id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 14 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2025:ARR.20250314.1 Rolnummer: 2024/VJ11/212 Zaak: Thule Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-03-18 Raadplegingen: 808 - laatst gezien 2026-06-17 02:06 Fiche UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Algemeen (bijzondere strafwetten) Vrije woorden: Private militie - wet van 29 juli 1934 - verboden wapens - dit arrest is definitief Tekst van de beslissing Arrestnummer / / 2025 Repertoriumnummer 2025 / Datum van uitspraak 14 maart 2025 Notitienummer parket-generaal 2024/PGG 2024/VJ11 Geanonimiseerd arrest Hof van beroep Gent tiende kamer correctionele zaken Melding: dit is een niet-definitieve versie van het arrest – voorziening in cassatie is mogelijk overeenkomstig artikel 423 van het wetboek van strafvordering Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 2 2024/PGG - 2024/VJ11 Not.nr. OU.35.20 In de zaak van het OPENBAAR MINISTERIE tegen
- nr. Eerste beklaagde,
- nr. Tweede beklaagde,
- nr. Derde beklaagde,
- nr. Vierde beklaagde,
- nr. Vijfde beklaagde,
- nr. Zesde beklaagde,
- nr. Zevende beklaagde,
- nr. Achtste beklaagde,
- nr. Negende beklaagde,
- nr. Tiende beklaagde,
- nr. Elfde beklaagde,
- nr. Twaalfde beklaagde,
- nr. Dertiende beklaagde,
- nr. Veertiende beklaagde,
- nr. Vijftiende beklaagde, Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 3
- nr. Zestiende beklaagde,
- nr. Zeventiende beklaagde, verdacht van: als dader of mededader in de zin van artikel 66 Strafwetboek, namelijk: zij die de misdaad of het wanbedrijf hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks hebben meegewerkt; A Private militie of organisatie bij inbreuk op de artikelen 1, 1bis en 2 van de wet van 29 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden, met overtreding van artikel 1bis een groepsgewijze optreden te hebben georganiseerd, hun steun te hebben verleend aan of deel te hebben uitgemaakt van een private militie of organisatie, te Geraardsbergen en elders in het Rijk in de periode van 1 augustus 2020 tot en met 19 december 2020 door Eerste beklaagde, Zeventiende beklaagde, Derde beklaagde, Vierde beklaagde, Vijfde beklaagde, Zesde beklaagde, Zevende beklaagde, Achtste beklaagde, Negende beklaagde, Tiende beklaagde, Twaalfde beklaagde, Dertiende beklaagde, Veertiende beklaagde, Vijftiende beklaagde, Zestiende beklaagde, Tweede beklaagde. B dragen, zonder wettige reden, van vrij verkrijgbare niet-vuurwapens vrij verkrijgbare wapens, zoals omschreven in artikel 3, § 2 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, die niet als vuurwapens worden beschouwd, te hebben gedragen zonder daartoe een wettige reden te hebben kunnen aantonen, (art. 3, § 2, 9, 23, eerste lid, en 26 wet 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens) te Geraardsbergen op 19 december 2020
- met name een handkruisboog, door Eerste beklaagde, Tweede beklaagde, Vierde beklaagde, Vijfde beklaagde, Zevende beklaagde, Zeventiende beklaagde, Tiende beklaagde, Elfde beklaagde, Veertiende beklaagde, Zestiende beklaagde, Negende beklaagde,
- met name een dolkmes, door Tweede beklaagde. C verboden wapens voorhanden hebben Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 4 verboden wapens, zoals omschreven in artikel 3, § 1 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, voorhanden te hebben gehad, met name pepperspray, (art. 3, § 1, 8, eerste en tweede lid, 23, eerste lid, en 26 wet 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens) te Geraardsbergen op 19 december 2020 door Vijftiende beklaagde. Voor wat betreft Tweede beklaagde: herhaling wanbedrijf op wanbedrijf met de omstandigheid dat de betrokkene het misdrijf heeft gepleegd sedert hij veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van ten minste een jaar bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing op het ogenblik van de nieuwe feiten, en voordat vijf jaar is verlopen sinds hij zijn straf heeft ondergaan of sinds zijn straf verjaard is, met name door de correctionele rechtbank te Dendermonde bij vonnis van 7 februari 2014 tot een gevangenisstraf van vijf jaar met uitstel voor een jaar en een geldboete van 1.500 euro wegens deelneming aan de activiteit van een terroristische groep als leidend persoon, vereniging van misdadigers, valsheid in geschrifte, diefstal met verzwarende omstandigheden, opzettelijke slagen en verwondingen met arbeidsongeschiktheid, opzettelijke slagen met verzwarende omstandigheid haat, misprijzen of vijandigheid, wapens en munitie en inbreuken inzake springstoffen. (art. 56, eerste en tweede lid, Strafwetboek)
- Procedure 1.1 De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, O 3e kamer, besliste bij vonnis van 8 december 2023 bij verstek voor de beklaagden Derde beklaagde, Vijfde beklaagde, Veertiende beklaagde en Zestiende beklaagde en op tegenspraak voor de overige beklaagden als volgt: “OP STRAFGEBIED - spreekt de eerste beklaagde vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen A en B.1, vrij van kosten; - spreekt de tweede beklaagde vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen A, B.1 en B.2, vrij van kosten; - spreekt de derde beklaagde vrij voor de feiten van de tenlastelegging A, vrij van kosten; Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 5 - spreekt de vierde beklaagde vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen A en B.1, vrij van kosten; - spreekt de vijfde beklaagde vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen A en B.1, vrij van kosten; - spreekt de zesde beklaagde vrij voor de feiten van de tenlastelegging A, vrij van kosten; - spreekt de zevende beklaagde vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen A en B.1, vrij van kosten; - spreekt de achtste beklaagde vrij voor de feiten van de tenlastelegging A, vrij van kosten; - spreekt de negende beklaagde vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen A en B.1, vrij van kosten; - spreekt de tiende beklaagde vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen A en B.1, vrij van kosten; - spreekt de elfde beklaagde vrij voor de feiten van de tenlastelegging B.1, vrij van kosten; - spreekt de twaalfde beklaagde vrij voor de feiten van de tenlastelegging A, vrij van kosten; - spreekt de dertiende beklaagde vrij voor de feiten van de tenlastelegging A, vrij van kosten; - spreekt de veertiende beklaagde vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen A en B.1, vrij van kosten; - spreekt de vijftiende beklaagde vrij voor de feiten van de tenlastelegging A; - spreekt de zestiende beklaagde vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen A en B.1, vrij van kosten; - spreekt de zeventiende beklaagde vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen A en B.1, vrij van kosten; - verklaart de vijftiende beklaagde schuldig aan de feiten van de tenlastelegging C en veroordeelt haar voor deze feiten tot: - een geldboete van 100 euro, verhoogd met 70 opdeciemen (x8) tot 800 euro, met een vervangende gevangenisstraf van 1 maand; Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 6 verleent deze beklaagde gewoon uitstel voor wat betreft de helft van de geldboete gedurende een periode van 3 jaar; Bijdrage – vergoeding - kosten: - spreekt tegen de vijftiende beklaagde de verplichting uit een bijdrage te betalen van eenmaal 25 euro verhoogd met 70 opdeciemen (x8) en aldus gebracht op 200 euro tot financiering van het bijzonder fonds voor de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden; - veroordeelt de vijftiende beklaagde krachtens artikel 4 §3 van de wet van 19 maart 2017, tot het betalen van een bijdrage van 24 euro aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand; - legt bovendien aan de vijftiende beklaagde een vergoeding op van 58,24 euro; - veroordeelt de vijftiende beklaagde tot haar aandeel van de proceskosten, wat de openbare partij betreft tot op heden in het geheel begroot op 36,62 euro; - legt de overige proceskosten lastens de Belgische Staat en begroot deze voor zoveel als nodig op 912,56 euro. Overtuigingstukken - verklaart overeenkomstig artikel 8, tweede lid van de Wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, verbeurd, het voorwerp, zijnde een verboden wapen, het overtuigingsstukken gekend onder SIN BADH4505 (pepperspray) en beveelt tevens de vernietiging ervan; - beveelt de overmaking aan het openbaar ministerie ten einde te handelen als naar recht van het overtuigingsstuk gekend onder SIN BADH4506 (boksbeugel). - beveelt de teruggave aan de rechtmatige eigenaar van de overtuigingsstukken gekend onder SIN: - BADH4591 : Grijze T-shirt met logo op van THULE - - BADH0364 : 1 doosje met daarin een USB-stick (DELHAIZE op) BADH0369 : 1 bruine Notitieboek met harde kaft en hendeltje-Paperblanks - Shakespeare’s 400 th Anniversary-Verschillende notities over activiteiten - Tweede beklaagde - BADH0366 : 1 groene draagtas (merk EXCALIBUR CROSSBOW) met hierin: 1 kartonnen doos met hierin 3 pijlen EXCALIBUR CROSSBOW 1 pijlhouderkoker (camouflage EXCALIBUR )- in de koker 4 opgeschroefde pijlen 5 pijlen EXCALIBUR 2 zakjes met vochtabsorberende korrels Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 7 1 plas - Tiende beklaagde - BADH4531 : Kruisboog EXALIBUR (made in Canada)/Camouflage-groen. Met telescopische kijker BADH4530 : Kruisboog van het merk FANG HD (camouflage/ beige)//type PSE. Met een telescopische kijker. - - BACU4327 : Kruisboog MAN KING, type xb52 203599 - inclusief houder met drie pijlen - - BACU4328 : Kruisboog Excalibur Micro 340TD + houder met drie pijlen - - BADH4532 : Kruisboog MAG 340//reptielgroenmotief.Met telescopische kijker. - - BACU4330 : Kruisboog EXCALIBUR, Bulldog 330 in kakikleurigie opbergzak + toebehoren (verrekijker, camouflagedoek, statief, diverse hulstukken, plastieken doos met 11 pijlen) + vizier - - BACU4329 : Kruisboog MAN KING, type XB52 - 227305 - Vijfde beklaagde - BACU4300 : De Roep van de Raaf - auteur Tweede beklaagde - Tweede beklaagde - BACU4301 : De As Bonst op mijn Borst - auteur Tweede beklaagde
(3)- Tweede beklaagde - BACU4302 : Diverse aankoopfacturen
(16)- - BACU4303 : Diverse 'zeupkaarten' - 25 Thule - 48 Celtic
(73)- - BACU4304 : Plastieken zak met druksluiting met daarin opgevouwen geschreven blad met overzicht inkomsten/uitgaven december en de andere kant namen van personen verbonden aan bepaalde maanden. - - BACU4305 : Muziekcd's - Lost Legion - Glory or Death
(6)- - BACU4306 : Muziekcd's - Iron Age - Volume 1
(7)- - BACU4308 : Muziekcd - Eliwagar - 'Memories Of The Warrior Will' - - BACU4307 : Muziekcd - Spartan Warrior - 'Behind Closed Eyes' - - BACU4309 : T-shirts - zwart met vooraan logo zwarte zon met in het midden zwarte Vlaamse Leeuw en achteraan 'Vlaming & Germaan' - 4 x S - 2 x M - 2 x L
(8)- - BACU4310 : T-Shirt - zwrte met witte bedrukking vooraan doodskop - 1941=1945 en 'Freiwilligen Flanders in Gotische Letters en het lgog van het Berkenkruis
(2)- - BACU4311 : T-Shirt - zwart vooraan witte/gele bedrukking met ondermeer wapperende Vlaamse leeuwen (zwart) en achteraan de teskt in gele belettering 'Mars tgen Marrakech' Brussel 16DEC2018 - - BACU4312 : T-Shirt - groen en donkerblauw met vooraan de bedrukking EUROPE (witte letters met rode omkadering) met daaronder 'Our Land Our People Our Culture' en daaronder een klein logo met C18 (verijzend naar Combat 18)
(2)- - BACU4313 : T-Shirt - grijs en donkerblauw met vooraan de bedrukking EUROPE (witte letters met rode omkadering) met daaronder 'Our Land Our People Our Culture' en daaronder een klein logo met rood kruis in ronde met witte 'zonnestralen'
(2)- - BACU4314 : T-Shirts - vooraan de bedrukking Valkyrie (witte letters) met daaronder een logo. Achterkant een groot logo met de afbeelding van een met armen gestrekte 'Duivel'? met een zwaard over het lichaam.
