id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 21 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2010:ARR.20101221.9 Rolnummer: Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2011-02-17 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-07-01 14:24 Fiche De persoonlijke schuldeiser kan bewarend en uitvoerend beslag leggen op het onverdeelde aandeel van zijn schuldenaar in een onroerend goed, zelfs wanneer met betrekking tot dit goed een beding van aanwas overeengekomen werd. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed Vrije woorden: Beslag - en executierecht - voor beslag vatbare goederen - onroerend beslag - beding van aanwas. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 14b Kamer ________ Terechtzitting van 21 december 2010 ________ 2010/AR/928 in de zaak van: D................... C..............., informaticus, wonende te ............................................... WOONSTKEUZE doende op het kantoor van gerechtsdeurwaarder VANDEMEULEBROECKE A., met kantoor te 9230 WETTEREN, Lange Kouterstraat 14/A, appellant, hebbende als raadsman mr. VERTÉ Els, advocaat te 9270 LAARNE, Meirhoekstraat 91 tegen: D.......... R.................... D....................., bediende, wonende te ................................ WOONSTKEUZE doende op het kantoor van haar raadsman Mr. DEWEVER Ivan, met kantoor te 8720 WAKKEN, Kasteeldreef 9, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. DE WEVER Ivan, voormeld Wijst het Hof volgend arrest: Het Hof nam kennis van de op 27 oktober 2009 en 19 februari 2010 door de beslagrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Brugge verleende beschikkingen, waartegen appellant, met zijn op 6 april 2010 ter griffie neergelegd verzoekschrift, tijdig en op regelmatige wijze hoger beroep heeft ingesteld. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de neergelegde conclusies en stukken werden ingezien. Artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd in acht genomen. I. Voorgaanden
- Voorwerp van het geschil tussen partijen is enerzijds het verzet dat appellant op 28 oktober 2008 heeft ingesteld naar aanleiding van het bewarend beslag, dat geïntimeerde op 11 september 2009 liet leggen op het aandeel van appellant in het onroerend goed gelegen te Wetteren, Kapellendries 28 en anderzijds het verzet dat appellant op 27 februari 2009 heeft ingesteld naar aanleiding van het bevel met omzetting van bewarend onroerend beslag in uitvoerend onroerend beslag van 30 december 2008, krachtens dezelfde titel betekend. Beide verzetsprocedures tegen het bewarend en uitvoerend beslag, respectievelijk gekend onder algemeen rolnummers 08/2739/A en 09/557/A werden wegens samenhang door de eerste rechter gevoegd bij de thans bestreden vonnissen. Het beslag en het bevel tot betalen werden op verzoek van geïntimeerde betekend krachtens een vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk dd.1 juni 2006, waarin tussen partijen de echtscheiding door onderlinge toestemming werd uitgesproken en de onderhandse overeenkomsten tot regeling van de wederzijdse rechten en plichten van partijen, voorafgaand aan de echtscheiding opgesteld op 8 december 2005 en gewijzigd op 20 februari 2006, werden gehomologeerd. Het beslag strekte tot invordering van verschuldigde onderhoudsgelden en buitengewone kosten m.b.t. de kinderen, verschuldigd op basis van de gehomologeerde onderhandse overeenkomsten.
- De woning, waarop geïntimeerde beslag heeft laten leggen, is door appellant en mevrouw K.......... K................... op 15 juni 2006 aangekocht in onverdeeldheid, door iedere koper afzonderlijk tot beloop van de helft in volle eigendom. Op 11 mei 2007 is appellant gehuwd met K............... K.............., onder het stelsel van scheiding van goederen ingevolge een notarieel huwelijkscontract verleden op 7 mei
- Bij brieven van 22 mei 2007 en 30 augustus 2007 werd appellant door geïntimeerde verzocht om bij te dragen in de helft van de kostprijs voor de communiekledij aangeschaft voor één van de kinderen van partijen. Tevens werd betaling gevraagd van de onderhoudsbijdrage verschuldigd voor de maanden augustus 2006 en augustus
- Bij akte verleden voor notaris Christiaan De Smet op 7 november 2007 werd akte genomen van de overeenkomst tussen appellant en zijn nieuwe echtgenote K............ K............... om voornoemde woning als een bijzondere onverdeeldheid tussen hen te beschouwen.
