id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 19 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2024:ARR.20241219.1 Rolnummer: 2023/AR/1964 Zaak: Delhaize De Leeuw NV Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-03-14 Raadplegingen: 505 - laatst gezien 2026-06-18 18:40 Fiche Thesaurus CAS: KORT GEDING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - KORT GEDING - Algemeen (kort geding) Vrije woorden: Collectief arbeidsgeschil - staking - blokkade toegang winkels Tekst van de beslissing Uittreksel arrest eerste kamer hof van beroep Gent d.d. 19.12.2024 In de zaak van:
- DELHAIZE LE LION/DE LEEUW NV,
- DELHOME NV, appellanten, tegen
- eerste geïntimeerde
- tweede geïntimeerde
- derde geïntimeerde
- vierde geïntimeerde
- vijfde geïntimeerde wijst het hof het volgend arrest: I. PROCEDURE Het hof nam kennis van het dossier van rechtspleging, inzonderheid van: - de bestreden beschikking van 14 juni 2023 van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen afdeling Gent zetelend in kort geding; - het verzoekschrift hoger beroep neergelegd op 18 december 2023; - de beschikking artikel 747 §2 van het Gerechtelijk Wetboek van 25 februari 2024; - de door partijen neergelegde conclusies en stukken. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting van 21 november 2024 waarna het debat werd gesloten en de zaak werd in beraad genomen. Artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd in acht genomen. II. FEITEN EN VOORAFGAANDEN
- Partijen waren verwikkeld in een collectief arbeidsgeschil en in dat kader vroegen nv Delhaize en nv Delhome (verder appellanten genoemd) bij eenzijdig verzoekschrift een aantal maatregelen op te leggen. Bij beschikking van 19 april 2023 besliste de voorzitter op eenzijdig verzoekschrift: Verklaart het verzoekschrift ontvankelijk en in de volgende mate gegrond: “Legt een verbod op aan eenieder om, op gelijk welke wijze en op gelijk welke plaats, het personeel, de leveranciers en/of de klanten van Delhaize de toegang (ingang en uitgang) tot, alsook de doorgangen binnen enige winkel, gebouw of terrein van Delhaize zoals hierna opgesomd (daarbij inbegrepen alle lokalen, bureaus, parkings, doch zonder hiertoe beperkt te zijn) te verhinderen, te bemoeilijken of onmogelijk te maken, op straffe van een dwangsom van 1.000,00 EUR per persoon en per inbreuk vanaf de betekening van onderhavige beschikking, evenwel met een maximum voor alle inbreuken samen van 100.000 EUR, meer bepaald in de winkels gelegen in het bevoegdheidsgebied van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, meer bepaald: -DELHAIZE-EEKLO, Brugsesteenweg 23, 9900 Eeklo -DELHAIZE-GENT STER, Kortrijksesteenweg 906, 9000 Gent -DELHAIZE-LEDEBERG, Driesstraat 96, 9050 Gent Legt een verbod op aan eenieder om op gelijk welke wijze en op gelijke welke plaats, het personeel, de leveranciers en/of de klanten van Delhome de toegang (ingang en uitgang) tot, alsook de doorgangen binnen enig gebouw of terrein van Delhome (daarbij inbegrepen alle lokalen, bureaus, parkings, doch zonder hiertoe beperkt te zijn) te 9052 Gent, Nederzwijnaerde 2 te verhinderen, te bemoeilijken of onmogelijk te maken op straffe van een dwangsom van 1.000,00 EUR per persoon en per inbreuk vanaf de betekening van onderhavige beschikking, evenwel met een maximum voor alle inbreuken samen van 100.000 EUR; Beveelt dat eenieder die de toegang (in- en uitgang) tot de gebouwen of terreinen die gebruikt worden door verzoeksters verhindert, bemoeilijkt of onmogelijk maakt, deze onmiddellijk zal dienen vrij te maken (inclusief wanneer de hindering plaatsvindt op de openbare weg) na hiertoe betekening van de onderhavige beschikking te hebben ontvangen, op straffe van een dwangsom van 1.000,00 EUR per persoon en per inbreuk vanaf de betekening van onderhavige beschikking, evenwel met een maximum voor alle inbreuken samen van 100.000 EUR; Legt het verbod op aan eenieder, die hiervoor geen toelating kreeg van de directie van verzoeksters, om zich toegang te verschaffen, hetzij alleen, hetzij in groep, tot voormelde gebouwen of terreinen. Verleent verzoeksters toelating om elk voertuig of obstakel dat de toegang en/of uitgang verhindert tot en/of uit de voormelde gebouwen of terreinen (inclusief wanneer de hindering plaatsgrijpt op de openbare weg of op de parking), indien nodig met bijstand van de openbare macht, te laten verwijderen, en dit op kosten van de eigenaar of de bestuurder van het voertuig of het obstakel; verleent verzoeksters toelating om de bestuurder van het voertuig te vorderen het voertuig te verplaatsen zodat de vrije toegang tot de gebouwen of terreinen bekomen kan worden of de sleutel van het voertuig aan hun aangestelde af te geven teneinde zelf het voertuig te kunnen verplaatsen en zodoende de toegang en/of uitgang tot de voormelde gebouwen of terreinen (inclusief wanneer de hindering plaatsgrijpt op de openbare weg of op de parking) mogelijk te maken, indien nodig met bijstand van de openbare macht; dit alles na hiertoe betekening van de onderhavige beschikking te hebben ontvangen, op straffe van een dwangsom van 1.000,00 EUR per persoon en per inbreuk, evenwel met een maximum voor alle inbreuken samen van 100.000,00 EUR. Legt het verbod op aan eenieder om het normale gebruik van het materiaal van verzoeksters en/of haar klanten en/of haar leveranciers en/of derden te blokkeren en/of te beschadigen, op straffe van een dwangsom van 1.000,00 EUR per persoon en per inbreuk, evenwel met een maximum voor alle inbreuken samen van 100.000,00 EUR. Laat de instrumenterende gerechtsdeurwaarder toe de bijstand van de openbare macht te vragen om de uitvoering van de tussen te komen beschikking te verzekeren. Machtigt verzoeksters om, met tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder en desnoods met hulp van de openbare macht, de identiteit te laten opnemen van de actievoerders die geen gevolg geven aan voornoemde bevelen. Zegt voor recht dat deze beschikking geldt vanaf heden tot en met 30 april
- Verklaart dat deze beschikking al die tijd tevens kan betekend en uitgevoerd worden op elk uur van de dag en van de nacht. Wijst het meer en/of anders gevorderde af als ongegrond. Veroordeelt verzoeksters tot de kosten van deze procedure, en begroot deze als volgt: -de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, welke bij de inschrijving van de zaak werd betaald door verzoeksters, hetzij 24,00 EUR; -de nog in te vorderen rolrechten voor huidige procedure aan de Belgische Staat (FOD Financiën),hetzij een bedrag van 165,00 EUR.” Nadat op 21 april 2023 een verzoekschrift werd neergelegd met vraag om dezelfde maatregelen op te leggen ten aanzien van 2 winkels nl. Gent Watersport en Gent- Wondelgem, werd bij beschikking van 21 april 2023 dezelfde maatregelen toegekend ten aanzien van deze 2 winkels.