(4)- - BACU4315 : T-Shirts -grijze t-shirt met vooraan de bedrukking het logo van Thule thv de borst - zwart logo met wit teken erin. Achteraan in het groot het logo van de zwarte zon met zwarte leeuw met daarboven 'Thule' geschreven. Vrouwenmodel in 3 verschillende maten - - BACU4316 : Blauwe schrijfplnak met vooraan de sticker van een Vlaamse Zwarte Leeuw. Binnenin de map verschillende documenten. - - BACU4317 : Grijs metalen geldkoffertje met als inhoud een palstieken zak met druksluiting met daarin twee papiertjes met overzicht van verkochte goederen + inventaris. - - BACU4318 : Metalen grijs geldkoffertje met als inhoud kastickets van diverse aankopen + papieren stickers en notitieboekje met daarin namen genoteerd LG met namen per maand. - - BACU4331 : Pijlen - kartonnen doos met 6 pijlen van het merk Easton 'Bloodline' + 1 afzonderlijke pijl van het merk Excalibur 'Quill'
(7)- - BACU4332 : Kakikleurige opberzak voor kruisboog met als inhoud 4 pijlen met houder, schouderstuk, setje van drie punten voor vooraan pijl en setje van drie punten voor achteraan de pijl. - BADH0332 : 1 een survival zakmes met drie functies, namelijk een zaagblad, een lemmet en een lemmet met weerhaak. Het heft van dit mes is in camouflagekleuren. Het lemmet draagt de vermelding ' M.F.H. Int. Comp.' Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 8 BADH0333 : OS01-07: donkergrijze sweater met kap (merk Kariban maat XL met bedrukking 'HILTLER') - BADH0334 : OS01-07: 1 grijze T-shirt (merk FRUIT of the Loom) maat s LOGO THULE - BADH0335 : schietschijven - BADH0342 : 1 Badge met vlaamse leeuw ZIE PV van rechtzetting aan pv 101791/2021 -0s08-24 - BADH0340 : 1- A4 schrift met lijnen – voorzien van plastieken kaft – 5-tal bladeren zijn beschreven Blauw/zwart/roze merk DLP Industrie - BADH0348 : Visitekaartje op naam van de firma badgeboy. Er hangt een sticker aan met een paperclip met daarop het volgende adres ‘Negende beklaagde. - BADH0345 : 1 Geelzwarte Sticker met tekst ‘GEEN linkse propaganda in deze brievenbus’-Apli Master - BADH0346 : 1 doos met 90 posters met opschrift “WEES SCHILD EN ZWAARD OM ERVOOR TE ZORGEN, DAT AAN ‘BLOED VAN ONS BLOED BEHOORT DE DAG VAN MORGEN.” - BADH0349 : 17 geelzwarte Stickers met tekst ‘Wanted dead or alive’ met op de achtergrond een zwarte ‘Vlaamse Leeuw’ met de afbeelding van een manspersoon - BADH0352 : 1 Zelfgemaakte ‘flyer’ (ontwerp) waarin verschillende zaken te koop worden aangeboden (T-shirts, stickers, posters, lectuur, vlag, sleutelhanger) – project thule – A4 blad 2 x gevouwen in de breedte - BADH0353 : 1 Papieren notitieblad met hoofding – met daarop twee neergeschreven adressen – en een berekening - BADH0354 : 69 zwartwit Stickers met een wapenschild met daarin de afbeelding van een ‘wolf’ met als tekst ‘Werwolf’ – 11,5 x 9,5 merk Orafol - BADH0356 : 48 zwart-witte Stickers afbeelding van een soldaat uit de middeleeuwen die drager is van een zwaard en vlag met daarop de afbeelding van Vlaamse Leeuw. Daarbij de tekst ‘Als gij uw zwaarden zult begraven, wacht u slechts HET LOT DER SLAVEN’ – projec – - BADH0357 : 4 geelzwarte Stickers ‘Ons land = onze waarden’ – met wapenschild ‘Vlaamse Leeuw’ zwarte tong en klauwen – 9 x 7 - BADH0358 : 28 zwart-witte Stickers ‘ Al wat de overheid schenkt, moet ze elders stelen’ – project thule – 15 x 11 merk Orajet Digital printing media - BADH0360 : 7 geelzwarte Stickers met wapenschild ‘Vlaamse Leeuw’ zwarte tong en klauwen – 6 x 6,5 - BADH0361 : 1 geelzwart Sticker ‘Vlaamse Koepel Beweging’ – Afbeelding van een ‘Vlaamse Leeuw’ met zwarte tong en klauwen met daarin het woord ‘VLAKO’ en onderaan ‘Eenheid – openheid – respect’ – rond diameter 9,5 cm. - BADH0362 : 1 zwart-witte Stoffen patch – afbeelding van een boom waarvan de takken en wortels elkaar verenigen – rond diameter 7,5 cm - BADH0365 : 1 zwarte sweater met kap (met zwart-gouden belettering) merk Fruit of the Loom borstzijde 'keltische teken', rugzijde Duitse tekst met daaronder "zwarte zon". - BADH0363 : 1 zwarte Zelfinktende stempelautomaat – rond – met logo van zwarte zon met in het midden de ‘Vlaamse Leeuw’ – diameter 4 cm merk COLOP-Printer R40-Dater BADH0368 : 1 zwarte stoffen laptoptas CASE LOGIC (geen inhoud) - BADH4511 : 3 sleutelhangers van gele kleur met zwarte zon. Voorzien van de Vlaamse leeuw
(3)- BADH4512 : 2 stoffenen badge van zwarte zon met Vlaamse leeuw op zie pv111082/21 0S-1015 - BADH4514 : 23 T-shirts diverse motieven en kleuren
(23)- Negende beklaagde - BADH0331 : 2 gelijke brochures met titel' de moderne kruisboog' - BADH0330 : 1 zak met onderdelen (6 stuks) O.S. 007/004 2walkietalkies van het merk HYTERA, model 415, waarvan één voorzien is van een houtouw. 1 een netstroomadapter - BADH0336 : grijze sporttas met daarin: 1 plastiekendoos, 10 patches (logo Vlaamse leeuw), 38 sleutelhangers (logo Vlaamse leeuw) en 1 verzendomslag - - BADH0337 : 1 Stafkaart- LIMBOURG - EUPEN 43/ 5-6 - in doorzichtige plastieken houder (1:200 00) merk NGI - BADH0338 : 1 plooimes met op het lemmet de vermelding ' HUBERTUS Solingen' gegraveerd - BADH0341 : 63 Stickers (zwart-wit) ‘Niet elke gevangenis bestaat uit muren en tralies’ – project thule – 15 x 11 merk Orajet Digital printing media Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 9 - BADH0339 : 1 gsm + simkaart (Mobile Vikings) en batterij Samsung IMEI: type SM-J710FN - BADH0343 : 1 gele Plastieken documententas (in de vorm van een brief) met daarin diverse losse documenten - BADH0344 : 1- gele Plastieken documententas (in de vorm van een brief) met daarin folders. - BADH0347 : 11 geelzwarte Sleutelhangers – rubber – zwarte zon met zwarte Vlaamse Leeuw – diameter 4,5 cm - BADH0350 : 17- geelzwarte Stickers met tekst ‘Wanted dead or alive’ met op de achtergrond een zwarte ‘Vlaamse Leeuw’ met de afbeelding van een manspersoon - BADH4513: 13 diverse stickers voorzien van de Vlaamse leeuw (met( zwarte zon) of van he project Thule - BADH0367 : Beschrijving 1 zwarte documententas met hierin: • 1 schrijfblok van het merk BREPOLS • 1 gele fluo stift van het merk Stabilo • 1 rode fluo stift van het merk Stabilo • 1 zwarte agenda 2019 • 1 groene stift van het merk Stabilo - - BADH0351 : 110 geelzwarte Stickers ‘Zwarte zon met daarin een Vlaamse Leeuw met zwarte tong en klauwen’ – rond diameter 10 cm Orajet Digital printing media - BADH0355 : 103 zwartwitte Stickers wapenschil met daarin ‘thule’ en een P – 10 x 8 - BADH0359 : 2 groenzwarte Stickers ‘Badgeboy – Patches’ - BACL7001 : Vlag met stok met als afbeelding de zwarte zon met daarin een zwarte (Vlaamse) leeuw. - BACL7003 : Waterdichte rugzak Itiwit met als inhoud: 2 pakjes papieren zakdoekjes - 5 plastieken zakjes Ikea - 1 plastieken klem - 1 blister Dafalgan forte 1mg - 1 zwarte jeansbroek H&M - 1 paar sokken - 1 handdoek - 1 tandenborstel - 1 tube tandpasta - 1 oplader Sa.” 1.2 Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door het afleggen van een verklaring op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, op: - 22 december 2023 door het openbaar ministerie tegen alle beklaagden; - 28 december 2023 door de beklaagde Vijftiende beklaagde. Deze partijen dienden op diezelfde data ook elk een verzoekschrift in op de griffie, zoals voorgeschreven door artikel 204 Wetboek van Strafvordering. 1.3 Op de rechtszitting van 31 mei 2024 legde het hof met toepassing van de artikelen 152, § 1 en 209bis, laatste lid, Wetboek van Strafvordering, conclusietermijnen vast en bepaalde de rechtsdag op de rechtszitting van 17 januari
- De conclusies op 6 januari 2025 neergelegd voor Achtste beklaagde, Negende beklaagde en Twaalfde beklaagde zijn laattijdig. Het hof weert ze daarom uit de debatten. De conclusies neergelegd op 8 januari 2025 voor Zesde beklaagde zijn identiek aan deze zoals neergelegd op 3 januari
- Deze conclusies hoeven dus niet te worden geweerd. De Derde beklaagde, Vijfde beklaagde, Zevende beklaagde, Dertiende beklaagde, Veertiende beklaagde en Zestiende beklaagde waren niet aanwezig en werden niet vertegenwoordigd door een advocaat. De procedure verliep voor hen dus bij verstek. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 10
- Ontvankelijkheid hoger beroepen 2.1 De beide verklaringen van hoger beroep tegen het vonnis van 8 december 2023 zijn tijdig en regelmatig naar de vorm. Ook de grievenformulieren zijn tijdig ingediend. Het openbaar ministerie duidde in het grievenformulier nauwkeurige grieven aan over de schuld. Meer bepaald betwist het de vrijspraak voor de telastlegging A voor alle beklaagden die daarvoor werden vervolgd, net als de vrijspraak voor de eerste, tweede, vierde, vijfde, zevende, negende, tiende, elfde, veertiende, zestiende en zeventiende beklaagde voor de telastlegging B.
- Het openbaar ministerie is het evenmin eens met de vrijspraak van de tweede beklaagde, Tweede beklaagde, voor de telastlegging B.
- Tot slot kruiste het openbaar ministerie de rubriek “Straf en/of maatregel” aan, daarin verwijzend naar de veroordeling tot straf van de vijftiende beklaagde Vijftiende beklaagde voor de telastlegging C. Ook deze grief is nauwkeurig. In de rubriek “Procedure” werpt de vijftiende beklaagde Vijftiende beklaagde de niet- ontvankelijkheid van de strafvordering op omdat de huiszoeking onwettig zou zijn en omwille van het gebrek aan BOM-controle. Ze verwijst ook naar eventuele onwettige onderzoeksmethoden. Verder betwist ze haar schuld aan de telastlegging C en is ze het niet eens met de straf die de eerste rechter oplegde. In ondergeschikte orde vraagt ze de gunst van de opschorting of vraagt ze om tot een werkstraf te worden veroordeeld. Ook dit zijn allemaal nauwkeurige grieven, met uitzondering van de proceduregrief in zoverre de beklaagde daarin verwijst naar eventuele onwettige onderzoeksmethoden. Het is niet duidelijk welke beslissing van de eerste rechter ze daarmee bedoelt. Dit heeft nochtans niet tot gevolg dat haar beroep niet ontvankelijk zou zijn. 2.2 De hoger beroepen van het openbaar ministerie en van de beklaagde Vijftiende beklaagde zijn ontvankelijk (art. 203 en 204 Wetboek van Strafvordering). Het hof beslist in dit arrest binnen de perken van de hoger beroepen en vervolgens van de grieven zoals bedoeld in artikel 210 Wetboek van Strafvordering. Het hof stelt vast dat er in deze zaak geen redenen zijn om ambtshalve een grief in de zin van deze bepaling op te werpen.
- Feiten De eerste rechter vatte de feiten in het vonnis van 8 december 2023 samen als volgt: “
- Op 19 december 2020 verneemt de politie via een openbaar gerucht dat er een feest aan de gang zou zijn in de omgeving van de camping gelegen te Geraardsbergen, Xweg (…). Bij het oprijden van het openbaar domein aan Xweg (…) te Geraardsbergen merken zij op dat de feestzaal ‘De Orangerie’ volledig donker is terwijl de grote ramen normaal gezien volledige inkijk toelaten. Bij het oprijden van het terrein wordt de vijfde beklaagde aangetroffen die bij het opmerken van verbalisanten in een Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 11 walkietalkie spreekt. De verbalisanten beslissen nazicht te doen in de feestzaal waar luide stemmen en muziek te horen zijn. Eerste beklaagde verlaat op dat ogenblik het gebouw en wandelt naar zijn voertuig. In de feestzaal zijn verschillende personen aanwezig die bij het zien van de verbalisanten wegvluchten. Twee personen blijven achter, dit betreffen Vijfde beklaagde en Vierde beklaagde. In de nabije omgeving van de feestzaal worden ook nog Zesde beklaagde en Zevende beklaagde aangetroffen. Zij verklaren spontaan dat zij in de feestzaal aanwezig waren. Zowel Vijfde beklaagde als de vijfde beklaagde dragen zwarte kledij met patches zoals “de zwarte zon”, die volgens de verbalisanten verwijzen naar Vlaams-nationalistische dan wel (neo)nazistische groeperingen. In de feestzaal wordt op een achterdeur een papier aangetroffen met de vermelding “Wachturen” per blok van een uur. In de zaal worden een aantal gebruikte schietschijven aangetroffen met namen op. In een kast worden kruisbogen aangetroffen. Één van de aanwezigen deelt later mee dat er schietoefeningen werden gegeven. In een tweede ruimte worden diverse tassen en rugzakken aangetroffen en hangen er verschillende jassen aan de kapstok. Er is een tafel gedekt met plastieken kinderbekers en borden. De ramen van het etablissement waren volledig afgeschermd met dikke rode gordijnen. Een deel van de ramen werden verduisterd door middel van een vezeldoek. In de keuken is een steamer in werking met een grote hoeveelheid vlees in. Verder worden ook nog Achtste beklaagde en Negende beklaagde in de ruime omgeving aangetroffen. Zij ontkennen dat ze in de Orangerie aanwezig waren, zij waren enkel aan het wandelen. Achtste beklaagde draagt een zwart hemd met een patch van de “zwarte zon” op. In één van de overgebleven rugzakken in de orangerie worden persoonlijke documenten aangetroffen van Negende beklaagde. In de ruime omgeving wordt de twaalfjarige dochter van Negende beklaagde aangetroffen. Ook de zoon van de tweede beklaagde wordt aangetroffen in de omgeving. Hij verklaart dat zijn vader bij aankomst van de politie gevlucht is. Één van de aanwezigen laat zich tegen één van de verbalisanten smalend uit dat ze net de tweede beklaagde gemist hebben. In een achtergelaten rugzak wordt een survival-kit ontdekt, hierin zit een patch met de naam “tweede beklaagde”. Op het wachtformulier komt de naam twee keer voor. Ook op één van de gebruikte schietschijven staat de naam vermeld. Wat Vijftiende beklaagde betreft, wordt in een rugzak een portefeuille met bankkaarten, klantenkaarten e.d. aangetroffen op haar naam. Vijftiende beklaagde stelt in haar verhoor dat ze toen niet in de Orangerie aanwezig was. Ze was daar de week voordien geweest om Vierde beklaagde te helpen met kuisen. Ze is toen haar rugzak vergeten. De bankkaarten waren niet meer in gebruik. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 12 Tweede beklaagde stelt in zijn verhoor dat de aangetroffen rugzak van hem was maar stelt dat hij niet aanwezig was op de bijeenkomst. Op de vraag waarom zijn rugzak daar ter plaatse werd aangetroffen antwoord hij “ik zie het nut van de vraag niet in.” Achtste beklaagde en Negende beklaagde stellen in hun verhoor dat ze geen deel hebben uitgemaakt van de bijeenkomst in de Orangerie. Negende beklaagde kan niet verklaren dat iets met haar naam op werd aangetroffen. Derde beklaagde gaat niet in op de uitnodigingen tot verhoor. Er worden diverse goederen in beslag genomen en uitgebreid gefotografeerd en beschreven. Het betreft onder meer de kruisbogen, maar ook diverse rugzakken met inhoud, en pamfletten en geschriften. In de documententas worden diverse ingevulde vragenlijsten aangetroffen voor ‘project Thule/De Broederschap’. Diverse personen duidden aan of en in welke mate zij wensten mee te werken en/of zich in te zetten voor diverse activiteiten binnen de vereniging. Zij hadden hierbij de keuze uit het bijwonen van en/of meewerken aan: - protestacties; - informatieverspreiding / PR in de fysieke wereld; - informatieverspreiding / PR online; - vormingen omtrent Germaans Heidendom; - vormingen omtrent politiek / ideologie; - uitbaten bewegingshuizen; - kameraadschapsavonden; - benefietevenementen; - voedselbedelingen aan minderbedeelde Volksgenoten; - volksnoodhulp diversen; - ordedienst; - activiteiten voor kinderen - vorming EHBO volwassenen; - vorming EHBO kinderen; - vorming brandbestrijding volwassenen; - vorming brandbestrijding kinderen; - vorming zelfverdediging volwassenen; - vorming survival, diverse aspecten; - vorming wetgeving; - administratief en financieel beheer; - grafisch ontwerp; - merchandise; - erfgoedbibliotheek; - vieren van heidense jaarfeesten; In de rugzak met opschrift ‘Tweede beklaagde’ wordt een dolk aangetroffen. In de rugzak waar de identiteitsgegevens van de vijftiende beklaagde Vijftiende beklaagde worden in aangetroffen, treffen de verbalisanten ook een bus pepperspray aan. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 13 Over de diverse beklaagden werd een uitgebreid dossier samengesteld met ‘contextualisering’, waarbij ook de interne linken en mogelijk externe linken met mensen uit extreem rechtse dan wel nationalistische hoek worden gemaakt. Eerste beklaagde verklaart, samengevat en in essentie, dat hij de zaal uitbaat. Hij stelt dat hij niet behoort tot de groep Thule. Hij kent enkele van de aanwezige personen, maar niet allemaal. Hij is het niet eens met de zienswijze van deze groep en hij neemt er afstand van. Hij erkent dat er met kruisbogen werd geschoten. Gevraagd waarom, antwoordt hij: ‘waarom wordt gevist in een vijver’. Elfde beklaagde verklaart samengevat dat hij zijn kruisboog uitleende aan een kennis, en deze samen met zijn zoon kwam ophalen. Hij heeft niets te maken met en kent ook niemand van de aanwezige personen. FJ verklaart dat hij de vragenlijst wel ondertekende, maar niet invulde. Hij had enkele ontmoetingen met de leden van Thule, maar beschrijft dat hij uit de groep werd gegooid. DVDE verklaart dat ze de vragenlijst van ‘project Thule’ invulde, het was haar vorige vriend KB die haar hierin betrok. Het werd haar voorgesteld als een project om mensen te helpen. Ze ging naar een samenkomst, maar ze merkte dat er ook mensen van ‘Blood & Honour’ bij betrokken waren, wat haar niet aanstond. Ze heeft maar een vaag contact met de leden. DM verklaart dat hij de mensen van ‘project Thule’, onder wie de tweede beklaagde, leerde kennen op een sportactiviteit aan de kust. Hij was gekant tegen de coronamaatregelen. Hij volgt via Facebook wel ‘Project Thule’, maar hij sprak maar weinig echt af. Voor hem stond project Thule tegen de coronaregels. Hijzelf is niet echt lid geweest. Dertiende beklaagde verklaart, in essentie, dat hij niet aanwezig was in Geraardsbergen, zijn vriendin Helene wel. Zij was er om te helpen klussen. Hij is op het ogenblik van het verhoor al anderhalf jaar uit ‘Thule’, en dit om medische redenen. Hij wil niemand ‘verklikken’. Binnen Thule werd gezeverd over vanalles en nog wat, over de filosofie en het leven. Hij ging mee naar betogingen in Brussel en Antwerpen. Achtste beklaagde verklaart dat hij in de buurt aan het wandelen was met een vriendin. Hij was niet op de orangerie. Hij heeft geen wachtdienst gedaan of met aan wapen geschoten. Hij kent ‘project Thule’ niet en beroept zich voor het overige op zijn zwijgrecht. JV, Tweede beklaagde, Zesde beklaagde, VD, Negende beklaagde, GV en Tiende beklaagde beroepen zich op hun zwijgrecht. KDG laat per e-mail weten dat ze niet verhoord wenst te worden en dat ze niet aanwezig was in Onkerzele. Ze stelt dat hetzelfde geldt voor haar partner SDG. Zevende beklaagde verklaart dat zij uit vriendschap voor Eerste beklaagde ging helpen in de Orangerie. Ze wil niet zeggen wie er allemaal aanwezig was, sommigen zaten vroeger in een motorclub Mjölnir. Met Tweede beklaagde, van wie ze vermoedt dat hij de leider van de vereniging is, heeft ze niets meer te maken, ze leerde hem vroeger kennen via haar partner. De bedoeling van ‘Thule’ was volgens haar vooral om contact te houden. Ze dacht aanvankelijk dat de bedoeling vooral Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 14 kameraadschap was, maar achteraf bleek dit niet echt het geval. Ze wil hier niet verder op ingaan. Zij is niet de persoon waarvan sprake is in de noties van Tweede beklaagde. Ze heeft tijdens de bijeenkomst niet met een kruisboog geschoten. Ze vindt het vreemd dat er met kruisbogen werd geschoten, dit is geen normale activiteit. De mensen van ‘Thule’ zijn bij haar niet meer welkom. Zeventiende beklaagde verklaart dat hij niet aanwezig was op de bijeenkomst. Hij weet er niets van af. Hij weet niets af van een scoreblad met zijn naam op. Het klopt dat hij een kruisboog bezit, dat is een legaal wapen. Hij gebruikt die thuis in zijn tuin. ‘Project Thule’ is voor hem een volwassen scoutsgroep, meer niet. Hij heeft inderdaad het informatieblad van ‘Project Thule’ ingevuld. Er moet wat minder naar James Bond gekeken worden als hij ziet wat hem ten laste wordt gelegd. MV verklaart dat hij aanwezig was in de Orangerie, het was een joelfeest. Aangezien er al een tijd niets was georganiseerd, ging hij erheen. Hij was eten aan het opscheppen toen de politie binnen kwam. Hij kwam er enkel voor de barbecue. Hij heeft niet deelgenomen aan het schieten, het verbaast hem dat een doel met zijn naam op werd aangetroffen. Hij kan er verder niet veel over zeggen. Hij heeft een oude kruisboog, die is kapot en hij gebruikt hem als kapstok. De doelstelling van ‘project Thule’ is Vlaamse onafhankelijkheid, hij kwam ermee in contact via Vlaamse bewegingen. Hij is er zelf niet mee verbonden, hij kent enkel Tweede beklaagde, van ziens. Hij is zelf nog lid bij Voorpost. KT kan aanvankelijk niet worden aangetroffen voor verhoor. Zij verklaart op 25 juni 2022 dat ze aanwezig was in de Orangerie, dit op vraag van haar toenmalige vriend Veertiende beklaagde, zou ze er voorzien in de opvang van kinderen. Ze kende er voor het overige niemand. Ze bleef er de avond van de feiten bij slapen, het was een vijftiger, ze weet zijn naam niet meer. Ze heeft er geen kruisbogen gezien. Tweede beklaagde kent ze niet, ze heeft nooit van hem gehoord. Ze heeft zeker geen problemen met mensen van een andere huidskleur. AA verklaart, samengevat, dat hij niet in de Orangerie in Geraardsbergen was op het ogenblik van de vaststellingen. Hij was uitgenodigd ook om boxen te plaatsen, maar wou dat niet doen, omwille van de coronamaatregelen. Negende beklaagde of GV hadden hem gevraagd. Hij bezit een kruisboog, hij kocht die tijdens corona als bezigheidstherapie, hij gebruikt die enkel thuis, in de tuin. Hij ging eenmaal mee met de ‘gasten’, naar Aalst. Hij herhaalt dat hij niet aanwezig was in Geraardsbergen. Hij kent ‘project Thule’, maar is niet bezig met politiek. Hij vulde inderdaad de vragenlijst in, maar hij ging nooit naar een activiteit. Hij weet dat ze tegen vanalles protesteren. Veertiende beklaagde verklaart, samengevat, dat hij in de Orangerie aanwezig was om klusjes te doen, op aangeven van zijn vriend vijfde beklaagde. Hij weet niet wie er nog allemaal aanwezig waren. Hij liep bij de inval van de politie weg, hij weet niet waarom. Hij speelde er een wedstrijdje kruisboog. Hij deed dit samen met enkele anderen. Het klopt dat zijn naam op een schietschijf stond. Hij bezit geen kruisboog. Hij kent ‘project Thule’ niet echt, hij weet dat Tweede beklaagde de organisator is van het project, voornamelijk Vlaamsgezind. Hijzelf is geen lid. Hij leerde dit kennen tijdens een betoging. Hij heeft er niets mee te maken. Hij denkt dat ze zich bezighouden met betogingen. Hij is rechtsgezind, lid van het Vlaams Belang West-Vlaanderen maar geen sympathisant van het nazisme. Vijftiende beklaagde verklaart, in essentie, dat ze niet aanwezig was in de Orangerie in Geraardsbergen, ze kan er verder niets over vertellen. Ze bezit een kruisboog en is lid van de Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 15 schuttersclub in Kontich. Ze startte hiermee tijdens corona als hobby. Ze heeft een schutterslicentie en bezit een lang wapen met munitie .
- Ze ging een week voor de samenkomst kuisen in de Orangerie, reden waarom haar rugzak er stond. De opkuis was een vriendendienst op verzoek van Vierde beklaagde. In haar rugzak zat een pepperspray. ‘Thule’ is iets wat ze tegenkomt op de ijzerwake. Gevraagd of ze lid is, beroept ze zich op haar zwijgrecht. Ze kent Tweede beklaagde , maar wil hier verder niet over uitweiden. Vierde beklaagde verklaart, dat ze al op voorhand aanwezig was in de Orangerie. Ze had samen met Eerste beklaagde een contract getekend om daar Vlaamse mensen in nood te helpen. Zij betaalde het voorschot, Eerste beklaagde regelde de praktische kant. Ze kent Eerste beklaagde via haar vriend Frederik. Op het ogenblik van de feiten had ze wat alcohol gedronken. Het opzet van de samenkomst was te bespreken wat ze allemaal moesten doen voor de organisatie. Ze hebben die dag ook met de kruisbogen geschoten. Ze heeft de woorden die werden geakteerd in het aanvankelijk proces verbaal – dat politiemensen pionnen zijn die van hogerhand gestuurd werden om hen het zwijgen op te leggen - als zijnde de hare, zeker niet uitgesproken. De wachtdienst ter plaatse moest er voor zorgen dat er niemand binnen kwam. Tweede beklaagde organiseert ‘Project Thule’, ze houden zich met vanalles bezig, betogingen, eetfestijnen, samenkomsten,… Ze heeft geen contact met Tweede beklaagde. Ze was lid van ‘Project Thule’, nu niet meer, ze werd er uit gezet. Ze vulde om toe te treden een formulier in. Ze wilde zich inzetten voor mensen in nood. Ze heeft nooit iets moeten doen bij ‘Project Thule’, ze had dingen aangeduid op de lijst, maar moest hier nooit iets voor doen. Ze is niet geïnteresseerd in de radicale acties. Vijfde beklaagde verklaart dat hij via Eerste beklaagde in contact kwam met kruisbogen, hij zocht een activiteit om te doen tijdens de corona lockdowns. De dag dat hij er een had gekocht en nadat hij een drietal keer had geschoten, werd de kruisboog hem afgepakt. Hij was aanwezig op 19 december 2020 in de Orangerie, hij was er om zijn kruisboog op te halen. Hij bleef er praten met Eerste beklaagde en Veertiende beklaagde. Sommige aanwezigen kende hij van betogingen met Vlaams Belang. Tweede beklaagde heeft zijn kruisboog goed gesteld. Het was de eerste keer dat hij hem zag. Er was hem gezegd dat hij er iets kon eten. Hij wil niet zeggen wie allemaal aanwezig was. De enige activiteit die dag was boogschieten. Er was geen speciale klederdracht. Hij kan zich niet herinneren dat hij heeft gezegd dat hij fier is op het gedachtengoed van de vereniging. Hij wil niets zeggen over waarom een wachtdienst werd georganiseerd. ‘Project Thule’ is een Vlaamse beweging, zij gaan mee naar betogingen. Hij is er geen lid van. Hij weet niet wat de exacte doelstellingen van ‘project Thule’ zijn, hij wil niet zeggen wie de leidende figuren zijn, hij weet niets af van de structuur. De Orangerie was zijn eerste activiteit. Zestiende beklaagde verklaart, in essentie, dat hij vroeger in het (extreem-rechtse) milieu zat, nu niet meer, door ruzies. Hij wilde samen met zijn vrouw en Eerste beklaagde een Vlaams huis openen in Viane, door leugens en bedrog kwam het er niet van. De bedoeling van Eerste beklaagde was om er andere Vlaamse groeperingen in onder te brengen. Ze waren in Geraardsbergen aanvankelijk met vier om, (buiten) de verbouwingswerken, ook met kruisbogen te schieten, vervolgens zijn er meerdere personen toegekomen, dit was niet afgesproken en ook tegen de coronaregels, daarom is hij weggegaan. Tweede beklaagde was een van de vier andere personen, die hen toonde hoe het moest. Hij heeft met Eerste beklaagde en Tweede beklaagde ruzie. Het was Tweede beklaagde zijn groep ‘Project Thule’ die ter plaatse kwam. Zijn vriendin Vierde beklaagde was er even lid van. De ‘harde kern’ draagt altijd een zwart hemd met badges/patchen. Hij had geen rol in de bijeenkomst. Hij was niet op de hoogte van de wachtdienst. Hij had een kruisboog en zijn vriendin Vierde beklaagde ook. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 16 Hij weet niet echt wat het ‘project Thule’ hem zegt. Hij deed mee aan een paar betogingen. Ze doen soms vergaderingen. Hij denkt dat dit meer een privé militie is, zoals vermeld op zijn uitnodiging voor verhoor bij de politie. Hij denkt niet dat het met Vlaanderen of met betogingen te maken heeft. De betoging was eerder een dekmantel om de politie te observeren, wat Tweede beklaagde deed. Eerste beklaagde is een van de ‘close vrienden van Tweede beklaagde’, van de anderen kan hij enkel een beschrijving geven. Het was zijn bedoeling om samen het leger en de politie te helpen, van Tweede beklaagde heeft hij het omgekeerde gevoel. Tweede beklaagde is zeker een racist, zo verdroeg Tweede beklaagde het niet dat hij met een vreemdeling aan het spreken was. Hij kwam met ‘project Thule’ in contact op een lezing in Antwerpen, over Vikings, waar Tweede beklaagde sprak. De bedoeling van ‘project Thule’ is iedereen weerbaar maken, iedereen opzetten tegen de staat, alles destabiliseren. Er moet iets broeden, maar hij weet niet hoe of wat. Hij heeft dat gevoel vooral bij Tweede beklaagde en Eerste beklaagde, hij heeft het gevoel dat hun activiteiten meer naar een staatsgreep gaan. Hij is zelf nooit lid geweest. Alles gebeurde via internet, na de politie-inval gebruikten ze de app ‘signal’.”
- Ontvankelijkheid strafvordering Ook in hoger beroep voeren verschillende beklaagden aan dat de strafvordering niet ontvankelijk zou zijn, omdat de strafvervolging zou gebaseerd zijn op een onwettige huiszoeking. Minstens zou er sprake zijn van het gebruik van de bijzondere opsporingsmethode observatie. De eerste rechters overwogen hierover pertinent: “De zoeking in private plaatsen die tot woning dienen, ook tegen de wil van de bewoners in, valt juridisch onder de bescherming van artikel 15 van de Grondwet. Zij kan enkel plaatsvinden in die gevallen die de wet bepaalt en in de vorm die zij voorschrijft. Op grond van de artikelen 32 tot en met 46 en 49 Sv. kan, in geval van ontdekking op heterdaad, worden (overgegaan) tot een huiszoeking. Het begrip heterdaad wordt in artikel 41 Sv. omschreven als: “Het misdrijf ontdekt terwijl het gepleegd wordt of terstond nadat het gepleegd is, is een op heterdaad ontdekt misdrijf. Als ontdekking op heterdaad wordt ook beschouwd het geval dat de verdachte door het openbaar geroep wordt vervolgd en het geval dat de verdachte in het bezit wordt gevonden van zaken, wapens, werktuigen of papieren, die doen vermoeden dat hij dader of medeplichtige is, mits dit kort na het misdrijf geschiedt.” Zowel misdaden als wanbedrijven kunnen aanleiding geven tot een huiszoeking op heterdaad. De vaststelling van de toestand van heterdaad moet aan de huiszoeking voorafgaan en kan worden gerechtvaardigd door de vaststelling a posteriori van het op heterdaad ontdekt misdrijf. Ook loutere vermoedens of aanwijzingen dat er een misdrijf kon zijn gepleegd zijn daartoe niet voldoende (…). Uit het aanvankelijk proces-verbaal blijkt dat de verbalisanten via het openbaar gerucht kennis kregen van mogelijke strafbare feiten. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 17 Op het ogenblik van de feiten heersten strenge maatregelen in het kader van de coronapandemie, en het was in die omstandigheden niet ongebruikelijk dat omwonenden of voorbijgangers melding maakten van mogelijks onwettige bijeenkomsten. In die optiek is de aanvang van het strafonderzoek niet uitzonderlijk of buitengewoon, en laat die op zich niet toe om te besluiten dat er sprake is van voorafgaande observaties of andere eerdere onderzoeksdaden, zoals wordt gesuggereerd door meerdere beklaagden. De verbalisanten zijn vervolgens ter plaatse gegaan en hebben vastgesteld dat de ramen van de feestzaal – anders dan normaal – verduisterd waren en dat er buiten iemand in een walkietalkie sprak wanneer deze de verbalisanten opmerkte. De verbalisanten horen eveneens luide stemmen en muziek. Gelet op de toen geldende maatregelen van het ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, is de rechtbank van oordeel dat er sprake was van ernstige aanwijzingen van een mogelijke overtreding van de dan geldende coronaregels zodat de verbalisanten gerechtvaardigd waren om de desbetreffende controle en huiszoeking op heterdaad uit te voeren. Bij deze huiszoeking werden meerdere, weliswaar vrij verkrijgbare, wapens aangetroffen. Meerdere aanwezigen hebben gepoogd de aanwezigheid van deze wapens te verhullen. Verder werden ook diverse patches en documentatie aangetroffen, die de verbalisanten op het eerste gezicht verdacht of verontrustend overkwamen. Ook een rugzak op naam van de tweede beklaagde werd aangetroffen. Hij werd in het verleden veroordeeld voor terroristische misdrijven en is politioneel kennelijk goed gekend. Dat in die omstandigheden werd overgegaan tot een grondige, meticuleuze huiszoeking, doet geen enkele afbreuk aan de voorgaande vaststellingen. De grondigheid van de vaststellingen vormt op zich dus geen bewijs van een voorafgaande observatie of een vooraf voorziene actie. 3.