- Het verzet van appellant tegen het bewarend beslag en het bevel met omzetting van bewarend in uitvoerend onroerend beslag strekt ertoe: - geïntimeerde te veroordelen om binnen de 48 uur na de betekening van het te wijzen vonnis opheffing te verlenen van het bewarend beslag en het uitvoerend beslag dat op respectievelijk 11 september 2008 en 30 december 2008 werd gelegd op voornoemd onroerend goed en om binnen dezelfde termijn tot de doorhaling van het beslag te doen overgaan, zonder enig voorbehoud, van de overschrijving van het bewarend/uitvoerend beslag, onder de verbeurte van een dwangsom van 500,00 EUR per kalenderdag dat zij in gebreke blijft om het beslag op te heffen en de overschrijving ervan te doen doorhalen, met een maximum van 7.000,00 EUR; - te horen zeggen voor recht dat, bij gebreke aan vrijwillige opheffing en doorhaling, de betekening van het te wijzen vonnis aan de geïntimeerde en aan de bevoegde hypotheekbewaarder zal gelden als opheffing van het beslag; - de geïntimeerde te horen veroordelen tot alle kosten van het beslag en van de opheffing, en van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding; - het te wijzen vonnis uitvoerbaar te horen verklaren bij voorraad, niettegenstaande enig rechtsmiddel en zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.
- In de procedure voor de eerste rechter steunt appellant zijn verzet op twee gronden. In zijn verzetsakte stelt appellant enkel dat zijn aandeel in het onroerend goed niet vatbaar is voor beslag omdat bij akte van 7 november 2007, verleden voor notaris C........... D...........S............ te .................., en overgeschreven op het eerste hypotheekkantoor Dendermonde op 27 november 2007, akte verleend werd aan de overeenkomst tussen hemzelf en zijn tweede echtgenote, mevrouw KINT Kristin, om het voornoemd onroerend goed te beschouwen als een bijzondere onverdeeldheid tussen de echtgenoten D............-K............., waaraan een beding van aanwas is gekoppeld. In latere besluiten werpt appellant ook nog op dat de afrekening van geïntimeerde in de exploten van beslag van 11 september 2008 en 30 december 2008 foutief is en dat de gevorderde buitengewone en grote kosten niet worden gestaafd. Bij conclusie vraagt geïntimeerde het verzet van appellant onontvankelijk te verklaren, minstens ongegrond, met verwijzing van appellant in de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding begroot aan haar zijde op 3.000 EUR (minstens begroot op 1.200 EUR). In ondergeschikte orde vraagt geïntimeerde bij tegeneis haar pauliaanse vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren, en te horen zeggen voor recht dat de overeenkomst van 7 november 2007 met het erin opgenomen beding van aanwas nietig is.
- Bij het bestreden tussenvonnis van 27 oktober 2009 heeft de eerste rechter ambtshalve het debat heropend, teneinde geïntimeerde toe te laten een gedetailleerde lijst op te stellen met betrekking tot de onderhoudsgelden verschuldigd voor de kinderen en de buitengewone en grote kosten en geïntimeerde toe te laten afdoende betalingsbewijzen te voegen bij het gerechtsdossier. Wat betreft de beslagbaarheid van het onverdeeld onroerend goed, dat het voorwerp uitmaakt van een beding van aanwas opgenomen bij notariële akte van 7 november 2007, kwam de eerste rechter in het tussenvonnis reeds tot het besluit dat goederen, die het voorwerp uitmaken van een beding van aanwas niet onder de wettelijke uitzonderingen inzake beslagbaarheid vallen en dat de persoonlijke schuldeiser van een der echtgenoten (geïntimeerde) uit de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet, die van openbare orde zijn, een eigen recht put om de verdeling te vorderen van een onroerend goed dat in onverdeeldheid aan de echtgenoten toebehoort.
