← België

ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250130.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 30 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250130.1 Rolnummer: A/22/00586 Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2026-01-26 Raadplegingen: 522 - laatst gezien 2026-06-18 22:34 Fiche 1 De beperkte waterinfiltraties die nog aanhouden, zijn geen ernstige gebreken in de zin van de bijzondere aansprakelijkheid voor stabiliteitsbedreigende gebreken (art. 1792 en 2270 oud BW). Het betreft wel grote werken, maar de resterende infiltraties zijn slechts gering. Het is niet aangetoond dat de stabiliteit of stevigheid van het gebouw of van een essentieel onderdeel ervan op korte of langere termijn in het gedrang komt. De deskundige oordeelde zelf ook dat die infiltraties niet groot waren en dat er geen aantasting is van de structurele elementen van het gebouw of een essentieel onderdeel ervan. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Bouwrecht - Aanneming - Tienjarige aansprakelijkheid Vrije woorden: Bijzondere aansprakelijkheid aannemer en architect voor stabiliteitsbedreigende gebreken (art. 1792 en 2270 oud BW), tienjarige aansprakelijkheid Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 2270 - 35 ELI link Pub nr 1804032155 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 1792 - 34 ELI link Pub nr 1804032154 Fiche 2 Het staat een opdrachtgever vrij om eventuele lichte verborgen gebreken in de werken te aanvaarden, om zich neer te leggen bij die gebreken en om afstand te doen van zijn aanspraak op herstel, vervanging of schadevergoeding tegen de aannemer. Die afstand kan ook stilzwijgend gebeuren. Dit kan worden aangetoond door de tijd die de opdrachtgever heeft laten verstrijken sinds het opmerken van het gebrek zonder de aannemer in rechte aan te spreken. De redelijke termijn voor de opdrachtgever om de aannemer aan te spreken na de ontdekking van een gebrek dat bij de aanvaarding verborgen was, is geen verjarings- of vervaltermijn noch een formele proceduretermijn, maar is een feitelijk gegeven bij de bewijsvoering van een eventuele aanvaarding van gebrekkige werken en de afstand van de aanspraken op de aannemer. Daarbij zal de concrete invulling van wat als een redelijke termijn moet worden beschouwd om de aannemer aan te spreken, afhangen van een veelheid aan factoren zoals de aard en de omvang van het werk, de aard en de omvang van de gebreken, het progressieve karakter van de gebreken, de eventuele ingebruikneming, gevoerde onderhandelingen, eventuele klachten, enz. De eerdere toelaatbaarverklaring van de hoofdeis staat er daarom niet aan in de weg dat de rechtbank alsnog vaststelt dat de opdrachtgever afstand deed van zijn rechten door een eerdere aanvaarding. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Bouwrecht - Aanneming - Aansprakelijkheid buiten de tienjarige aansprakelijkheid Vrije woorden: Aansprakelijkheid aannemer voor lichte verborgen gebreken, aanvaarding werken, redelijke termijn Fiche 3 Wanneer een aannemer waterdichtingswerken uitvoert, gaat hij behoudens uitdrukkelijk andersluidende overeenkomst een resultaatsverbintenis aan. Hij is aansprakelijk indien dat waterdicht resultaat niet wordt behaald, behoudens overmacht of andere bevrijdende vreemde oorzaak. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Bouwrecht - Aanneming Vrije woorden: Resultaatsverbintenis, aansprakelijkheid aannemer Fiche 4 Indien de rechter in het verslag niet voldoende opheldering vindt, kan hij een aanvullend onderzoek bevelen. Een aanvullend onderzoek voor een advies om al vastgestelde infiltraties ‘meer duurzaam' te herstellen dan voorgesteld door de deskundige, is geen onderzoeksmaatregel om de voor het geschil relevante feiten te bewijzen, maar komt neer op een herstel. Dit zou het voorwerp kunnen zijn van een eis ten gronde, binnen de aanspraken op basis van een vast te stellen aansprakelijkheid, maar is geen bewijsmaatregel meer. Ten overvloede, merkt de rechtbank op dat het gevraagde aanvullende onderzoek een kost met zich zou brengen die een veelvoud zou zijn van de door de deskundige vastgestelde schade. Dergelijk onderzoek, zonder enige zekerheid op nuttige vaststellingen en een betere herstelling, zou niet evenredig zijn aan de inzet van het geschil tussen de partijen. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek Vrije woorden: Aanvullend deskundigenonderzoek, opportuniteit deskundigenonderzoek, proportionaliteit Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 984 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen Veertiende kamer VME RESIDENTIE X, TEGEN BV DAKWERKEN Y, I. SITUERING VAN HET GESCHIL VME Residentie X spreekt aannemer Dakwerken Y aan wegens de gebreken in de dakdichting. Ze vraagt bijkomend onderzoek door de gerechtsdeskundige en een schadevergoeding. II. PROCEDUREVERLOOP VME Residentie X heeft het geding ingeleid bij dagvaarding betekend op 26 januari

  1. Bij vonnis van 15 maart 2022 verklaarde de rechtbank de hoofdeis toelaatbaar en stelde ze ir.-arch. B. aan als deskundige. De rechtbank ontving zijn eindverslag op 12 maart
  2. De zaak werd in beraad genomen op de openbare zitting van 2 januari 2025 nadat de raadslieden van de partijen op die zitting werden gehoord. De rechtbank hield rekening met de neergelegde syntheseconclusies en stukken, onder meer de op de zitting voor de verweerder met toelating van de eiser neergelegde conclusie die is gedateerd op 30 november
  3. In deze procedure werd de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken nageleefd. III. EISEN Met de hoofdeis eist VME Residentie X om een aanvullend deskundigenonderzoek te bevelen. Ondergeschikt eist ze de veroordeling van Dakwerken Y tot betaling van 14.890,80 euro, te vermeerderen met een gerechtelijke interest en met een voorbehoud om meer te vorderen, en met haar veroordeling tot de kosten van het geding met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 1.650,00 euro. Ze vraagt dat de beslissing uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard zonder zekerheidsstelling en met uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement. Ze vraagt de afwijzing van de tegeneis als onontvankelijk, minstens ongegrond. Dakwerken Y vraagt de afwijzing van de hoofdeis als ongegrond met de veroordeling van de eiser op hoofdeis tot de kosten van het geding met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding en de expertisekosten van 3.863,02 euro, en ze eist op tegeneis de veroordeling van VME Residentie X tot terugbetaling van de kost van arch. C. van 3.630,00 euro. Ondergeschikt vraagt ze om tot hoogstens de herstelkost van 4.634,30 euro (5.783,80 euro – 1.149,50 euro) te kunnen worden veroordeeld. Ze vraagt dat de beslissing uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard zonder zekerheidsstelling en met uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement. IV. BEOORDELING A. DESKUNDIGENONDERZOEK
  4. Bij vonnis van 15 maart 2022 stelde de rechtbank ir.-arch. B. aan als deskundige. Ze ontving op 12 maart 2024 zijn eindverslag van 8 maart
  5. Hij besloot onder meer het volgende: - Het beknopt verkoopslastenboek bepaalde niets specifieks over de waterdichting. Het is moeilijk vast te stellen of de werken volgens dat bestek zijn uitgevoerd. De voorziene drainagegoot en de aansluiting van de pompput op de kelder, ontbreken (p. 23). - De werken zijn niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap, aangezien er ondanks alle aanpassingen nog steeds waterinfiltraties zijn (p. 23). - Omdat de juiste locatie van de lekken niet kon worden opgespoord, kan ook niet met zekerheid worden gesteld wat de oorzaak van de schade was (p. 24). Dit is mogelijks een gebrekkige uitvoering van de dakdichting, maar net zo goed mogelijks een beschadiging van die dichting bij de