- Deze beschikkingen werden betekend aan de geïntimeerden
- Tegen deze beschikkingen tekenden geïntimeerden bij dagvaarding van 4 mei 2023 derdenverzet aan. Bij beschikking van 14 juni 2023 verklaarde de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen afdeling Gent het derdenverzet ontvankelijk en gegrond. De eenzijdige verzoekschriften van appellanten werden onontvankelijk verklaard bij gebrek aan bewijs van volstrekte noodzakelijkheid en de beschikkingen van 19 april 2023 en 21 april 2023 werden ingetrokken. De voorzitter motiveerde zijn beslissing als volgt: - het wordt niet aannemelijk gemaakt dat er in deze dermate ernstige economische schade dreigde dat het niet respecteren van het principe van de tegenspraak gerechtvaardigd zou zijn; - het gegeven dat de actievoerders voortdurend wisselden heeft niet tot gevolg dat op adequate wijze geen beroep kon worden gedaan op de tegensprekelijke procedure. Indien na het uitbrengen van de dagvaarding concreet bleek dat de actievoerders effectief voortdurend wisselden met het doel de opgelegde maatregelen te omzeilen, dan kon op dat ogenblik mogelijks worden aangetoond dat het gebruik van de tegensprekelijke procedure niet langer realistisch was en kon er op dat ogenblik mogelijks voldaan zijn aan de voorwaarde van de volstrekte noodzakelijkheid.
- Tegen de beschikking van 14 juni 2023 werd hoger beroep aangetekend, voorwerp van huidige procedure. Appellanten vorderen: In hoofdorde: De beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen afdeling Gent van 14 juni 2023 teniet te doen en opnieuw rechtdoende de beschikkingen van 19 april 2023 en 21 april 2023 te bevestigen. Geïntimeerden te veroordelen tot de kosten van het geding. Ondergeschikt: De beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen afdeling Gent van 14 juni 2023 teniet te doen en opnieuw rechtdoende de beschikkingen van 19 april 2023 en 21 april 2023 minstens gedeeltelijk gegrond te verklaren. De kosten te compenseren. Geïntimeerden vorderen: Het hoger beroep als ongegrond af te wijzen en de beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen afdeling Gent van 14 juni 2023 integraal te bevestigen. Appellanten te veroordelen tot de kosten van het geding. III. BEOORDELING
- Uit de neergelegde stukken blijkt wat hierna volgt. - Op 7 maart 2023 kondigde Delhaize haar toekomstplan aan. Dit plan hield in dat de winkels die geïntegreerd waren geaffilieerd zouden worden, wat betekent dat deze winkels in de toekomst niet langer door Delhaize maar wel door zelfstandige uitbaters zouden worden uitgebaat. Deze 128 geïntegreerde winkels zouden met andere woorden in de toekomst de 636 reeds geaffilieerde winkels vervoegen. Dit plan werd met ondernemingsraad besproken op 14, 21 en 28 maart, 24 april, 2 en 23 mei, 26 juni, 7 augustus, 4 september, 2 oktober, 13 november en 11 december
- Uit de verslagen van de ondernemingsraad van 14, 21 en 28 maart 2023 blijkt dat het gemeenschappelijk vakbondsfront acties zou blijven voeren en geen verder overleg wilde indien Delhaize haar plan niet zou intrekken. - Na de aankondiging van het plan gebeurde een spontane neerlegging van het werk door het personeel en werden stakingen aangekondigd. Eveneens begonnen de vakorganisaties beurtelings belangrijke distributiepunten van appellanten te blokkeren: • Vrijdag 17 maart 2023: blokkade wijnbottelarij Delhaize in Zellik. De actievoerders bevestigden via de media (stukkenbundel eenzijdig verzoekschrift, stuk 5): “Gisteren hebben we de wijnbottelarij van Delhaize geblokkeerd, er is geen enkele fles binnen of buiten gekunnen, geen camion”. • Zaterdag 18 maart 2023: blokkade van het e-commerce depot van Delhome in Drogenbos (stukkenbundel eenzijdig verzoekschrift, stuk 5 appellanten). • De nacht van maandag 20 maart 2023 op dinsdag 21 maart 2023: blokkade distributiecentrum Delhaize in Zellik. De aanwezige deurwaarder stelde vast (stukkenbundel eenzijdig verzoekschrift, stuk 6 appellanten): “Vervolgens worden we aangesproken door 3 (Nederlandstalige) arbeiders. Ze verklaren mij dat ze wel willen werken maar dat ze niet durven omdat ze angst hebben dat als ze zouden werken hun auto zou worden beschadigd. Ze verklaren mij uitdrukkelijk dat ze willen werken maar dat ze zich gegijzeld voelen door de vakbonden en het stakende personeel.” • De nacht van woensdag 22 maart 2023 op donderdag 23 maart 2023: blokkade distributiecentrum Delhaize in Zellik. De deurwaarder stelde vast (stukkenbundel eenzijdig verzoekschrift, stuk 6 appellanten): “De directie geeft de werkwilligen de opdracht om de bereidingsgangen vrij te maken. Enkele ogenblikken nadat de werkwilligen de geblokkeerde bereidingsgangen opnieuw hebben vrijgemaakt komen er een twintigtal stakers het magazijn binnen en stel ik vast dat ze – opnieuw overgaan tot blokkering van de bereidingsgangen. [..] “ • De nacht van vrijdag 24 maart 2023 op zaterdag 25 maart 2023: blokkade distributiecentrum Delhaize in Zellik. Hier werd door de gerechtsdeurwaarder onder meer het volgende vastgesteld (stukkenbundel eenzijdig verzoekschrift, stuk 6 appellanten): “Ik stel vast dat er reeds een lange rij vrachtwagens staan aan te schuiven op de Brusselsesteenweg te Asse om Broekooi op te rijden teneinde de distributiecentra van verzoekster te bereiken [..] Samen met mijnheer DL wijzen we op de gevaarlijke verkeerssituatie die door de blokkade ontstaan is op de Brusselsesteenweg. Er wordt ons door verschillende stakers (in het Frans) meegedeeld dat dit niet hun probleem is. Een vrachtwagenbestuurder neemt het initiatief om het vuur dat de toegang tot het distributiecentrum versperde te doven. Verschillende betogers stampen de brandende objecten terug in onze richting [..] Ondanks verschillende bemiddelingspogingen gaan er steeds verschillende personen voor de vrachtwagens staan teneinde hen de toegang tot het distributiecentrum te versperren. [..] Tijdens de betekeningen hoor ik personen onderling afspreken (in de Franse taal) dat telkens andere personen van Luik de toegang moeten blokkeren teneinde het dispositief van de beschikking en de daaraan gekoppelde dwangsommen te vermijden.” • Ook op 6 april en 14 april werden blokkades opgericht aan het distributiecentrum te Zellik in het kader waarvan de vrachtwagens volledig werden geblokkeerd. (stukkenbundel eenzijdig verzoekschrift, stuk 6 en https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2023/04/14/delhaize- distributiecentrum-zellik-opnieuw-geblokkeerd/) Ook