- (…) Dat de huiszoeking grondig werd uitgevoerd, met bijstand van andere korpsen dan de lokale politie, vormt op zich geen bewijs van een vooraf geplande operatie, die een andere finaliteit had dan het vaststellen van een inbreuk op de coronaregels. Gelet op de vaststelling dat diverse personen werden aangetroffen, waarbij meerdere mensen op de loop gingen, gelet op de aanzienlijke hoeveelheid aangetroffen (vrij verkrijgbare) wapens en gelet op de aangetroffen documenten die de verbalisanten hebben geïnterpreteerd als extreemrechtse dan wel Vlaams-nationalistische propaganda, is het zeer aannemelijk dat snel bijstand werd gevraagd en gekregen van meer gespecialiseerde politiediensten.” Het hof neemt deze overwegingen over en maakt ze tot de zijne. Ook volgens het hof is er geen sprake van een onwettige huiszoeking dan wel onwettige observatie, en zijn er geen redenen om de strafvordering niet ontvankelijk te verklaren. Evenmin zijn er redenen om het openbaar ministerie te vragen om het dossier met betrekking tot de bijzondere opsporingsmethoden over te leggen aan het hof, hetzij de zaak door te verwijzen naar de kamer van inbeschuldigingstelling. Geen van de beklaagden maakt aannemelijk dat er van een bijzondere opsporingsmethode gebruik zou zijn gemaakt. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 18
- Telastlegging A – steun verlenen aan of deel uitmaken van een private militie 5.1 Project Thule – private militie 5.1.1 Onder de telastlegging A worden alle beklaagden met uitzondering van Elfde beklaagde vervolgd voor inbreuken op de wet van 29 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden (BS 6-7 augustus 1934), meer bepaald voor het met overtreding van artikel 1bis van die wet een groepsgewijze optreden te hebben georganiseerd, steun te hebben verleend aan of deel te hebben uitgemaakt van een private militie of organisatie. Volgens artikel 1 van deze wet is elke private militie of elke andere organisatie van private personen waarvan het oogmerk is geweld te gebruiken of het leger of de politie te vervangen, zich met dezer actie in te laten of in hun plaats op te treden, verboden. Artikel 1bis bepaalt dat eveneens verboden is: 1° het optreden in het openbaar van private personen in groep die, hetzij door de door hen gehouden oefeningen, hetzij door het uniform of de uitrustingsstukken die ze dragen, het voorkomen van militaire troepen hebben; 2° het houden van of de deelname aan collectieve oefeningen, al dan niet met wapens, bestemd om particulieren in het gebruik van geweld te onderrichten. De straffen zijn bepaald in artikel 2, meer bepaald gevangenisstraf van een maand tot een jaar en een geldboete van 26 euro tot 300 euro, of een van deze straffen alleen. Deze straffen zijn van toepassing op diegenen die met overtreding van artikel 1 een private militie of een organisatie oprichten, of, met overtreding van artikel 1bis, een groepsgewijze optreden organiseren, zij die hun steun verlenen en zij die er deel van uitmaken. 5.1.2 Het project Thule waarvan Tweede beklaagde de oprichter, organisator en bezieler was, is volgens het hof en in tegenstelling tot wat de eerste rechters beslisten, wel degelijk een private militie of organisatie van private personen zoals bedoeld in artikel 1 van de wet van 29 juli
- Het hof twijfelt er niet aan dat de voor de telastlegging A vervolgde beklaagden, allen private personen, zich hebben verenigd met als doel geweld te gebruiken, dan wel het leger of de politie te vervangen of in hun plaats op te treden. Het is daarbij irrelevant dat niet blijkt dat de vereniging al daadwerkelijk geweld heeft gebruikt, of dat er al concrete plannen waren om geweld te gebruiken. Het volstaat dat ze daartoe bereid was, wat volgens het hof het geval is. Terecht wijst het openbaar ministerie er op dat niet is vereist dat geweld het voornaamste oogmerk van de vereniging is. Het is voldoende dat dit één van de doelstellingen van de vereniging is. Het hof verwijst naar de hierna aangehaalde dossiergegevens, in hun onderlinge samenhang. De politie onderzocht in open bronnen de betekenis van het woord “Thule” (p. 42 strafdossier) en kwam tot de conclusie dat het onder meer een benaming is die in de oudheid werd gebruikt voor het uiterste noorden, verwijzend naar de noordpoolcirkel waar een mythisch volk woonde. Waar dit gebied exact lag, was niet duidelijk. Daarnaast verwijst Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 19 Thule ook naar het Thule Genootschap, een door Rudolf von Sebottendorf in 1918 in München gestichte ariosofische en occulte organisatie. Rudolf von Sebottendorf was een Duitse antisemiet, occultist, spion en couppleger. Volgens de opzoekingen door de politie stond het Thule Genootschap aan de wieg van de Duitse Arbeiderspartij (DAP), de voorloper van Hitlers Nationale Socialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). Het Thule Genootschap was antisemitisch en racistisch, maar ook militant anticommunistisch. Nazikopstukken Rudolf Hess, Heinrich Himmler en Alfred Rosenberg vonden in het genootschap heel wat inspiratie. Het is ongetwijfeld niet de eerste, maar wel de tweede betekenis van het woord “Thule” die er Tweede beklaagde toe bracht om het als naam te gebruiken voor zijn project. Dat blijkt met zekerheid uit het aantreffen bij de huiszoeking op 19 december 2020 van allerlei voorwerpen en accessoires, die symbolen bevatten die verwijzen naar het vroegere naziregime in Duitsland en die vandaag nog vaak worden gebruikt door extreemrechtse, Vlaams-nationalistische bewegingen (p. 1 strafdossier). Zo trof de politie onder meer patches aan van de zwarte zon, en sleutelhangers met daarop de zwarte zon. De originele zwarte zon bestaat uit twee concentrische cirkels die met elkaar zijn verbonden door twaalf stralen in de vorm van de “sigel-rune”, of de “rune van de overwinning”, die de SS (of voluit: Schutzstaffel) gebruikte ten tijde van nazi-Duitsland. De SS was een gewapende paramilitaire organisatie binnen nazi-Duitsland die ook dienst deed als lijfwachten van Hitler. In de aangetroffen patches en afbeeldingen van de zwarte zon is het centrum vervangen door een Vlaamse leeuw met zwarte tong en klauwen. De zwarte zon met de Vlaamse leeuw is op zijn beurt een symbool van de Vlaamse collaboratiebeweging uit de Tweede Wereldoorlog. Op een rek lagen naast enkele boeken geschreven door Tweede beklaagde stickers van het “Project Thule”, met de spreuken: “Als gij uw zwaarden zult begraven, wacht u slechts het lot der slaven”, “Ziet gij zijn bloedige ogen gloeien, ziet gij zijn maan zo breed verward? Die leeuw is onze leeuw van Vlaanderen die rustend nog de wereld tart”, “Al wat de overheid schenkt, moet ze elders stelen” en “Niet elke gevangenis bestaat uit muren en tralies”. Ook waren er stickers met het opschrift “Werwolf” en de afbeelding van een wolf met klauwen, met in het lichaam van de wolf de zogenaamde “Wolfsangel”. De Wolfsangel is een symbool dat voor en tijdens de tweede wereldoorlog gebruikt werd door de Nationaal Socialistische Arbeiderspartij (NSDAP) in Duitsland en door verschillende militaire eenheden van Adolf Hitler werd gedragen op de kraag van hun kledij. Op het rek lagen ook nog T-shirts en pulls met onder meer de volgende opschriften en symbolen: - “Europe – Our Land, Our People, Our Culture” met daar onder “Combat 18”. Combat 18 is een neonazistische groepering, opgericht in 1992, die behoort tot het internationale netwerk rond “Blood & Honour”, wat op zijn beurt gezien wordt als de gewelddadige vleugel binnen de neonazistische groeperingen in Europa (destijds in België de groepering Bloed, Bodem, Eer en Trouw waarvan de beklaagde Tweede beklaagde de Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 20 leider was. Tweede beklaagde werd hiervoor strafrechtelijk werd veroordeeld). Het getal 18 in Combat 18 verwijst naar de eerste en de achtste letter van het alfabet, namelijk A en H, de initialen van nationaalsocialistische dictator Adolf Hitler; - “Freiwilligen Flandern 1941-1945” met een doodshoofd, een verwijzing naar het Vlaamse Legioen dat tijdens de tweede wereldoorlog een militaire eenheid was, bestaande uit Vlaamse strijders die samen met het Duitse leger vochten, voornamelijk aan het Oostfront; - het Oudnoors symbool “Valknut”, drie in elkaar verstrengelde driehoeken en op de achterkant het opschrift “fear not death, for the hour of your doom is set and none may escape it” (vrij vertaald als: “vrees de dood niet, want het uur van uw ondergang ligt vast en niemand ontsnapt er aan”). Achter het rek hing een affiche met het opschrift “Wees schild en zwaard om ervoor te zorgen dat aan ’t bloed van ons bloed behoort de dag van morgen”, en daaronder de woorden “Project Thule”. Wanneer de politie de in beslag genomen spullen aan het inladen was, zagen ze Vierde beklaagde een plastieken zakje van achter de schenktafel nemen en dit op haar lichaam verstoppen. Bij de fouillering vond de politie het zakje terug. Naast 400 euro cash bevatte het tal van ongebruikte “zuipkaarten”. Op een deel van die kaarten stond “Thule”, op een ander deel een wapenschild met leeuwenkop, wolvenkop, de odalrune en de letters A-V-V. De odalrune is een symbool dat tijdens de tweede wereldoorlog werd gebruikt door de SS. Ook de huidige neonazibewegingen maken gebruik van de odalrune. Gelijkaardige accessoires werden teruggevonden in de in de feestzaal aangetroffen rugzakken. In de rugzak gebruikt door Vierde beklaagde stak een patch van de zwarte zon met Vlaamse leeuw en een broche met de “Totenkopf”, een symbool dat de SS ten tijde van nazi-Duitsland gebruikte (p. 7 strafdossier). In de rugzak van Tweede beklaagde stak een zilvergrijze patch met de zwarte zon en Vlaamse Leeuw (p. 45 strafdossier). De sporttas eigendom van Negende beklaagde bevatte een plastieken doos met een dertigtal sleutelhangers en tien patches, met daarop telkens de afbeelding van de zwarte zon met Vlaamse leeuw (p. 32 strafdossier). De door de organisatie gebruikte slogans, opgesteld in een opruiende taal en de talrijke verwijzingen door middel van symbolen naar het nazisme van de tweede wereldoorlog, een dictatoriaal bewind dat de democratie afschafte, gebaseerd was op een voorgehouden rassensuperioriteit en haat en geweld inzette tegen iedereen die niet behoorde tot het zogenaamde Arische ras, maken aannemelijk dat ook het Project Thule gericht was op het gebruik van geweld. De gebruikte slogans, samen met symbolen als de Totenkopf, verwijzingen naar Combat 18 en “Freiwilligen Flandern 1941-1945” spreken de bewering van Vierde beklaagde tegen dat alle door Project Thule gebruikte symbolen (en vocabularium) zouden stammen uit de oudheid. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 21 In de laptoptas van Tweede beklaagde, in beslag genomen bij de huiszoeking op 19 december 2020, vond de politie een folder van het Project Thule (p. 42 strafdossier). In die folder wordt het project voorgesteld als een project van de vzw Vlaams Volksverbond, een niet geregistreerde en verder evenmin gekende vereniging. Het doel van het project volgens de folder is om te werken aan Vlaamse gemeenschapsvorming. De nadruk wordt gelegd op het feit dat ze een demografische minderheid zijn in eigen land, verraden door een “schijndemocratisch systeem”. Ze menen te worden misbruikt als lastdieren en vee ten dienste van het internationaal grootkapitaal. Ze stellen dat het democratisch systeem, dat eigenlijk hun belangen moet dienen, faalt en hen daarentegen bedreigt en monddood maakt. Dit alles heeft als resultaat dat ze een verzwakt en geïndividualiseerd volk zijn, waarbij de virtuele wereld en de sociale media een groot aandeel in die individualisering hebben. De verbondenheid van het Vlaamse “wij zijn één”- gedachtegoed is niet meer aanwezig, maar is grotendeels gebroken. Hoewel in de folder niet uitdrukkelijk sprake is van geweld om het doel van het project - Vlaamse gemeenschapsvorming - te bereiken, blijkt uit de folder wel een grondige afkeer van het huidige democratische systeem. Diezelfde afkeer komt naar voren in de uitlatingen van verschillende beklaagden, op het ogenblik van de huiszoeking op 19 december 2020 (p. 1 strafdossier). Zo liet Eerste beklaagde zich ontvallen dat de politie beter aan hun kant zou staan in plaats van hen tegen te werken en verduidelijkte hij dat “zij” het zullen zijn die Vlaanderen recht zullen houden. Hij stelde fier te zijn op zijn gedachtegoed en stelde dat de politie zich beter bij hen zou aansluiten. Hij werd hierin onmiddellijk bijgetreden door Derde beklaagde. Beide beklaagden beweerden bovendien dat al vele collega’s van de tussenkomende verbalisanten hun mening en gedachtegoed deelden. Ook Vijfde beklaagde liet zich in gelijkaardige zin uit en toonde daarbij meermaals een patch van de zwarte zon. Dit toont voor het hof de intentie van de beklaagden aan om zich af te keren van de officiële ordediensten zoals ingericht door de overheid. Dit alles vindt bevestiging in de verklaring van zestiende beklaagde van 28 juli 2022 (p. 115 strafdossier). Op de vraag van de politie “Wat zegt u het Project Thule?” antwoordde hij: “Ik weet het niet echt. Ik heb een paar betogingen meegedaan. Ik weet dat ze soms vergaderingen doen. Ik heb éénmaal een vergadering meegemaakt, dit was toen met andere groepen. Ik denk dat dit meer een privémilitie is zoals vermeld op de uitnodiging van het verhoor. Ik denk niet dat dit iets met Vlaanderen te maken heeft of met betogingen. Ik denk eerder andere plannen, omdat op Facebook stond dat ze bepaalde opdrachten moesten doen om een patch te kunnen krijgen. Dit was een patch van een wolvenpoot. Ik had gelezen over Tweede beklaagde zijn verleden. Ik had gezien op betogingen dat hij zich vooral focuste op de politie, dat de betoging eerder een dekmantel was om te observeren. Hij gaf mij de indruk de politie in de gaten te houden om hun sterktes en zwaktes te kennen en hun formaties en hoe ze moeilijkheden tijdens een betoging aanpakte. (…) Het feit dat ik in het extreemrechtse milieu ben terechtgekomen was naar aanleiding van de feiten gepleegd in Zaventem. Het is de bedoeling dat we samen de politie en het leger helpen maar bij Tweede beklaagde had ik het gevoel dat hij net het tegenovergestelde deed. Hij was tegen politie en politiekers. Je zag Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 22 dat aan zijn gelaatsuitdrukkingen tegenover de politie. Hij kon het niet verdragen dat ik bv goed overeenkwam met politiemensen op betogingen. Voor hem is het één pot nat. (…)” Toen de politie hem vroeg de visie van het Project Thule toe te lichten, stelde hij: “Zogezegd iedereen proberen weerbaar te maken. Iedereen opzetten tegen de staat. (…)” Op de vraag wat volgens hem het doel van het project was, antwoordde hij: “Ik denk alles destabiliseren. Ik had dat gevoel voornamelijk bij Eerste beklaagde en Tweede beklaagde. Bij andere mensen had ik niet dat gevoel. Bij Tweede beklaagde en Eerste beklaagde heb ik het gevoel dat hun activiteiten meer richting een ‘staatsgreep’ gaan dan een gewone vereniging met extreemrechts gedachtegoed.” Zestiende beklaagde gaf bij dit verhoor toe inmiddels ruzie te hebben met Tweede beklaagde en Eerste beklaagde. Toch is dit voor het hof geen reden om aan te nemen dat hij de verklaring aflegde uit rancune en met opzet deze beklaagden in een slecht daglicht trachtte te stellen. Dat hij zich in eerder voorzichtige bewoordingen uitdrukte, spreekt dit tegen. Het gedetailleerd karakter van zijn verklaring toont aan dat wat hij zei, niet verzonnen is. Bij de huiszoeking op 19 december 2020 nam de politie een documententas in beslag, met daarin een bundel ingevulde vragenlijsten voor kandidaat-vrijwilligers voor Project Thule (p. 11 strafdossier). Op die lijst dienden de kandidaat-vrijwilligers onder meer in te vullen of ze bereid waren om mee te werken aan de ordedienst. Welnu, ordediensten zijn diensten of organisaties die ervoor zorgen dat de openbare orde gehandhaafd blijft. De inrichting en organisatie ervan is de taak van de overheid, niet van privépersonen. Dat het Project Thule voorzag in een ordedienst, bewijst het oogmerk van de organisatie om op te treden in plaats van de politie of het leger. Dat de ordedienst enkel intern bedoeld was, om tegemoet te komen aan gemeentelijke beleidslijnen die voor bepaalde betogingen en manifestaties voorschrijven dat verenigingen over een interne ordedienst beschikken, is niet aannemelijk. De organisatie hield collectieve schietoefeningen met kruisbogen. Dit was met zekerheid het geval op 19 december
