id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 16 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250116.1 Rolnummer: A/23/04416 Zaak: LS t Apple Rechtsgebied: Overige - Strafrecht - Bestuursrecht - Handelsrecht Invoerdatum: 2025-01-16 Raadplegingen: 1454 - laatst gezien 2026-06-18 22:46 Fiche 1 'Loot boxes', “spelelementen die in een videospel verwerkt zijn, waarbij de speler — al dan niet tegen betaling — op een schijnbaar willekeurige manier spelitems verwerft", met een geldbedrag als inzet en een kans op winst of verlies, kunnen als kansspel worden gekwalificeerd. Het aanbieden ervan in België is afhankelijk van een vergunning van de Kansspelcommissie. Het aanbieden ervan zonder deze vergunning is foutief en kan aanleiding geven tot aansprakelijkheid. Thesaurus CAS: SPELEN EN WEDDENSCHAPPEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare orde door privé-personen - Loterij, spelen en weddenschappen - Spelen en weddenschappen Vrije woorden: Kansspel - Kansspelcommissie - Vergunning Wettelijke bepalingen: Wet 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers - 07-05-1999 - 2, 1° - 77 ELI link Pub nr 1999010222 Fiche 2 Prejudiciële verwijzing: valt software onder het begrip 'informatie' zoals van toepassing voor de safe harbour-bepalingen in de Richtlijn 2000/31 elektronische handel (en thans in de Digitaledienstenverordening)? Hoe moeten de toepassingsvoorwaarden inzake kennis van onwettige inhoud en toezicht op de inhoud worden ingevuld? Thesaurus CAS: INFORMATIEMAATSCHAPPIJ UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - ELEKTRONISCHE HANDEL - Aansprakelijkheid Vrije woorden: Hosting - Immuniteit - Safe Harbour - Software - App Store Wettelijke bepalingen: Wetboek 28 februari 2013 van economisch recht - 28-02-2013 - XII.19 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Richtlijn EG/EU - 2000/31 - 08-06-2000 - 14 Verordening EG/EU - 2022/2065 - 19-10-2022 - 6 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht - K. Andries, ‘De loot box als microtransactie in videospelen' - 1999, 723 Tekst van de beslissing de heer LS, wonende te […], ingeschreven in het rijksregister onder het nummer […], eisende partij, vertegenwoordigd door mr Bart VAN DEN BRANDE, advocaat, met kantoor te 2800 Mechelen, Kardinaal Mercierplein 2, die ter zitting samen met mr Caroline SELLESLAGH verschijnt, TEGEN de vennootschap naar Iers recht APPLE DISTRIBUTION INTERNATIONAL LTD., waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te T23 YK84 Hollyhill, Cork (Ierland), Hollyhill Industrial Estate, verwerende partij, vertegenwoordigd door mr Yves BOTTEMAN, mr Domien KRIGER en mr Martijn SEGERS, advocaten, met kantoor te 1000 Brussel, Regentschapsstraat 58 bus
- I. SITUERING VAN HET GESCHIL De eisende partij, de heer LS, heeft een iPhone en een gokprobleem. Deze combinatie resulteerde erin dat dat hij in de loop van een tiental maanden voor tienduizenden euro’s spendeerde in het spelletje Top War: Battle Game van de Chinese producent RIVER GAME (die niet in deze procedure is betrokken). Hij stelt loot boxes te hebben aangekocht, en dat deze in-breuk maken op de Belgische kansspelwetgeving, zodat de verwerende partij, APPLE DISTERI-BUTION INT’L, dit niet had mogen toelaten in haar app store. De heer LS stelt APPLE aansprakelijk voor de schade die hij meent te hebben geleden ten gevolge van wat hij als een onwettig kansspel beschouwt. II. PROCEDUREVERLOOP De heer LS heeft het geding ingeleid bij dagvaarding betekend op 11 juli
- Bij beschikking gewezen op 16 november 2023 werd aan partijen krachtens artikel 747, § 2, lid 3 van het Gerechtelijk Wetboek akte gegeven van de conclusietermijnen. De zaak werd door een beschikking gewezen op 16 mei 2024 vastgesteld op 13 juni
- Op verzoek van APPLE werd de zaak uitgesteld naar de openbare zitting van 12 september 2024, waarop zij in beraad werd genomen nadat de raadslieden van partijen werden gehoord. Bij tussenvonnis van 17 oktober 2024 heeft de rechtbank de debatten heropend om partijen toe te laten standpunt in te nemen over de vraag of software, zoals datgene waar het hier over gaat, valt onder het begrip ‘informatie’ in de zin van de safe harbour–bepalingen van de Richtlijn Elektronische Handel. Bij nieuw tussenvonnis van 21 november 2024 heeft de rechtbank de debatten opnieuw heropend om aan APPLE de mogelijkheid te geven standpunt in te nemen over het nieuw middel aangevoerd door de heer LS, dat de Richtlijn Elektronische Handel haar toepassing uitsluit wat betreft gokactiviteiten. Het onderwerp van de vordering wordt uitsluitend bepaald door de syntheseconclusies. De rechtbank hield bij de beoordeling van het geschil dan ook rekening met: – de ‘aanvullende conclusie’ neergelegd op 28 maart 2024, de ‘conclusie (tussenvonnis) neergelegd op 13 november 2024 en de stukken neergelegd door de heer LS, – de syntheseconclusies neergelegd op 29 april 2024, de ‘conclusies na tussenvonnis’ neer-gelegd op 13 november 2024, de ‘conclusies na tussenvonnis’ neergelegd op 11 december 2024 en de stukken neergelegd door APPLE. In deze procedure werd de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken nageleefd. III. DE VORDERING De vordering van de heer LS strekt tot de veroordeling van APPLE tot betaling van een schadevergoeding die hij begroot op € 67.813,03 (ondergeschikt € 47.813,03) alsook € 20.000,00 voorlopig begroot, te vermeerderen met interesten en de kosten van het geding. IV. BEOORDELING A. INZET VAN HET GESCHIL