uitvoering van de aanvullingen bovenop die dakdichting. - Aangezien alle werken door Dakwerken Y werden uitgevoerd, is zij technisch verantwoordelijk (p. 24). Hij adviseert de volgende herstellingskosten: - aanpassing ventilatieroosters: 400,00 euro - dempen put en herplaatsen grind: 150,00 euro - plaatsing opvanggoten kelder: 2.880,00 euro - reinigen besmeurde keldermuren: 400,00 euro - aanpassen pompput voor automatisch wegpompen: 950,00 euro - gevolgschade : roestvorming stalen liggers, inbegrepen in herstelling opvanggoten - mindergenot: beperkt, bijwonen en opvolgen onderzoek door bewoners: 1.000,00 euro - minderwaarde: minimale en te herstellen schade, mogelijk nieuwe roestvorming stalen liggers in ondergrondse parking omdat infiltraties niet kunnen worden voorkomen, wat jaarlijkse controle en bijwerking vereist: 4u per jaar, 20 jaar: 6.700,00 euro De rechtbank stelde bij bevel van 24 april 2024 de eindstaat van de kosten en erelonen van de expertise vast op 3.863,75 euro incl. btw. B. VERZOEK TOT AANVULLEND ONDERZOEK
  6. VME Residentie X vraagt om een bijkomend onderzoek over de beschrijving van de werken en de becijfering voor het volledig dichten en wegwerken van al de waterinfiltraties in de kelderruimte voor de autostaanplaatsen, met machtiging om op kosten van Dakwerken Y grondaanvullingen op ondergrondse kelderruimtes te verwijderen en noodzakelijke afbraakwerken te laten uitvoeren teneinde lekken definitief te kunnen lokaliseren en de juiste oorzaak van de waterinfiltraties vast te stellen, met de veroordeling van Dakwerken Y tot het consigneren van een voorschot daarvoor. De VME meent dat de deskundige zijn opdracht niet volledig uitvoerde. Hij heeft de lekken immers niet gelokaliseerd en heeft geen advies gegeven over een definitief herstel. De oplossing van het afleiden van het water met verdere lekken langs de stalen liggers, zou onvoldoende zijn. De deskundige meende dat een precieze lokalisatie te kostelijk zou zijn en dat het afgraven van de aanvullingen van de dakdichting die dichting kon beschadigen. De VME zou echter recht hebben op een volledig herstel en zou geen genoegen moeten nemen met “een minderwaarde en een halfslachtige oplossing”. De wateroverlast zou naar omvang en frequentie voldoende ernstig zijn om zo’n onderzoek te verantwoorden.
  7. Dakwerken Y betwist de eis in uitbreiding van het onderzoek. Dit zou disproportioneel zijn. De deskundige zou dit ook zelf hebben geoordeeld, met een verwijzing naar de hoge kosten en risico’s van het afgraven (ongeveer 50.000,00 euro) in vergelijking met de beperkte gevolgen van de lekkages. Dit zou niet opportuun zijn. De mede-eigenaars zouden daar zelf ook over twijfelen. Dit zou de meest schadelijke oplossing zijn, en daardoor te kwader trouw. De VME had ook zelf een verzoek kunnen richten tot de controlerechter tijdens het onderzoek.
  8. Indien de rechter in het verslag niet voldoende opheldering vindt, kan hij een aanvullend onderzoek bevelen. De rechtbank oordeelt dat het onderzoek van de gerechtsdeskundige volstaat voor de behandeling van het geschil zoals door de partijen aan haar voorgelegd. De deskundige kon met zijn onderzoek vaststellen dat de werken niet zijn uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap, gelet op de aanhoudende waterinfiltraties. Hij kon vaststellen dat die infiltraties beperkt zijn, waardoor een meer beperkte herstellingsmaatregel gepast is en een verder uitgebreid en destructief onderzoek niet wenselijk is. Het gevraagde aanvullende onderzoek zou immers inhouden dat de volledige bovenlaag zou worden verwijderd. Door dergelijk intensief afschrapen, zou de waterdichtingslaag zonder twijfel worden beschadigd en zou er onmogelijk kunnen worden vastgesteld welke beschadigingen, scheuren, losse naden e.d. door die onderzoeksdaden zouden zijn veroorzaakt dan wel door initieel gebrekkige werken van de aannemer. Voor de behandeling van de zaak is een