- In de feestzaal de Oranjerie werden acht kruisbogen gevonden, net als meerdere gebruikte en ongebruikte schietschijven. Alle kruisbogen hadden een telescopische kijker en zes van de acht waren voorzien van camouflagekleuren. Een kruisboog is een potentieel dodelijk wapen. De gebruikte schietschijven waren voorzien van voornamen en van een puntenscore. Op een filmpje in een fototoestel gevonden bij de huiszoeking is te zien dat enkele van de aangetroffen personen schietoefeningen houden, de achtergrond is mogelijk deze van de feestzaal. Op basis van wat het hof in de vorige paragrafen overwoog en ook de hierna nog aangehaalde gegevens, is het hof ervan overtuigd dat deze schietoefeningen, in weerwil van wat de beklaagden voorhouden, geen louter recreatieve, folkloristische of sportieve bedoeling hadden, maar dat het de bedoeling was om de leden van Project Thule in het gebruik van geweld te onderrichten, zoals bedoeld in artikel 1bis, 2° van de wet van 29 juli
- Het Project Thule was niet aangesloten bij een sportfederatie. Uit niets blijkt dat aan de toepassingsvoorwaarden voor de Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 23 uitzonderingsbepaling van artikel 1bis van de wet is voldaan. Het doet volstrekt niet ter zake dat een kruisboog een vrij verkrijgbaar wapen is, of dat kruisboogschieten een door de Vlaamse overheid erkende sport zou zijn. De schietoefening vond bovendien plaats in de clandestiniteit. Alle ramen van de feestzaal waren afgedekt met dikke rode gordijnen, zodat van buitenaf niet zichtbaar was dat er in de zaal licht brandde. Bij het binnenvallen van de politie probeerde Vierde beklaagde een van de kruisbogen te verstoppen. Eerste beklaagde gooide een deken over de kruisbogen in de keuken van de feestzaal, in een poging ze aan het zicht van de politie te onttrekken. Dat wijst erop dat de beklaagden niet alleen wilden verbergen dat hun bijeenkomst in strijd was met de toen geldende coronamaatregelen, maar ook dat ze een schietoefening hielden. Ook de vaststelling dat ze een wachtdienst met een uurschema hadden ingericht (p. 1 strafdossier, vervolgblad 25), waarbij diegenen die de wachtdienst verzekerden voorzien waren van een walkietalkie, wijst daar op. Het is irrelevant dat de collectieve oefening plaatsvond op privéterrein. Voor de toepassing van artikel 1bis, 2° van de wet van 29 juli 1934 is geen openbaarheid vereist. Evenmin doet het ter zake dat de aanwezigen geen uniform droegen of uitrustingsstukken die hen het voorkomen van militaire troepen gaven. Ook dat is geen voorwaarde voor de toepassing van artikel 1bis, 2° van de wet van 29 juli
- Eerder al werd ook een collectieve schietoefening met kruisbogen gehouden, meer bepaald op 29 augustus
- Dit blijkt uit het notitieboek van Tweede beklaagde, teruggevonden in zijn rugzak, in beslag genomen op 19 december 2020 (p. 24 strafdossier). In dit boek hield hij de activiteiten van de vereniging bij, en noteerde hij wie aanwezig was. Dit notitieboek droeg overigens de naam “Sibbeboek”, opnieuw een benaming die kan worden gelinkt aan de SS van het vroegere nazi-Duitsland. In het gsmtoestel van Tweede beklaagde werden twee foto’s gevonden gemaakt op 12 juli 2020, van een training aan de kust waarbij Tweede beklaagde de lesgever lijkt te zijn. Op de ene foto is hij te zien met een dolk in de hand, in gevechtspositie. Hij geeft een demonstratie aan de andere aanwezigen, met wie hij samen op een tweede (groeps)foto staat (p. 35 strafdossier, p. 21 van pv met nummer 107583/2021). Dat de foto’s dateren van voor de incriminatieperiode van de telastlegging A neemt niet weg dat die het bewijs vormt dat collectieve oefeningen met wapens, bedoeld om particulieren in het gebruik van geweld te onderrichten, tot de activiteiten van de vereniging behoorden, niettegenstaande dit helemaal niet is opgenomen in de “officiële” folder van Project Thule. De bedoeling van de schietoefeningen met kruisbogen om de leden van het Project Thule te onderrichten in het gebruik van geweld, vindt bevestiging in de afbeelding die Tweede beklaagde op zijn Facebookaccount postte. Op die afbeelding is een man te zien in gevechtskledij met een kruisboog in de hand, met daarbij het opschrift: “The secret elite is powerless when the people become fearless” (vrij vertaald als: de geheime elite is machteloos als het volk onbevreesd wordt) (p. 31 strafdossier, blz. 8 van pv met nr. 103722/2021). Het was ook Tweede beklaagde die een handleiding voor het gebruik van een kruisboog opstelde, met als titel “De moderne kruisboog”. Die handleiding werd bij de inval Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 24 op 19 december 2020 teruggevonden in de rugzakken van zowel Vijfde beklaagde (p. 1 strafdossier, blz. 29 aanv. pv met nr. OU.35.L4.007780/2020) als van Vierde beklaagde (p. 7 strafdossier, blz. 7 van pv met nr. 100862/2021). Het is volgens het hof zeker niet toevallig dat de organisatie een groot belang hechtte aan de fitheid van de leden en daarom sportproeven organiseerde. Ze hechtte ook belang zelfverdedigingstraining, het aanleren van survivaltechnieken en voorzag in cursussen EHBO. Het hof verwijst opnieuw naar het Sibbeboek van Tweede beklaagde, en naar de teruggevonden folder van het Project Thule. Verschillende op 19 december 2020 aangetroffen rugzakken bevatten survivalmateriaal. 5.1.3 Project Thule was een goed gestructureerde vereniging. Volgens de folder waar het hof hoger al naar verwees (p. 42 strafdossier), waren er in de vereniging drie soorten leden, namelijk steunende leden, aspirant-leden en de eigenlijke leden. Die laatsten vormden de kern van de vereniging en hadden het recht om een periodieke bestuursvergadering (Ding of Thing genoemd) bij te wonen en daar hun mening en stem uit te brengen in alle kwesties. Van alle leden werd een lidmaatschapsbijdrage van 10 euro per maand gevraagd. De uiterlijke verenigingstekens waren een zwart hemd met lange mouwen, met bovenaan de rechtermouw een geel gekleurde zwarte zon met daarin de Vlaamse leeuw voor de steunende leden, een zilvergrijze zwarte zon voor de gewone leden en een wolfembleem (pootafdruk van een wolf, met daarachter twee gekruiste zwaarden) voor leden die jaarlijks slaagden in bepaalde fysieke proeven. Nog steeds volgens diezelfde folder moesten deze uiterlijke verenigingstekens worden gedragen tijdens activiteiten. Op basis van alle hiervoor aangehaalde gegevens staat het voor het hof vast dat het werkelijke doel van het Project Thule was de Vlaamse volksidentiteit versterken en gelijkgestemden te overtuigen zich af te keren van de overheid. Het project wilde hen voorbereiden om op termijn, wanneer het juiste tijdstip daarvoor zou gekomen zijn, met geweld zelf de openbare orde van die Vlaamse gemeenschap te handhaven, in plaats van de politie en ordediensten ingericht door de overheid. De bijeenkomsten onder gelijkgestemden, de aanwezigheid op betogingen en manifestaties, het weerbaar maken van de leden door sportactiviteiten, zelfverdedigingscursussen, cursussen EHBO en het aanleren van survivaltechnieken, net als de oefeningen met de kruisbogen, vormden het middel om dit doel te bereiken. In tegenstelling tot wat de eerste rechters overwogen, is het voor het hof niet aannemelijk dat de beklaagden zich enkel verenigden met het oog op het delen van eenzelfde levensbeschouwelijke en politieke ideologie. Ze kunnen zich dan ook niet beroepen op de internationale en grondwettelijk gewaarborgde rechten van vrijheid van vergadering en vereniging, zoals onder meer voorzien in artikel 11 EVRM, artikel 22 BUPO en de artikelen 26 en 27 Grondwet. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 25 5.2 Rol individuele beklaagden 5.2.1 Eerste beklaagde was aanwezig op de bijeenkomst van 19 december
- Hij was de uitbater van de feestzaal waar de bijeenkomst plaatsvond (p. 1 strafdossier, vervolgblad 4 van pv met nr. OU. 35.L4.007780/2020). Meer nog, volgens de verklaring van Zestiende beklaagde was hij een van de organisatoren van de bijeenkomst (p. 115 strafdossier). Hij nam ook deel aan de op die bijeenkomst gehouden schietoefening, nu zijn (voor)naam voorkwam op een van de gebruikte schietschijven (p. 37 strafdossier, blz. 1 van pv nr. 106570/2021). Hoewel zijn naam niet terug te vinden is op de verschillende door de politie aangetroffen ledenlijsten, staat vast dat hij ook op andere ogenblikken dan 19 december 2020 betrokken was bij de vereniging. In het Sibbeboek van Tweede beklaagde staat hij met (voor)naam vermeld als aanwezig op de activiteiten van 9 en 16 september 2020 (p. 24 strafdossier, blz. 8 en 9 van pv met nr. 102203/2021). Zijn uitlatingen bij het binnenvallen van de politie op 19 december 2020, dat “zij” het zullen zijn die Vlaanderen zullen rechthouden, dat de inval van de politie niets te maken had met Corona maar met hun gedachtengoed, dat hij fier was op dat gedachtegoed en dat de politie zich beter bij hen zou aansluiten, laten er geen twijfel over bestaan dat hij wist waarvoor Project Thule stond en dat hij er zijn steun aan verleende. 5.2.2 De door de politie geraadpleegde open bronnen (p. 1 strafdossier, vervolgblad 26 van pv met nr. OU.35.L4.007780/2020) en de verklaringen van verschillende getuigen en beklaagden, tonen aan dat Tweede beklaagde, niet alleen lid, maar ook de organisator en bezieler was van Project Thule. Het hof verwijst naar de verklaringen van getuigen DVDE (“Ik denk dat Tweede beklaagde bovenaan staat” – p. 80 strafdossier) en FJ (“Ik denk dat de leider Tweede beklaagde Baetens of Tweede beklaagde is.” – p. 79 strafdossier). Maar ook de beklaagden Zevende beklaagde (“Ik vermoed dat Tweede beklaagde de leider is van de vereniging” - p. 90 strafdossier), Veertiende beklaagde (“Ik weet wel dat Tweede beklaagde de organisator is van het project Thule.” – p. 100 strafdossier), Vierde beklaagde (“Wat zegt u het project Thule?” – antwoord: “Dat is Tweede beklaagde die dat heeft” - p. 102 strafdossier) en Zestiende beklaagde (“Wie zijn de leidende figuren van het Project Thule?” – antwoord: “Tweede beklaagde” - p. 115 strafdossier) duidden hem aan als de leider van de vereniging. Het was Tweede beklaagde die in een notitieboek (Sibbeboek) bijhield wanneer welke activiteiten werden georganiseerd, wie daarop aanwezig was, wie lidgeld had betaald, enz. Bij de inval op 19 december 2020 werden in de rugzakken van zowel Vijfde beklaagde (p. 1 strafdossier, blz. 29 aanv. pv met nr. OU.35.L4.007780/2020) als van Vierde beklaagde (p. 7 strafdossier, blz. 7 van pv met nr. 100862/2021) een handleiding voor kruisboogschieten aangetroffen met als titel “De moderne kruisboog”, geschreven door “Lupus”. “Lupus” (Latijn voor wolf) is de bijnaam die Tweede beklaagde voor zichzelf gebruikte. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 26 Tweede beklaagde was aanwezig op de bijeenkomst van 19 december 2020, wat onder meer blijkt uit het aantreffen ter plaatse van zijn kruisboog en rugzak met overlevingsmateriaal (p. 5 strafdossier). Op de rechtszitting van het hof van 14 januari 2025 gaf hij dit trouwens toe. Uit de verklaring van Zestiende beklaagde blijkt dat het Tweede beklaagde was, die onderrichtte hoe de kruisboog te gebruiken (p. 115 strafdossier). 5.2.3 Bij een eerste passage van de politie aan de feestzaal op 19 december 2020 stond de Derde beklaagde op wacht aan het hekken bij de ingang, met een walkietalkie in de hand (p. 55 strafdossier). Zijn (voor)naam is terug te vinden op de lijst met de titel “Wachturen”, het uurschema met wachtdiensten tijdens de bijeenkomst van diezelfde datum, dat uithing aan de achterdeur van de feestzaal (p. 1 strafdossier, vervolgblad 25 van aanv. pv met nr. OU.35.L4.007780/2020). Bij de tussenkomst op 19 december 2020 werden vragenlijsten voor kandidaat-vrijwilligers voor het Project Thule/de Broederschap teruggevonden. Derde beklaagde vulde zo’n lijst in en kruiste aan dat hij wilde meewerken met de ordedienst (p. 11 strafdossier). Volgens de nota’s van Tweede beklaagde in diens Sibbeboek (p. 24 strafdossier), was Derde beklaagde aanwezig bij de activiteiten van Project Thule op 18 september 2020 (hij werd toen aanvaard als nieuw lid), de manifestaties op 4 en 16 oktober 2020 en de bijeenkomsten op 4 en 12 december
- Volgens twee handgeschreven bij de inval van 19 december 2020 teruggevonden papiertjes betaalde hij zowel in oktober als november
(2020)lidgeld (p. 68 strafdossier). Derde beklaagde was dus niet alleen aanwezig op de schietoefening gehouden op 19 december 2020, maar was al sinds enkele maanden effectief lid van de vereniging. 5.2.4 Vierde beklaagde was aanwezig en betrokken bij de bijeenkomst van 19 december
- De politie trof haar aan achter de schenktafel. Haar naam kwam voor op de gebruikte schietschijven. Zij was het die een plastieken zakje met daarin “zuipkaarten” van Project Thule op haar lichaam probeerde te verstoppen. Haar rugzak werd ter plaatse aangetroffen (p. 7 strafdossier), met daarin onder meer twee walkie-talkies, een handleiding met als titel “De moderne kruisboog”, geschreven door Tweede beklaagde, patches van de zwarte zon met centraal de Vlaamse leeuw, een speld met daarop de afbeelding van de zogenaamde “Totenkopf”, een bivakmuts en een zaklamp. Haar lidmaatschap van Project Thule blijkt met zekerheid uit het gegeven dat ze een vragenlijst voor kandidaat-vrijwilligers voor het Project Thule/De broederschap invulde, gedateerd op 18 september
