← België

ECLI:BE:HBGNT:2025:ARR.20251208.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 08 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2025:ARR.20251208.1 Rolnummer: 2025/JZ/194 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-12-09 Raadplegingen: 247 - laatst gezien 2026-06-18 20:13 Fiche Overeenkomstig artikel 52ter van de Jeugdbeschermingswet moet de jongere die de leeftijd van twaalf jaar bereikt heeft, vóór enige maatregel wordt getroffen door de jeugdrechter, persoonlijk worden gehoord, tenzij hij niet gevonden kan worden, zijn gezondheidstoestand het niet toelaat of hij weigert te verschijnen. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet Tekst van de beslissing 2025/PGG/2895 - 2025/VJ13/194 Not.nr. IE.42.98.000116-19/1 In de zaak van het OPENBAAR MINISTERIE Inzake de minderjarige: J. L., thans toevertrouwd aan TORDALE VZW - minderjarige + 12 jaar - en haar ouders: nr. J. K. - onderhoudsplichtige partij - nr. V. S. - onderhoudsplichtige partij - Gedagvaard teneinde: Te horen beslissen over het hoger beroep van L. J. tegen de beschikking betreffende de gerechtelijke maatregel van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 25 november

  1. Ten aanzien van de minderjarige werden onder meer volgende voorafgaande beslissingen genomen: - vonnis van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.27 dd. 21 juni 2019; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 31 januari 2020; - vonnis van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 19 juni 2020; - vonnis van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 18 juni 2021; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 27 augustus 2021; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 18 februari 2022; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 25 februari 2022; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 2 maart 2022; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 16 maart 2022; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 29 maart 2022; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 22 april 2022; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 28 april 2022; - vonnis van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 17 juni 2022; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 27 maart 2023; - vonnis van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 2 juni 2023; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 21 augustus 2023; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 15 november 2023; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 13 februari 2024; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 27 maart 2024; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 29 april 2024; - vonnis van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 17 mei 2024; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 28 augustus 2024; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 9 september 2024; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 20 september 2024; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 8 november 2024; - verbeterende beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 13 november 2024; - verbeterende beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 18 november 2024; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 13 januari 2025; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 25 februari 2025; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 29 april 2025; - vonnis van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 16 mei 2025; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 8 juli 2025; - beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 16 september
  2. Bij beschikking van de jeugdrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie jeugdrechtbank, kamer I.30 dd. 25 november 2025 met inachtneming van o.a. de volgende overwegingen: “(…) 2.Situering en beoordeling De rechtbank verwijst naar haar eerdere beslissingen waarvan laatst op 16 september 2025 en herhaalt hetgeen hierin uiteengezet. De moeilijke situatie houdt aan met voorstel tot nieuwe time-out/rustperiode in het belang van alle betrokkenen. Er wordt in die zin beslist zoals hierna bepaald. (…)” werd als volgt beslist: “(…) Zegt dat de minderjarige J. L., voornoemd, vanaf heden tot 16 mei 2026, onder toezicht blijft van een consulent van de sociale dienst Jeugdrechtbank en - vanaf heden tot 8 december 2025 toevertrouwd wordt aan de gemeenschapsinstelling 'De Zande' - Campus Beernem (…) - in het kader van een herstelgerichte time-out (beveiligd verblijf). - waarna L. vanaf 8 december 2025 opnieuw toevertrouwd wordt aan de GES+ leefgroep binnen ‘Tordale' (…) in de verdere uitvoering van het vonnis van 16 mei
  3. Dit alles met tussenkomst van de subsidiërende overheid in de kosten. Beveelt de voorlopige tenuitvoerlegging van deze beschikking. (…)” Tegen deze beschikking werd hoger beroep ingesteld op 26 november 2025, door L. J., minderjarige. Werden gehoord in openbare terechtzitting in het Nederlands en buiten de aanwezigheid van andere minderjarigen: J. L. , minderjarige, in haar middelen van verdediging, bijgestaan door meester VERSCHUERE Emma, in de plaats van meester BEERLANDT Hans, beiden advocaat te Heule; J. K., vader van de minderjarige, verschijnt in persoon; V. S., moeder van de minderjarige, verschijnt niet ter terechtzitting, noch iemand voor haar; Het openbaar ministerie, in zijn vordering bij monde van advocaat-generaal Inge T' Hooft.