- Bij het eindvonnis van 19 februari 2010 wordt het verzet van appellant tegen het bewarend beslag op onroerend goed en tegen het bevel met omzetting van bewarend beslag in uitvoerend beslag, betekend op 30 december 2008, ontvankelijk doch ongegrond verklaard. De tegenvordering van geïntimeerde werd afgewezen als ongegrond. Appellant vraagt in hoger beroep het bestreden vonnis te wijzigen en zijn oorspronkelijk verzet in te willigen. III. Beoordeling
- Het Hof dient zich uit te spreken over de regelmatigheid en rechtmatigheid van het bewarend en uitvoerend beslag dat geïntimeerde op respectievelijk 11 september 2008 en 30 december 2008 liet leggen op het onverdeeld aandeel van appellant in het onroerend goed gelegen te Wetteren, Kapellendries
- Uit de appelakte blijkt dat appellant zijn hoger beroep beperkt tot de afwijzing van zijn verzet bij de bestreden vonnissen, voor zover dit gesteund is op de beweerde onbeslagbaarheid van zijn onverdeeld aandeel in het onroerend goed, gelet op de notariële akte van onverdeeldheid van 7 november
- Appellant bestrijdt niet de afwijzing van zijn verzet m.b.t. de afrekening van de schuldvordering van geïntimeerde.
- De betwisting tussen partijen betreft bijgevolg uitsluitend de vraag of het onverdeeld aandeel van appellant in het onroerend goed al dan niet vatbaar is voor beslag, gelet op de notariële akte van 7 november
- Bij deze notariële akte wordt de overeenkomst vastgesteld tussen hemzelf en zijn nieuwe echtgenote K........... K............. om voornoemd onroerend goed te beschouwen als een bijzondere onverdeeldheid tussen hen, waaraan een beding van aanwas is gekoppeld. Meer bepaald wordt in de notariële akte omtrent het onroerend goed het volgende bepaald: "Beding van aanwas met optie in volle eigendom De comparanten komen overeen een bijzondere onverdeeldheid tussen hen in het leven te roepen voor het voormeld onroerend goed, dat als een doelvermogen wordt aanzien. Zij komen met name overeen dat, bij het overlijden van de eerststervende onder hen en zonder terugwerkende kracht, de volle eigendom van het deel van de eerststervende in het goed zal aanwassen bij het deel van de overlevende, doch enkel op voorwaarde dat deze laatste hiervoor uitdrukkelijk op de wijze en binnen de termijn hierna gepreciseerd, opteert na het overlijden van de eerststervende. Aldus staat elk van de kopers, onder voormelde voorwaarden, de volle eigendom van zijn deel af aan de andere onder de opschortende voorwaarde van zijn vooroverlijden; als tegenprestatie voor deze afstand verkrijgt de overdrager een kans om de volle eigendom van het deel van de andere te verkrijgen, indien hij het langst leeft. Deze overeenkomst is wederkerig toegestaan en aanvaard ten bezwarende titel, als kanscontract, onder de hierna volgende modaliteiten en voorwaarden."
- Appellant meent dat zijn onverdeeld aandeel in het onroerend goed niet vatbaar is voor beslag, gelet op het voornoemd beding van aanwas zoals opgenomen in de notariële akte van 7 november
- Hij stelt dat het beding van aanwas een bijzondere onverdeeldheid is met een opschortende voorwaarde en dat - wanneer deze voorwaarde zich vervult - het eigendomsrecht retroactief zal gelden. Hieruit zou volgen dat het aandeel van een echtgenoot in dit goed niet vatbaar is voor beslag. Bij aanwas zou er geen recht zijn op een onverdeeld aandeel in het onroerend goed, doch een aandeel in het onroerend goed in zijn geheel. Elke echtgenoot zou zijn aandeel reeds hebben verkocht aan de ander in ruil voor een kans op het geheel van het goed, hetgeen zou kunnen worden beschouwd als een onlichamelijk recht.