- Tussen 11 januari en 24 november 2021 gaf de heer LS op zijn iPhone — en via het in app betalingsysteem — voor € 67.813,03 uit aan loot boxes in de game Top War: Battle Game uitgegeven door de onderneming RIVER GAME HK Ltd te Hong Kong . Hij meent in de eerste plaats dat dit mechanisme ingaat tegen de Belgische kansspelwetgeving. Dit is de eerste vraag die voorligt, en APPLE meent dat dit niet het geval is. Verder stelt de heer LS dat het toelaten van een game die inbreuk maakt op deze wetgeving, een buitencontractuele fout uitmaakt vanwege APPLE, zodat zij aansprakelijk kan worden gesteld voor zijn schade die hieruit voortvloeit. APPLE stelt dat, zelfs al zou er een inbreuk op de kansspelwetgeving kunnen worden vastgesteld, zij als hostingdienst immuun is voor elke aansprakelijkheid B. DE KANSSPELWETGEVING
- Kader
- De eerste vraag is deze naar het al dan niet foutief karakter van de (minstens impliciete) beleidsbeslissing van APPLE om spelen die loot boxes bevatten, in haar Belgische App Store toe te laten. De Kansspelcommissie omschrijft deze loot boxes “als de verzamelterm voor één of meerdere spelelementen die in een videospel verwerkt zijn, waarbij de speler — al dan niet tegen betaling — op een schijnbaar willekeurige manier spelitems verwerft. Deze items kunnen heel di-vers van aard zijn, variërend van personages of voorwerpen, tot emoties of speciale karakteristieken. De Engelstalige verzamelterm is gebaseerd op de (schat)kisten die deze items bevatten.” .
- APPLE meent dat tot op heden geen enkele Belgische wet– of andere regelgevende tekst bepaalt dat loot boxes als zodanig (en in het algemeen) moeten worden beschouwd als kansspelen in de zin van de Kansspelenwet. Dit is op zich een steriele discussie, en de argumentatie snijdt geen hout. De literatuur verschilt van mening over de definitie van een loot box. Hoe loot boxes dan ook worden gedefinieerd, is hier echter niet van belang. De vraag is hier niet of de componenten van de game in kwestie loot boxes zijn, maar of deze al dan niet ingaan tegen de geldende wetgeving. (Kortheidshalve zullen de betwiste elementen van de app verder nog wel worden aangeduid als loot box.) Het is immers niet omdat er op de dag van vandaag nog geen specifieke regelgeving bestaat wat betreft loot boxes, dat de algemene kansspelwetgeving er niet op van toepassing zou zijn. Deze redenering komt erop neer te stellen dat elektrische voertuigen geen inbreuken op de verkeerswet kunnen begaan omdat deze niet bestonden wanneer deze wetgeving werd ingevoerd en er ondertussen ook niet specifiek in werd opgenomen dat dit wel het geval zou zijn. Vanzelfsprekend gaat dit niet op. De concrete elementen van Top War: Battle Game zullen dan ook moeten worden afgetoetst aan de algemene regels die in België van kracht zijn.
- De rechtbank merkt op dat APPLE ten onrechte verwijst naar een uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Nederlandse Raad van State tot het besluit kwam dat de loot boxes beschikbaar in FIFA 2022 niet aan vergunningsplicht waren onderworpen. Buiten het feit dat de wetgevende en administratiefrechtelijke context in beide landen verschillen, kan de analyse in dit concreet geval (mede gebaseerd op het element behendigheid in de voetbalgame) niet worden doorgetrokken naar de voorliggende situatie, noch naar loot boxes in het algemeen. De Raad van State stelde echter uitdrukkelijk: “Indien de prijsbepaling door toeval wordt bepaald en de gewonnen prijs een bepaalde economische waarde vertegenwoordigt, is niet uitgesloten dat door de introductie van loot boxes een kansspel in de zin van de [Nederlandse Kansspelwet] wordt gecreëerd” .
- Zijn loot boxes kansspelen naar Belgisch recht?
- Voorafgaand moet worden benadrukt dat, bij gebrek aan een kader inzake kansspelen dat in de EU geharmoniseerd zou zijn, het Belgische recht relevant is wat betreft de regulering ervan. De feiten in deze zaak zullen dan ook aan het nationaal recht moeten worden af-getoetst, en de definities die het Unierecht in sommige instrumenten aan kansspelen geeft, is dan ook niet rechtstreeks relevant.
- Krachtens artikel 2, 1° van de Kansspelwet is een kansspel elk spel, waarbij een ingebrachte inzet van om het even welke aard, hetzij het verlies van deze inzet door minstens één der spelers, hetzij een winst van om het even welke aard voor minstens één der spelers, of inrichters van het spel tot gevolg heeft en waarbij het toeval een zelfs bijkomstig element is in het spelverloop, de aanduiding van de winnaar of de bepaling van de winstgrootte. Deze definitie bevat vier bestanddelen:
(1)een spelelement,
(2)een inzet,
(3)een kans op winst of verlies en
(4)toeval.
- APPLE betwist de toepasselijkheid van elk van deze elementen, maar onderbouwt haar verweer slechts wat betreft het element inzet en het element toeval. De rechtbank besluit hieruit dat zij de aanwezigheid van een spelelement, en van een kans op winst of verlies niet ernstig betwist. Zij worden dan ook voor bewezen beschouwd.