meer nauwkeurige bepaling van de oorzaak van de infiltraties ook niet nodig. VME Residentie X spreekt aannemer Dakwerken Y immers aan op basis van haar resultaatsverbintenis om een waterdicht geheel te verschaffen, zoals de rechtbank hieronder verder vaststelt. Als bewijs van een aansprakelijkheid van die aannemer volstaat het niet behalen van het waterdichte resultaat, wat wordt aangetoond door de aanhoudende infiltraties. Een verder onderzoek van de oorzaak kan hoogstens leiden tot ofwel een overbodige bevestiging van de niet-nakoming, ofwel een verweermiddel voor aannemer Dakwerken Y door een bevrijdende vreemde oorzaak aan te tonen. Dat laatste is evenwel aan de aannemer om te bewijzen, waarbij die partij niet vraagt om een aanvullend onderzoek. Een aanvullend onderzoek om de infiltraties ‘meer duurzaam’ te herstellen dan voorgesteld door de deskundige, is geen onderzoeksmaatregel om de voor het geschil relevante feiten te bewijzen, maar komt neer op een herstel. Dit zou het voorwerp kunnen zijn van een eis ten gronde, binnen de aanspraken op basis van een vast te stellen aansprakelijkheid, maar is geen bewijsmaatregel meer. Ten overvloede, merkt de rechtbank op dat het gevraagde aanvullende onderzoek een kost met zich zou brengen die een veelvoud zou zijn van de door de deskundige vastgestelde schade. Dergelijk onderzoek, zonder enige zekerheid op nuttige vaststellingen en een betere herstelling, zou niet evenredig zijn aan de inzet van het geschil tussen de partijen. Het verzoek tot aanvullend onderzoek is daarom ongegrond. C. HOOFDEIS
  9. VME Residentie X spreekt aannemer Dakwerken Y aan wegens de gebreken in de dakdichting. Ze wijst op een resultaatsverbintenis en de aansprakelijkheid van art. 1792 en 2270 oud BW en voor verborgen gebreken. De aannemer zou aansprakelijk zijn ongeacht het gebrek aan concrete lokalisatie van de lekken. De aansprakelijkheid zou nooit zijn betwist en Dakwerken Y zou herstellingswerken hebben uitgevoerd. Voorlopig bepaalt ze haar schade op herstellingskosten van 5.783,80 euro, een mindergenot van 1.000,00 euro en een minderwaarde van 8.107,00 euro. De kosten voor de pompput maken deel uit van het herstel, ongeacht dat een oorspronkelijk voorziene pompput niet zou zijn uitgevoerd.
  10. Dakwerken Y betwist de hoofdeis. De werken zouden op 23 oktober 2013 voorlopig zijn opgeleverd. Na een aanmaning door de syndicus over infiltraties in de ondergrondse parkeergarage, zouden de partijen samen arch. C. hebben aangesteld, die na twee jaar geen oorzaak kon vinden. De gebreken zouden geen stabiliteitsbedreigende gebreken zijn. De deskundige zou hebben geschreven dat er geen risico zou zijn op betonrot zolang het beton niet beschadigd wordt. Er zou pas op 26 januari 2022 zijn gedagvaard. De redelijke termijn zou zijn verstreken. De oorzaak zou ook nooit zijn vastgesteld door de deskundige. Zijn advies dat Dakwerken Y ervoor verantwoordelijk zou zijn, zou daarom onjuist zijn. Het ontbreken van de pompput was een zichtbaar gebrek dat aanvaard zou zijn. Het mindergenot zou te groot zijn voor garages die altijd konden worden gebruikt, en gelet op de vele plaatsbezoeken die niet zouden worden vergoed. Het mindergenot zou ook te ruim zijn bepaald, voor een parking die al sinds 2013 in gebruik is.
  11. Er is geen betwisting over dat VME Residentie X de mede-eigenaars vertegenwoordigt voor de uitoefening van de rechten met betrekking tot de gemeenschappelijke delen, zoals de waterdichting van de ondergrondse parking. Dit is niet beperkt tot materiële schade en herstellingskosten. Wanneer er een beperking is van het genot met betrekking tot de gemeenschappelijke delen die wordt ondervonden door de mede-eigenaars, zijn ook die aanspraken ondergebracht in de onverdeeldheid met vertegenwoordiging door de vereniging van mede-eigenaars en kan die vereniging optreden om schadevergoeding te eisen van de schuldenaar wegens de genotsderving.