- Ze kruiste aan dat ze wilde meewerken met de ordedienst. Haar naam komt voor in het Sibbeboek van Tweede beklaagde, ze is er vermeld als aanwezig bij verschillende activiteiten en volgens de teruggevonden handgeschreven papiertjes betaalde ze lidgeld zowel in oktober als november
- Bij verhoor op 14 juni 2022 gaf ze uitdrukkelijk toe lid te zijn geweest van de vereniging. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 27 5.2.5 Vijfde beklaagde bevond zich op het ogenblik van de inval op 19 december 2020 in de feestzaal. Zijn bijnaam is “Spikey”, wat hij bevestigde bij verhoor op 20 juni 2022 (p. 107 strafdossier). Die bijnaam is vermeld op één van de gebruikte schietschijven. Zijn bijnaam was ook vermeld op de lijst met wachturen, uitgehangen aan de achterdeur van de feestzaal. Een van de ter plaatse in beslag genomen kruisbogen behoorde hem toe. Het hof twijfelt er niet aan dat ook hij effectief lid was van Project Thule. De verbalisanten noteerden in het aanvankelijk proces-verbaal: “Door het opzwepend taalgebruik van de partijen laat vijfde beklaagde op een zeker moment ook ontvallen dat hij fier is op het gedachtengoed van “de vereniging” waartoe hij behoort en dat nog veel meer mensen zich bij hun zullen aansluiten. Hierop toont hij meermaals een patch waarop de “zwarte zon” gesymboliseerd staat.” (vervolgblad 5 van aanv. pv met nr. OU.35.L4.007780/2020 – p. 1 strafdossier). Op 5 september 2020 plaatste hij onder zijn facebookprofiel een post van het Project Thule met het bijschrift: “Werk en strijd met hoofd en hand voor d’oude glorie van ’t vaderland” (p. 84 strafdossier, bijlage 5 aan pv met nr. 105576/2022). 5.2.6 Ook Zesde beklaagde nam deel aan de bijeenkomst van 19 december
- De politie trof hem aan in de onmiddellijke omgeving van de feestzaal, in het gezelschap van Zevende beklaagde. Volgens de lijst met wachturen, hield hij van 17.00 uur tot 18.00 uur de wacht. Zijn naam komt voor op de handgeschreven papiertjes waarop vermeld is wie voor de maanden oktober en november
(2020)lidgeld betaalde. Tweede beklaagde vermeldde zijn naam in zijn Sibbeboek, als aanwezige bij de activiteiten van onder meer 18 september 2020, 16 oktober 2020 en 4 december 2020. 5.2.7 Uit het strafonderzoek, meer bepaald haar eigen verklaring van 25 mei 2022 (p. 90 strafdossier) komt naar voren dat de bijnaam van Zevende beklaagde “Micky” is. Die bijnaam is een van de namen die voorkomt op de op 19 december 2020 aangetroffen gebruikte schietschijven. Volgens de lijst met wachturen zou ze die nacht van 02.00 uur tot 03.00 uur de wacht houden. Haar bijnaam komt voor op de handgeschreven nota’s waarop is vermeld wie voor de maanden oktober en november
(2020)lidgeld betaalde. Tweede beklaagde vermeldde haar bijnaam in zijn Sibbeboek, als aanwezig bij de activiteiten van onder meer op 1, 16, 12, 29-30 augustus 2020, 12, 13 en 18 september 2020, 4 oktober 2020, 4 en 12 december
- Bij verhoor op 25 mei 2022 gaf ze toe lid te zijn geweest van Thule. 5.2.8 Ook Achtste beklaagde is een van de personen die de politie op 19 december 2020 aantrof in de onmiddellijke omgeving van de feestzaal. Volgens de lijst met wachturen liep hij die avond wacht van 18.00 uur tot 19.00 uur. Hij was met zekerheid lid van het Thule Project, nu hij op 27 december 2019 een vragenlijst voor kandidaat-vrijwilligers voor het Project Thule/De broederschap invulde. Zijn (voor)naam Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 28 komt voor op de handgeschreven lijsten van de personen die voor oktober en november 2020 lidgeld betaalden. In het Sibbeboek van Tweede beklaagde is hij vermeld als aanwezig bij de activiteiten van 1, 29-30 augustus 2020, 12 en 18 september 2020, 4, 10 en 16 oktober
- In het gsmtoestel van Tweede beklaagde was een foto opgeslagen, vermoedelijk genomen in zijn woonkamer, waarop hij met gekruiste armen staat voor een vlag met de zwarte zon en Vlaamse leeuw. Naast hem zijn Twaalfde beklaagde, een niet geïdentificeerde persoon, maar ook Achtste beklaagde te zien. Alle vier dragen ze een zwart hemd met op de mouw een patch van de zwarte zon (p. 35 strafdossier, blz. 7 van pv met nr. 107583/2021). 5.2.9 Negende beklaagde, partner van Twaalfde beklaagde, bevond zich op 19 december 2020 in de nabije omgeving van de feestzaal. Haar bijnaam is “Rugzakske” (p. 99 strafdossier). Onder die bijnaam is ze vermeld op de gebruikte schietschijven. Een sporttas en laptoptas aangetroffen in de feestzaal behoren haar met zekerheid toe. In de sporttas stak een briefomslag met als bestemmeling Negende beklaagde (p. 32 strafdossier), in de laptoptas stak een kopie van haar Belgische identiteitskaart (p. 33 strafdossier). Ze was zonder twijfel lid van Project Thule en was nauw betrokken bij de organisatie ervan. Meer bepaald stond ze in voor de merchandising van het project. Dat blijkt uit de vaststelling dat in haar sporttas een plastieken doos stak, met een dertigtal sleutelhangers en tien patches, met daarop de afbeelding van de zwarte zon met binnenin een Vlaamse leeuw. In haar laptoptas stak een afleveringsbon op haar naam, voor een bestelling van tien vlaggendoeken. In die tas staken ook stickers, allerlei documenten, een stempel en sleutelhangers die verwijzen naar de vereniging Thule. In de feestzaal werd een doos aangetroffen, met allerlei koopwaar gerelateerd aan Project Thule. Negende beklaagde diende een verzoekschrift in tot teruggave ervan (p. 47 strafdossier). Uit de analyse van aangetroffen documenten blijkt dat het vooral Negende beklaagde is, die bestellingen deed bij allerlei firma’s voor merchandising (p. 52 strafdossier). Op een op 19 december 2020 teruggevonden stukje papier dat vermoedelijk een soort boekhouding bevat, is vermeld (waarbij LG staat voor lidgeld) (p. 66 strafdossier, blz. 3 pv met nr. 102157/2022): Tot slot kwam Negende beklaagde vaak voor in de opsomming van bij de activiteiten aanwezige personen, weergegeven in het Sibbeboek van Tweede beklaagde, onder meer op 1, 12, 16, 29-30 augustus 2020, 12, 13 en 18 september 2020, 4, 10 en 16 oktober 2020 en 4 en 12 december
- 5.2.10 Tiende beklaagde werd tijdens de tussenkomst op 19 december 2020 teruggevonden op de terreinen rond de feestzaal. Volgens de lijst met wachturen, moest hij wacht lopen van 22.00 uur tot 23.00 uur. Op één van de gebruikte schietschijven is zijn (voor)naam geschreven. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 29 Op 21 december 2019 vulde hij een vragenlijst voor kandidaat-vrijwilligers voor het Project Thule/De broederschap in, waarbij hij aankruiste te willen meewerken aan de ordedienst. Ook op het handgeschreven document met voor de maanden oktober en november 2020 betaalde lidgelden komt zijn naam voor. Tweede beklaagde lijstte hem in zijn Sibbeboek op als aanwezig op de activiteiten van de vereniging van onder meer 29-30 augustus 2020, 12 september 2020, 4 en 16 oktober 2020, 4 en 12 december
- Ook hij was dus een effectief lid van de vereniging. 5.2.11 Aangezien zijn partner Negende beklaagde en hun beide kinderen bij de inval van 19 december 2020 ter plaatse werden aangetroffen, is voor het hof bewezen dat ook Twaalfde beklaagde heeft deelgenomen aan de bijeenkomst die dag. Bovendien vond de politie “zuipkaarten” terug op naam. In het Sibbeboek van Tweede beklaagde is hij vermeld als aanwezig op drie vergaderingen waarop de bijeenkomst van 19 december 2020 werd besproken en voorbereid (nl. de vergaderingen van 16 oktober 2020, 4 en 12 december 2020). Behalve op de drie hiervoor genoemde vergaderingen was hij nog aanwezig op tal van andere activiteiten en bijeenkomsten van Project Thule, onder meer op 1, 16, 12, 29-30 augustus 2020, 9, 12, 13, 16, 18 en 20 september 2020, 4 en 10 oktober 2020 en op 21 november
- Zijn naam komt voor op het handgeschreven papiertje met de opsomming van diegenen die het lidgeld voor de maand oktober 2020 betaalden. Hij is in uniform te zien op de foto teruggevonden in de gsm van Tweede beklaagde, waarop ook Achtste beklaagde en Tweede beklaagde zijn te zien (zie hiervoor, randnr. 5.2.8). Het staat voor het hof daarom vast dat hij effectief lid was van Project Thule. 5.2.12 Dertiende beklaagde werd door de politie niet aangetroffen op 19 december
- Toch twijfelt het hof niet aan zijn aanwezigheid. Zijn partner Zevende beklaagde was er en zijn (voor)naam kwam voor op het schema met wachtdiensten: hij moest wacht lopen van 5.00 uur tot 6.00 uur. In het Sibbeboek van Tweede beklaagde stond hij genoteerd als aanwezig op de vergaderingen van 4 en 12 december 2020, waarop de bijeenkomst van 19 december 2020 werd voorbereid. Volgens het Sibbeboek nam hij ook nog deel aan de activiteiten van onder meer 1, 12, 16, 29-30 augustus 2020, 12, 13 en 18 september 2020 en 4 oktober
- Bij verhoor op 20 mei 2022 gaf hij toe lid te zijn geweest van Project Thule, maar hij verliet de vereniging om medische redenen (p. 85 strafdossier). 5.2.13 Veertiende beklaagde heeft bij verhoor op 13 juni 2022 (p. 100 strafdossier) toegegeven dat hij aanwezig was op 19 december
- Dat hij er enkel was om klusjes te doen, is volgens het hof ongeloofwaardig. Hij gaf immers ook toe dat hij “een wedstrijdje kruisboog” had gespeeld, en zijn naam komt voor op de aan de achterdeur van de feestzaal uitgehangen lijst met wachturen. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 30 Hoewel niet blijkt dat hij lidgeld betaalde en hij in het Sibbeboek van Tweede beklaagde niet is vermeld als aanwezig bij de daarin vermelde activiteiten, is voor het hof bewezen dat hij het Project Thule kende en er in elk geval zijn steun aan verleende. Hij deed dit niet alleen door deel te nemen aan de bijeenkomst van 19 december 2020, maar ook door op zijn Facebookaccount een afbeelding te posten van Project Thule (p. 71 strafdossier). 5.2.14 Vijftiende beklaagde ontkende zowel tijdens het onderzoek als bij de behandeling van de zaak voor de rechtbank en het hof dat ze de bijeenkomst van 19 december 2020 bijwoonde. Dit is leugenachtig, nu het telefonieonderzoek aantoonde dat haar gsm op die datum in het onderzochte tijdvak (14.00 uur tot 23.59 uur) werd gecapteerd door de mast in de buurt van de feestzaal (p. 118 strafdossier). Bovendien bevond haar rugzak zich in de feestzaal. Die rugzak bevatte onder meer een plooimes, overlevingsattributen, kledij, een pepperspray, een ziekteverzekeringskaart en een nog geldige ING-bankkaart. Het is ongeloofwaardig dat ze die rugzak daar al een week eerder had achtergelaten, toen ze was komen helpen om de keuken te poetsen. Dat ze zelfs in hoger beroep werd vrijgesproken voor de schending van de op dat ogenblik geldende coronamaatregelen, doet aan deze vaststellingen niet af. Hetzelfde geldt voor het feit dat haar naam op de lijst met wachturen werd doorstreept. Het is niet omdat ze uiteindelijk niet de wacht moest houden, dat is aangetoond dat ze in het geheel niet aanwezig was. Vijftiende beklaagde is bovendien effectief lid geweest van het Project Thule. Haar (voor)naam komt voor op de handgeschreven documenten met het overzicht van wie voor de maanden oktober en november
(2020)lidgeld betaalde. Tweede beklaagde vermeldde haar met (de voor)naam in zijn Sibbeboek als een van de aanwezigen bij de activiteiten van de organisatie van 1, 29-30 augustus 2020, 4 en 16 oktober 2020, 14 november 2020, 4 en 12 december
- Dat er voor haar geen vragenlijst voor kandidaat-vrijwilligers is teruggevonden, weerlegt deze vaststellingen niet. 5.2.15 Zestiende beklaagde, partner van Vierde beklaagde, erkende bij verhoor op 28 juli 2022 dat hij aanwezig was op 19 december 2020 en dat het de bedoeling was om er met de kruisboog te schieten (“Omdat we ook iets anders wilden doen naast werken (verbouwingen) hebben wij daar ook boogschieten gedaan” - p. 115 strafdossier). Tweede beklaagde zou hen leren hoe een kruisboog te gebruiken. Hij en Vierde beklaagde hadden de maand voordien elk een kruisboog gekocht. Eerste beklaagde had ze de dag voor de bijeenkomst bij hen thuis opgehaald met zijn wagen. Dat hij effectief lid was van de vereniging bewijst de vermelding in het Sibbeboek van Tweede beklaagde bij de datum 18 september 2020: “aanvaarding nieuwe kandidaturen”. Hij nam ook deel aan de activiteit op 13 september 2020 en de manifestatie van 16 oktober 2020, net als aan de vergadering van 4 december
- Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 31 5.2.16 De voornaam van Zeventiende beklaagde komt voor op de lijst met wachturen op de achterdeur van de feestzaal. Ook een van de gebruikte schietschijven is van zijn naam en puntenscore voorzien. Het staat voor het hof dan ook vast dat hij aanwezig was op de bijeenkomst van 19 december
- Zijn effectief lidmaatschap van Project Thule blijkt uit de vaststelling dat hij op 5 oktober 2020 een vragenlijst voor kandidaat-vrijwilligers voor het Project Thule/De broederschap invulde, waarbij hij aankruiste dat hij wilde meewerken aan de ordedienst. Ook de vermelding van zijn voornaam op de handgeschreven papiertjes met namen van diegenen die lidgeld betaalden voor de maanden oktober en november
(2020)vormt daarvan het bewijs. Hetzelfde is het geval voor de vermelding van zijn aanwezigheid bij de activiteiten van 1, 12 en 29-30 augustus 2020, 6, 9, 12, en 13 september 2020, 4 en 10 oktober 2020, 14 november 2020, 4 en 12 december 2020, in het Sibbeboek van Tweede beklaagde. 5.2.17 Het hof verklaart elk van de hiervoor vervolgde beklaagden schuldig aan de telastlegging A. Elk van hen was aanwezig op de bijeenkomst van 19 december 2020, waarop een collectieve schietoefening met kruisbogen werd gehouden (art. 1bis, 2° Wet van 29 juli 1934). Het was volgens het hof de bedoeling dat alle aanwezigen aan die oefening zouden deelnemen. Een groot aantal had dat op het ogenblik van de inval door de politie al effectief gedaan. Het blijkt niet dat Derde beklaagde, Zesde beklaagde, Achtste beklaagde en Dertiende beklaagde al hadden geschoten, maar in elk geval maakten ze die oefening mee mogelijk door zich in te schakelen in de wachtdienst. Ze verleenden hierdoor zodanige hulp, dat het misdrijf zonder hun bijstand niet had kunnen worden gepleegd (art. 66, derde lid, Strafwetboek). Ze waren ook lid van Project Thule, of verleenden er minstens wetens en willens steun aan door de in de vorige randnummers, bij elk van hen afzonderlijke opgesomde daden (art. 2, eerste lid, Wet van 29 juli 1934). Het is ongeloofwaardig dat ze niet zouden hebben geweten waarvoor de organisatie stond of wat het doel ervan was. Het is voor de beoordeling van de schuld van de beklaagden irrelevant dat het eveneens tot de activiteiten van het Project Thule behoorde om noodhulp te verlenen bij calamiteiten en dat sommige beklaagden in het kader van de vereniging effectief hulp hebben verleend bij de watersnoodramp in Wallonië, enkele jaren geleden. Zoals hoger gezegd hoeft het oogmerk geweld te gebruiken of het leger of de politie te vervangen, niet het enige doel te zijn opdat de vereniging als private militie zou kunnen worden gekwalificeerd.