- De term ‘inzet’ wordt niet in de Kansspelwet zelf gedefinieerd, maar kan worden ver-staan als het in geld waardeerbaar vermogensbestanddeel dat de speler rechtstreeks moet onderwerpen aan het spelresultaat, d.i. moet blootstellen aan de kans op winst of verlies die gepaard gaat met het kansspel. Wat betreft dit element betreft, merkt APPLE op dat sommige ‘Rare Treasure Guard’ Chests in Top War: Battle Game kunnen worden verkregen als ‘beloning’ in het spel zelf. Dit is niet relevant. Het is niet omdat sommige elementen gratis verschijnen (en dus geen ‘inzet’ uitmaken in de zin van deze bepaling ), dat de elementen die wél betalend zijn ineens buiten de definitie zouden vallen. Het is niet omdat iemand een loterijbiljet zou winnen in plaats van het zelf te kopen, dat de hele loterij geen kansspel meer zou zijn. Concreet gaat de vordering van de heer LS hier enkel over de bestanddelen waar hij wel degelijk voor heeft betaald. Het gaat hier niet om beloningen of in game currency, maar over giraal geld.
- Vervolgens zou het element ‘toeval’ worden ondervangen via het feit dat het spel de drop rates van de loot boxes aangeeft. Zoals de heer LS echter opmerkt, wordt hiermee enkel de kans om een specifieke loot box te verkrijgen aangegeven, maar brengt dit nog geen duidelijkheid over de concrete inhoud ervan. De wet bepaalt dat toeval zelfs als bijkomstig element volstaat. Zelfs de minste vorm van toeval in het spelverloop volstaat dan ook opdat aan dit element zou zijn voldaan. De recht-bank stelt daarbij vast dat APPLE zelf dit vereiste ook stelt ten aanzien van loot boxes in apps, zoals blijkt uit haar eigen richtlijnen naar ontwikkelaars toe: “3.1.1 In–app aankopen […] Apps die ‘loot boxes’ of andere mechanismen aanbieden die gerandomiseerde virtuele items voor aankoop bieden, moeten de kans op ontvangst van elk type item aan klanten bekendmaken voorafgaand aan de aankoop.”. Ook heeft de rechtbank, samen met partijen, ter zitting kunnen vaststellen dat RIVER GAME in de App Store als één van de updates van versie 1.499.0 (6 september 2024) aangeeft: “Bounty Quests are now calculated based on the Commander’s daily activities (server time).”, waaruit blijkt dat de tijd die een speler in het spel doorbrengt één van de factoren is die de kans op winst of verlies beïnvloedt. Wat de andere factoren zijn, en hoe de gebruikte toevalsgenerator (random number generator) voor het overige werkt, wordt op geen enkele andere wijze duidelijk gemaakt aan de speler. Dit is echter niet de essentie. Wat wel doorslaggevend is, is dat RIVER GAME zelf aangeeft dat toeval een rol speelt — los van de vraag of toeval al dan niet volledig bepalend is — zodat dit element reeds hierdoor is bewezen.
- Samengevat, blijkt dat de speler van Top War: Battle Game, die een geldelijk bedrag uit-geeft aan een loot box (de inzet), kans maakt om in het spel een bepaald voordeel te verkrijgen, waarbij toeval minstens voor een deel een rol speelt bij de kans op winst van dit voor-deel. Er moet dan ook worden vastgesteld dat dit mechanisme naar Belgisch recht kwalificeert als kansspel.
- Gevolgen
- De heer LS meent dat APPLE de Belgische wet overtreedt door enerzijds Top War: Battle Game, ondanks het kwalificeert als kansspel en hiervoor niet vergund is, in haar App Store aan de Belgische gebruikers aan te bieden, en anderzijds door via haar App Store er reclame voor te maken.
- Krachtens artikel 4, § 1 van de Kansspelwet is het eenieder verboden om, zonder vooraf-gaande vergunning van de Kansspelcommissie een kansspel of kansspelinrichting te exploiteren, onder welke vorm, op welke plaats en op welke rechtstreekse of onrechtstreekse ma-nier ook. Krachtens het § 2 is het eenieder verboden de exploitatie van een kansspel te vergemakkelijken, reclame te maken voor een kansspel wanneer de betrokkene weet dat het gaat om de exploitatie van een kansspel of kansspelinrichting die niet is vergund in toepassing van deze wet.
- Het staat niet ter betwisting dat RIVER GAME geen vergunning in die zin heeft.
- Door elementen in haar Belgische App Store toe te laten die ingaan tegen de Belgische kansspelwetgeving, schendt APPLE deze wettelijke norm. Dit maakt op zich een fout uit, die aanleiding kan geven tot (integrale) schadevergoeding. C. DE IMMUNITEIT VAN DE HOSTINGDIENST
- Kader
- De heer LS voert aan dat het toelaten van dit spel, dat zoals vastgesteld moet worden beschouwd als illegaal in België, in haar Belgische App Store een fout vanwege APPLE uit-maakt, en deze laatste aansprakelijk is voor de schade die hieruit is ontstaan. APPLE meent dat zij niet aansprakelijk kan worden gesteld nu zij als hostingdienst immuniteit geniet.
- Zoals van kracht op het ogenblik van de feiten, bepaalde artikel XII.19 van het Wetboek Economisch Recht in zijn § 1 en 2: §
- Wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in de opslag van de door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, is de dienstverlener niet aansprakelijk voor de op verzoek van de afnemer van de dienst opgeslagen informatie, op voor-waarde dat: 1° de dienstverlener niet daadwerkelijk kennis heeft van de onwettige activiteit of in-formatie, of wat een schadevergoedingsvordering betreft, geen kennis heeft van feiten of omstandigheden waaruit het onwettelijke karakter van de activiteit of de in-formatie blijkt; of 2° de dienstverlener, zodra hij van het bovenbedoelde daadwerkelijk kennis heeft, prompt handelt om de informatie te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken […]. §
- Paragraaf 1 is niet van toepassing wanneer de afnemer van de dienst op gezag of onder toezicht van de dienstverlener handelt. Dit is een quasi–letterlijke omzetting van artikel 14 van de Richtlijn Elektronische Handel.