  12. De rechtbank stelt geen aanvaarding vast van de gebrekkige situatie door VME Residentie X, zoals tevergeefs door aannemer Dakwerken Y aangevoerd. Dakwerken Y stelt terecht dat de beperkte waterinfiltraties die nog aanhouden, geen ernstige gebreken zijn in de zin van de bijzondere aansprakelijkheid voor stabiliteitsbedreigende gebreken (art. 1792 en 2270 oud BW). Het betreft wel grote werken, maar de resterende infiltraties zijn slechts gering. Het is niet aangetoond dat de stabiliteit of stevigheid van het gebouw of van een essentieel onderdeel ervan op korte of langere termijn in het gedrang komt. De deskundige oordeelde zelf ook dat die infiltraties niet groot waren en dat er geen aantasting is van de structurele elementen van het gebouw of een essentieel onderdeel ervan. Een meer structurele beschadiging op korte of langere termijn is slechts eventueel, en kan volgens de deskundige relatief eenvoudig worden vermeden door een jaarlijks nazicht van de stalen liggers en een jaarlijkse beperkte bijwerking om roestvorming te voorkomen (eindverslag, p. 25). Dit zou slechts zo’n vier uren per jaar vereisen. VME Residentie X doet ook geen enkele moeite om zelf de ernst van de waterinfiltraties aan te tonen, om het deskundigenverslag daarover tegen te spreken. Ze brengt geen enkele recente foto of film bij van de infiltraties. Ze geeft geen enkele actuele informatie over de plaatsen waar ze nog infiltraties waarneemt, over de tijdstippen in functie van de weersomstandigheden, of over het debiet ervan. Ten slotte adviseerde ook de partijdeskundige van de VME, ir.-arch. C., in zijn laatste verslag van 29 januari 2021 geen volledige vervanging van de waterdichting om de oorzaken van de infiltraties definitief te herstellen, maar noteerde hij zonder eigen opmerkingen, voorbehouden of waarschuwingen de hersteloplossing van de aannemer die bestond in het aanbrengen van goten en afvoerbuizen met aan afwatering naar de pompput (stuk VME Residentie X, nr. 10, p. 2). Het staat een opdrachtgever vrij om eventuele lichte verborgen gebreken in de werken te aanvaarden, om zich neer te leggen bij die gebreken en om afstand te doen van zijn aanspraak op herstel, vervanging of schadevergoeding tegen de aannemer. Die afstand kan ook stilzwijgend gebeuren. Dit kan worden aangetoond door de tijd die de opdrachtgever heeft laten verstrijken sinds het opmerken van het gebrek zonder de aannemer in rechte aan te spreken. De redelijke termijn voor de opdrachtgever om de aannemer aan te spreken na de ontdekking van een gebrek dat bij de aanvaarding verborgen was, is geen verjarings- of vervaltermijn noch een formele proceduretermijn, maar is een feitelijk gegeven bij de bewijsvoering van een eventuele aanvaarding van gebrekkige werken en de afstand van de aanspraken op de aannemer. Daarbij zal de concrete invulling van wat als een redelijke termijn moet worden beschouwd om de aannemer aan te spreken, afhangen van een veelheid aan factoren zoals de aard en de omvang van het werk, de aard en de omvang van de gebreken, het progressieve karakter van de gebreken, de eventuele ingebruikneming, gevoerde onderhandelingen, eventuele klachten, enz. De eerdere toelaatbaarverklaring van de hoofdeis staat er daarom niet aan in de weg dat de rechtbank alsnog vaststelt dat de opdrachtgever afstand deed van zijn rechten door een eerdere aanvaarding. De rechtbank stelt evenwel geen aanvaarding vast. De werken zijn al wel lang voorlopig opgeleverd, op 23 oktober 2013, maar ook bij die oplevering waren er al opmerkingen over infiltraties (stuk Dakwerken Y, nr. 22). Dakwerken Y voerde nog herstellingswerken uit in 2016, zoals bevestigd in de brief van haar raadslieden van 10 en 12 februari 2021 (stuk Dakwerken Y, nr. 5). De partijen voerden ook daarna nog onderzoeken uit naar infiltraties onder leiding van partijdeskundige ir.-arch. C. vanaf augustus 2019 tot een negende verslag op 29 januari 2021 (stukken VME Residentie X, nr. 1 t.e.m. 10). Vervolgens spraken en e-mailden de partijen elkaar daarover nog tot 12 april 2021 (stuk Dakwerken Y, nr. 6). De dagvaarding op 26 januari 2022 tast de grenzen aan van een vermoeden van stilzwijgende aanvaarding, maar is nog binnen de redelijke termijn na het stilvallen van de briefwisseling in de lente van
  13. De rechtbank houdt immers ook rekening met de moeilijkheid om in een vereniging van mede-eigenaars tot een beslissing te komen om een gerechtsprocedure op te starten.
