id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 20 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20100920.6 Rolnummer: 2010-AR-1045 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2011-05-24 Raadplegingen: 113 - laatst gezien 2026-07-01 13:39 Fiche Ingeval van afstand van hoger beroep en deze afstand niet moet aan-vaard worden, is het hof niet geroepen om te oordelen over gelijk of on-gelijk van een partij. In dit geval kan het hof dan ook geen veroordeling uitspreken m.b.t. de gerechtskosten. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) - Rechtsplegingsvergoeding GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Afstand hoger beroep - rechtsplegingsvergoeding - art. 1022 Ger.W. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7de Kamer _______________ Terechtzitting van 20 september 2010 ________________ Afstand hoger beroep 2010/AR/1045 - In de zaak van: V............ S..............., houthandelaar, handeldrijvende onder de benaming V......... H.............., met vennootschapszetel te ................, ..................., KBO nr. 0526.772.752, appellant, hebbende als raadsman mr. MICHIELS Hans, advocaat te 8500 KORTRIJK, Burgemeester Nolfstraat 27, (referte: 32.172) tegen: B........ .............., wonende te ................................... geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. AUQUIER Benjamin, advocaat te 1400 NIVELLES, Avenue du Centenaire 4, velt het hof het volgend arrest: Procedure in hoger beroep
- Appellant heeft op 16 april 2010 tijdig en regelmatig naar de vorm hoger beroep ingesteld tegen het door de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, 4de kamer, op 21 januari 2010 op tegenspraak gewezen vonnis in de zaak AR 09/
- Een exploot van betekening wordt niet voorgelegd. Op 6 mei 2010, nog vooraleer door geïntimeerde een conclusie werd neergelegd, heeft appellant een "akte van afstand van beroep" neergelegd. (stuk 5 gerechtsdossier hoger beroep) In deze akte verklaart appellant afstand te doen van het voormelde hoger beroep en benadrukt hij dat deze afstand door geïntimeerde niet moet worden aanvaard nu deze laatste nog geen conclusies heeft genomen over het onderwerp van het hoger beroep waarvan wordt afgezien. Verder benadrukt appellant dat hij niet kan veroordeeld worden tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding nu er, gelet op de afstand van het ho-ger beroep, geen sprake is van een in het gelijk of ongelijk gestelde partij in de zin van artikel 1022 Ger.W.. Ondergeschikt vordert appellant om deze rechtsplegingsvergoeding tot het minimum te beperken.
- Geïntimeerde heeft op 6 mei én op 26 mei 2010 een nota neergelegd waarin hij, gelet op de afstand van het hoger beroep, aanspraak maakt op de toekenning van een op een bedrag van 900,00 EUR begrote rechtsplegingsvergoeding. Nog volgens geïntimeerde zijn er geen redenen voorhanden om voormeld bedrag te herleiden zoals voorzien in artikel 1022 Ger.W..
- Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en het hof heeft kennis genomen van hun stukken en besluiten. Beoordeling
- Het hof stelt vast dat er geen betwisting bestaat omtrent de afstand van het aanvankelijk door appellant ingesteld hoger beroep, nu ook geïntimeerrde vordert dat daarvan akte zou worden verleend. Ook ambtshalve zijn geen bezwaren of middelen tegen deze afstand op te werpen.
- Uit wat voorafgaat blijkt dat partijen discussie blijven voeren omtrent de gedingkosten, meer in het bijzonder met betrekking tot de rechtsplegings- vergoeding waarop geïntimeerde aanspraak maakt. In toepassing van artikel 827 Ger.W. brengt iedere afstand de verplichting mee tot betaling van de kosten. In toepassing van artikel 1018, 6° Ger.W. omvatten de kosten ook " de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022 Ger.W.". Artikel 1022 Ger.W. definieert de rechtsplegingsvergoeding als een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Nu de afstand hier werd gedaan vooraleer geïntimeerde conclusie heeft genomen over het hoger beroep waarvan wordt afgezien, dient deze af-stand niet te worden aangenomen door geïntimeerde. Deze afstand van het hoger beroep, waarvan geïntimeerde de rechtsgeldigheid overigens niet betwist, houdt in dat het hof geen uitspraak meer kan doen over het hoger beroep en dus ook niet meer kan beoordelen of dit hoger beroep al dan niet ontvankelijk en/of gegrond voorkomt. Waar aldus onmogelijk nog kan worden geoordeeld over het gelijk of ongelijk van appellant dan wel geïntimeerde, dient het hof vast te stellen dat niet kan worden voldaan aan de toepassingsvoorwaarde van artikel 1022 Ger.W. . Geïntimeerde kan dan ook geen aanspraak maken op de toekenning van een op 900,00 EUR begrote rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep, als tegemoetkoming in de kosten en erelonen van zijn advocaat. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, Recht doende op tegenspraak, Decreteert de afstand van het hoger beroep, Verwijst appellant in de aan zijn zijde gevallen kosten van het hoger beroep, niet begroot bij gebrek aan opgave. Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit: Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend kamervoorzitter, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, Geert De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door Kristoffel Goossens, griffier en uitgesproken door de kamervoorzitter in openbare terechtzitting op maandag twintig sep-tember tweeduizend en tien. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div