← België

ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250423.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 23 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250423.1 Rolnummer: A/24/04871 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2026-01-26 Raadplegingen: 427 - laatst gezien 2026-06-18 20:07 Fiche 1 De aannemer dient de werken uit te voeren in overeenstemming met de contractuele documenten, de regels van de kunst en het goede vakmanschap. Tot die regels van de kunst en het goede vakmanschap behoren ook de normen, zoals de technische voorlichtingen van Buildwise (WTCB). De opdrachtgever die een eis instelt wegens gebreken, moet het bestaan van die gebreken en van een aan de aannemer toerekenbare fout bewijzen. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Bouwrecht - Aanneming Vrije woorden: Aansprakelijkheid aannemer, uitvoering werken, regels van de kunst, normen, technische voorlichtingen Buildwise (WTCB) Fiche 2 De opdrachtgever aanvaardt de werken, behoudens andersluidende wetgeving of overeenkomst, bij of zeer kort na de levering ervan door de aannemer en de inontvangstneming door de opdrachtgever. Het staat de opdrachtgever vrij om eventuele lichte gebreken in de werken te aanvaarden, om zich neer te leggen bij die gebreken en om afstand te doen van zijn aanspraak op herstel, vervanging of schadevergoeding tegen de aannemer. Die afstand kan uitdrukkelijk gebeuren, maar ook stilzwijgend. Van zichtbare gebreken doet de opdrachtgever afstand bij de aanvaarding, behoudens voorbehoud daarover bij of zeer kort na de (op)levering en inontvangstneming. In deze zaak is een eerste klacht een week na de betaling van de factuur en ook nadat de verweten zichtbare tekortkomingen werden vastgesteld, waarna daarop nog werd voortgewerkt in opdracht van de opdrachtgever door een derde aannemer, dermate laattijdig dat dit enkel als een aanvaarding van die zichtbare toestand kan worden beschouwd. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Bouwrecht - Aanneming - Aanvaarding Vrije woorden: Aansprakelijkheid aannemer, aanvaarding werken, oplevering, lichte gebreken, zichtbare gebreken Tekst van de beslissing Ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen Derde kamer BV DIERENOPVANG A, TEGEN de heer WERKEN B, NV MATERIALEN C, NV FABRIEKEN D, I. SITUERING VAN HET GESCHIL De betwisting bestaat tussen opdrachtgever Dierenopvang A, aannemer Werken B, verkoper Materialen C (voorheen “Bouwmaterialen C”) en producent Fabrieken D. Fabrieken D zou 300 gipskartonnen panelen hebben verkocht aan E., met levering bij Materialen C. 56 panelen werden doorverkocht aan aannemer Werken B die ze plaatste in de kantoren van Dierenopvang A. Die laatste spreekt de aannemer aan wegens vermeende gebreken in die panelen. II. PROCEDUREVERLOOP Dierenopvang A heeft het geding ingeleid bij dagvaarding betekend op 8 oktober

  1. Op verzoek van de heer Werken B werd op 18 november 2024 een dagvaarding in tussenkomst en vrijwaring betekend aan Bouwmaterialen C, thans genaamd Materialen C. Op 26 november 2024 legde Fabrieken D een verzoekschrift in vrijwillige tussenkomst neer. De zaak werd in beraad genomen op de openbare zitting van 26 maart 2025 nadat de raadslieden van de partijen op die zitting werden gehoord. De rechtbank hield rekening met de neergelegde conclusies en stukken. In deze procedure werd de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken nageleefd. III. EISEN Met de hoofdeis eist Dierenopvang A de aanstelling van een deskundige. Ondergeschikt eist ze de ontbinding van de overeenkomst met de heer Werken