  14. De rechtbank stelt vast dat aannemer Dakwerken Y zich ertoe verbond om ook de ondergrondse ruimte waterdicht te krijgen. Het bestek bepaalde “waterdicht gewapend beton”, en ook de waterdichting voor de terrassen en platte daken (stuk Dakwerken Y, nr. 9, verkoopslastenboek, p. 4; stuk Dakwerken Y, nr. 14, doorsnedeplan met vermelding dichtingslagen). Wanneer een aannemer waterdichtingswerken uitvoert, gaat hij behoudens uitdrukkelijk andersluidende overeenkomst een resultaatsverbintenis aan. Hij is aansprakelijk indien dat waterdicht resultaat niet wordt behaald, behoudens overmacht of andere bevrijdende vreemde oorzaak. De aanhoudende waterinfiltraties zijn aangetoond. De deskundige heeft dit kunnen vaststellen en dit wordt ook aangetoond door de briefwisseling daarover tussen de partijen en de eerdere, onvoldoende herstellingspogingen van aannemer Dakwerken Y. Het waterdichte resultaat is niet behaald en Dakwerken Y is daarvoor aansprakelijk. Dakwerken Y wijst op de mogelijkheid van bevrijdende vreemde oorzaken, zoals beschadigingen door werken van derden. Ze legt daarover evenwel geen enkel bewijsstuk neer. Bij gebreke aan bewijs van dergelijke vreemde oorzaken, is ze niet van haar aansprakelijkheid bevrijd.
  15. VME Residentie X bepaalt haar schade voorlopig op 14.890,80 euro: herstellingskosten van 5.783,80 euro incl. btw, een mindergenot van 1.000,00 euro en een minderwaarde van 8.107,00 euro. De eis stemt overeen met het advies van de deskundige over die schade: - herstellingswerken: 4.780,00 euro excl. btw (5.783,80 euro incl. btw) (incl. aanpassen pompput voor automatisch wegpompen aan 950,00 euro excl. btw (1.149,50 euro incl. btw)) - mindergenot: 1.000,00 euro - minderwaarde: 6.700,00 euro excl. btw (8.107,00 euro incl. btw) Bij gebreke aan bewijs dat de VME de belasting op de toegevoegde waarde kan recupereren, zijn de schadebedragen voor de herstellingswerken of nog uit te voeren beschermingsmaatregelen met die belasting te verhogen. Dakwerken Y merkt terecht op dat het ontbreken van een pompput bij de voorlopige oplevering een zichtbaar element was waarover toen geen opmerking werd gemaakt. Ook nadien werd daarover gedurende jaren geen opmerking gemaakt. Er is geen vordering over ingesteld binnen de tien jaar na die voorlopige oplevering. Op zich is dit aanvaard door de opdrachtgever. Door de aanhoudende infiltraties moet er evenwel niet enkel een gebruikelijke hoeveelheid water worden afgevoerd uit de ondergrondse parking, zoals sneeuw of regen, maar ook het binnen lekkende water. Die meerhoeveelheid was niet voorzien bij de aanvaarding van het gebrek aan pompput en is een rechtstreeks gevolg van de gebreken waarvoor aannemer Dakwerken Y aansprakelijk is. De deskundige heeft daarom terecht ook de kost voor het afvoeren van dat overtollige water van de infiltraties als een onderdeel van de schade bepaald. Dit is een noodzakelijk gevolg van de toerekenbare niet-nakoming en Dakwerken Y is daarvoor eveneens aansprakelijk. De eis in vergoeding van de volledige kost van 5.783,80 euro incl. btw, met inbegrip van de kost van 1.149,50 euro incl. btw voor het afvoeren van het opgevangen water, is gegrond. Infiltraties gedurende meerdere jaren hebben zonder twijfel het gebruik van de ondergrondse parking gehinderd. Het geëiste mindergenot van 1.000,00 euro stemt overeen met het advies van de deskundige en komt neer op nog geen tien euro per maand voor de verschillende parkeerplaatsen, manoeuvreerruimte en doorrijplaatsen. De rechtbank krijgt onvoldoende andere aanknopingspunten om die schade meer concreet en nauwkeurig te begroten. Ze stelt die naar redelijkheid en billijkheid (‘ex aequo et bono’) vast op het door de deskundige geadviseerde bedrag van 1.000,00 euro. Dakwerken Y voert ten onrechte aan dat de minderwaarde van 6.700,00 euro “royaal” is berekend door de deskundige. Die minderwaarde komt neer op een toekomstige en zekere kost. De deskundige stelde nauwkeurig vast dat er nog gedurende twintig jaar een nazicht en bijwerking vereist is gedurende vier uren per jaar. Dit is een beperkte kost voor beperkte infiltraties en om die infiltraties ook beperkt te houden. Zonder die beperkte kost, zou er immers wel een aantasting kunnen zijn van de constructieve onderdelen. Die minderwaarde hangt zo noodzakelijk samen met de kwalificatie van de gebreken als lichte gebreken, en geen stabiliteitsbedreigende gebreken. Dakwerken Y toont niet aan dat die kost beperkter kan worden gehouden. Ze bewijst ook niet dat de overeengekomen of beoogde levensduur van de parking minder dan dertig jaar was. De eis in vergoeding van de volledige kost van 8.107,00 euro incl. btw, is gegrond. De ondergeschikte hoofdeis in betaling van 14.890,80 euro, is gegrond. De rechtbank kent geen voorbehoud toe voor verdere schade. De zaak werd in staat gesteld en behandeld op de terechtzitting. VME Residentie X toont geen andere aansprakelijkheid of schade aan die voorlopig nog niet kon worden bepaald. De toegekende hoofdeis is de definitieve schadevergoeding voor de in dit vonnis vastgestelde aansprakelijkheid van Dakwerken Y.