in een aantal winkels werd vooral op vrijdagen en zaterdagen, door blokkades de toegang aan klanten en leveranciers belet (stukken 3-4, 13-14 en 21-24 en stukkenbundel eenzijdig verzoekschrift, stukken 2 en 4 appellanten). Zo werden ook de Gentse winkels op dezelfde wijze geblokkeerd. Dit blijkt onder meer uit de volgende persberichten (stuk 14 appellanten): - op 7 april 2023 kopte Het Laatste Nieuws: “Delhaize doet er alles aan opdat winkels en distributiecentra dit weekend open blijven, deurwaarders ingezet in Aalst en Ledeberg” In dit artikel werd melding gemaakt van 2 recente interventies van gerechtsdeurwaarders: “Vrijdag zette het bedrijf alvast deurwaarders in Aalst in Ledeberg (Gent). Actievoerders aan stakingsposten dienden te vertrekken.” - eveneens op 7 april 2023 meldde VRT-nieuws: “Verwarring vanmorgen aan de Delhaize in de Parklaan in Aalst. Klanten stonden er voor een gesloten deur omdat het personeel het werk had neergelegd. Het was de bedoeling van de van de vakbonden om de hele dag te staken, maar toen er gedreigd werd met een deurwaarder, ging de winkel toch open”. - de feitelijkheden die zich voordeden in de winkels Gent-Ster en Wondelgem op 8 april 2023 (Paasweekend) werden door de aanwezige gerechtsdeurwaarder omschreven als volgt (stuk 21): “ Voor de ingang van de winkel stonden karretjes wat de toegang tot de winkel blokkeerde. Er waren zo’n 15 a 20 personen aanwezig. Er was ook een rood lint van BBTK gespannen over quasi de volledige ingang van de winkel en de karretjes. Samen met M en G begaf ik mij naar de stakers en sprak deze aan. Ik maakte hen onmiddellijk mijn identiteit, hoedanigheid en reden van optreden bekend en las hen de belangrijkste bepalingen van de beschikking voor. Teneinde een oplossing en een opheffing van de blokkade te bekomen in der minne was ik in eerste instantie niet vergezeld van de politie. Met enige overtuigingskracht slaagde ik erin de blokkade op te heffen en konden de klanten de winkel binnengaan. De karretjes werden verplaatst, het lint werd verwijderd en de stakers gingen wat verder op de openbare parking staan. Ondertussen was er ook een filmploeg aangekomen. Voor mijn vertrek omstreeks 10u45 maande ik hen aan het hierbij te houden en geen acties meer te ondernemen in strijd met de beschikking om een betekening en verbeuring van de dwangsom te vermijden. De stakers gaven hun akkoord dit niet te doen, waarna ik in samenspraak met M. de site Wondelgem verliet om onmiddellijk de staking te breken in de winkel Gent Sterre. In Wondelgem kwamen meer en meer klanten de winkel binnen om hun inkopen te doen. De winkel Gent Sterre was eveneens gesloten en de toegang werd geblokkeerd door twee stakers en voor de ingang geplaatste karretjes. Ook aan hen maakte ik mijn identiteit en reden van optreden bekend, waarna de stakers quasi onmiddellijk de karretjes verplaatsten en de winkel kon worden geopend. Ondertussen had ik van M. opnieuw telefoon gekregen dat er in Wondelgem gepoogd was om een nieuw stakingspiket op te stellen en de toegang tot de winkel te blokkeren. Nadat de blokkade in de winkel de Sterre was opgeheven, begaf ik mij op vraag van M. terug naar Wondelgem. Een team van de politie Gent vergezelde mij hierbij nadat ik hen had opgevorderd. Na overleg met de politiediensten en M. werd er beslist om de gemoederen niet op te hitsen, nog niet te betekenen en de verantwoordelijke van de politie een allerlaatste bemiddelingspoging te laten ondernemen met de stakers. De stakers beloofden plechtig niets meer te ondernemen in strijd met de beschikking, waarna ik de site Wondelgem verliet omstreeks 13u
- Nadien deden zich geen problemen meer voor. Mijn collega was ondertussen ook opgevorderd om de blokkade van de winkel in Eeklo op te heffen.” - Op 18 april 2023, toen de acties al 6 weken aan de gang waren, vond een gesprek plaats tussen appellanten en de vakbonden met een sociaal bemiddelaar in een poging om het sociaal conflict te ontmijnen en het sociaal overleg opnieuw op de rails te krijgen. Ondanks de lange en intense gesprekken leidde dit niet tot enig resultaat. De vakbonden bevestigden dit tijdens een persconferentie. Zij stellen “Delhaize blijft bij het plan om de 128 winkel te franchiseren, daarmee willen we niet verder. De kans is dan ook groot dat er de komende dagen en weken nieuwe protestacties zullen volgen. En die zullen waarschijnlijk intensiever worden. Het is duidelijk dat de directie de werknemers bekijkt als meubilair of als een portje erwten dat in de rekken staat, om door te verkopen aan de franchisenemer. Wij zijn zeer teleurgesteld en zullen die boodschap ook zo meegeven aan de medewerkers.”(stuk 8 appellanten - persbericht VRT NWS van 18 april 2023). - Op 19 april 2023 legden appellanten een eenzijdig verzoekschrift neer voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen afdeling Gent, met betrekking tot een aantal winkels in Gent. Bij beschikking van 19 april 2023 werden de gevraagde maatregelen bevolen. Op 21 april 2023 werden een bijkomend verzoekschrift neergelegd waarbij dezelfde maatregelen werden gevraagd ten aanzien van 2 andere winkels in het Gentse. Ook dit werd toegestaan. - Deze beschikkingen werden betekend aan de geïntimeerden. Omdat een aantal anderen hun identiteit weigerden mede te delen werden ze meegenomen naar het politiecommissariaat waar ze geïdentificeerd werden en aan wie uiteindelijk ook betekend werd.(st. 13 appellanten) - Uit een bericht van VRT NWS van zaterdag 22 april blijkt dat opnieuw winkels geblokkeerd zijn. “Op verschillende plaatsen in het land worden supermarkten van Delhaize geblokkeerd door vakbonden. Het overleg zit muurvast, als is er vanmiddag opnieuw bemiddeling”. Zij stelden dit ook vast bij twee Gentse supermarkten. - Op 3 mei 2023 tekenden geïntimeerden derdenverzet aan tegen de beschikkingen van 19 en 21 april
- - Vanaf de eerste blokkades legden appellanten bij meerdere rechtbanken in België een eenzijdig verzoekschrift neer waarbij gelijkaardige maatregelen werden gevorderd. Uit de neergelegde stukken blijkt dat deze op meerdere plaatsen werden ingewilligd en dat het derdenverzet ertegen werd afgewezen (stukken 15, 17,18,19, 26, 27.a., 27.b, 27.c, 27.d, 27.e, 27.f, 27.g. van appellanten). Er zouden minstens 13 eenzijdige verzoekschriften zijn neergelegd. Uit de stukken I.5, I. 7 en I.8 van geïntimeerden blijkt dat in drie gevallen ofwel het verzoek werd afgewezen of het derdenverzet gegrond werd verklaard.