- Ondertussen werd deze regelgeving opgeheven en vervangen door artikel 6 van de Digitaledienstenverordening (Digital Services Act, ‘DSA’) . Deze was weliswaar nog niet van toe-passing op het ogenblik van de feiten, maar partijen zijn het erover eens dat de principes van de Richtlijn Elektronische Handel niet werden gewijzigd, maar integendeel uitgewerkt en geëxpliciteerd, zodat deze verordening en het voorbereidend materiaal ervan nuttig zijn voor de interpretatie van de regels die voorliggen. Het verschil tussen beide teksten ligt er, in de voorliggende context, hoofdzakelijk in dat de term ‘onwettige activiteit of informatie’ uit de richtlijn werd vervangen door ‘illegale inhoud’. Artikel 3, h) van de DSA definieert dit begrip als “alle informatie die op zichzelf of in verband met een activiteit, waaronder de verkoop van producten of het aanbieden van diensten, in-druist tegen het Unierecht of tegen het met het Unierecht in overeenstemming zijnde recht van een lidstaat, ongeacht het precieze voorwerp of de precieze aard van dat recht”. Echter, noch de richtlijn noch de DSA definiëren de term ‘informatie’, waarover verder meer.
- De toepasselijkheid op gokactiviteiten
- Voor het eerst in zijn conclusies na heropening van de debatten argumenteert de heer LS dat de immuniteit die APPLE inroept niet van toepassing zou zijn, nu de Richtlijn gokactiviteiten ervan uit de eigen werkingssfeer uitsluit. Krachtens artikel 1, 5., d), derde streepje is de deze richtlijn is niet van toepassing op dien-sten van de informatiemaatschappij die bestaan uit gokactiviteiten waarbij een geldbedrag wordt ingezet, zoals loterijen en weddenschappen. Deze bepaling werd omgezet als artikel XII.1, § 2, 4°, c) van het Wetboek Economisch Recht. Considerans 16 van de richtlijn preciseert: “De uitsluiting van gokactiviteiten van het toepassingsgebied van deze richtlijn heeft al-leen betrekking op kansspelen, loterijen en weddenschappen waarbij geldbedragen worden ingezet. Dit geldt niet voor promotionele wedstrijden of spelen die bedoeld zijn om de verkoop van goederen en diensten te stimuleren, en waarbij eventuele betalingen alleen dienen om de onder de aandacht gebrachte goederen en diensten te verwerven.”. APPLE verwijst naar een stelling van de Europese Commissie, die stelt dat de safe harbour–bepalingen uit de richtlijn — kennelijk tegen de tekst van de richtlijn in — toch van toepassing zouden zijn op gokactiviteiten: “The E-Commerce Directive sets up an Internal Market framework for electronic com-merce. It establishes harmonised rules on issues such as the transparency and information requirements for online service providers, commercial communications, electronic contracts and limitations of liability of intermediary service providers. While Article 1
(5)(
- d)excludes gambling activities which involve wagering a stake with monetary value in games of chance, including lotteries and betting transactions from the scope of the di-rective the liability regime for information society service providers hosting or transmitting illegal content, Articles 12 to 15 of the Directive, also applies to gambling–related content.” . APPLE verwijst in dezelfde adem naar twee andere documenten , maar de rechtbank vindt diezelfde stelling hier niet in terug. 19. Aangezien de rechtbank — zoals verder zal blijken — een prejudiciële verwijzing naar het Hof van Justitie van de EU zal doen, past het om deze vraag mee aan het Hof voor te leggen. De vraag naar de toepasselijkheid van de safe harbour–bepalingen in de Richtlijn Elektronische Handel is relevant voor de uitkomst van deze zaak, maar is weliswaar slechts ‘historisch’ van belang nu de DSA niet voorziet in een uitsluiting voor gokactiviteiten. 20. Indien de richtlijn van toepassing zou zijn op gokactiviteiten, rijst de volgende vraag. Zoals gezegd moet het nationale wettelijke kader inzake kansspelen worden toegepast om te onderzoeken of er sprake is van onwettige inhoud. Er bestaan in het Unierecht echter ver-schillende toepassingen van het begrip ‘gokactiviteiten’ (of kansspelen). Is het begrip ‘gok-activiteiten’ uit de richtlijn een begrip van het Unierecht, of moet ook het nationale recht worden toegepast om uit te maken of de uitsluiting van toepassing is? Bovendien rijst hierbij de vraag — indien ‘gokactiviteiten’ een geharmoniseerd begrip is — of de aanwezigheid van loot boxes in een app, deze hele app als gokactiviteit doen kwalificeren? 3. De toepasselijkheid van de safe harbour–bepalingen op software 21. De volgende vraag die principieel aan bod komt, is die of software — zoals APPLE die aan-biedt in haar App Store — onder de immuniteit van de hostingdienst valt. Zoals hierboven aangehaald in nummer 15, bepaalt artikel 14, 1. van de Richtlijn Elektronische Handel dat de dienstverlener niet aansprakelijk is voor de opgeslagen informatie op verzoek van de afnemer, wanneer de dienst een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in de opslag van de door een afnemer van de dienst verstrekte informatie. 22. Artikel 2,
- a)van de Richtlijn Elektronische Handel definieert een ‘dienst van de informatiemaatschappij’ als een ‘dienst’ in de zin van artikel 1, 1., b), van Richtlijn (EU) 2015/1535 (artikel 3,
