← België

ECLI:BE:ORANT:2023:JUG.20231221.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 21 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:ORANT:2023:JUG.20231221.1 Rolnummer: A/23/02284 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2026-01-27 Raadplegingen: 274 - laatst gezien 2026-06-18 06:13 Fiche 1 Voor het verkrijgen van schadevergoeding op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid is niet alleen vereist dat de eisende partij schade lijdt, maar ook dat de verwerende partij een fout heeft begaan die in oorzakelijk verband staat met die schade. Als een fout in de zin van de artikelen 1382 en 1383 van het oude Burgerlijk Wetboek worden aangemerkt: elke schending van een wettelijke norm waarin een welbepaalde gedraging geboden of verboden wordt, en daarnaast ook elke schending van de zorgvuldigheidsnorm. De zorgvuldigheidsnorm wordt geschonden wanneer men zich anders gedraagt dan een normaal vooruitziend en zorgvuldig persoon die in dezelfde omstandigheden verkeert. De aannemer van een overheidsopdracht dient de werken zorgvuldig uit te voeren en alle voorzorgen te nemen die door de bouwkunst en door de bijzondere omstandigheden werden vereist om de naburige eigendommen te vrijwaren en om te vermijden dat daarin door haar schuld stoornissen worden veroorzaakt (art. 79, tweede lid AUR). Gemeenrechtelijk rust er op die aannemer ook de inspanningsverbintenis om de toevertrouwde goederen te bewaren en te behoeden tegen beschadiging met alle zorgen van een normaal vooruitziend en zorgvuldig persoon, en de resultaatsverbintenis om de toevertrouwde goederen volledig en in goede staat terug te geven, indien die aannemer als enige meesterschap had over die goederen. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Fout - de daad Vrije woorden: Buitencontractuele aansprakelijkheid, Buitencontractuele fout, contractuele aansprakelijkheid aannemer, bewaringsverplichting aannemer, teruggaveverplichting aannemer, uitvoering overheidsopdrachten Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 14-01-2013 - 79 - 09 ELI link Pub nr 2013021005 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 1382 - 33 ELI link Pub nr 1804032153 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 1383 - 33 ELI link Pub nr 1804032153 Fiche 2 Overeenkomsten kunnen als feiten ook aan derden worden tegengeworpen. Hij die een contractuele fout begaat kan ook buitencontractueel aansprakelijk zijn tegenover derden indien die tekortkoming aan de contractuele verplichtingen ook een schending is van de voor eenieder geldende algemene zorgvuldigheidsverplichting. Het aangaan van een contractuele verbintenis heeft invloed op de algemene zorgvuldigheidsplicht van die contractant ten aanzien van derden, in het bijzonder voor verbintenissen die professionele ondernemingen op zich nemen en in het bijzonder ten gunste van derden die rekenen op de goede uitvoering van die contractuele verbintenis. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSENRECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Samenloop aansprakelijkheidsregimes - Contractueel-buitencontractueel Vrije woorden: Samenloop contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid, co-existentie, algemene zorgvuldigheidsverplichting Tekst van de beslissing Ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen Vonnis Veertiende kamer BV BUURMAN A, TEGEN NV AANNEMER B, I. SITUERING VAN HET GESCHIL Buurman A (hierna ook “Buurman A”) spreekt Aannemer B aan wegens beschadigingen na saneringswerken voor Overheid C op en rond haar werf in X, met name twee nieuwbouwvilla’s in aanbouw te X. II. PROCEDUREVERLOOP Buurman A heeft het geding ingeleid bij dagvaarding betekend op 2 mei

  1. De zaak werd in beraad genomen op de openbare zitting van 23 november 2023 nadat de raadslieden van de partijen op die zitting werden gehoord. De rechtbank hield rekening met de neergelegde syntheseconclusies en stukken. In deze procedure werd de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken nageleefd. III. EISEN Met de hoofdeis eist Buurman A de veroordeling van Aannemer B tot betaling van 20.633,00 euro, te vermeerderen met een vergoedende interest aan de wettelijke rentevoet vanaf 20 april 2023 tot aan de dag van de betekening van de dagvaarding en sedertdien met een gerechtelijke interest aan dezelfde rentevoet, en de kosten van het geding met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 3.000,00 euro. Aannemer B vraagt de afwijzing van de hoofdeis als ongegrond met de veroordeling van de eiser op hoofdeis tot de kosten van het geding met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 1.650,00 euro. IV. BEOORDELING
  2. Buurman A spreekt Aannemer B aan wegens vermeende beschadigingen tijdens saneringswerken van die laatste in opdracht van Overheid C op de grond te X, waar ze twee nieuwbouwvilla’s bouwde. Aannemer B zou tussen 1 augustus en 18 oktober 2022 met een kleine graafmachine nieuwe grond hebben aangebracht. Er zou schade blijken uit de staat van vergelijking, opgemaakt door een landmeter op 24 oktober 2022, waarvoor ze Aannemer B buitencontractueel aanspreekt. Ze betwist dat andere aannemers de schade zouden hebben veroorzaakt. Ze zou telefonisch tijdens de werken Overheid C hebben gecontacteerd over beschadigingen, en ook vlak na de uitvoering. De herstellingskosten zouden 20.633,00 euro bedragen, waarvoor ze naar een factuur van een derde aannemer verwijst.
