← België

ECLI:BE:ORANT:2024:ORD.20240709.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Antwerpen Beschikking van 09 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:ORANT:2024:ORD.20240709.1 Rolnummer: C/24/00063 Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2026-01-26 Raadplegingen: 246 - laatst gezien 2026-06-18 06:13 Fiche 1 De verzoeken in kort geding om voor recht te zeggen dat de aannemingsovereenkomst moet worden ontbonden en dat de opdrachtgevers het recht zouden hebben om de betrokken werken door een derde aannemer te laten uitvoeren, vallen samen met de uitdrukkelijk in de wet vermelde “sancties bij een toerekenbare niet-nakoming van de schuldenaar”, met name het recht op de uitvoering ‘in natura' van de verbintenis en het recht op ontbinding van het contract (art. 5.83 BW). Die uitvoering ‘in natura' omvat de vervanging van de schuldenaar door een derde. Zowel de ontbinding als de vervanging kunnen onder voorwaarden gebeuren op schriftelijke kennisgeving, zonder rechterlijke tussenkomst (art. 5.85 en 5.93 BW). In het licht van de sanctiemaatregelen die de verzoekers zelf konden nemen zonder rechterlijke tussenkomst, indien voldaan aan de wettelijk bepaalde voorwaarden, tonen zij niet aan waarom er nog een onmiddellijke beslissing van de kortgedingrechter vereist is over dergelijke maatregelen. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Ontbinding Vrije woorden: Ontbinding op kennisgeving, vervanging op kennisgeving, sancties bij een toerekenbare niet-nakoming van de schuldenaar, kort geding Wettelijke bepalingen: Burgerlijk Wetboek - 28-04-2022 - 5.83 - 27 ELI link Pub nr 2022A32058 Burgerlijk Wetboek - 28-04-2022 - 5.85 - 27 ELI link Pub nr 2022A32058 Burgerlijk Wetboek - 28-04-2022 - 5.93 - 27 ELI link Pub nr 2022A32058 Fiche 2 De kortgedingrechter kan bij voorraad uitspraak doen over contractuele verhoudingen bij het nagaan van de ogenschijnlijke rechten van de partijen. Het komt de kortgedingrechter niet toe om een declaratief vonnis uit te spreken. De vorderingen van de opdrachtgevers om “voor recht te zeggen” dat de overeenkomst is ontbonden, en dat wegens een fout, en om “voor recht te zeggen” dat zij wegens die ontbinding beroep mogen doen op een derde aannemer, komen neer op het doen van dergelijke declaratieve uitspraak over de grond van de zaak. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - KORT GEDING - Aard maatregel Vrije woorden: Kort geding, declaratieve uitspraak, nazicht ogenschijnlijke rechten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 1039 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiche 3 De rechter kan, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil, een deskundige gelasten vaststellingen te doen en een technisch advies te geven. De te onderzoeken feiten moeten relevant zijn voor de oplossing van het geschil en de keuze voor een deskundigenonderzoek als onderzoeksmaatregel moet worden afgewogen en gemotiveerd in het licht van het bestaan van andere onderzoeksmaatregelen. Ook wanneer de partijen het eens zijn over de deskundigenopdracht, kan de rechter die opdracht aanpassen, onder meer gelet op de dwingende subsidiariteit van de onderzoeksmaatregel (art. 875bis Ger.W.). De deskundige is niet de architect of het studiebureau van de partijen, en hij moet zelf niet actief en diepgaand gebreken in de werken opspeuren. De bewijslast en de medewerkingsverplichting van de partijen vereisen in deze concrete zaak dat de verzoekende partijen zelf verdere gebreken aanduiden waarover de deskundige nog verder kan adviseren, binnen zijn opdracht. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek - Opdracht Vrije woorden: Deskundigenonderzoek, subsidiariteit van de onderzoeksmaatregel Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 875bis - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 962 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen Beschikking Voorzitter, zetelend in kort geding X. en Y., TEGEN BV AANNEMINGEN A., I. SITUERING VAN HET GESCHIL Opdrachtgevers X. en Y. spreken aannemer Aannemingen A aan over dakwerken te X. Er zou volgens hen een overeenkomst aan vaste prijs zijn overeengekomen, waarna het dak werd afgebroken. Vervolgens zou de aannemer bijkomende offertes hebben ingediend omwille van een verschil in opgemeten dakoppervlakte en asbest. De werken zouden zijn gestaakt bij gebreke aan akkoord over meerprijzen. De woning zou hierdoor niet meer waterdicht zijn in afwachting van de voortzetting van de werken. II. PROCEDUREVERLOOP X. en Y. hebben het geding ingeleid bij dagvaarding betekend op 2 juli