- Telastlegging B – dragen vrij verkrijgbaar wapen zonder wettige reden 6.1 De in deze zaak acht in beslag genomen handkruisbogen zijn vrij verkrijgbare wapens, zoals blijkt uit het verslag van het NICC van 25 november 2024 (stuk 27, kaft rechtspleging in hoger beroep). Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 32 Eerste beklaagde, Vierde beklaagde, Vijfde beklaagde, Zevende beklaagde, Negende beklaagde, Tiende beklaagde, Zeventiende beklaagde en Veertiende beklaagde hebben op 19 december 2020 met zekerheid met een of meerdere van die kruisbogen geschoten. Van elk van hen werd een gebruikte schietschijf teruggevonden met daarop hun (voor)namen en puntenscore. Zestiende beklaagde gaf bij verhoor op 28 juli 2022 toe met de kruisboog te hebben geschoten (p. 115 strafdossier). Tweede beklaagde heeft ongetwijfeld ook geschoten, aangezien uit diezelfde verklaring van Zestiende beklaagde blijkt dat hij diegene was die de andere aanwezigen leerde hoe een kruisboog te gebruiken (p. 115 strafdossier). Een van de kruisbogen was trouwens eigendom van Tweede beklaagde. Elk van deze beklaagden heeft dus met zekerheid op 19 december 2020 een handkruisboog gehanteerd. Het schieten met de kruisboog impliceert uiteraard het dragen ervan. Dit gebeurde in het kader van een collectieve oefening, bedoeld om hen in het gebruik van geweld te onderrichten, bij inbreuk op artikel 1bis, 2° wet van 29 juli
- Dit is evident geen wettige reden, die het gebruik van dit vrij verkrijgbaar wapen kan verantwoorden, zoals bedoeld in artikel 9 Wapenwet. Het doet niet ter zake dat de collectieve schietoefening plaatsvond op privéterrein, of, wat Eerste beklaagde betreft, in een feestzaal die hij zelf huurde. Het is evenmin relevant dat de kruisbogen op het ogenblik van de politietussenkomst in een afgesloten zak staken. Vast staat dat de beklaagden de kruisbogen kort voor de tussenkomst effectief hebben gebruikt en dus hebben gedragen. Het hof verklaart elk van deze beklaagden daarom schuldig aan de telastlegging B.
- Elfde beklaagde wordt niet vervolgd voor inbreuken op de wet van 29 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden. Hij werd op 19 december 2020 aangetroffen in de omgeving van de feestzaal, maar ontkende bij verhoor de bijeenkomst te hebben bijgewoond (verhoor op 4 mei 2022, p. 78 strafdossier). Hij verklaarde een paar dagen of een week vóór 19 december 2020 zijn kruisboog aan Eerste beklaagde te hebben uitgeleend, omdat die hem wilde tonen aan een aantal vrienden. Hij kwam hem de avond van 19 december 2020 afhalen, hij had dat zo afgesproken met Eerste beklaagde. Dit is niet onaannemelijk. Uit geen enkel dossiergegeven blijkt dat Elfde beklaagde zijn kruisboog (of een andere) die dag heeft gehanteerd of heeft gedragen. Er zijn geen gebruikte schietschijven gevonden met zijn naam er op. Hij ontkende iets af te weten van het Project Thule en het strafdossier bevat onvoldoende gegevens die dat tegenspreken. Aan de toepassingsvoorwaarden voor het misdrijf van de telastlegging B.1 is voor hem dus niet voldaan. Het hof spreekt hem daarom vrij. 6.2 Bij de tussenkomst op 19 december 2020 trof de politie een groene rugzak aan waarop met velcro de naam “Tweede beklaagde” was aangebracht. In een opbergzakje onder de EHBO-zak zat een dolk met foedraal van het merk Fällkniven. Het heft was 12 cm lang, het lemmet 13 cm. In de rugzak stak ook allerlei survivalmateriaal. Een dolk is een vrij verkrijgbaar wapen. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 33 Het dragen van een wapen houdt in dat het op elk ogenblik en zonder zich te verplaatsen gemakkelijk ter hand te nemen is. Hoewel niet is vereist dat het wapen in de hand wordt gehouden of vertoond, moet het wel onmiddellijk beschikbaar zijn, klaar voor onmiddellijk gebruik. Aan die voorwaarden is niet voldaan, nu de dolk in een opbergzakje zat, dat op zijn beurt in de rugzak van Tweede beklaagde zat, onder een EHBO-zak. Ook toen hij de rugzak met daarin de dolk naar de feestzaal vervoerde, wellicht met de auto, was de dolk door de plaats waar hij zich bevond, niet onmiddellijk beschikbaar en niet klaar voor onmiddellijk gebruik. Het blijkt niet dat de beklaagde zinnens was om de dolk te gebruiken op de collectieve oefening op 19 december 2020 en dat hij dat wapen om die reden meenam. Het hof spreekt Tweede beklaagde dan ook vrij voor de telastlegging B.
- Telastlegging C – voor handen hebben van een verboden wapen In de rugzak van Vijftiende beklaagde, aangetroffen in de feestzaal op 19 december 2020, stak een bus pepperspray. Dit is een verboden wapen, op grond van artikel 3, 10° Wapenwet. Niemand mag verboden wapens voorhanden hebben of dragen (art. 8, eerste lid, Wapenwet). Aangezien de bus pepperspray in haar rugzak stak, behoorde het wapen haar toe en had ze het voorhanden. Dat het zich in een afgesloten rugzak bevond, doet daaraan niets af. Het is evenzeer irrelevant dat de rugzak zich niet in een openbare plaats bevond. De beklaagde maakt niet in het minst aannemelijk dat iemand anders zonder haar medeweten de pepperspray in haar rugzak stopte. Zoals hoger besproken, is het volgens het hof ongeloofwaardig dat ze die rugzak al een week eerder in de feestzaal had achtergelaten en dat zij zelf op 19 december 2020 niet aanwezig was. Uit niets blijkt dat het busje iets anders dan pepperspray bevatte. Het voorkomen van het busje en het etiket met daarop onder meer de vermeldingen “Pepperspray gas”, “40 ml” en “Original Commando Industries” laten geen ruimte voor twijfel daarover (p. 16 strafdossier, blz. 3 en 4 van pv met nr. 100997/2021). Het is helemaal niet zo dat, bij een bewezenverklaring van dit misdrijf, eender wie in deze omstandigheden een minnelijke schikking wordt voorgesteld, terwijl de beklaagde werd gedagvaard. De beslissing om iemand al dan niet strafrechtelijk te vervolgen voor de rechtbank dan wel een minnelijke schikking aan te bieden, is het prerogatief van het openbaar ministerie. Van een schending van het gelijkheidsbeginsel is geen sprake. De eerste rechter heeft Vijftiende beklaagde terecht schuldig verklaard aan de telastlegging C.
- Straftoemeting 8.1 Eerste beklaagde, Tweede beklaagde, Vierde beklaagde, Vijfde beklaagde, Zevende beklaagde, Zeventiende beklaagde, Tiende beklaagde, Veertiende beklaagde, Zestiende Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 34 beklaagde, Negende beklaagde en Vijftiende beklaagde pleegden de voor hen bewezen verklaarde misdrijven telkens met eenzelfde misdadig opzet, zodat het hof voor elk van hen slechts één straf toepast, de zwaarste (art. 65, eerste lid, Strafwetboek). Het zich verenigen in en het deelnemen aan een verboden private militie zoals Project Thule er een was, waarbij onder meer collectieve oefeningen met kruisbogen werden gehouden, impliceert een directe aanslag op de openbare veiligheid. Het voorzien van de veiligheid van de bevolking en de bescherming van de vrijheden van de burgers is niet zonder reden een exclusieve taak van de overheid. Het komt privépersonen niet toe die taak op zich te nemen, ook niet als ze vinden dat de overheid daarin tekort schiet. De dossiergegevens tonen aan dat het net dat is wat de beklaagden beoogden. Onder meer door de collectieve oefeningen met wapens, bereidden ze zich voor om, wanneer volgens hen het juiste ogenblik daarvoor zou zijn aangebroken, de politie en het leger te vervangen ter bescherming van de eigen, door hen zo genoemde, “Vlaamse volksidentiteit”. Dergelijke daden vereisen een principieel strenge straf. Bij de straftoemeting houdt het hof er in dit geval wel rekening mee dat de feiten al van geruime tijd geleden dateren en dat de organisatie de voorgenomen gewelddadige acties nog niet had geconcretiseerd. 8.2 Eerste beklaagde is 63 jaar en heeft een ongunstig strafrechtelijk verleden. Het hof van assisen Oost-Vlaanderen veroordeelde hem op 16 september 1988 tot levenslange dwangarbeid voor diefstal met geweld, met de dood tot gevolg. Daarna liep hij nog veroordelingen op, voor onder meer diefstal met braak en kwaadwillige belemmering van het verkeer. Hij kan geen uitstel meer genieten. Op de rechtszitting van het hof maakte hij aannemelijk dat hij zich ondertussen volledig heeft herpakt. Het evolutieverslag van de justitie-assistente van 30 december 2024 bevestigt dit. Hij werkte goed mee aan de begeleiding die hem door het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 20 april 2023 was opgelegd. Hij heeft vast werk en leidt een stabiel leven. Ook het strafrechtelijk verleden van Tweede beklaagde, 43 jaar, is ongunstig. Hij werd veertien keer veroordeeld. Het merendeel van die veroordelingen heeft betrekking op verkeersmisdrijven. Bij vonnis van de correctionele rechtbank te Dendermonde van 7 februari 2014 werd hij veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf van vijf jaar, deels met uitstel, als leidend persoon van de terroristische groep “Blood & Honour”. Een afschrift van dit vonnis ligt voor, voorzien van het bewijs dat het definitief is geworden. Als gevolg van die veroordeling bevindt Tweede beklaagde zich in staat van wettelijke herhaling. Op de rechtszitting van het hof is gebleken dat hij al geruime tijd een vaste job heeft. Derde beklaagde is 35 jaar en werd in zijn jeugdjaren tweemaal berispt door de jeugdrechtbank voor feiten van aanranding en verkrachting. Daarnaast werd hij driemaal veroordeeld door de politierechtbank voor verkeersinbreuken. Nu hij verstek liet, heeft het hof geen zicht op zijn huidige sociale en economische situatie. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 35 Vierde beklaagde is 44 jaar. Zij werd slechts eenmaal veroordeeld door de politierechtbank, meer bepaald op 4 november 2022 voor inbreuken op de toenmalige coronamaatregelen. Vijfde beklaagde, 32 jaar, liep veroordelingen op voor drugsbezit, opzettelijke slagen en inbreuken op de coronamaatregelen. Recent nog, meer bepaald bij vonnis van 7 oktober 2024, veroordeelde de correctionele rechtbank te Kortrijk hem tot een geldboete van 75 euro, andermaal voor opzettelijke slagen. Hij was niet aanwezig op de rechtszitting van het hof, zodat het hof niet op de hoogte is van zijn sociaaleconomische toestand. Zesde beklaagde, 44 jaar, werd vijf keer veroordeeld door de politierechtbank voor verkeersmisdrijven. Daarnaast veroordeelde de correctionele rechtbank te Dendermonde hem bij vonnis van 7 februari 2014 tot een gevangenisstraf van acht maanden met uitstel voor bendevorming. Zevende beklaagde, 58 jaar, werd tweemaal veroordeeld door de politierechtbank. Ze liet verstek voor het hof. Achtste beklaagde, 42 jaar, werd zes keer veroordeeld door de politierechtbank, telkens voor het geïntoxiceerd sturen. Daarnaast veroordeelde de correctionele rechtbank hem bij vonnis van 6 juni 2006 tot een gevangenisstraf van drie maanden met probatie-uitstel voor kwaadwillige belemmering van het verkeer en opzettelijke slagen. Hij is sinds 2003 aan de slag bij dezelfde werkgever. Hij geeft les in dodehoekongevallen. Negende beklaagde, 44 jaar, werd bij vonnis van de correctionele rechtbank te Dendermonde van 8 oktober 2013 veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur voor het bezit en de verkoop van drugs. Daarnaast werd ze twee keer veroordeeld door de politierechtbank voor misdrijven in het verkeer. Tiende beklaagde, 48 jaar, heeft nog een blanco strafregister. Twaalfde beklaagde, 43 jaar, liep negen veroordelingen op voor verkeersmisdrijven. Dertiende beklaagde is 58 jaar. Hij werd vier keer veroordeeld voor verkeersmisdrijven. Bij vonnis van 30 januari 2020 verleende de correctionele rechtbank te Hasselt hem de gunst van de opschorting voor onder meer een inbreuk op de wapenwetgeving. Hij liet verstek voor het hof. Veertiende beklaagde, 36 jaar, werd drie keer veroordeeld door de politierechtbank. Daarnaast werd hij vier keer correctioneel veroordeeld, onder meer voor drugsbezit, partnergeweld en inbreuken op de wapenwetgeving. Op 30 april 2024 stelde de probatiecommissie voor om het probatie-uitstel dat de correctionele rechtbank hem op 2 mei 2023 verleende voor onder andere drugsbezit, te herroepen omwille van het niet naleven van de voorwaarden. Hij liet verstek voor het hof. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 36 Vijftiende beklaagde, 41 jaar, heeft nog een blanco strafrechtelijk verleden. Ze geeft les in het secundair buitengewoon secundair onderwijs. Ook Zestiende beklaagde heeft een blanco strafregister. Hij liet verstek voor het hof. Zeventiende beklaagde, 43 jaar, werd twee keer veroordeeld door de politierechtbank voor verkeersmisdrijven. Daarnaast veroordeelde de correctionele rechtbank te Gent hem op 17 oktober 2001 tot een gevangenisstraf van acht maanden en een geldboete, beide met probatie-uitstel, voor het bezit en de verkoop van drugs. Dit probatie-uitstel werd herroepen. Bij vonnis van de correctionele rechtbank te Kortrijk van 29 juni 2010 verkreeg hij opnieuw de gunst van het probatie-uitstel voor druggerelateerde misdrijven, gekoppeld aan onder meer een gevangenisstraf van een jaar. Hij kan dus geen gewoon uitstel meer krijgen. 8.3 Het hof gaat in op de vraag van Eerste beklaagde, Tweede beklaagde, Vierde beklaagde, Achtste beklaagde, Negende beklaagde, Tiende beklaagde, Twaalfde beklaagde en Zeventiende beklaagde om hen te veroordelen tot een werkstraf. Een effectieve gevangenisstraf is voor deze beklaagden niet zinvol en zal er niet toe bijdragen dat ze zich ervan bewust worden dat wat ze deden, ontoelaatbaar is. Een werkstraf zal dat wel doen, nu ze door het uitvoeren ervan, gedurende voldoende lange tijd zullen geconfronteerd worden met de nadelige gevolgen van hun daden. Een werkstraf zal bovendien zorgen voor een zeker herstel van het maatschappelijk evenwicht. Bij het bepalen van de duur van de werkstraf houdt het hof rekening met het strafrechtelijk verleden van deze beklaagden, hun huidige sociale en economische situatie voor zover bekend en met hun aandeel in de feiten. De vervangende gevangenisstraf die het hof telkens voorziet, zet hen er voldoende toe aan om de werkstraf tot een goed einde te brengen. 8.4 Aan Vijftiende beklaagde verleent het hof de gunst van de opschorting. Ze verduidelijkte het hof dat ze de feiten pleegde in een moeilijke periode na echtscheiding, toen ze op zoek was naar contacten met andere mensen. Bovendien heeft ze een vlekkeloos strafrechtelijk verleden. De gunst van de opschorting vrijwaart haar reclasseringsmogelijkheden en in het bijzonder haar professionele toekomst. 8.5 Het hof veroordeelt Zesde beklaagde tot de hierna bepaalde gevangenisstraf met uitstel. Hij heeft het hof niet om een werkstraf verzocht. Hij werd eerder al veroordeeld voor feiten in een context die in zekere mate aan deze van de huidige zaak doet denken. De gunst van het uitstel zal hem er bijkomend toe aanzetten geen gelijkaardige misdrijven meer te plegen. 8.6 Derde beklaagde, Vijfde beklaagde, Zevende beklaagde, Dertiende beklaagde, Veertiende beklaagde en Zestiende beklaagde veroordeelt het hof tot de hierna bepaalde Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 37 gevangenisstraffen met uitstel. Ook voor hen heeft een effectieve gevangenisstraf geen meerwaarde.