- Ontvankelijkheid van het derdenverzet Appellanten betwisten dat geïntimeerden over het vereiste belang en de vereiste hoedanigheid beschikken om derdenverzet aan te tekenen. Art. 1122 Ger.W. bepaalt: “Ieder die niet behoorlijk is opgeroepen of niet in dezelfde hoedanigheid in de zaak is tussen gekomen, kan derdenverzet doen tegen een, zij het voorlopige, beslissing die zijn rechten benadeelt en die gewezen is door een burgerlijk gerecht, of door een strafgerecht in zover dit over burgerlijke belangen uitspraak heeft gedaan.” De partij die derdenverzet doet, moet een benadeling bewijzen overeenkomstig artikel 1122 Ger.W.. Voor de ontvankelijkheid van het derdenverzet volstaat het dat eiser op derdenverzet een nadeel kan ondervinden (vgl. Cass 1 maart 1993, Arr. Cass. 1993, 238). Een eventueel nadeel volstaat. Het feit dat een verzetdoende derde voor het instellen van zijn rechtsmiddel slechts over eventuele rechten beschikt, heeft geen weerslag op de ontvankelijkheid van dat rechtsmiddel indien hij bij het instellen ervan aantoont dat hij het bij de artikelen 17 en 18, eerste lid, Ger.W. vereiste belang heeft (vgl. Cass. 13 juni 2014, Arr. Cass 2014, afl. 6-7-8, 1481; Pas 2014, afl. 6-7-8, 1493). Krachtens deze bepaling is derdenverzet slechts niet ontvankelijk wegens gebrek aan belang wanneer het uitgaat van een persoon wiens rechtspositie door de beslissing niet kan worden aangetast. Zoals geïntimeerden zelf aanhalen in conclusies is het moment waarop de dagvaarding in derdenverzet werd uitgebracht, zijnde 3 mei 2023, het moment waarop het procesrechtelijk belang dient te worden beoordeeld. Eerste, tweede, derde en vierde geïntimeerde zijn vakbondssecretarissen en geen werknemers van Delhaize. Vijfde geïntimeerde is wel werkneemster en vakbondsafgevaardigde van Delhaize. De door geïntimeerden bestreden beschikkingen werd uitgesproken om een bepaald aspect tijdens het sociaal conflict en de collectieve actie van de werknemers voorlopig te regelen, met name de beoogde vrije toegang tot de bezette bedrijfsgebouwen door diverse (onbekende) personen. Geïntimeerden houden voor dat door de bestreden beschikking hun fundamentele rechten met name het recht op collectieve actie, het recht op vereniging en het recht op vrije meningsuiting werden beknot en dat zij verhinderd werden hun werk als vakbondssecretaris of vakbondsafgevaardigde uit te voeren. Door de betekening van de beschikkingen werd hun verbod opgelegd om toegang te nemen tot de terreinen. Of dit nadeel daadwerkelijk bestaat, raakt niet de ontvankelijkheid maar de gegrondheid van het derdenverzet. Op het ogenblik dat het derdenverzet werd ingesteld golden de bevolen maatregelen niet meer (waren slechts geldig tot 30 april 2023). Uit geen enkel gegeven blijkt dat enige dwangsom ingevolge de uitvoering van de bestreden beschikking aan geïntimeerden kon worden verbeurd. Dit betekent dat op het ogenblik dat zij het derdenverzet instelden de bestreden beschikking hen geen nadeel meer kon toebrengen. Het enkele feit dat op het ogenblik dat de dagvaarding in derdenverzet werd uitgebracht de bestreden beschikking geen nadeel meer kon toebrengen aan geïntimeerden betekent evenwel niet dat zij geen nadeel kunnen geleden hebben door de maatregelen die in de eenzijdige beschikkingen werden opgelegd. Door desondanks het derdenverzet onontvankelijk te verklaren bij gebrek aan belang zou aan iedere derde, zelfs diegene aan wie de beschikking werd betekend, de enige mogelijkheid ontzegd worden om betwisting te voeren over de strijdigheid van de beschikking met de vereisten van art. 584 Ger.W. en de schending van de fundamentele rechten en vrijheden. Dit zou strijdig met het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter en met het door art. 13 EVRM gewaarborgde recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel (vgl. J.V.D., Het verdwenen belang bij derdenverzet, noot onder Cass. 30 januari 2015, RW 2016-17, 1660, H. Boularbah, Requête unilatérale et inversion du contentieux, Brussel, Bruylant, 2010, p. 731-733, nrs. 1053-154; H. Boularbah en C. Marquet, Tierce opposition in RPDB, Brussel, Bruylant, 2012, p. 63-64, nr. 78). Geïntimeerden treden allen op in eigen naam zodat zij over de vereiste hoedanigheid beschikken om derdenverzet aan te tekenen. De eerste rechter verklaarde het derdenverzet dan ook terecht ontvankelijk.