- a)van de DSA verwijst naar artikel 1, 1., b), van Richtlijn (EU) 2015/1535). In beide ge-vallen is dit “elke dienst van de informatiemaatschappij, dat wil zeggen elke dienst die gewoonlijk tegen vergoeding, langs elektronische weg, op afstand en op individueel verzoek van een afnemer van diensten wordt verricht”. De rechtbank sluit zich aan bij de vaststellingen gedaan door de rechtbank te Amsterdam in haar vonnis dat prejudiciële vragen richt aan het Hof van Justitie over de App Store (weliswaar niet gerelateerd aan de problematiek die hier voorligt), maar waar zij vaststelde over de werking van de App Store: “Apple biedt de apps exclusief aan in de App Store en treedt daar-bij op als commissionair van de ontwikkelaar. ‘Commissionair’ betekent een agent die voor eigen rekening handelt en overeenkomsten sluit in eigen naam maar uiteindelijk handelt na-mens andere personen. De ontwikkelaar blijft aansprakelijk voor alle mogelijke claims in ver-band met (de werking van) de app.” . De rechtbank stelt vast dat APPLE, langs elektronische weg en vaak tegen vergoeding (hetzij door meteen een prijs voor het downloaden van de app aan te rekenen, hetzij ook vaak doordat de aanbieder van de app bijkomende functionaliteiten biedt door in app–aankopen die via de App Store worden verwerkt), op verzoek van de afnemer, software ter beschikking stelt die andere derden hebben aangemaakt en geüpload. De diensten die APPLE via haar App Store aanbiedt vallen dan ook onder deze definitie. 23. De vraag is echter, of deze software onder het begrip ‘informatie’ valt. De rechtbank moet vaststellen dat deze vraag amper of niet aan bod is gekomen in de literatuur over dit onderwerp. Ook de relevante documenten van de instellingen van de Europese Unie, zoals de voorbereidende handelingen van de Digital Service Act, gaan hier niet uitdrukkelijk op in. In haar analyse van artikel 14 van de Richtlijn , waar APPLE naar verwijst, vermeldt de Europese Commissie slechts éénmaal ‘software’, maar de context is geheel verschillend van de huidige: zij vernoemt diensten als Dropbox, box.com en WeTransfer als voorbeelden, wat duidt op ad hoc–deling van gegevens, niet op de verkoop op grote schaal, zoals hier aan de orde is. Wanneer de Richtlijn Elektronische Handel in 2000 werd aangenomen, was van de App Store (en zijn concurrenten) geen sprake. Software werd hetzij aangekocht op CD-ROM, hetzij hoogstens — zonder breedbandverbinding — gedownload van de verkoper zelf. De werking van een platform als de App Store werd dus nog niet voorzien door de wetgever. De voorbeelden die steeds terugkomen daar waar het gaat om de safe harbour–immuniteit te rechtvaardigen, situeren zich allemaal op het vlak van informatie waar intrinsiek een probleem mee bestaat (haatberichten, fake news, materiaal dat intellectuele eigendomsrechten schendt, CSAM). Software is van een andere orde: er is op zich niets mis met het materiaal zelf, enkel functionaliteiten ervan kunnen een probleem opleveren. Het is voor de rechtbank, bij gebrek aan fundamenteel debat in de rechtspraak en rechts-leer, dan ook geen uitgemaakte zaak dat software zoals aangeboden in de App Store, onder het begrip ‘informatie’ van de richtlijn valt, en dus dat wat APPLE hier doet moet worden gekwalificeerd als louter ‘de opslag van de door een afnemer van de dienst verstrekte informatie’. 24. Gelet op deze onzekerheid, die principieel van aard is en doorwerkt in het toepassingsgebied van de equivalente bepalingen in de DSA, past het om dit punt voor te leggen aan het Hof van Justitie van de EU. 4. De rol van APPLE als beheerder van de App Store a. De voorwaarden voor de immuniteit 25. Zoals hoger geciteerd in punt 15, is de immuniteit die APPLE aanvoert niet zonder voorwaarden. Uit de tekst van de richtlijn en uit de rechtspraak van het Hof van Justitie volgen vier elementen: 1) de hostingprovider handelt passief 2) deze heeft geen kennis van de illegale activiteit of informatie 3) hij handelt prompt om deze inhoud te verwijderen 4) de afnemer van de dienst handelt niet op gezag of onder toezicht van de dienstverlener. In deze context zijn punten 1 en 2 problematisch. b. Toezicht op het materiaal 26. Volgens het Hof van Justitie van de EU houdt de aansprakelijkheidsvrijstelling in dat de dienstverlener niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de gegevens die hij op verzoek van de afnemer van deze dienst heeft opgeslagen, tenzij hij niet snel deze gegevens verwijdert of de toegang daartoe onmogelijk maakt nadat hij, via een benadeelde of anderszins, kennis heeft gekregen van het onwettige karakter van die gegevens of van activiteiten van die afnemer. Wil er in het kader van de dienst sprake zijn van ‘opslag’ in de zin van artikel 14 van de richt-lijn, dan is tevens vereist dat het gedrag van de verlener van deze dienst binnen de perken blijft van dat van een ‘als tussenpersoon optredende dienstverlener’. Met verwijzing naar considerans 42 van de van de richtlijn, stelt het Hof dat de vrijstellingen van de aansprakelijkheid uitsluitend geldt voor gevallen waarin de activiteit van de aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij een “louter technisch, automatisch en passief” karakter heeft, hetgeen inhoudt dat deze aanbieder “noch kennis noch controle heeft over de informatie die wordt doorgegeven of opgeslagen”. 27. Om na te gaan of de aansprakelijkheid van de dienstverlener kan worden beperkt, moet dan ook vooreerst worden onderzocht of diens rol in die zin neutraal is dat zijn handelingen louter technisch, automatisch en passief zijn, wat impliceert dat hij geen kennis heeft van of controle heeft over de gegevens die hij opslaat. Dit is dus niet het geval wanneer de dienstverlener, in plaats van zich te beperken tot een neutrale levering van die dienst met behulp van een louter technische en automatische verwerking van de gegevens die hem door zijn klanten zijn verstrekt, een actieve rol heeft waardoor hij kennis heeft van of controle heeft over die gegevens. 