  1. De zaak werd in beraad genomen op de openbare zitting van 5 juli 2024 nadat de raadslieden van de partijen en de bestuurder van de verwerende partij op die zitting werden gehoord. De rechtbank hield rekening met de dagvaarding en met de neergelegde stukken. In deze procedure werd de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken nageleefd. III. EISEN X. en Y. vragen om voor recht te zeggen dat de aannemingsovereenkomst van 2 maart 2024 moet worden ontbonden wegens ernstige wanprestaties van Aannemingen A, onder voorbehoud van algehele afrekening zoals door de deskundige te begroten, om voor recht te zeggen dat zij ingevolge de ontbinding het recht hebben om de aannemingswerken door een derde aannemer te laten uitvoeren, en om een deskundige aan te stellen, met de verwijzing van de verweerder tot de kosten van het geding. Ze vragen dat de beslissing uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard zonder zekerheidsstelling en met uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement. Aannemingen A gaat akkoord met de aanstelling van een deskundige, maar betwist in hoofdorde de toelaatbaarheid van de overige vorderingen en in ondergeschikte orde ook de gegrondheid. Ze vraagt om conclusietermijnen indien de rechtbank de overige vorderingen niet zou afwijzen. IV. BEOORDELING A. AANSTELLING DESKUNDIGE
  2. De partijen stemmen in met de aanstelling van een deskundige, onder voorbehoud van alle rechten.
  3. Er is urgentie wanneer een onmiddellijke beslissing wenselijk is om schade van een bepaalde omvang of ernstige ongemakken te voorkomen, en wanneer een gewone procedure niet bij machte is daaraan te verhelpen. De verzochte maatregel betreft dakwerken die maar gedeeltelijk zijn voltooid door een vrij recente betwisting tussen de partijen. De werken blijven onvoltooid en de stelling van de aannemer zou ook ter plaatse staan. De opdrachtgevers zouden intussen aan de aannemer de toegang tot de werf hebben ontzegd. Een verder uitstel zal de partijen ernstige schade kunnen toebrengen. De verzochte maatregel om een deskundige aan te stellen, is urgent.
  4. De maatregel om een deskundige aan te stellen is ook gegrond. De rechter kan, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil, een deskundige gelasten vaststellingen te doen en een technisch advies te geven. De te onderzoeken feiten moeten relevant zijn voor de oplossing van het geschil en de keuze voor een deskundigenonderzoek als onderzoeksmaatregel moet worden afgewogen en gemotiveerd in het licht van het bestaan van andere onderzoeksmaatregelen. Uit de toelichtingen en stukken blijkt dat de partijen niet enkel in een geschil zitten over de in de prijs inbegrepen werken, maar ook betwisting voeren over de omvang van de uitgevoerde werken en schade. Die feiten vormen het voorwerp van de aanspraken en de middelen van de partijen ten gronde. De rechtbank zal van die feiten moeten kunnen kennisnemen voor haar beslissing over de eisen. Die feiten zijn van een technische aard. De rechtbank kan zich hierover niet verder uitspreken zonder vaststellingen en een advies van een technisch bevoegd persoon. Een technisch advies en vaststellingen van een deskundige zijn daardoor nuttig. Het is ook de meest gepaste onderzoeksmaatregel in het licht van de eisen en het geschil. Andere onderzoeksmaatregelen zouden op dit ogenblik en voor dit geschil onvoldoende zijn. De deskundigenopdracht wordt wel aangepast, gelet op de dwingende subsidiariteit van de onderzoeksmaatregel (art. 875bis Ger.W.). De deskundige is niet de architect of het studiebureau van de partijen, en hij moet zelf niet actief en diepgaand gebreken in de werken opspeuren. Hij dient binnen zijn opdracht zelf maar een eerste nazicht van de werken uit te voeren waarbij hij de duidelijke gebreken en niet-conformiteiten kan vaststellen. De bewijslast en de medewerkingsverplichting van de partijen vereisen vervolgens dat de verzoekende partijen zelf verdere gebreken aanduiden waarover de deskundige nog verder kan adviseren, binnen zijn opdracht.
  5. Opdrachtgevers X. en Y. vragen de maatregel om de feiten te bewijzen die ze inroepen ter ondersteuning van hun eisen. Ze zijn de meest gerede partij en dienen het voorschot van de expertisekosten te consigneren.