  3. Aannemer B betwist de aanspraak. Er zou geen bewijs zijn van een fout. Uit de vergelijking van voor en na de werken zou geen oorzaak van de schade blijken. Er is niet uitgesloten dat de eigen aannemers van Buurman A de beschadigingen zouden hebben veroorzaakt, waarvoor ze naar foto’s verwijst. De schade (krassen) zouden ook te minimaal zijn om door een graafmachine te zijn veroorzaakt. Buurman A zou zelf voorzorgsmaatregelen hebben moeten treffen.
  4. Voor het verkrijgen van schadevergoeding op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid is niet alleen vereist dat de eisende partij schade lijdt, maar ook dat de verwerende partij een fout heeft begaan die in oorzakelijk verband staat met die schade. De rechtbank stelt de volgende feiten vast: - Landmeter D stelde een plaatsbeschrijving op “voor aanvang der werken” in opdracht van Aannemer B op 18 juli 2022 (stuk Buurman A, nr. 2). In de inleiding vermeldde de landmeter dat de plaatsbeschrijving wordt opgesteld op vraag van Aannemer B om betwistingen te vermijden over de wijzigingen aan de toestand “ten gevolge van het uitvoeren van saneringswerken” in de straat en dus ook rond de in aanbouw zijnde nieuwbouwvilla’s van Buurman A (p. 2). - Na de werken van Aannemer B vroeg Buurman A op 18 oktober 2022 aan dezelfde landmeter om opnieuw een plaatsbeschrijving op te maken met de vaststelling van wat jammer genoeg (“unfortunately”) werd beschadigd (stuk Buurman A, nr. 5). - Op 24 oktober 2022 maakt dezelfde landmeter opnieuw een plaatsbeschrijving, nl. een “staat van vergelijking” teneinde de verschillen vast te stellen met de toestand op 18 juli 2022 (stuk Buurman A, nr. 7). De landmeter stelde onder meer het volgende vast, waarvoor de foto’s werden opgenomen in de staat: o Beschadiging van de linker dagkant van de voordeur van huisnr. 46, o Krasjes op de gevelplaten op meerdere plaatsen van de woningen van huisnummers 25 en 46, o Krasjes op de gevelplaten van de poolhouse [voetnoot 1] van de woningen van huisnummers 25 en 46, o Een lichte beschadiging aan de onderzijde van de houten gevelafwerking op de gevels van huisnr.