  16. VME Residentie X vraagt de verhoging van de hoofdsom met een gerechtelijke interest. Wanneer een partij een gerechtelijke interest eist, wordt ze niet vermoed om enkel de interest vanaf de uitspraak te krijgen, waarover de rechter zich immers in beginsel niet moet uitspreken, maar wordt ze vermoed om een interest te eisen op de hoofdsom vanaf het ogenblik van het instellen van de hoofdeis aan een wettelijke rentevoet. De vergoedende interest maakt een integrerend deel uit van de vergoeding van de schade die is veroorzaakt door een contractuele niet-nakoming. Hij vormt een aanvullende vergoeding voor de schade die voortvloeit uit de vertraging die bij de schadeloosstelling is opgelopen. Er kan geen interest worden toegekend voor een periode die het ontstaan van de schade voorafgaat. In het geval een schade zich uitstrekt over een langere periode, kan de rechter op het totale bedrag van de schadevergoeding een interest toekennen vanaf een gemiddelde datum. Gelet op de infiltraties vastgesteld sinds het verslag van partijdeskundige ir.-arch. C. van 29 januari 2021 en de maatregelen voorgesteld door gerechtsdeskundige ir.-arch. B. in zijn eindverslag van 8 maart 2024, kan een interest worden toegekend vanaf de gemiddelde datum van 19 augustus 2022 op de schade met een uitzondering van de nog te maken kosten van 8.107,00 euro incl. btw (enkel een interest vanaf 19 augustus 2022 op het saldo van 6.783,80 euro). Om tot een zo volledig mogelijk schadeherstel te komen, loopt die interest aan de wettelijke rentevoet. D. TEGENEIS
  17. Dakwerken Y spreekt VME Residentie X op tegeneis aan in vergoeding van de kosten van de eerdere (partij)deskundige C., die tot gelijkaardige besluiten zou zijn gekomen als de gerechtsdeskundige.
  18. VME Residentie X betwist de tegeneis. Er zou geen duidelijke rechtsgrond zijn waarom ze de architectenkosten van Dakwerken Y zou moeten dragen.
  19. De rechtbank stelt vast dat de aannemer en de mede-eigenaars op 29 januari 2019 overeenkwamen dat ir.-arch. C. onderzoeken zou uitvoeren en dat Dakwerken Y zou instaan “voor de integrale provisionering van de architect-deskundige”. Dakwerken Y toont niet aan dat de betaling aan de partijdeskundige onverschuldigd was. Ze toont evenmin een overeenkomst aan waarbij VME Residentie X een deel of het geheel van de expertisekosten op zich zou nemen. Ze bewijst ook niet dat VME Residentie X partij was bij die overeenkomst. Ze toont evenmin een buitencontractuele aansprakelijkheid of andere grondslag aan waarom VME Residentie X zou moeten instaan voor die kosten. Het louter opstarten van deze gerechtsprocedure, waarin de ondergeschikte hoofdeis wordt toegekend en waarbij de gerechtsdeskundige een oplossing adviseert die gelijkaardig is aan de door Dakwerken Y voorgestelde oplossing, is daarvoor onvoldoende. Hiermee wordt wel rekening gehouden bij de gerechtskosten. E. UITVOERBAARHEID, ZEKERHEIDSSTELLING EN KANTONNEMENT
  20. De eisende partij op hoofdeis vraagt dat de beslissing uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement. Eindvonnissen zijn in principe uitvoerbaar bij voorraad (art. 1397, eerste lid Ger.W.). De rechtbank kan aan de voorlopige tenuitvoerlegging de voorwaarde verbinden dat een zekerheid wordt gesteld (art. 1400, § 1 Ger.W.). Geen van de partijen vraagt de rechtbank om dergelijke zekerheidstelling. Ze dient zich daarom niet over de uitsluiting ervan uit te spreken. De rechtbank kan beslissen dat er geen reden is tot kantonnement voor de veroordelingen die ze uitspreekt of voor een deel ervan, indien de vertraging in de regeling de schuldeiser aan een ernstig nadeel blootstelt (art. 1406 Ger.W.). Dit verzoek wordt niet verder gemotiveerd, laat staan bijzonder gemotiveerd. Bij gebreke aan aangevoerde redenen, kan op dit verzoek niet worden ingegaan. V. GERECHTSKOSTEN