28. Het Hof van Justitie gaf dan ook aan dat de beheerder van een elektronische marktplaats die bijstand verleent die er onder meer in bestaat om de wijze waarop de verkoopaanbiedingen worden getoond te optimaliseren of deze aanbiedingen te bevorderen, geen neutrale positie tussen de betrokken klant–verkoper en de potentiële kopers heeft ingenomen, maar dat hij een actieve rol heeft gespeeld waardoor hij kennis van of controle over de gegevens betreffende die offertes heeft gekregen. Hij kan zich wat die gegevens betreft dan niet beroepen op de vrijstelling van aansprakelijkheid. 29. Toepassing makend van deze principes heeft het Gerechtshof Amsterdam geoordeeld dat de onderneming achter een website waarop gebruikers pornografisch beeldmateriaal kunnen uploaden, de immuniteit als hostingdienst niet geniet nu de controle die zij — op zich terecht — uitoefent op het beeldmateriaal, verder gaat dan een automatische ingreep maar integendeel een actieve rol speelt. 30. De rechtbank stelt vast dat ook APPLE een uitgebreid proces hanteert van nazicht van apps die ontwikkelaars aan haar aanbieden om te worden verdeeld via de App Store. Dit pro-ces maakt het voorwerp uit van gedetailleerde richtlijnen van APPLE zelf, en kan soms aanleiding geven tot een wisselwerking met de ontwikkelaar , met herhaalde revisies tussen de ontwikkelaars en de reviewers van APPLE zelf alvorens een app definitief wordt goedgekeurd. Over kansspelen stellen de richtlijnen het volgende: “5.3 Gamen, kansspelen en loterijen Gamen, kansspelen en loterijen kunnen lastig te beheren zijn en behoren tot het meest gereguleerde aanbod in de App Store. Neem deze functionaliteit alleen op als je je wettelijke verplichtingen overal waar je je app beschikbaar stelt volledig hebt gecontroleerd en voorbereid bent op extra tijd tijdens het beoordelingsproces. Enkele dingen om in gedachten te houden: 5.3.1 Sweepstakes en prijsvragen moeten worden gesponsord door de ontwikkelaar van de app. 5.3.2 Officiële regels voor sweepstakes, prijsvragen en loterijen moeten in de app worden gepresenteerd en duidelijk maken dat Apple geen sponsor is en op geen enkele manier bij de activiteit betrokken is. 5.3.3 Apps mogen in–app aankopen niet gebruiken om tegoed of valuta te kopen voor gebruik in combinatie met gamen met echt geld. 5.3.4 Apps die gamen met echt geld aanbieden (zoals sportweddenschappen, poker, casinospellen, paardenraces) of loterijen moeten beschikken over de benodigde licenties en toestemmingen op de locaties waar de app wordt gebruikt, moeten geografisch beperkt zijn tot die locaties en moeten gratis zijn in de App Store. Illegale gokhulpmiddelen, waaronder kaartentellers, zijn niet toegestaan in de App Store. Loterij–apps moeten compensatie, kans en een prijs hebben.”. 31. Ten onrechte tracht APPLE haar rol hierin te minimaliseren. Zij stelt: “De beoordeling van apps, hoewel grondig, is gericht op het verzekeren van compatibiliteit en veiligheid volgens gepubliceerde veiligheids–, technische en operationele normen, niet op contentbeheer.”. Dit staat haaks op het beleid dat APPLE zelf in haar richtlijnen publiceert, en waarbij het allereerste criterium (1.1) bestaat uit de categorie ‘aanstootgevende content’ (‘objectionable content’): – lasterlijke, discriminerende of gemene content – realistische afbeeldingen van mensen of dieren die worden vermoord, verminkt, gemarteld of misbruikt, of content die aanzet tot geweld – afbeeldingen die illegaal of roekeloos gebruik van wapens en gevaarlijke voorwerpen aanmoedigen, of de aankoop van vuurwapens of munitie mogelijk maken – openlijk seksueel of pornografisch materiaal – opruiend religieus commentaar of onnauwkeurige of misleidende citaten van religieuze teksten – valse informatie – schadelijke concepten die recente of actuele gebeurtenissen, zoals gewelddadige conflicten, terroristische aanslagen en epidemieën, uitbuiten of er munt uit willen slaan. De vermelde inhoud is niet noodzakelijk illegaal. Het betreft dan ook een zuivere beleidsbeslissing vanwege APPLE op de grenzen op deze manier te bepalen, die zij motiveert met de stelling “als je mensen wilt choqueren en beledigen, is de App Store niet de juiste plek voor je app”. Logischerwijze zou het zinledig zijn om deze inhoudelijke voorwaarden op te leggen, zonder deze te handhaven. Dat APPLE niet zou overgaan tot ‘contentbeheer’, is dan ook manifest niet correct. 32. Uit deze vaststellingen volgt de principiële vraag of — voor zover APPLE überhaupt hier als hostingdienst moet worden beschouwd — haar rol nog de nodige passiviteit vertoont die artikel 14 van de richtlijn (nu artikel 6 van de DSA, waarbij ook consideransen 23 en 24 relevant zijn), zoals geïnterpreteerd in de arresten L’Oréal en YouTube, vereist, of moet worden beschouwd dat de software hierdoor onder haar toezicht wordt aangeboden? c. Kennis van illegale inhoud 33. Moet APPLE moet verder worden beschouwd kennis te hebben gehad van het illegale karakter van de loot boxes? Samen met APPLE moet de rechtbank vaststellen dat er geen wetgevend kader bestaat dat loot boxes buiten de wet zou stellen, noch enige rechterlijke beslissing die de onwettigheid ervan met zoveel woorden vaststelt. In Californië werd daarom een gelijkaardige vordering afgewezen. Nochtans mag dit geen excuus betekenen om aan struisvogelpolitiek te doen. 34. Zoals eerder aangeven stelt APPLE specifieke vereisten aan loot boxes binnen