  5. - Buurman A e-mailt Aannemer B op 9 januari 2023 om het verslag te bespreken (stuk Buurman A, nr. 11) - Aannemer B betwist haar aansprakelijkheid op het plaatsbezoek van 13 januari 2023 en per e-mail van 3 maart 2023 (stuk Buurman A, nr. 15). De rechtbank meent dat het met voldoende redelijke mate van zekerheid is aangetoond dat Aannemer B de krassen op de gevelplaten en de schade aan de dagkant van de deur heeft veroorzaakt tijdens de saneringswerken rondom de gebouwen. Als een fout in de zin van de artikelen 1382 en 1383 van het oude Burgerlijk Wetboek worden aangemerkt: elke schending van een wettelijke norm waarin een welbepaalde gedraging geboden of verboden wordt, en daarnaast ook elke schending van de zorgvuldigheidsnorm. De zorgvuldigheidsnorm wordt geschonden wanneer men zich anders gedraagt dan een normaal vooruitziend en zorgvuldig persoon die in dezelfde omstandigheden verkeert. Als aannemer van Overheid C diende Aannemer B de werken zorgvuldig uit te voeren. Binnen die opdracht van Overheid C diende Aannemer B op haar volle verantwoordelijkheid en op haar kosten al de maatregelen te treffen die onontbeerlijk waren voor de bescherming, de instandhouding en de integriteit van de bestaande constructies en werken. Ze diende alle voorzorgen te nemen die door de bouwkunst en door de bijzondere omstandigheden werden vereist om de naburige eigendommen te vrijwaren en om te vermijden dat daarin door haar schuld stoornissen worden veroorzaakt (art. 79, tweede lid AUR). Gemeenrechtelijk rustte er op Aannemer B ook de inspanningsverbintenis om de toevertrouwde goederen te bewaren en te behoeden tegen beschadiging met alle zorgen van een normaal vooruitziend en zorgvuldig persoon, en de resultaatsverbintenis om de toevertrouwde goederen volledig en in goede staat terug te geven, indien die aannemer als enige meesterschap had over die goederen. [voetnoot 2] De beschadigingen aan de gevels tijdens de werken zijn een niet-nakoming van de resultaatsverbintenis van Aannemer B ten aanzien van Overheid C. Die verbintenissen zijn contractuele verbintenissen tussen Overheid C en Aannemer B. Overeenkomsten kunnen als feiten ook aan derden worden tegengeworpen. Hij die een contractuele fout begaat kan ook buitencontractueel aansprakelijk zijn tegenover derden indien die tekortkoming aan de contractuele verplichtingen ook een schending is van de voor eenieder geldende algemene zorgvuldigheidsverplichting. [voetnoot 3] Het aangaan van een contractuele verbintenis heeft invloed op de algemene zorgvuldigheidsplicht van die contractant ten aanzien van derden, in het bijzonder voor verbintenissen die professionele ondernemingen op zich nemen en in het bijzonder ten gunste van derden die rekenen op de goede uitvoering van die contractuele verbintenis. [voetnoot 4] Er werden geen andere werken rondom het gebouw meer uitgevoerd in de periode tussen de plaatsbeschrijvingen, dan de saneringswerken van Aannemer B. Er worden ook geen werken binnen de villa’s aangetoond die de schade rondom het gebouw aan de gevel of aan de dagkant van de deur zouden hebben veroorzaakt. De niet-gedateerde foto’s met bouwmaterialen en niet te identificeren camionettes na de uitvoering van de werken van Aannemer B, houden geen bewijs in van dergelijke werken die de gevels rondom het gebouw zouden hebben kunnen beschadigen. Een andere oorzaak van de beschadigingen aan de gevel en de dagkant van de deur, worden niet aangetoond of voldoende aannemelijk gemaakt. In tegenstelling tot wat Aannemer B beweert, is het niet aangetoond dat de krassen te licht zijn om door de saneringswerken te kunnen zijn veroorzaakt. Aannemer B liet ook uitdrukkelijk zelf de plaatsbeschrijvingen opstellen om de vergelijking te kunnen maken met de toestand vóór en na de werken, als bewijsstuk en teneinde discussies daarover te vermijden. Dit zijn voldoende ernstige, precieze en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen waaruit de veroorzaking kan worden afgeleid van de schade aan de gevelpanelen en aan de dagkant van de voordeur door de werken van Aannemer B. Een normaal vooruitziend en zorgvuldige aannemer zou in dezelfde omstandigheden de beschadigingen hebben kunnen vermijden. Die beschadigingen zijn veroorzaakt door aan Aannemer B toerekenbare tekortkomingen. Ze is hiervoor aansprakelijk. Buurman A ontkent niet dat ze nog werken uitvoerde aan het zwembad tijdens de werken van Aannemer B. Er is daardoor niet met voldoende mate van zekerheid aangetoond dat de beschadigingen aan het terras door Aannemer B werden veroorzaakt.
