← België

ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20101025.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 25 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20101025.9 Rolnummer: 2008-AR-3087 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2011-05-24 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-07-01 13:58 Fiche Als de geïntimeerde in hoger beroep niet in persoon doch enkel in zijn hoedanigheidvan curator voor de eerste rechter aanwezig was, moet hij in dezelfde hoedanigheid in hoger beroep worden betrokken, zoniet is het hoger beroep onontvankelijk met toepassing van art. 17 Ger.W. (ontbreken van enig belang) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Ontvankelijkheid hoger beroep -geïntimeerde niet in de correcte hoedanigheid in beroep betrokken. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7 de BIS Kamer ________ Terechtzitting van 25-10 2010 Nr. 2008/AR/3087 --------------------- HOGER BEROEP ONONTVANKELIJK in de zaak van : B.V.B.A. VANDECASTEELE NOEL VERZEKERINGEN, met maatschappelijke zetel te 8400 Oostende, Rogierlaan 36 bus O en met ondernemingsnummer 0455.901.483, appellante, hebbende als raadsman mr. Bettina Van Den Abeele, advocaat met kantoor te 8000 Brugge, Hamiltonpark 20, tegen D........ H................., advocaat, met kantoor te .................. geïntimeerde, in persoon verschijnende, velt het Hof volgend arrest : De partijen zijn gehoord in openbare terechtzitting en het hof heeft kennis genomen van hun stukken en besluiten. * Met verzoekschrift neergelegd op 19 december 2008 tekent de BVBA Vandecasteele Noël Verzekeringen hoger beroep aan tegen de heer D.....H................, met betrekking tot een vonnis dat gewezen is op 22 september 2008 door de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, derde bis kamer. * De heer D.......... H............werpt de nietigheid van de beroepsakte op in zoverre het tegen hem in persoonlijke naam is gericht. Ook werpt hij op dat het hoger beroep als onontvankelijk, niet toelaatbaar, minstens volkomen ongegrond zou worden afgewezen. D. H............. werpt op dat hij in de procedure voor de eerste rechter, waarnaar de appellante verwijst, in persoonlijke naam niet in zake was. De BVBA Vandecasteele Noël Verzekeringen, de appellante, houdt voor dat - er in de beroepsakte niet vermeld wordt dat D. H............. in persoonlijke naam is gedagvaard - de beroepsakte de melding "kantoor houdende" en niet "wonende te" bevat, wat wijst op de beroepsactiviteit als curator in hoofde van de geïntimeerde - de problematiek van belang en hoedanigheid rijst in hoofde van de eiser, doch niet in hoofde van de verweerder, terwijl zij de verweerder is - er geen sprake is van absolute nietigheid en art. 861 Ger.W. bepaalt dat de rechter enkel dan een proceshandeling nietig kan verklaren ingeval van belangenschade in hoofde van wie de exceptie opwerpt én er in casu geen schade is. BEOORDELING Het bestreden vonnis van 22 september 2008 is door de eerste rechter uitgesproken tussen - de heer D............ H............ "advocaat te ............., optredend in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van Noël Vandecasteele, wonende te 8470 Gistel, Kerkstraat 1, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van 2 juli 1997" en - "Noël Vandecasteele Verzekeringen bvba, met zetel te 8400 Oostende, Rogierlaan 36 bus O, ingeschreven in de Kruispuntbank van ondernemingen onder nummer 0455.901.483 ". In hoger beroep wordt als enige geïntimeerde door de appellante betrokken: "De heer D..... H........, met kantoor te ................... De heer D....... H................. wordt als geïntimeerde betrokken zonder vermelding van enige hoedanigheid. Aldus moet worden aangenomen dat hij in persoonlijke naam met zijn persoonlijk vermogen in de beroepsprocedure wordt betrokken. De vermelding van zijn kantooradres doet aan voorgaande vaststelling geen enkele afbreuk. Indien de appellante de heer D......H........in een bijzondere hoedanigheid - en dus ook met een vermogen dat afwijkt van zijn persoonlijk vermogen - in de hoger beroepsprocedure had willen betrekken, dan had de appellante dit moeten vermelden. Waar zij dit niet heeft gedaan, is de heer D.....H........ - het zij herhaald - in persoonlijke naam aanwezig. De appellante had geen enkel belang om de heer D...... H...... in persoonlijke naam in de hoger beroepsprocedure tegen het vonnis van 22 september 2008 te betrekken, aangezien de heer D.......H..... in persoonlijke naam er nooit partij is geweest. Het hoger beroep is bijgevolg met toepassing van art. 17 Ger.W. onontvankelijk. De overweging vanwege de appellante dat de vraag naar hoedanigheid en belang slechts aan de orde is in hoofde van de eiser, is juist in de context van art. 17 Ger.W. en het wordt overigens ook alhier toegepast: de appellante is de eiseres in de beroepsprocedure en zij heeft in haren hoofde geen belang om de heer D......H........ in persoonlijke naam in de beroepsprocedure te betrekken. Tenslotte zij er aangemerkt dat art. 861 en 862 Ger.W. niet aan de orde komen aangezien het ten deze de persoon zélf van de in hoger beroep betrokken geïntimeerde betreft ten opzichte van wie de appellante over het nodige belang dient te beschikken: de voorwaarden van art. 17 Ger.W. gaan vooraf aan de materie van art. 861 Ger.W. Nà de vaststelling dat de juiste persoon ten opzichte van wie de andere partij over het wettelijke belang beschikt, in de (beroeps)procedure is betrokken, kunnen er foutjes zijn aan diens benaming, adres enz... aan bod komen (die zeer waarschijnlijk onder art. 861 Ger.W. niet tot de nietigheid zouden leiden), doch het hoger beroep botst op de voorafgaandelijk opgeworpen ontvankelijkheidsvereiste zoals omschreven in art. 17 Ger.W. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak; Bevestigt dat toepassing is gemaakt van artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep onontvankelijk. Veroordeelt de appellante tot de gerechtskosten verbonden aan onderhavige beroepsprocedure, die niet nader cijfermatig hoeven vastgesteld te worden aan haar zijde daar zij definitief te haren laste blijven, en vastgesteld aan de zijde van de heer D........ H.........op nihil. Aldus gewezen door de zevende bis kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Pieter Vanherpe, alleenrechtsprekend raadsheer, bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de alleenrechtsprekend raadsheer in openbare terechtzitting op vijfentwintig oktober tweeduizend en tien. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.