B en zijn veroordeling tot (terug)betaling van 12.686,85 euro incl. btw, en ondergeschikt de toelating om de werken door een derde te laten uitvoeren op zijn kosten voorlopig bepaald op 14.002,00 euro, en om hem te veroordelen tot vergoeding van de schade voorlopig bepaald op 250,00 euro per maand esthetisch mindergenot, evenals tot de kosten van het geding met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding. De heer Werken B vraagt de afwijzing van de hoofdeis als ontoelaatbaar, minstens ongegrond, met de veroordeling van de eiser op hoofdeis tot de kosten van het geding met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 1.800,00 euro. Hij vraagt de veroordeling van Materialen C tot tussenkomst en vrijwaring. Hij stelt ondergeschikt een aangepaste deskundigenopdracht voor. Materialen C vraagt de afwijzing van de tusseneis van Werken B als zonder voorwerp, ontoelaatbaar en minstens ongegrond, met de veroordeling van de eiser in tussenkomst en vrijwaring tot de kosten van het geding met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 1.883,72 euro. Ondergeschikt eist ze de veroordeling van Fabrieken D Construction Products tot vrijwaring en tot de kosten van het geding met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 1.883,72 euro. Fabrieken D vraagt akte te verlenen aan haar vrijwillige tussenkomst. Ze vraagt voor recht te horen zeggen dat een expertise niet aangewezen is en om de tusseneis van Materialen C af te wijzen als zonder voorwerp, ontoelaatbaar en minstens ongegrond, met de veroordeling van die eiser in vrijwaring tot de kosten van het geding met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 1.883,72 euro. IV. BEOORDELING
  2. Opdrachtgever Dierenopvang A stelt dat de door aannemer Werken B geplaatste gipswanden gebrekkig zijn: inferieure kwaliteit, gegolfd en met groeven in plaats van vlak, wat zou zijn gebleken toen de platen werden geschilderd. De gebreken zijn buiten de marges die de normen (WTCB TV é ed. 2007) voorschrijven. Ze betwist dat die oneffenheden door het schilderen konden worden veroorzaakt. De betaling zou geen afstand inhouden. De aannemer zou de opdrachtgever tot na augustus 2023 ‘aan het lijntje’ hebben gehouden en naar haar leverancier hebben verwezen.
  3. Aannemer Werken B betwist de eis om een deskundige aan te stellen. Hij plaatste gipswanden voor opdrachtgever Dierenopvang A voor een prijs van 11.960,85 euro. Hij kocht die bij Materialen C. Op 24 juni 2023 schreef hij zijn slotfactuur uit. Op 10 juli 2023 kwamen de partijen opnieuw ter plaatse wegens klachten van de opdrachtgever, die niet zou hebben ingestemd met de voorstellen van Materialen C om daaraan te verhelpen. Hij betwist de hoofdeis. Er zou geen gebrek zijn bewezen. De geplaatste platen zouden zijn aanvaard door de voorbehoudloze betaling, de bewerking door Dierenopvang A en het uitblijven van opmerkingen lang na de plaatsing. De redelijke termijn zou zijn overschreden. Hij betrekt leverancier Materialen C in vrijwaring. Ondergeschikt moet de opdracht worden aangevuld.
  4. Materialen C betwist de eis in tussenkomst en vrijwaring en spreekt ondergeschikt Fabrieken D aan in vrijwaring. Ze sluit zich aan bij het verweer van Aannemer Werken B. De panelen zouden zonder voorbehoud zijn betaald en aanvaard. Ze zouden zijn beschilderd zonder opmerkingen over oneffenheden. Een deskundige zou niet moeten tussenkomen, wat ook proceseconomisch onverantwoord zou zijn. Hoogstens zouden dit productiefouten betreffen, waarvoor enkel Fabrieken D zou moeten instaan. Ze spreekt die laatste ondergeschikt aan in vrijwaring.