  4. L. J., minderjarige (°(…) 2009, en thans 16 jaar), stelt op 26 november 2025 tijdig en regelmatig, en in die mate ontvankelijk hoger beroep in tegen de beschikking van de jeugdrechter van 25 november 2025 van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, sectie jeugdrechtbank waarbij de minderjarige vanaf dan tot 8 december 2025 toevertrouwd wordt aan de gemeenschapsinstelling ‘De Zande’ – Campus Beernem in het kader van een herstelgerichte time-out (beveiligd verblijf), waarna zij vanaf 8 december 2025 opnieuw toevertrouwd wordt aan de GES+ leefgroep binnen ‘Tordale’ te Torhout in de verdere uitvoering van het vonnis van 16 mei
  5. Zij blijft tot 16 mei 2026 verder onder toezicht van een consulent van de sociale dienst jeugdrechtbank.
  6. De minderjarige verzet zich tegen de genomen maatregel van de time-out. Ter zitting van 8 december 2025 verduidelijkt de advocaat van de minderjarige dat de minderjarige op 24 november 2025 een document heeft ondertekend dat men aan haar had voorgelegd, en waarbij zij zich schriftelijk akkoord verklaarde met de time-out in GI campus Beernem, maar dat zij vervolgens toch hoger beroep instelde. Volgens de minderjarige wist zij niet wat de draagwijdte was van het ondertekenen van het document dat aan haar is voorgelegd. Hoewel de time-out vandaag afloopt, is het belangrijk dat de minderjarige zich gehoord weet. De minderjarige zelf geeft nog aan het niet eerlijk te vinden dat zij voor een time-out naar GI De Zande, campus Beernem moet. Zij voelt er zich slecht, en werpt op dat die time-out beslissingen voor haar niet nuttig of nodig of helpend zijn, en evenmin rechtvaardig aanvoelen.
  7. K. J., vader van de minderjarige, wordt gehoord. Hij stelt dat de minderjarige zichzelf regelmatig dingen aandoet, en op die manier een gevaar vormt voor zichzelf. In dat verband uitdrukkelijk bevraagd door het hof, antwoordt hij ook dat hij bereid is om in overleg te gaan met zijn gezin en partner, en vervolgens ook met de hulpverlening, om op die manier meer invulling te geven aan zijn vaderrol en een grotere bijdrage te kunnen leveren in het welzijn en de opvang de minderjarige. Hij geeft ook aan te zullen bekijken welke mogelijkheden er zijn om de minderjarige in de toekomst ruimer of regelmatiger in zijn gezin op te kunnen vangen.
  8. S. V., moeder van de minderjarige, is ter terechtzitting van 8 december 2025 niet aanwezig, noch vertegenwoordigd.
  9. Het openbaar ministerie vordert het hoger beroep zonder voorwerp te verklaren aangezien de time-out vandaag verstrijkt.
  10. L. J. wordt, ingevolge vordering van het openbaar ministerie van 18 november 2011 door de jeugdrechtbank opgevolgd; tussenkomst van de jeugdrechtbank was noodzakelijk gelet op talrijke verontrustende signalen omtrent de opvoedingssituatie van L., en vooral gelet op de moeilijkheden die L. zelf en met zichzelf ondervond. (…)
  11. Op basis van de voorhanden zijnde informatie, inzonderheid de verslaggeving van de voorziening en van de sociale dienst voor gerechtelijke jeugdhulpverlening, met de nota van 4 december 2025 van Jeugdhulp als meest recente verslag, weerhoudt het hof een aanhoudende, verontrustende opvoedingssituatie aan de zijde van de minderjarige. In die optiek dringt een passende protectionele maatregel zich op.
  12. Het hof stelt vast dat de maatregel is bepaald om te gelden tot vandaag en dus en in beginsel vandaag nog steeds van toepassing is, en dat het hoger beroep dus niet zonder voorwerp is. Daarnaast behoudt de minderjarige ook een moreel belang bij het doen vernietigen van een beslissing die haar heeft gegriefd.