- Bevoegdheid van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. Geïntimeerden betwisten de bevoegdheid van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg om de gevorderde maatregelen te bevelen. Collectieve geschillen moeten door overleg worden opgelost en daartoe zijn geëigende organen opgericht. Hierdoor zijn ze onttrokken aan de rechterlijke macht. Individuele betwistingen behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbanken. De door appellanten in de eenzijdige verzoekschriften gevorderde maatregelen hebben geenszins betrekking op het collectief geschil tussen appellanten en hun werknemers noch op een individueel geschil met een werknemer. Evenmin willen appellanten hiermede het stakingsrecht van haar werknemers, dat gegarandeerd is door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie beperken. De gevorderde maatregelen hebben enkel betrekking op de volgens hen illegale blokkades die door sommige actievoerders werden opgeworpen aan gebouwen, terreinen en winkels van Delhaize waardoor de toegang voor leveranciers en klanten onmogelijk was en werkwilligen belet werden om te werken. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die beschikt over de volheid van bevoegdheid, is bevoegd om over die vorderingen te oordelen.
- De ontvankelijkheid van de oorspronkelijke eenzijdige verzoekschriften 4.
- Geïntimeerden betwisten dat appellanten over het vereiste belang beschikken om deze vorderingen te stellen. Appellanten stellen in hun eenzijdige verzoekschriften dat hun rechten ernstig worden bedreigd door het risico op het blokkeren van de toegang tot de winkels. Zij verwijzen naar hun eigendomsrecht, hun vrijheid van handelen en nijverheid en het recht op arbeid van hun werkwillige werknemers. Het kan niet ernstig worden betwist dat wanneer de toegang tot winkels geblokkeerd wordt en werkwillige werknemers verhinderd worden aan de slag te gaan, dit de financiële verliezen van appellanten (die zij door de stakingsacties onvermijdelijk reeds lijden) nog vergroot, zodat zij over het vereiste belang beschikken om de vorderingen op eenzijdig verzoek te stellen. 4.
- Overeenkomstig art. 584, lid 1 Ger.W. doet de voorzitter van de rechtbank eerste aanleg, in de gevallen die hij spoedeisend acht, bij voorraad uitspraak in alle zaken, behalve die welke de wet aan de rechterlijke macht onttrekt. De zaak wordt voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg aanhangig gemaakt in kort geding of, in geval van volstrekte noodzakelijkheid, bij verzoekschrift (art. 584 Ger.W.). Geïntimeerden houden voor dat dit niet kan bij eenzijdig verzoekschrift, maar dat een tegensprekelijk verzoekschrift vereist was, omdat er geen noodzaak was om af te wijken van de vereiste van een tegensprekelijke procedure. Er is volstrekte noodzakelijkheid om een procedure op eenzijdig verzoekschrift in de zin van art. 584 Ger.W. te voeren wanneer er uitzonderlijke omstandigheden zijn die verantwoorden dat in de beginfase van de procedure afbreuk wordt gedaan aan het recht op tegenspraak. De rechter beoordeelt de volstrekte noodzakelijkheid op het ogenblik van de neerlegging van het verzoekschrift. Hij vermeldt in zijn beschikking de redenen die zijn beslissing verantwoorden. De rechter beoordeelt in feite of er volstrekte noodzakelijkheid is, voor zover hij het wettelijke begrip 'volstrekte noodzakelijkheid' niet miskent en houdt hierbij rekening met de gerechtvaardigde belangen van de respectieve partijen (zie Cass. 4 september 2020, AR C.20.0045.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.3). De omstandigheden waarin een volstrekte noodzakelijkheid kan worden vastgesteld zijn van drieërlei aard: de noodzaak om een verrassingseffect uit te lokken, de onmogelijkheid om de tegenpartij te identificeren en de uiterst dringende noodzakelijkheid wanneer zelfs de verkorting van de dagvaardingstermijn en het kort geding ten huize van de rechter niet zouden volstaan om een dreigend gevaar te keren. Appellanten stellen dat de volstrekte noodzakelijkheid in dit geval volgt uit de aard van de gevraagde maatregelen en de aard van de tegenpartij. Zij vroegen maatregelen tegen actievoerders die zij niet vooraf konden identificeren. Uit de stukken blijkt duidelijk dat het blokkeren van de toegangen werd uitgevoerd door steeds wisselende personen, wier identiteit enkel tijdens of na de actie kon vastgesteld worden en waarbij actievoerders zich verplaatsten van de ene naar de andere winkel. Dit gebeurde ook in het Gentse wat bevestigd wordt in de P.V.’s van 8 en vooral van 29 april
- Op die wijze werden appellanten geconfronteerd met niet vooraf identificeerbare en steeds wisselende tegenpartijen, die zij dus niet kon dagvaarden. Het kan van hen niet verwacht worden dat zij al hun werknemers dagvaarden, zelfs niet al de werknemers van de desbetreffende vestigingen. Bovendien werd ook vastgesteld dat er actie gevoerd werd door vakbondssecretarissen, die geen werknemers van Delhaize zijn. Dit was het geval voor alle geïntimeerden, met uitzondering van vijfde geïntimeerde. Het feit dat appellanten deze vakbondssecretarissen kenden omdat zij deelnamen aan de onderhandelingen, betekent niet dat zij hen zinvol konden dagvaarden. Een vakbondssecretaris is een werknemer van een vakbond en treedt bij onderhandelingen op in die hoedanigheid, wat ook in casu het geval was. De vakbonden konden niet gedagvaard worden aangezien zij geen rechtspersoonlijkheid hebben. De vakbondssecretarissen vertegenwoordigen ook geenszins alle werknemers en ook niet alle actievoerders. Bovendien konden appellanten onmogelijk weten dat ook de vakbondsafgevaardigden zouden deelnemen aan de blokkades van winkels. Uit geen enkel stuk blijkt dat zij hebben aangekondigd persoonlijk te zullen deelnemen aan de blokkades van de winkels. Het feit dat appellanten, althans volgens geïntimeerden, wel de identiteit van bepaalde actievoerders en werknemers die blokkeringen uitvoerden kenden of konden kennen verandert aan dit alles niets, rekening houdend met de aard en de draagwijdte van de collectieve actie. Het dagvaarden van deze personen zou immers het effect reduceren tot die enkele personen, terwijl dit geheel zou voorbijgaan aan andere actievoerders. Dit zou resulteren in het feit dat de gevorderde maatregelen (nagenoeg) geen uitwerking zouden hebben. Een procedure op tegenspraak tegen welbepaalde personen zou aldus ondoeltreffend zijn geweest en had aan appellanten geen rechtsbescherming geboden (vgl. Brussel, 6 november 2023 – stuk 26 appellanten). De eerste rechter heeft dan ook in zijn beschikking van 14 juni 2023 ten onrechte de eenzijdige verzoekschriften van appellanten van 19 en 21 april 2021 onontvankelijk verklaard.