  21. Hoewel geen enkele partij volledig in het gelijk is gesteld, is VME Residentie X de partij die voor het grootste deel in het gelijk is gesteld. Voor het bepalen van de rechtsplegingsvergoeding stelt de rechtbank het bedrag van de hoofdeis vast op 14.890,80 euro, te vermeerderen met de interesten tot op de dag van de betekening van de geding inleidende dagvaarding, zoals gevorderd door de eisende partij. Het verzoek voor een aanvullend onderzoek, is geen ‘rechtsvordering’ in de zin van artikel 1 KB 26 oktober 2007 Tarief RPV, maar een verzoek om een bewijsmaatregel te treffen dat niet in aanmerking komt bij de bepaling van de rechtsplegingsvergoeding. Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding bedraagt daardoor 1.650,00 euro.
  22. Dakwerken Y wijst terecht erop dat de oplossing die de deskundige adviseerde heel gelijkaardig is aan de oplossing die de aannemer adviseerde in het eerdere onderzoek onder leiding van partijdeskundige ir.-arch. C.. Het gebrek aan opdracht voor die beperkte werken, toe te vertrouwen door VME Residentie X, in de hoop van de VME om een volledig nieuwe waterdichting te krijgen in de procedure, was ongegrond. Daarentegen betwistte Dakwerken Y ten onrechte de door de deskundige geadviseerde schadeposten die daarmee verband hielden. De aannemer heeft de VME evenmin aangemaand om de herstellingswerken te mogen uitvoeren. De rechtbank verdeelt de expertisekosten van de gerechtsdeskundige daarom gelijk tussen de beide partijen. De eindstaat van de kosten en erelonen van de expertise werden vastgesteld op 3.863,75 euro incl. btw, betaald door VME Residentie X. Dakwerken Y dient de helft daarvan aan de VME te betalen. Het afrondingsverschil is ten laste van Dakwerken Y. VI. BESLISSING Na beraad en gelet op de argumenten hierboven, beslist de rechtbank het volgende. Deze beslissing gebeurt op tegenspraak. De rechtbank verklaart het verzoek van VME Residentie X om een aanvullend deskundigenonderzoek te bevelen, ongegrond en wijst dat verzoek af. Ze verklaart de ondergeschikte hoofdeis van VME Residentie X toelaatbaar en gegrond zoals hieronder volgt. Ze veroordeelt Dakwerken Y tot betaling aan VME Residentie X van: - het bedrag van 14.890,80 euro, - een interest op het bedrag van 6.783,80 euro aan de wettelijke rentevoet bepaald in artikel 2, § 1 van de Wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest vanaf 19 augustus 2022 tot de dag van volledige betaling. Ze wijst het meergevorderde af als ongegrond. Ze verklaart de tegeneis van Dakwerken Y ongegrond en wijst die tegeneis af. De rechtbank verwijst Dakwerken Y in de gerechtskosten en veroordeelt haar tot betaling aan VME Residentie X van de rechtsplegingsvergoeding van 1.650,00 euro, de dagvaardingskosten van 195,35 euro, en een deel van de expertisekosten van 1.931,88 (helft van 3.863,75 euro). Dakwerken Y moet, na uitnodiging, de rolrechten van 165,00 euro betalen aan de Belgische Staat, FOD Financiën. Deze beslissing is gewezen door de veertiende kamer van de ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, samengesteld uit: S. BUSSCHER, rechter, voorzitter van de kamer, *, rechter in ondernemingszaken, *, rechter in ondernemingszaken, en uitgesproken in openbare zitting van diezelfde kamer op 30 januari 2025 door de voorzitter van die kamer, bijgestaan door *, griffier. PDF document ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250130.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.