apps. Hieruit blijkt dat zij zich ervan bewust is en was dat hiermee een potentieel probleem bestaat. Zoals ook eerder aangegeven, is de Kansspelcommissie in haar rapport van 2018 tot het besluit gekomen: “De betalende loot boxen in de onderzochte spellen Overwatch, FIFA 18 en Counter-Strike: Global Offensive beantwoorden aan de definitie van een kansspel omdat alle constitutieve elementen van kansspelen aanwezig zijn (spel, inzet, toeval, winst/verlies). Het loot box systeem van Star Wars Battlefront 2 voor de officiële release van het spel be-antwoordde ook aan deze definitie maar dit is heden ten dage niet meer het geval. Kansspelen zijn in België verboden tenzij wat de voorziene uitzonderingen in de Kansspelwet betreft. De grootschalige, permanente exploitatie van deze videospelen door private bedrijven die louter geldgewin voor ogen hebben, en dus geen sociaal of liefdadig doel, zorgt ervoor dat de exploitatie niet onder één van de voorziene uitzonderingen van de Kansspelwet kan vallen. De onderzochte spellen met betalende loot boxen zoals deze momenteel op Belgisch grondgebied worden aangeboden en geëxploiteerd zijn in overtreding met de Kansspel-wet en kunnen strafrechtelijk worden aangepakt.” . Dit verslag kreeg ruime aandacht in de internationale literatuur over het onderwerp, en ook onder meer de Nederlandse en Deense regulatoren kwamen — na analyse van de eigen wetgeving — tot gelijkaardige bevindingen. Ook de minister van Justitie gaf daarna herhaaldelijk in het parlement aan dat loot boxes ver-boden zijn: “De kansspelwet bevat een algemeen verbod op kansspelen, behalve diegene die zij expliciet toelaat. Loot boxes voldoen aan de definitie van een Kansspel en zijn bijgevolg verboden in België.” en “De Kansspelcommissie is van oordeel dat lootboxes op basis van de definitie van kans-spelen in artikel 2, 1° van de Kansspelwet een vorm van kansspelen zijn. Aangezien de Kansspelwet alle kansspelen zonder voorafgaande vergunning verbiedt, en geen ver-gunning voorziet voor de exploitatie van lootboxes, vallen deze dus onder een algemeen verbod.” Ook tijdens het wetgevend proces kwam dit uitdrukkelijk ter sprake: “De laatste tijd wordt er ook meer en meer melding gemaakt van in–game gokelementen bij videogames. Dergelijke in–game gokelementen bevinden zich in de grijze zone van de kansspelen, waarover tot voor kort geen duidelijkheid in bestond of ze nu onder de wet op de kansspelen vielen of niet. Nu bestaat daar wel duidelijkheid over, aangezien de Kansspelcommissie heeft geoordeeld dat ze als kansspelen gekwalificeerd kunnen worden en dus onder de toepasselijke regelgeving vallen. Het betreft meer bepaald de zogenaamde betalende loot boxes.” en “De spreker geeft het voorbeeld van de loot boxes, die alleen in België verboden zijn. Een loot box is een casinosysteem dat verborgen zit in videospelen. Het verbod is er gekomen nadat de operatoren het probleem hebben aangekaart. Het is dus belangrijk dat naar hen wordt geluisterd.” . En naar aanleiding van het uitbrengen van het rapport van de Kansspelcommissie merkte de toenmalige minister van Justitie op zijn persoonlijke website op: “De onderzochte spellen met betalende loot boxen, zoals deze momenteel in ons land worden aangeboden, zijn dan ook in overtreding met de kansspelwetgeving en kunnen strafrechtelijk worden aangepakt. De loot boxen dienen dan ook verwijderd te worden. Indien dat niet gebeurt, riskeren de exploitanten een gevangenisstraf tot vijf jaar en een geldboete tot 800.000 euro. Wanneer ook minderjarigen zijn betrokken, kunnen die straffen verdubbeld worden.” . Ook in de algemene internationale pers werd er zonder omwegen vanuit gegaan dat loot boxes in België verboden waren. Ook de toonaangevende wetenschappelijke literatuur heeft uitdrukkelijk de aanwezigheid loot boxes in games aangeboden in de Belgische App Store van APPLE bestudeerd , en gaat ervan uit dat het aanbieden ervan in België ingaat tegen de wet: “It is not known whether these games are monetising using methods which do not involve loot boxes in Belgium, or whether these games are continuing to sell loot boxes in Belgium. If the latter is true, then these video game companies are either operating contrary to Belgian gambling law and liable for criminal prosecution or operating under a gambling licence (which appears unlikely as none are known to have been granted to video game companies at the time of writing).” en “Because loot boxes have been effectively banned by the Belgian Gaming Commission’s public pronouncement of its interpretation of Belgian gambling law (Belgische Kansspelcommissie [Belgian Gaming Commission]), no loot boxes should be found amongst video games available in Belgium”. En ja, zoals de heer LS terecht opmerkt, heeft zelfs het advocatenkantoor dat APPLE in de huidige procedure bijstaat, in tempore non suspecto ook op zijn blog gewaarschuwd voor de strenge regelgeving in België. Het besluit van de analyse van de toestand in de verschillende lidstaten luidt: “The above examples show that the dominoes have already started falling when it comes to loot box regulation in the EU.” . 