- Schijn van recht Geïntimeerden betwisten dat appellanten een schijn van recht hebben op een vrije toegang van hun winkels en depots. De rechter in kortgeding oordeelt slechts voorlopig met betrekking tot de ogenschijnlijke rechten van partijen (vgl. Cass. 26 november 2004, AR C.03.0498.3N). Hij beoordeelt soeverein of die schijn voldoende is om zijn beslissing te verantwoorden (vgl. Cass. 8 september 2008, AR C.07.0263.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080908.2). Hij kan daarbij, na afweging van de aangevoerde belangen en met toepassing van de geldende rechtsregels, ordenend optreden en bewarende maatregelen nemen (vgl. Cass. 24 juni 2013, AR C.12.0450.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130624.9). Geïntimeerden beroepen zich op hun recht op collectief optreden in geval van belangenschillen met inbegrip van het stakingsrecht en verwijzen hiervoor naar het art. 6.4 van het Europees Sociaal Handvest. Het recht op collectieve actie werd als mensenrecht ook omschreven in het rapport voor het Europees Comité voor Sociale Rechten van 20 juli 2022, opgesteld door het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de Rechten van de Mens (FIRM). In het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn volgende bepalingen opgenomen: “Artikel 16 De vrijheid van ondernemerschap wordt erkend overeenkomstig het recht van de Unie en de nationale wetgevingen en praktijken. Artikel 17.1 Eenieder heeft het recht de goederen die hij rechtmatig heeft verkregen, in eigendom te bezitten, te gebruiken, erover te beschikken en te vermaken. Artikel 28 Werkgevers en werknemers hebben overeenkomstig het recht van de Unie en de nationale wetgevingen en praktijken het recht (...) in geval van belangenconflicten, collectieve actie te ondernemen ter verdediging van hun belangen, met inbegrip van staking. Artikel 54 Verbod van misbruik van recht. Geen van de bepalingen van dit Handvest mag worden uitgelegd als zou zij het recht inhouden enige activiteit te ontplooien of enige daad te verrichten met als doel de in dit Handvest erkende rechten of vrijheden teniet te doen of de rechten en vrijheden verdergaand te beperken dan door dit Handvest is toegestaan.” Geen enkel van deze rechten primeert op de andere rechten. Het recht op collectieve actie primeert dus niet op het eigendomsrecht en de vrijheid van handel en nijverheid. Er dient derhalve een afweging te worden gemaakt tussen het recht op collectieve actie enerzijds en de rechten van anderen anderzijds (vgl. H.v.J., 18 december 2007, J.T.T., 2008, 217). Het recht op collectieve actie met inbegrip van het stakingsrecht komt in principe enkel toe aan de individuele werknemers van Delhaize, niet aan de vakbondssecretarissen, die enkel werknemer zijn van een syndicale organisatie. Niemand betwist dat het stakingsrecht absoluut is. Een stakingsrecht is het recht om het werk tijdelijk neer te leggen om zekere eisen af te dwingen. Tot het stakingsrecht behoort ook het optrekken van stakingsposten (vgl. Cass. 31 januari 1997, Soc. Kron. 1998, 23). De door appellanten gevorderde maatregelen beogen geenszins het stakingsrecht op enige wijze te beknotten (en dus ook niet het verbieden van stakingsposten, zoals geïntimeerden voorhouden) maar hebben enkel tot doel hun eigendomsrecht, het recht op vrije doorgang en vrijheid van nijverheid te vrijwaren. Geïntimeerden verwijzen naar de email van gerechtsdeurwaarder L. van 8 april 2023 aan appellanten waarin hij spreekt over het breken van de staking (stuk 21 appellanten). Deze woorden zijn afkomstig van de gerechtsdeurwaarder en kunnen niet worden toegerekend aan appellanten. Zij bewijzen geenszins dat appellanten met de door hen gevorderde maatregelen het stakingsrecht aan banden wilde leggen. Alle argumenten die geïntimeerden aanhalen en die betrekking hebben op het inkorten/beperken van het stakingsrecht (zoals hun verwijzing naar een beslissing van het Europees Comité voor Sociale Rechten van 23 juli 2024) zijn verder terzake niet dienend zodat het hof hierop niet ingaat. Het recht op andere collectieve acties dan staking is evenwel niet onbeperkt en moet worden afgewogen tegen het eigendomsrecht en de vrijheid van ondernemen van appellanten. Ook het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) oordeelde reeds herhaaldelijk dat buitensporige of abusievelijke vormen van collectieve acties, zoals langdurige blokkades of onrechtmatig de rechten van anderen beperken, wettelijk beperkt of verboden mogen worden. Zo oordeelde het ECSR (dat enkel waakt over de rechten van de werknemers) reeds herhaaldelijk dat het stakingsrecht en het recht op collectieve acties de rechten van werkwillige werknemers niet mag schaden en hen niet mag verhinderen te werken. Bij het voeren van collectieve acties, andere dan staking, mag geen afbreuk gedaan worden aan de uitoefening van andere grondrechten zoals het eigendomsrecht en de vrijheid van handelen van appellanten. Het blokkeren van de ingang van de winkels voor bezoekers (klanten) en werkwilligen en het blokkeren van een depot waardoor toelevering en afname verhinderd worden doet op kennelijke en disproportionele wijze afbreuk aan de uitoefening van deze grondrechten van appellanten. De actievoerders/stakers beperkten hun acties immers niet enkel tot de weigering om arbeid te leveren aan de werkgever en het oprichten van stakingspiketten, maar verhinderden de toegang tot de winkels en het depot door de werkgever, de klanten, de werkwilligen en de leveranciers en brachten hierdoor rechtstreeks bijkomende financiële schade toe aan de onderneming. Dat zij hierbij geen geweld gebruikten verandert daaraan niets (vgl. Hof Brussel, 7 december 2005, J.T.T., 2008,81; Hof Brussel 6 november 2023, stuk 26 appellanten; Hof Gent, 20 oktober 2008, stuk 14 appellanten; Hof Luik, 16 november 2011, stuk 16 appellanten; Hof Bergen, 21 november 2005, J.T.T. 2006, 82). Door het opleggen van deze maatregelen wordt het fundamenteel recht op vrije meningsuiting en op vergadering en vereniging van geïntimeerden niet geschonden. Zij mogen immers hun mening uiten en zich verenigingen. Het is evenwel enkel door het blokkeren van de toegang tot de winkels en de terreinen en het depot dat de rechten van appellanten op disproportionele wijze worden miskend. Er is geen enkele reden om zoals gevorderd door appellanten verbod op te leggen aan eenieder, die hiervoor geen toelating kreeg van de directie van appellanten, om zich toegang te verschaffen, hetzij alleen, hetzij in groep, tot voormelde gebouwen of terreinen. De terreinen en winkelruimtes van een supermarkt zijn, minstens tijdens de openingsuren toegankelijk voor iedereen. Appellanten wensen ook dat de winkels open blijven en toegankelijk blijven voor klanten. De werknemers die willen staken hebben het recht om stakingspiketten op te richten, ook op de terreinen van appellanten. De loutere aanwezigheid ervan had op het ogenblik van het verzoekschrift nog geen schade veroorzaakt. De stakers hadden evenmin op dat ogenblik al enige actie gevoerd in de winkels. In het licht van dit alles is er geen enkele reden om de toegang tot de terreinen en de winkels van appellanten te beperken tot de personen die daarvoor toelating krijgen van appellanten.