- Het Hof treedt dit standpunt niet bij. De tontine-overeenkomst heeft uitsluitend interne werking en kan er niet toe leiden de artikelen 7 en 8 van de Hypotheekwet buiten spel te zetten. De schuldeisers zullen de verdeling ex artikel 1561 Ger.W. kunnen vorderen. Het doelvermogen dat door de tontine wordt gecreëerd, heeft enkel interne werking. Anders dan de partijen kunnen hun respectieve schuldeisers wel de onverdeeldheid vorderen (zie D.Michiels, Tontine en aanwas, 2008, 20-21, nr.18). Een contractuele onverdeeldheid met beding van aanwas, vastgesteld in een notariële akte, heeft niet voor gevolg dat het betrokken onroerend goed onttrokken wordt aan het verhaalsrecht van de schuldeisers van de onverdeelde mede-eigenaar. Een schuldenaar kan niet bij overeenkomst de beslagbaarheid van een goed ongedaan maken. De persoonlijke schuldeiser kan bewarend én uitvoerend beslag leggen op het onverdeelde aandeel van zijn schuldenaar in een onroerend goed, zelfs wanneer betreffende dit goed een beding van aanwas overeengekomen werd. Alleen kan deze schuldeiser krachtens artikel 1561 Ger.W. het uitvoerend beslag op het onverdeelde aandeel van de schuldenaar niet verder ten uitvoer leggen vóór de verdeling of de veiling die hij kan vorderen of waarin hij gerechtigd is tussen te komen. Zelfs indien het voor de deelgenoten ingevolge een beding van aanwas niet mogelijk is om de uit onverdeeldheidtreding te vorderen, dan kan dit recht niet worden ontzegd aan hun schuldeisers, aan wie het beding van aanwas niet tegenstelbaar is. Een persoonlijke schuldeiser van een tontinepartner heeft het recht om de verdeling van het goed te vragen. Zoniet zouden de verhaalsrechten van de schuldeisers volledig worden uitgehold. De wet heeft de goederen, die niet voor beslag vatbaar zijn, op limitatieve wijze opgesomd. Een schuldenaar kan niet door het sluiten van een overeenkomst goederen, die krachtens de wet beslagbaar zijn, onttrekken aan het onderpand waarop zijn persoonlijke schuldeiser krachtens de artikelen 7 en 8 Hyp.Wet aanspraak kan maken. Bovendien is het standpunt van appellant, dat het eigendomsrecht bij de vervulling van de opschortende voorwaarde retroactief zal gelden, niet te verzoenen met de duidelijke bewoordingen van de notariële akte zelf, waarin bepaald is dat partijen overeenkomen dat - bij het overlijden van de eerststervende onder hen en zonder terugwerkende kracht - de volle eigendom van het deel van de eerststervende in het goed zal aanwassen bij het deel van de overlevende, op voorwaarde dat deze laatste hiervoor uitdrukkelijk opteert op de wijze en binnen de termijn nader gepreciseerd, na het overlijden van de eerststervende. Uit de bewoordingen zelf van het beding blijkt dat appellant reeds eigenaar is en blijft van zijn eigen onverdeeld aandeel in het onroerend goed en dat hij desgevallend onder bepaalde voorwaarden ook eigenaar kan worden van het deel van de eerststervende zonder terugwerkende kracht. Het hoger beroep is ongegrond.
- Gelet op de ongegrondheid van het hoger beroep, is de tegenvordering door geïntimeerde in ondergeschikte orde gesteld - voor het geval het verzet van appellant gegrond zou worden verklaard - zonder voorwerp. IV. Kosten
- Gelet op de ongegrondheid van het hoger beroep, dient appellant in te staan voor de kosten van het geding in hoger beroep. Geïntimeerde vraagt een rechtsplegingsvergoeding van 3.000 EUR, stellende dat haar vordering een waarde heeft van om en bij de 76.000 EUR. Aangezien het voorwerp van het geding uitsluitend betrekking heeft op de vraag naar de beslagbaarheid van het onverdeeld aandeel van appellant in het onroerend goed, betreft het een niet in geld waardeerbare vordering. De basisrechtsplegingsvergoe-ding voor de vordering, die niet in geld waardeerbaar is, bedraagt 1.200 EUR. OM DEZE REDENEN HET HOF Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond. Veroordeelt appellant tot de kosten van het geding, aan zijn zijde niet nader te begroten, omdat zij te zijnen laste blijven en aan de zijde van geïntimeerde begroot op : - rechtsplegingsvergoeding: 1.200 EUR Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, VEERTIENDE bis KAMER, zitting houdende in burgerlijke zaken, van 21 december 2010 Aanwezig: Karen Broeckx, Raadsheer wn. Voorzitter Carine Sonneville, griffier Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div