  13. De minderjarige kampt met een hardnekkige en complexe problematiek, wat de zoektocht naar een passend hulpverleningstraject voor de minderjarige niet eenvoudig maakt – niet voor de hulpverlening, en niet voor de eerste rechter. Bij beschikking van 25 februari 2025 werd de minderjarige, vanaf 4 maart 2025, toevertrouwd aan de GES+ leefgroep binnen ‘Tordale’ te Torhout binnen de functies: verblijf, mobiele en ambulante begeleiding, schoolaanvullende en schoolvervangende dagopvang en training. Bij vonnis van 16 mei 2025 werd het verblijf binnen ‘Tordale’ verlengd voor één jaar. Omwille van verschillende crisismomenten en incidenten – zo hoopt het hof dat toch correct te begrijpen - werd er daarbij ook reeds herhaaldelijk een beroep gedaan op De Zande voor een time-out. Het hof leest in de verslaggeving van de sociale dienst dat het omwille van de complexiteit van de problematiek van de minderjarige niet volstaat dat slechts één voorziening voltijds zou instaan voor de zorg voor de minderjarige. Om tot een gedragen en kwalitatief zorgaanbod te komen, is er nood aan twee vaste en langdurig inzetbare partners. Met het oog op haalbaarheid op lange termijn is gedeelde zorg vereist, die opgenomen wordt vanuit deze voorzieningen. De voltijdse begeleiding zou immers te belastend zijn voor één instelling. Daarom werd klaarblijkelijk reeds een aantal malen een beroep gedaan op een time-out in GI de Zande, campus Beernem, om ‘Tordale’ te ondersteunen en een adempauze te creëren. De zoektocht naar een passend hulpverleningstraject blijft lopende, gezien de complexiteit van haar problematiek. Ter zitting van heden melden zowel de advocaat van de minderjarige als ook de aanwezige begeleidster van ‘Tordale’, dat er momenteel om de twee maanden een time-out van twee weken in De Zande wordt ingepland. Deze beslissing zou zijn ingegeven door de noodzaak om een adempauze te creëren voor de leefgroep en de begeleiding van Tordale, en om op die manier de zorg haalbaar te houden. Het hof stelt vast dat er inderdaad eerder reeds beslissingen zijn genomen, laatst op 16 september 2025 – en bij die gelegenheid is de minderjarige door de jeugdrechter gehoord via videoconferentie – om de minderjarige voor een periode van 14 dagen toe te vertrouwen aan de Zande in Beernem. Een dergelijke beslissing, waarbij de minderjarige structureel wordt toevertrouwd aan zowel Tordale als aan De Zande, om daar dan om de twee maanden gedurende 14 dagen in time out te gaan, is echter niet terug te vinden in het dossier. Integendeel is de ‘basisbeslissing’ in dit dossier, zoals laatst verlengd voor een jaar op 16 mei 2025, dat de minderjarige wordt toevertrouwd aan de GES+/leefgroep Tordale te Torhout, binnen de functies verblijf, mobiele en ambulante begeleiding, schoolaanvullende en schoolvervangende dagopvang en training. Daarbij is niet vermeld dat de minderjarige ook om de twee maanden gedurende 14 dagen in De Zande zou verblijven, en zulks dan niet vanuit de zorgnood van de minderjarige, maar louter om Tordale te ontlasten.
  14. Tevens stelt het hof vast dat men de minderjarige op 24 november 2025 een akkoordverklaring heeft doen ondertekenen om vanaf 25 november 2025 tot 8 december 2025 op time-out te gaan in GI campus Beernem, en daarna terug te keren naar Tordale. Er werd daarbij het volgende opgenomen: ‘Ik wens hiervoor niet voor Uw Ambt te verschijnen, en doe afstand van mijn recht op een advocaat’. Ook haar advocaat maakte op 24 november 2025 per mail zijn standpunt over: “Akkoord met time-out 14 dagen. Zou ‘ok’ zijn voor L. ... (...)”. Desalniettemin stelde de minderjarige daags na de beslissing hoger beroep in en geeft zij ter zitting aan dat die verklaringen niet haar wensen en vrije keuze weerspiegelen. De minderjarige houdt voor dat aan haar is gezegd dat ze die verklaring moest ondertekenen, dat zij in ieder geval naar De Zande zou moeten gaan, vrijwillig of gedwongen, en dat een en ander gemoedelijker zou verlopen indien zij die verklaring zou ondertekenen. Er bestaat geen reden om aan de geloofwaardigheid van de minderjarige te twijfelen wanneer zij dit verklaart ter zitting. Ter zitting van 8 december 2025 verklaren de minderjarige en haar advocaat (die per afzonderlijke e-mail zijn akkoord had gegeven met het verblijf in De Zande gedurende 14 dagen ) dat de minderjarige niet wist wat de draagwijdte was van het ondertekenen van de akkoordverklaring. Zulks wordt niet, minstens niet omstandig, tegengesproken door het openbaar ministerie of door de begeleiding van Tordale.
