worden dat hij toch persoonlijk door appellante kan worden aangesproken, stelt hij incidenteel hoger beroep in, waarmee hij zijn tegenvordering tot betaling van euro 3.365,86 en euro 2.840,99 herneemt. Tevens herneemt geïntimeerde de vordering, strekkende tot de veroordeling van appellante tot betaling van een schadevergoeding van euro 2.500,00 wegens tergende en roekeloze procedure. Beoordeling
  6. Ontvankelijkheid van de vordering van appellante en van het hoger beroep. Wanneer een vordering uitgaat van een in vereffening gestelde vennootschap; volstaat dat in de akten wordt vermeld dat de vennootschap ‘in vereffening' is of dat de vordering wordt gesteld door de vereffenaar van de vennootschap. Aangezien zowel de dagvaarding als de beroepsakte melding maken van het feit dat de vordering wordt ingesteld door ‘N.V. Surbo in vereffening', betwist geïntimeerde ten onrechte de ontvankelijkheid van de oorspronkelijke vordering en van het hoger beroep, op de overweging dat de vereffenaar zelf ter zake niet optreedt.
  7. De verhouding tussen partijen. De eerste rechter heeft de vordering van appellante afgewezen op de overweging dat, aangezien geïntimeerde sinds 2 oktober 1993 het beroep van advocaat uitoefent onder de vorm van een vennootschap, geïntimeerde zich tot deze vennootschap had moeten wenden. Het hof treedt deze zienswijze niet bij. De relatie tussen advocaat en cliënt is vooreerst een relatie intuitu personae. Bovendien gelden, krachtens de Reglementen van de Orde van advocaten, voor een advocaat strikte voorschriften omtrent het beheer van de gelden van derden. Nu de vordering van appellante is gesteund op een niet correct beheer en het oneigenlijk aanwenden van aan haar toebehorende gelden, en derhalve op een tekortkoming van geïntimeerde op de voor hem als advocaat geldende deontologische regels, dient geïntimeerde persoonlijk verantwoording af te leggen en kan hij niet aan zijn mogelijke aansprakelijkheid ontsnappen door zich te verschuilen achter de omstandigheid dat hij, om welke reden dan ook, zijn beroep uitoefent onder de vorm van een vennootschap.
  8. Dossier D-R. In deze zaak heeft geïntimeerde op 28 oktober 2005 het dossier overgemaakt aan de nieuwe raadsman van appellante. In het begeleidend schrijven wordt verwezen naar de bijgevoegde eindstaat. Daarop is enkel vermeld: Saldo administratieve kosten: euro 1.230,25 Erelonen : euro 5.840,00 Totaal: euro 7.070,25 Dit bedrag wordt van de aan appellante toebehorende gelden, die geparkeerd zijn op de derdenrekening van geïntimeerde, overgeschreven naar de rekening van het advocatenkantoor T. & V.. Lopende de huidige procedure stelt geïntimeerde een (nieuwe) afrekening op, die het totaal van zijn kosten en erelonen op euro 15.936,89 brengt. Na aftrek van de betaalde provisies ( euro 5.500,78) en het ingehouden bedrag ( euro 7.070,25) blijft aldus een saldo van euro 3.365,
  9. Dit bedrag is mede het voorwerp van de tegenvordering van geïntimeerde en van het door hem ingesteld incidenteel hoger beroep. Nopens de gelden van derden schrijft het Reglement van de Orde van advocaten voor dat gelden van derden onverwijld moeten worden overgemaakt aan de rechthebbenden (of anders onder de hen goedgekeurde voorwaarden) en dat het de advocaat verboden is om gelden, die zijn gestort op een derdenrekening, over te maken op een eigen rekening als betaling van honorarium of kosten, zonder de cliënt daarvan schriftelijk op de hoogte te brengen. Los van de discussie of voor de beëindiging van de samenwerking, appellante op de hoogte was van het feit dat geïntimeerde gelden onder zich hield en of er in dit geval al dan niet een akkoord bestond dat de gelden, toekomende aan appellante, op de derdenrekening van geïntimeerde bleven, is het duidelijk dat, eens een einde was gekomen aan de samenwerking, geïntimeerde ertoe gehouden was de gelden integraal aan appellante over te maken. Compensatie met een niet-verantwoorde en niet-aanvaarde staat van kosten erelonen is