  6. Derde aannemer E factureerde 20.633,00 euro, btw verlegd. Hiermee rekende die aannemer het volgende aan: 15 nieuwe gevelpanelen aan 550,00 euro per stuk (8.250,00 euro), 6.000,00 euro loonkost voor de verwijdering en vervanging, 2.000,00 euro kost voor de vervanging van de beschadigde dagkant van de voordeur, en 4.383,00 euro voor de schade aan het houten terras. De loonkost van 6.000,00 euro voor de verwijdering en vervanging van vijftien panelen, is overdreven. Dit zou 400,00 euro zijn per paneel, hetzij enkele uren per paneel, wat onwaarschijnlijk is en niet wordt bewezen. Aangezien de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten krijgt om dit deel van de schade meer concreet en nauwkeurig te begroten, stelt ze dit naar redelijkheid en billijkheid (‘ex aequo et bono’) vast op 3.000,00 euro. De kost van 4.383,00 euro voor de schade aan het houten terras heeft geen verband met de vastgestelde fout. Dit maakt geen schade uit waarvoor Aannemer B moet instaan. De schade bedraagt zo 13.250,00 euro (8.250,00 euro, 3.000,00 euro en 2.000,00 euro). Er wordt geen hogere door Aannemer B veroorzaakte schade bewezen.
  7. Buurman A vraagt de verhoging van de hoofdsom met een vergoedende interest aan de wettelijke rentevoet vanaf 20 april
  8. De datum van 20 april 2023, waarop de herstellingsfactuur werd betaald, gaat het ontstaan van de schade niet vooraf en kan worden aangenomen als startdatum. Om tot een zo volledig mogelijk schadeherstel te komen, loopt die interest aan de wettelijke rentevoet. V. GERECHTSKOSTEN
  9. Buurman A is de in het gelijk gestelde partij. Voor het bepalen van de rechtsplegingsvergoeding stelt de rechtbank het bedrag van de hoofdeis vast op 20.633,00 euro, te vermeerderen met de interesten tot op de dag van de betekening van de gedinginleidende dagvaarding, zoals gevorderd door de eisende partij. Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding bedraagt daardoor 3.000,00 euro.
  10. De eisende partij op hoofdeis is btw-plichtig en kan de belasting over de toegevoegde waarde op de betekeningskosten recupereren, zodat er geen aanleiding bestaat om die belasting toe te kennen. Deze kosten zullen daarom maar kunnen worden toegekend voor 265,64 euro. VI. BESLISSING Na beraad en gelet op de argumenten hierboven, beslist de rechtbank het volgende. Deze beslissing gebeurt op tegenspraak. De rechtbank verklaart de hoofdeis van Buurman A toelaatbaar en gegrond zoals hieronder volgt. Ze veroordeelt Aannemer B tot betaling aan Buurman A van: - het bedrag van 13.250,00 euro, - een verwijlinterest op het bedrag van 13.250,00 euro aan de wettelijke rentevoet bepaald in artikel 2, § 1 van de Wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest vanaf 20 april 2023tot aan de dag van de betekening van de gedinginleidende dagvaarding en sedertdien met een gerechtelijke interest op dit bedrag aan dezelfde rentevoet tot de dag van volledige betaling. Ze wijst het meergevorderde af als ongegrond. De rechtbank verwijst Aannemer B in de gerechtskosten en veroordeelt haar tot betaling aan Buurman A van de rechtsplegingsvergoeding van 3.000,00 euro, en de dagvaardingskosten van 265,64 euro. Aannemer B moet, na uitnodiging, de rolrechten van 165,00 euro betalen aan de Belgische Staat, FOD Financiën. Deze beslissing is gewezen door de veertiende kamer van de ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, samengesteld uit: S. BUSSCHER, rechter, voorzitter van de kamer, *S, rechter in ondernemingszaken, *, rechter in ondernemingszaken, en uitgesproken in openbare zitting van diezelfde kamer op 21 december 2023 door de voorzitter van die kamer, bijgestaan door *, griffier. Voetnoten: 1 Vertaling: zwembadhuis. 2 Vgl. W. GOOSSENS, Aanneming van werk. Het gemeenrechtelijk dienstencontract, Brugge, Die Keure, 2003, 842, 847 en 850-
  11. 3 Vgl. Cass. 22 juni 2009, NjW 2009, 724, noot. 4 Vgl. E. DIRIX, Obligatoire verhoudingen tussen derden en contractanten, Antwerpen, Kluwer, 1984, 183-184, 195-196 en
  12. PDF document ECLI:BE:ORANT:2023:JUG.20231221.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.