  15. Overeenkomstig artikel 52ter van de Jeugdbeschermingswet moet de jongere die de leeftijd van twaalf jaar bereikt heeft, vóór enige maatregel wordt getroffen door de jeugdrechter, persoonlijk worden gehoord, tenzij hij niet gevonden kan worden, zijn gezondheidstoestand het niet toelaat of hij weigert te verschijnen. Uit de feiten in deze zaak blijkt dat de verklaring die door de minderjarige is ondertekend geweest, niet door haarzelf is opgesteld geweest – dat blijkt ook uit het taalgebruik – en dat zij onder druk is gezet om die verklaring te ondertekenen, terwijl zij de draagwijdte van die verklaring niet begreep. Het is in deze zaak niet zo dat de minderjarige zou hebben geweigerd om te verschijnen. Het hof begrijpt dat de jeugdrechters en de hulpverlening en instellingen overbevraagd zijn, en het hof begrijpt ook dat de specifieke en inderdaad complexe en diep verontrustende problematiek van de minderjarige vraagt dat op min of meer regelmatige basis snel en doortastend wordt ingegrepen, maar dan wel in functie van de omstandigheden van het ogenblik en de noden van de minderjarige - en dat daar van tijd tot tijd ook een plaatsing in geslotenheid bij kan horen. Bij de meest recente eerdere niet-beroepen identieke beslissing van 16 september 2025 om de minderjarige gedurende 14 dagen toe te vertrouwen aan De Zande, is de minderjarige gehoord geweest (door middel van videoconferentie) en zijn de specifieke redenen en de specifieke aanleiding van die beslissing door de eerste rechter beknopt maar helder geduid en gemotiveerd geweest (namelijk is er sprake van een ziekenhuisopname om lijmvloeistof uit de maag van de minderjarige te verwijderen, was er sprake van agressie, en was er nood om een korte rustperiode in te voeren, ook voor de minderjarige zelf). Voor de thans beroepen beslissing is dat echter niet het geval. Die beslissing, die op vandaag is beroepen, is niet op een regelmatige manier tot stand gekomen. De minderjarige heeft niet op een regelmatige wijze afstand gedaan van het recht op bijstand van een advocaat en de minderjarige is niet op een regelmatige wijze vooraf gehoord geweest. Daarnaast blijkt ook dat de reden waarom de minderjarige in geslotenheid is geplaatst, zou voortvloeien uit de draagkracht van Tordale, en niet gerelateerd zou zijn aan een nood tot beveiliging van de minderjarige zelf of aan een specifiek incident dat zich nu zou hebben voorgedaan. Daarbij komt dat niet, minstens niet afdoende, is onderzocht of geen andere, minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren. In dat verband nodigt het hof ook de ouders van de minderjarige uit, zowel vader, die ter zitting aanwezig was en zich daartoe bereid heeft verklaard, als ook moeder, die helaas niet ter zitting aanwezig was, om grondig bij zichzelf ten rade te gaan en na te denken op welke manier zij een ruimere rol zouden kunnen opnemen in de zorg en opvang voor hun dochter, en vervolgens in dialoog te treden met de sociale dienst en de hulpverlening.
  16. Het hoger beroep van de minderjarige is gegrond.
  17. Dit alles maakt dat het hoger beroep van de minderjarige slaagt. De gedingkosten blijven ten laste van de Staat. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende bij verstek ten aanzien van moeder en op tegenspraak ten aanzien van de overige partijen; gelet op de artikelen : - 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 162, 186, 190 en 211 van het wetboek van strafvordering evenals de door de eerste rechter aangeduide artikelen, al deze bepalingen ter terechtzitting van heden door de jeugdrechter hoger beroep voorgebracht; verklaart het hoger beroep van L. J. ontvankelijk, en gegrond, doet de beroepen beschikking van 25 november 2025 teniet, in de mate de minderjarige vanaf dan tot 8 december 2025 toevertrouwd werd aan de gemeenschapsinstelling 'De Zande' - Campus Beernem in het kader van een herstelgerichte time-out (beveiligd verblijf); Bevestigt de beroepen beslissing voor het overige, in de mate dat de minderjarige opnieuw wordt toevertrouwd aan de GES+ leefgroep binnen ‘Tordale’ te Torhout; legt de gedingkosten ten laste van de Staat. Dit arrest is uitvoerbaar bij voorraad. Aldus uitgesproken in openbare terechtzitting van maandag 8 december 2025, vijftiende kamer: Aanwezig: Jelle Flo jeugdrechter hoger beroep in aanwezigheid van advocaat-generaal Inge T' Hooft met bijstand van griffier met opdracht Dorien Decorte Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.