uitgesloten en is in strijd met de deontologie. De verplichting de cliënt schriftelijk op de hoogte te brengen impliceert dat door de advocaat een gedetailleerde en duidelijke uitleg wordt verstrekt omtrent het ingehouden bedrag. Ten deze moet worden vastgesteld dat de eindstaat, op grond waarvan een bedrag van euro 7.070,25 werd ingehouden, geen enkel detail bevat van de uitgevoerde prestaties en evenmin enige verantwoording geeft over de in rekening gebrachte bedragen. Minstens had geïntimeerde, in geval van betwisting van de eindstaat, het bedrag waarop hij meent aanspraak te kunnen maken op de derdenrekening moeten laten, in afwachting van een akkoord of een beslissing daaromtrent. In geen geval mocht hij zich de gelden op deze manier toeëigenen. Gelet op de aanhoudende betwisting is het hof van oordeel dat omtrent de staat van kosten er erelonen van geïntimeerde advies dient te worden ingewonnen bij de Orde van advocaten te Veurne. Het geschil beperkt zich echter tot het bedrag van de op 28 oktober 2005 opgestelde eindstaat. Na deze datum heeft geïntimeerde geen prestaties meer verricht en voor het bijkomend bedrag van euro 3.365,86 wordt niet de minste verantwoording gegeven, zodat dit geenszins verschuldigd is.
  10. Dossier P-M. In dit dossier geldt dezelfde redenering als voor het dossier D-R. Het bedrag van de (verder niet gedetailleerde) eindstaat is in dit geval euro 9.820,14, terwijl volgens de naderhand opgestelde afrekening een totaal bedrag van euro 18.051,44 verschuldigd is, zodat, na aftrek van de provisies ( euro 7.231,30) en het ingehouden bedrag ( euro 9.820,14), een saldo blijft van euro 2.840,
  11. Ook wat dit dossier betreft, dient het advies te worden ingewonnen van de Raad van de Orde van advocaten en beperkt het geschil zich tot de betwiste som van euro 9.820,14, aangezien er ook hier geen enkele grond is om een bijkomend bedrag in rekening te brengen.
  12. De tegenvordering. De eerste rechter heeft de tegenvordering ten onrechte onontvankelijk verklaard, maar omwille van de motieven, uiteengezet onder de vorige randnummers, kan appellant in geen van beide zaken aanspraak maken op een bijkomend bedrag aan kosten en erelonen. Het incidenteel hoger beroep is derhalve enkel gegrond, in de mate de tegenvordering onontvankelijk werd verklaard. De tegenvordering is evenwel ongegrond.
  13. De vordering van geïntimeerde wegens tergende en roekeloze procedure. Hoger werd geoordeeld dat geïntimeerde inbreuken heeft begaan op de deontologie. Van een tergende en roekeloze procedure kan derhalve geen sprake zijn. Ook wat dit aspect betreft is het incidenteel hoger beroep ongegrond.
  14. De beslissing over de overige vorderingen en de kosten dient te worden aangehouden. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Verklaart de hogere beroepen toelaatbaar en in de hierna volgende mate gegrond. Doet het bestreden vonnis teniet en opnieuw wijzende. Verklaart de vordering van appellante toelaatbaar, doch vooraleer ten gronde over te oordelen. Zegt dat de meest gerede partij het dossier dient voor te leggen aan de Raad van de Orde van advocaten te Veurne, met het oog op advies over de beide staten van kosten en erelonen, binnen de perken zoals hoger omschreven. Verklaart de tegenvordering van geïntimeerde, strekkende tot betaling van euro 3.365,86 en euro 2.840,99, alsmede diens vordering tot betaling van een schadevergoeding van euro 2.500,00 wegens tergend en roekeloos geding, ontvankelijk, doch ongegrond. Houdt de beslissing over de overige vorderingen, evenals over de kosten, inmiddels aan en verwijst de zaak naar de bijzondere rol voor verdere afhandeling. Aldus gewezen door de eerste kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Dirk Floren, kamervoorzitter, Bart Wylleman, raadsheer, Linda Tavernier, raadsheer, en uitgesproken door de kamervoorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op zeventien juni tweeduizend en tien, bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.