- Spoedeisendheid Er is sprake van hoogdringendheid wanneer een onmiddellijke beslissing wenselijk is om schade van een bepaalde omvang dan wel ernstige ongemakken te voorkomen. Deze urgentie wordt beoordeeld met inachtneming van de dreigende of zich voltrekkende schade, de houding van de partijen en hun belangen. Appellanten leden financiële schade door de aanhoudende staking. Dit is echter inherent verbonden aan het stakingsrecht. De rechtmatige uitoefening van het stakingsrecht kan op zich geen grond zijn tot spoedeisendheid (vgl. GwH, 14 november 2024, arrest nr. 123/2024). Dit betekent evenwel niet dat appellanten door de blokkering van de toegang tot de winkels en het depot (wat niet behoort tot een rechtmatige uitoefening van het stakingsrecht) geen bijkomende schade leden en zouden lijden. In gevolge de blokkades zou onmiddellijk ernstige schade toegebracht worden aan appellanten: - Delhaize wordt door de blokkade van de winkel(s) in de onmogelijkheid gebracht om deze winkels te bevoorraden; - door de blokkades kan Delhaize in de winkels slechts een verminderde of geen omzet realiseren. Uit de P.V’s van de gerechtsdeurwaarder blijkt dat er klanten naar de winkels komen. Een klant die de winkel niet binnen kan zal quasi zeker ergens anders zijn boodschappen doen, zeker in het Gentse waar er voldoende andere supermarkten zijn; Dit alles geldt des te meer omdat vooral op zaterdagen, bij aanvang van een weekend of een lang weekend, en dus op een ogenblik dat normaliter een grote omzet gerealiseerd wordt, de toegang tot de winkels geblokkeerd wordt; - door de blokkades van het depot wordt toelevering en levering aan klanten onmogelijk. Geïntimeerden houden voor dat appellanten de urgentie niet kunnen inroepen omdat dit een gevolg zou zijn van hun eigen gedrag en hun eigen stilzitten. Het is niet omdat appellanten van bij de aankondiging van de reorganisatie verwachtten dat er zou gestaakt worden en dat ze zelf erkenden dat de staking nog dagen en maanden kon duren, dat zij ook van dan af wist dat de toegang tot de winkels en depots zou geblokkeerd worden. Uit de voorgelegde stukken blijkt dat: - op 14, 21 en 28 maart 2023 besprekingen gebeurden met de ondernemingsraad, zonder enig resultaat; - in die periode op diverse plaatsen in Wallonië en Brussel de toegang tot de depots en winkels werd geblokkeerd waartegen appellanten acties (o.a. eenzijdige verzoekschriften neergelegd en bekomen) heeft ondernomen; - op zaterdag 8 april 2023, begin van het verlengde paasweekend, aan de winkels Gent-Ster en Wondelgem, blokkades werden opgericht om de toegang te verhinderen. Deze werden opgeheven na tussenkomst van de politie; - op 10 april 2023 het tijdschrift Humo een interview met een werknemer van Delhaize publiceerde die tevens vakbondsafgevaardigde was. Deze verklaarde letterlijk: “wanneer multinationals zo’n rotstreek uithalen, leggen ze een oorlogskas aan en hopen ze het personeel financieel af te matten. Daarom pakken we het slim aan. We laten drie man de toegang tot de winkel afsluiten en de rest biedt zich aan om te werken. Zo komt er geen geld binnen, moet Delhaize de lonen blijven betalen en het kan personeel het veel langer volhouden. De regering onderschat nog altijd onze actiebereidheid.” Dit bewijst de geuite intenties om deze strategie lang te gebruiken; - op 18 april 2023 het overleg met de sociale bemiddelaar mislukt. Gezien dit alles is er geen sprake van enig stilzitten van appellanten. Het is pas na het mislukken van het overleg met de sociale bemiddelaar dat het risico op nieuwe blokkades van de winkels en van het depot in het Gentse zeer groot werd. Delhome zorgt voor de thuisbezorging van de e-commerce bestellingen van Delhaize. Indien de toegang tot haar depot in Melle wordt verhinderd, komen toeleveringen en uitleveringen in het gedrang. Het feit dat in Melle nog geen blokkeringen van de toegang waren geweest, betekent niet dat er daartoe geen dreigend ernstig risico was, rekening houdende met de hierboven aangehaalde elementen.
- In weerwil van de beweringen van geïntimeerden is het opleggen van de gevorderde maatregelen niet strijdig met art. 6 en/of 18 en/of art. 1039 Ger.W. Art. 6 Ger.W. luidt: “ de rechters mogen in de zaken die aan hun oordeel onderworpen zijn, geen uitspraak doen bij wege van algemene en als regel geldende beschikking”. De gevorderde maatregelen hebben enkel betrekking op het verhinderen van de toegang tot de bepaalde winkels en een depot, en zijn beperkt in de tijd (tot 30 april 2023). Hierdoor werd geen uitspraak gedaan bij wege van een algemene en als regel geldende beschikking. De uitvoering van de bevolen maatregelen gebeurt op de wijze die toegelaten is in het gerechtelijk wetboek nl. door middel van een gerechtsdeurwaarder, die in geval van noodzaak beroep kan doen op de politie. Art. 18 Ger.W. luidt: “ Het belang moet een reeds verkregen en dadelijk belang zijn. De rechtsvordering kan worden toegelaten, indien zij, zelfs tot verkrijging van een verklaring van recht, is ingesteld om schending van een ernstig bedreigd recht te voorkomen.” Met verwijzing naar de elementen die reeds onder punt 6 werden aangehaald, was de vrees van appellanten dat er verdere blokkeringen van de winkels zouden gebeuren (wat ook gebeurd is) terecht. Bij het blokkeren van de toegang tot de winkels en het depot wordt het eigendomsrecht en de vrijheid van ondernemen ernstig beperkt, zodat er wel degelijk sprake was van maatregel om de schending van een ernstig bedreigd recht te voorkomen. Art. 1039 Ger.W. luidt: “De beschikkingen in kort geding brengen geen nadeel toe aan de zaak zelf; zij zijn uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande verzet of hoger beroep en, zonder borgtocht indien de rechter niet heeft bevolen dat er een wordt gesteld.” Deze bepaling verhindert niet dat de rechter de rechten van de partijen mag onderzoeken op voorwaarde dat hij geen maatregelen beveelt waardoor de rechten op een definitieve en onherroepelijke wijze worden aangetast. Evenmin verbiedt deze bepaling dat maatregelen tot bewaring van een bepaald recht worden genomen indien het bestaan van dit recht voldoende waarschijnlijk wordt gemaakt. Met de gevorderde maatregelen werd van de voorzitter (en bij uitbreiding van het hof) geen beoordeling prima facie gevraagd van het stakingsrecht in het algemeen, maar enkel of in dit concrete geval en rekening houdende met alle aangevoerde elementen het eigendomsrecht en de vrijheid van onderneming van appellanten aangetast (of ernstig bedreigd wordt) wordt door actievoerders die de toegang tot het depot in Melle en tot de diverse winkels blokkeren of dreigen dit te doen. Niet het sociaal conflict was het voorwerp van de gevorderde maatregelen, wel de blokkering van toegang tot de winkels en depot. Er is dan ook geen schending van art. 1039 Ger.W.