  6. Gelet op het nakend zomerbouwverlof, bepaalt de rechtbank ineens de aanvangsvergadering. Deze beschikking geldt als kennisgeving en oproeping. Ze herinnert de partijen aan hun medewerkingsverplichting (art. 972bis Ger.W.). B. ONTBINDING EN UITVOERING DOOR EEN DERDE-AANNEMER
  7. Opdrachtgevers X. en Y. eisen ook dat de voorzitter van de rechtbank zetelend in kort geding voor recht zou zeggen dat de aannemingsovereenkomst moet worden ontbonden en dat zij het recht zouden hebben om de betrokken werken door een derde aannemer te laten uitvoeren. Dit kan niet worden toegekend, omwille van wat hieronder uiteengezet. Zoals al vermeld, kan er urgentie zijn wanneer een onmiddellijke beslissing wenselijk is en wanneer een gewone procedure niet bij machte is daaraan te verhelpen. Bij de beoordeling van de urgentie houdt de kortgedingrechter ook rekening met het gedrag van de eisende partij. Die eisende partij mag de aangevoerde dringende noodzakelijkheid niet zelf hebben uitgelokt door zijn houding of nalaten, bijvoorbeeld door te lang te hebben gewacht. De verzoeken van opdrachtgevers X. en Y. vallen samen met de uitdrukkelijk in de wet vermelde “sancties bij een toerekenbare niet-nakoming van de schuldenaar”, met name het recht op de uitvoering ‘in natura’ van de verbintenis en het recht op ontbinding van het contract (art. 5.83 BW). Die uitvoering ‘in natura’ omvat de vervanging van de schuldenaar door een derde. Zowel de ontbinding als de vervanging kunnen onder voorwaarden gebeuren op schriftelijke kennisgeving, zonder rechterlijke tussenkomst (art. 5.85 en 5.93 BW). In het licht van de sanctiemaatregelen die de verzoekers zelf konden nemen zonder rechterlijke tussenkomst, indien voldaan aan de wettelijk bepaalde voorwaarden, tonen zij niet aan waarom er nog een onmiddellijke beslissing van de kortgedingrechter vereist is over dergelijke maatregelen. Bovendien kan de kortgedingrechter wel bij voorraad uitspraak doen over contractuele verhoudingen bij het nagaan van de ogenschijnlijke rechten van de partijen, maar het komt hem niet toe om ook een declaratief vonnis uit te spreken. Hij mag zich niet uitspreken over het bestaan van een betwist recht of over een fout. De vorderingen van opdrachtgevers X. en Y. om “voor recht te zeggen” dat de overeenkomst is ontbonden, en dat wegens een fout, en om “voor recht te zeggen” dat zij wegens die ontbinding beroep mogen doen op een derde aannemer, komen neer op het doen van dergelijke declaratieve uitspraak over de grond van de zaak. C. UITVOERBAARHEID, ZEKERHEIDSSTELLING EN KANTONNEMENT
  8. De verzoekers vragen dat de beslissing uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement. Beschikkingen in kort geding zijn in beginsel al uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of hoger beroep en, zonder borgtocht indien de rechter niet heeft bevolen dat er een wordt gesteld (art. 1039 Ger.W.). V. GERECHTSKOSTEN
  9. Hoewel geen enkele partij volledig in het gelijk is gesteld, zijn de verzoekende partijen voor het grootste deel in het gelijk gesteld. Er wordt enkel opgave gedaan van de dagvaardingskost. VI. BESLISSING Na beraad en gelet op de argumenten hierboven, beslist de rechtbank het volgende. Deze beslissing gebeurt op tegenspraak. De rechtbank beveelt, alvorens recht te spreken, bij toepassing van artikel 19, derde lid van het Gerechtelijk Wetboek, een deskundigenonderzoek en stelt aan als gerechtsdeskundige X., met kantoor te X, met e-mailadres X en telefoonnummer X, met als opdracht: … De rechtbank wijst de overige eisen van X. en Y., met name om voor recht te zeggen dat de aannemingsovereenkomst van 2 maart 2024 moet worden ontbonden wegens ernstige wanprestaties van Aannemingen A, en om voor recht te zeggen dat zij ingevolge de ontbinding het recht hebben om de aannemingswerken door een derde aannemer te laten uitvoeren, af. Ze verwijst Aannemingen A in de gerechtskosten en veroordeelt haar tot betaling aan X. en Y. van de dagvaardingskosten van 211,72 euro. Aannemingen A moet, na uitnodiging, de rolrechten van 165,00 euro betalen aan de Belgische Staat, FOD Financiën. Deze beslissing is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 9 juli 2024 door S. BUSSCHER, waarnemend voorzitter van de ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, zetelend in kort geding, bijgestaan door *, griffier. PDF document ECLI:BE:ORANT:2024:ORD.20240709.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.