35. Het mag dan ook duidelijk zijn dat APPLE, als (één van) de grootste actoren ter wereld, niet zomaar aan deze situatie voorbij kon gaan zonder een ernstige reflectie over het handhaven van loot boxes in games toegankelijke via de Belgische App Store. Zij heeft, in tegen-stelling tot andere actoren, kennelijk geen actie ondernomen. Deze veelheid aan informatie is echter niet noodzakelijk voldoende om te kunnen besluiten dat APPLE kennis had — in de zin van artikel 14 van de richtlijn — van het onwettige karakter van de inhoud. Er bestaat ook geen eenduidigheid over de drempel die hiervoor van toepassing moet worden geacht: moet er een formele aanmelding worden gedaan, moet er een rechterlijke beslissing zijn, of is algemene kennis van de toestand gelet op de marktpositie van de dienstverlener voldoende. Is werkelijke kennis vereist, dan wel kennis die de dienstverlener moet wordt geacht te hebben gehad (‘constructive knowledge’)? Zo gaf advocaat–generaal JÄÄSKINEN in zijn conclusie voor het arrest L’Oréal aan: “Het is niet voldoende dat de dienstverlener kennis had moeten hebben of goede redenen heeft voor een vermoeden van een onrechtmatige activiteit. Dit strookt ook met artikel 15, lid 1, van richtlijn 2000/31, dat de lidstaten verbiedt om dienstverleners algemene verplichtingen op te leggen om toe te zien op de informatie die zij doorgeven of opslaan, of om actief op zoek te gaan naar feiten of omstandigheden die op onrechtmatige activiteiten duiden.” . Deze stelling werd zo geïnterpreteerd dat ‘bewuste blindheid’ hier niet onder valt. Het Hof ging echter verder. Om uit te maken of de dienstverlener verliest doordat hij “kennis heeft gehad van feiten of omstandigheden waaruit het onwettige karakter van de activiteiten of informatie duidelijk blijkt”, volstaat het dat hij kennis had van feiten of omstandigheden op grond waarvan een behoedzame marktdeelnemer de onwettigheid in kwestie had moeten vaststellen. Deze regels moeten bovendien in die zin worden uitgelegd dat zij betrekking hebben op elke situatie waarin de betrokken dienstverlener op enige wijze kennis verkrijgt van dergelijke feiten of omstandigheden. Later verduidelijkte het Hof dat het onwettige karakter van de activiteit of informatie moet voortvloeien uit daadwerkelijke kennis of duidelijk moet blijken, dat wil zeggen dat dit onwettige karakter concreet vastgesteld of gemakkelijk vast te stellen moet zijn. 36. Uit de vaststellingen hierboven blijkt dat APPLE genoegzaam kennis had van het feit dat loot boxes in België onwettig moeten worden beschouwd, bij gebrek aan (mogelijkheid tot) licentie door de Kansspelcommissie. De vraag is of deze kennis over het algemene fenomeen van loot boxes, zich uitstrekt tot het individuele geval van de app die hier ter sprake is. De rechtbank zal dan ook de vraag stellen of deze weliswaar ruime kennis, maar die alge-meen betrekking had op het fenomeen ‘loot box’ dat in zijn geheel onwettige inhoud oplevert (maar niet specifiek op die van Top War: Battle Game), volstaat om te kunnen besluiten dat APPLE kennis had van het probleem, dan wel of de kennis die artikel 14, 1.,
- a)van de richtlijn concrete kennis over individuele inhoud vereist. V. BESLISSING Rechtdoende op tegenspraak en na erover te hebben beraadslaagd, komt de rechtbank tot volgende beslissing: – zij verklaart de hoofdvordering toelaatbaar, – zij schorst de procedure en stelt de volgende prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU: 1. a. Is afdeling 4 van hoofdstuk II (de artikelen 12 – 15) van de Richtlijn inzake elektronische handel (2000/31) van toepassing op gokactiviteiten, hoewel artikel 1, 5., d), derde streepje uitdrukkelijk bepaalt dat deze richtlijn niet van toepassing is op dien-sten van de informatiemaatschappij bestaande uit gokactiviteiten waarbij een geldbedrag wordt ingezet, zoals loterijen en weddenschappen? b. Zo ja, moet dit begrip ‘gokactiviteiten’ worden ingevuld naar nationaal recht, of is het een autonoom begrip van het Unierecht (en welke toepassingscriteria zijn in dat geval relevant, en betekent de aanwezigheid van elementen die hieraan zouden voldoen in een app dat de hele app hierdoor als een gokactiviteit moet worden beschouwd)? 2. Valt software te koop aangeboden op een online platform zoals deze in het geding (App Store) onder het begrip ‘informatie’ in de zin van diezelfde artikelen 12 – 15 (en valt deze verkoop dus onder het begrip ‘de opslag van de door een afnemer van de dienst verstrekte informatie’ in artikel 14, thans artikel 6 van de Digitaledienstenver-ordening 2022/2065)? Zo ja, a. kan om te bepalen of de dienstverlener zich als behoedzame marktdeelnemer heeft gedragen en toch geen kennis heeft van feiten of omstandigheden waaruit het onwettige karakter van de activiteiten of informatie duidelijk blijkt (in de zin van artikel 14, 1., a), thans artikel 6, 1., a)), rekening gehouden worden met in-formatie over een categorie inhoud (hier loot boxes) die per hypothese in haar geheel onwettig is, of moet de informatie die de dienstverlener bereikt betrekking hebben op welbepaalde, individuele inhoud? b. brengt het proces van goedkeuring van apps die in de App Store worden aangeboden met zich mee dat de afnemer deze apps koopt onder toezicht van de dienstverlener, in de zin van artikel 14, 2. (thans artikel 6, 2.)? – in afwachting van het arrest van het Hof van Justitie verzendt zij de zaak naar de bijzondere rol. Deze beslissing is gewezen door de 18de kamer van de ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, samengesteld uit: F. BLOCKX, ondervoorzitter, voorzitter van de kamer, B. VAN ZELE, rechter in ondernemingszaken, H. VAN KERCKHOVEN, rechter in ondernemingszaken, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 16 januari 2025 door de voorzitter van de kamer, bijgestaan door N. VAN GUCHT, griffier. PDF document ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250116.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div