- Geïntimeerden stellen dat de bestreden beschikkingen onwettig zijn in de mate dat ze aan appellanten de machtiging verleenden om desnoods met behulp van de openbare macht de uitvoering van de beschikkingen te verzekeren. De politiemacht is verplicht tussen te komen bij uitvoering van een beschikking of bij een samenscholing die de uitvoering van een gerechtelijke beslissing hindert en dit in toepassing van: - art. 1 van het KB van 21 juli 2013 tot vaststelling van het formulier van tenuitvoerlegging van de arresten, vonnissen, beschikkingen, rechterlijke bevelen of akten die dadelijke tenuitvoerlegging medebrengen; - art. 22.4° van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.
- Geïntimeerden betwisten op een ongemotiveerde wijze dat de veroordelingen waaraan de dwangsom werd gekoppeld voldoende precies en duidelijk zijn. Het hof is van oordeel dat de veroordelingen precies en duidelijk zijn geformuleerd mits volgende aanpassing. Er werd o.m. volgend verboden opgelegd: “Legt een verbod op aan eenieder om, op gelijk welke wijze en op gelijk welke plaats, het personeel, de leveranciers en/of de klanten van Delhaize de toegang (ingang en uitgang) tot, alsook de doorgangen binnen enige winkel, gebouw of terrein van Delhaize zoals hierna opgesomd (daarbij inbegrepen alle lokalen, bureaus, parkings, doch zonder hiertoe beperkt te zijn) te verhinderen, te bemoeilijken of onmogelijk te maken, op straffe van een dwangsom van 1.000,00 EUR per persoon en per inbreuk vanaf de betekening van onderhavige beschikking, evenwel met een maximum voor alle inbreuken samen van 100.000 EUR, meer bepaald in de winkels … Legt een verbod op aan eenieder om op gelijk welke wijze en op gelijke welke plaats, het personeel, de leveranciers en/of de klanten van Delhome de toegang (ingang en uitgang) tot, alsook de doorgangen binnen enig gebouw of terrein van Delhome (daarbij inbegrepen alle lokalen, bureaus, parkings, doch zonder hiertoe beperkt te zijn) te 9052 Gent, Nederzwijnaerde 2 te verhinderen, te bemoeilijken of onmogelijk te maken of straffe van een dwangsom van 1.000,00 EUR per persoon en per inbreuk vanaf de betekening van onderhavige beschikking, evenwel met een maximum voor alle inbreuken samen van 100.000 EUR;” In beide beschikkingen wordt de specificering tussen haakjes (vetgedrukte zinssnede) weggelaten aangezien: - de plaatsen waar het verbod geldt voldoende duidelijk omschreven zijn met “de winkels, gebouwen en terreinen van Delhaize of Delhome”; - de specificering die tussen haakjes werd toegevoegd alleen maar voor discussie kan zorgen door het hanteren van de zin “doch zonder hiertoe beperkt te zijn”
- Het derdenverzet is beperkt gegrond en de beschikkingen van 19 april 2023 en 21 april 2023 van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen afdeling Gent worden bevestigd, met uitzondering van de beslissing om verbod op te leggen aan eenieder, die hiervoor geen toelating kreeg van de directie van verzoeksters, om zich toegang te verschaffen, hetzij alleen, hetzij in groep, tot voormelde gebouwen of terreinen. Wijst het verzoek van appellanten tot het opleggen van deze maatregel af als ongegrond. Overeenkomstig art. 1130, eerste lid Ger.W. geldt de gehele of gedeeltelijke vernietiging van de beslissing enkel ten aanzien van de derden die verzet doen, in casu geïntimeerden.
- Gezien de gegrondheid van het hoger beroep van appellanten zijn de gedingkosten in beide aanleggen ten laste van geïntimeerden. OP DEZE GRONDEN HET HOF, rechtdoende op tegenspraak. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond als volgt: Doet de beschikking van 14 juni 2023 van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen afdeling Gent zetelend in kort geding teniet en opnieuw rechtdoende, Verklaart het derdenverzet van geïntimeerden slechts in beperkte mate gegrond. Bevestigt de beschikkingen van 19 april 2023 en 21 april 2023 van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen afdeling Gent, - met uitzondering van de beslissing om verbod op te leggen aan eenieder, die hiervoor geen toelating kreeg van de directie van verzoeksters, om zich toegang te verschaffen, hetzij alleen, hetzij in groep, tot voormelde gebouwen of terreinen. Wijst het verzoek van appellanten tot het opleggen van deze maatregel af als ongegrond. - met schrapping van de tekst “(daarbij inbegrepen alle lokalen, bureaus, parkings, doch zonder hiertoe beperkt te zijn)” in de beide beschikkingen. Veroordeelt geïntimeerden tot de gedingkosten. Begroot deze kosten in hoofde van appellanten op een rechtsplegingsvergoeding van 1.800 euro per aanleg. Veroordeelt geïntimeerden, elk voor een vijfde, tot betaling aan de Belgische Staat, FOD Financiën van de op een bedrag van 400 euro begrote rolrechten in hoger beroep. Aldus gewezen door de EERSTE KAMER van het hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken PDF document ECLI:BE:HBGNT:2024:ARR.20241219.1 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080908.2 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130624.9 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.