- Kosten - bijdragen – vergoeding Alle beklaagden, met uitzondering van Elfde beklaagde die wordt vrijgesproken, zijn gehouden tot de kosten van de strafvordering, in de beide aanleggen aan de zijde van het openbaar ministerie begroot zoals hierna bepaald. Al deze kosten zijn ondeelbaar veroorzaakt door de telastlegging A, die voor elk van hen bewezen is. Veroordeeld tot een correctionele hoofdstraf moeten de schuldig verklaarde beklaagden, met uitzondering van Vijftiende beklaagde, de bijdrage betalen van 25 euro tot financiering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders (art. 29 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen). Deze bijdrage, die een eigen aard heeft en geen straf inhoudt, wordt vermeerderd met 70 deciemen tot 200 euro, en dit ongeacht de datum van de bewezen verklaarde feiten. Met toepassing van artikel 91 koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken veroordeelt het hof de schuldig verklaarde beklaagden tot de vaste vergoeding voor de kostprijs van het verloop van de strafprocedure, die geïndexeerd 61,01 euro bedraagt. Met toepassing van diezelfde bepaling verhoogt het hof de kosten in hoger beroep met 10 %. Overeenkomstig artikel 4, § 3 en artikel 5, § 1, wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, veroordeelt het hof de schuldig verklaarde beklaagden ook tot het betalen van een bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, die sinds 1 maart 2025 na indexatie 26 euro bedraagt.
- Overtuigingsstukken Artikel 2, tweede lid, van de wet van 29 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden schrijft voor: “De uniformen en onderscheidingstekenen van de milities of organisaties, of van hen die in het openbaar optreden worden, evenals de wapenen, het materieel en alle voorwerpen die hun van dienst zijn of bestemd zijn om hun van dienst te zijn, in beslag genomen. De rechtbank gelast de verbeurdverklaring van de in dit artikel bedoelde voorwerpen, zelfs indien deze niet aan de veroordeelde toebehoren.” Met toepassing van deze bepaling beveelt het hof de verbeurdverklaring van de overtuigingsstukken met de nummers, zoals opgesomd in het beschikkend gedeelte van dit arrest. Het zijn stuk voor stuk voorwerpen die de organisatie van dienst zijn geweest of daartoe bestemd waren, zoals bedoeld artikel 2 van de wet. Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 38 Enkel de overtuigingsstukken met nummers BACL7003, BACL9851 en BACL9852 stelt het hof ter beschikking van het openbaar ministerie.
- Burgerlijke belangen Het hof houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan, met toepassing van artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering. Toegepaste wetsartikelen: Het hof maakt toepassing van de hiervoor aangehaalde artikelen en van de artikelen: - 211 en 211bis, Wetboek van Strafvordering, - 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Beslissing van het hof: Het hof, rechtsprekend bij verstek voor de beklaagden Derde beklaagde, Vijfde beklaagde, Zevende beklaagde, Dertiende beklaagde, Veertiende beklaagde en Zestiende beklaagde en op tegenspraak voor de overige partijen, verklaart de beroepen ontvankelijk en beslist over de grond ervan met eenparige stemmen: weert de conclusies op 6 januari 2025 neergelegd voor Achtste beklaagde, Negende beklaagde en Twaalfde beklaagde uit de debatten; wijzigt het beroepen vonnis als volgt: op strafgebied: Eerste beklaagde verklaart de Eerste beklaagde schuldig aan de telastleggingen A en B.1 en veroordeelt hem hiervoor tot een werkstraf van 80 uur, of een werkstrafvervangende gevangenisstraf van acht maanden; Tweede beklaagde spreekt de Tweede beklaagde vrij voor de telastlegging B.2, maar verklaart hem schuldig aan de telastleggingen A en B.1; veroordeelt de Tweede beklaagde voor de bewezen telastleggingen samen, gepleegd in staat van wettelijke herhaling, tot een werkstraf van 120 uur, of een werkstrafvervangende gevangenisstraf van twee jaar; Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 39 Derde beklaagde verklaart de Derde beklaagde schuldig aan de telastlegging A en veroordeelt hem hiervoor tot een gevangenisstraf van vijf maanden; verleent de Derde beklaagde gewoon uitstel voor de volledige gevangenisstraf gedurende een proeftermijn van drie jaar; Vierde beklaagde verklaart de Vierde beklaagde schuldig aan de telastleggingen A en B.1 en veroordeelt haar hiervoor tot een werkstraf van 60 uur, of een werkstrafvervangende gevangenisstraf van zes maanden; Vijfde beklaagde verklaart de Vijfde beklaagde schuldig aan de telastleggingen A en B.1 en veroordeelt hem hiervoor tot een gevangenisstraf van zes maanden; verleent de beklaagde gewoon uitstel voor de volledige gevangenisstraf gedurende een proeftermijn van drie jaar; Zesde beklaagde verklaart de Zesde beklaagde schuldig aan de telastlegging A en veroordeelt hem hiervoor tot een gevangenisstraf van zes maanden; verleent de Zesde beklaagde gewoon uitstel voor de volledige gevangenisstraf gedurende een proeftermijn van drie jaar; Zevende beklaagde verklaart de Zevende beklaagde schuldig aan de telastleggingen A en B.1 en veroordeelt haar hiervoor tot een gevangenisstraf van vijf maanden; verleent de Zevende beklaagde gewoon uitstel voor de volledige gevangenisstraf gedurende een proeftermijn van drie jaar; Achtste beklaagde Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 40 verklaart de Achtste beklaagde schuldig aan de telastlegging A en veroordeelt hem hiervoor tot een werkstraf van 60 uur, of een werkstrafvervangende gevangenisstraf van zes maanden; Negende beklaagde verklaart de Negende beklaagde schuldig aan de telastleggingen A en B.1 en veroordeelt haar hiervoor tot een werkstraf van 70 uur, of een werkstrafvervangende gevangenisstraf van zeven maanden; Tiende beklaagde verklaart de Tiende beklaagde schuldig aan de telastleggingen A en B.1 en veroordeelt hem hiervoor tot een werkstraf van 60 uur, of een werkstrafvervangende gevangenisstraf van zes maanden; Elfde beklaagde spreekt de Elfde beklaagde vrij voor de telastlegging B.1, zonder kosten; Twaalfde beklaagde verklaart de Twaalfde beklaagde schuldig aan de telastlegging A en veroordeelt hem hiervoor tot een werkstraf van 60 uur of een werkstrafvervangende gevangenisstraf van zes maanden; Dertiende beklaagde verklaart de Dertiende beklaagde schuldig aan de telastlegging A en veroordeelt hem hiervoor tot een gevangenisstraf van zes maanden; verleent de Dertiende beklaagde gewoon uitstel voor de volledige gevangenisstraf, gedurende een proeftermijn van drie jaar; Veertiende beklaagde verklaart de Veertiende beklaagde schuldig aan de telastleggingen A en B.1 en veroordeelt hem hiervoor tot een gevangenisstraf van zes maanden; verleent de Veertiende beklaagde gewoon uitstel voor de volledige gevangenisstraf, gedurende een proeftermijn van drie jaar; Vijftiende beklaagde Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 41 verklaart de Vijftiende beklaagde schuldig aan de telastleggingen A en C; verleent de Vijftiende beklaagde hiervoor de gunst van de opschorting gedurende een proeftermijn van drie jaar; Zestiende beklaagde verklaart de Zestiende beklaagde schuldig aan de telastleggingen A en B.1 en veroordeelt hem hiervoor tot een gevangenisstraf van vijf maanden; verleent de Zestiende beklaagde gewoon uitstel voor de volledige gevangenisstraf gedurende een proeftermijn van drie jaar; Zeventiende beklaagde verklaart de Zeventiende beklaagde schuldig aan de telastleggingen A en B.1 en veroordeelt hem hiervoor tot een werkstraf van 60 uur, of een werkstrafvervangende gevangenisstraf van zes maanden; Bijdragen – vergoedingen – kosten – overtuigingsstukken – burgerlijke belangen veroordeelt de beklaagden Eerste beklaagde, Tweede beklaagde, Derde beklaagde, Vierde beklaagde, Vijfde beklaagde, Zesde beklaagde, Zevende beklaagde, Achtste beklaagde, Negende beklaagde, Tiende beklaagde, Twaalfde beklaagde, Dertiende beklaagde, Veertiende beklaagde, Zestiende beklaagde en Zeventiende beklaagde elk tot betaling van een bedrag van 25 euro, vermeerderd met 70 deciemen en zo gebracht op telkens 200 euro als bijdrage tot de financiering van het fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders; veroordeelt de beklaagden Eerste beklaagde, Tweede beklaagde, Derde beklaagde, Vierde beklaagde, Vijfde beklaagde, Zesde beklaagde, Zevende beklaagde, Achtste beklaagde, Negende beklaagde, Tiende beklaagde, Twaalfde beklaagde, Dertiende beklaagde, Veertiende beklaagde, Vijftiende beklaagde, Zestiende beklaagde en Zeventiende beklaagde elk tot betaling van een bedrag van 61,01 euro als vergoeding voor de kostprijs van het verloop van de strafprocedure; veroordeelt de beklaagden Eerste beklaagde, Tweede beklaagde, Derde beklaagde, Vierde beklaagde, Vijfde beklaagde, Zesde beklaagde, Zevende beklaagde, Achtste beklaagde, Negende beklaagde, Tiende beklaagde, Twaalfde beklaagde, Dertiende beklaagde, Veertiende beklaagde, Vijftiende beklaagde, Zestiende beklaagde en Zeventiende beklaagde elk tot betaling van een bijdrage van 26 euro aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand; Hof van beroep Gent - tiende kamer – 2024/NT/212 – p. 42 veroordeelt de beklaagden Eerste beklaagde, Tweede beklaagde, Derde beklaagde, Vierde beklaagde, Vijfde beklaagde, Zesde beklaagde, Zevende beklaagde, Achtste beklaagde, Negende beklaagde, Tiende beklaagde, Twaalfde beklaagde, Dertiende beklaagde, Veertiende beklaagde, Vijftiende beklaagde, Zestiende beklaagde en Zeventiende beklaagde hoofdelijk tot betaling van de kosten van de strafvordering, voor het openbaar ministerie begroot op 1000,19 euro in eerste aanleg en op 631,21 euro in beroep; laat de dagvaardingskosten van de beklaagde Elfde beklaagde in eerste aanleg begroot op 67,65 euro en in beroep op 73,80 euro te last van de Staat; verklaart de volgende overtuigingsstukken verbeurd, met toepassing van artikel 2, tweede lid, Wet van 29 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden: BADH0366 - BADH4531 -BADH4530 - BACU4327 - BACU4328 - BADH4532 - BACU4330 - BACU4329 - BADH4591 -BADH0364 - BADH0369 - BACU4300 - BACU4301 - BACU4302 - BACU4303 - BACU4304 -BACU4305 - BACU4306 - BACU4308 - BACU4307 - BACU4309 - BACU4310 – BACU4312 – BACU4313 – BACU4314 -BACU4315 – BACU4316 – BACU4317 – BACU4318 – BACU4331 – BACU4332 – BADH0332 – BADH0333 – BADH0334 – BADH0335 – BADH0340 – BADH0348 – BADH0345 – BADH0346 – BADH0349 – BADH0352 – BADH0353 – BADH0354 – BADH0356 – BADH0357 – BADH0358 – BADH0360 – BADH0361 – BADH0362 – BADH0365 – BADH0363 – BADH0368 – BADH4511 – BADH4512 – BADH4514 – BADH0331 – BADH0330 – BADH0336 – BADH0337 – BADH0338 – BADH0339 – BADH0343 – BADH0344 – BADH0347 – BADH0350 – BADH4513 – BADH0367 – BADH0351 – BADH0355 – BADH0359 – BACL7001; stelt de overtuigingsstukken met nummers BACL7003, BACL9851 en BACL9852 ter beschikking van het openbaar ministerie; houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan. Dit arrest is gewezen te Gent door het hof van beroep, tiende correctionele kamer, en in openbare rechtszitting van 14 maart 2025 uitgesproken PDF document ECLI:BE:HBGNT:2025:ARR.20250314.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div