  5. Fabrieken D betwist de eis om een deskundige aan te stellen. Er zou geen enkel gebrek in de door haar geleverde gyproc-platen aannemelijk zijn gemaakt of bewezen. Van de 300 door haar aan de tussenverkoper geleverde platen, zou er geen enkele andere klacht zijn. De platen zouden volledig zijn verwerkt, betaald en aanvaard. Ze meent dat de platen door een onvakkundig iemand werden geschilderd, evt. Dierenopvang A zelf. Een eventueel gebrek buiten de WTCB-toleranties, zou zichtbaar moeten zijn en daardoor aanvaard. WTCB TV é van 2007 zou nog altijd van toepassing zijn. Eventuele schrammen in een grondlaag zouden met een eindlaag kunnen worden weggewerkt. Ze wijst erop dat de eiser blijkbaar geen architect had gelast en evenmin had geverifieerd of de platen aan de norm beantwoordden. Een niet-aanvaard commercieel voorstel hield geen erkenning in van aansprakelijkheid. De dagvaarding op 8 oktober 2024 terwijl al op 26 september en 16 oktober 2023 duidelijk zou zijn dat Fabrieken D geen verantwoordelijkheid op zich nam, zou ook laattijdig zijn. De aanstelling van een deskundige zou ook geen zin meer hebben. Dit zou ook buiten verhouding zijn: de heer Werken B zou maar 697,54 euro hebben betaald voor de panelen. De schadecijfers zouden onaanvaardbaar en onbewezen zijn. Ze betwist de eis in vrijwaring van Materialen C, met wie ze geen contract had en wegens de ongegrondheid van de eisen van Dierenopvang A en van de heer Werken B. Er zou ook geen productiefout bewezen zijn.
  6. De verweerder op hoofdeis is een natuurlijke persoon. De ondernemingsrechtbank is bevoegd voor geschillen tussen ondernemingen die wat betreft natuurlijke personen betrekking hebben op een handeling die niet kennelijk vreemd is aan de onderneming (art. 573 Ger.W.). De rechtbank stelt vast dat deze betwisting werken betreft die de verwerende partij als zelfstandige aannemer uitvoerde, en aldus niet kennelijk vreemd is aan de onderneming. De rechtbank is materieel bevoegd.
  7. Er worden geen concrete middelen ontwikkeld over de toelaatbaarheid van de hoofdeis. De verweermiddelen met betrekking tot de gebreken betreffen de grond van de zaak. Ook de middelen over de tijdigheid van de eis van de opdrachtgever tegen de aannemer, betreffen de grond van de zaak. De redelijke termijn voor de opdrachtgever om de aannemer aan te spreken na de ontdekking van een verborgen gebrek, is geen verjarings- of vervaltermijn noch een formele proceduretermijn, maar is een feitelijk gegeven bij de bewijsvoering van een eventuele aanvaarding van gebrekkige werken en de afstand van de aanspraken op de aannemer.
  8. De rechtbank besluit dat de hoofdeis van Dierenopvang A ongegrond is wegens wat ze hieronder beoordeelt. De aannemer die aanspraak maakt op de betaling van de aannemingsprijs voor uitgevoerde werken moet aantonen dat er hierover een overeenkomst bestaat en dat hij de werken heeft uitgevoerd. In dit geval heeft Dierenopvang A aannemer Werken B reeds betaald. De aannemer moet daarom niet meer de goede uitvoering bewijzen. Omgekeerd moet Dierenopvang A die als opdrachtgever een eis instelt wegens gebreken, het bestaan van die gebreken en van een aan de aannemer toerekenbare fout bewijzen. Als aannemer diende de heer Werken B de werken uit te voeren in overeenstemming met de contractuele documenten, de regels van de kunst en het goede vakmanschap. Tot die regels van de kunst en het goede vakmanschap behoren ook de normen, zoals de technische voorlichtingen van Buildwise (WTCB). Op de te plaatsen binnenwanden in gipskarton is TV nr. é van toepassing. Dat die norm van 2007 dateert, verhindert de toepassing niet, bij gebreke aan een andere norm die ze zou vervangen en bij gebreke aan enig voorgelegd bewijs dat ze verouderd zou zijn. De norm TV nr. é schrijft een kwaliteitsmarge voor met betrekking tot de vlakheid (p. 49), met name een tolerantie van 1,5mm op 0,2m controleafstand, en van 4,0mm op 2m controleafstand. Die norm schrijft ook de afwerking van de wanden voor door de schilder: die schilder kan zelf de vlakheid niet aanvaarden namens de opdrachtgever, maar moet wel de ondergrond (de te beschilderen wand) nagaan en indien nodig bepalen welke bijzondere voorbereidingswerken nog nodig zijn om aan de gewenste afwerkingsgraad te kunnen beantwoorden, welke kosten in beginsel voor rekening van de opdrachtgever zijn (p. 49). Van die norm werd niet afgeweken in de aanvaarde offerte van de aannemer (stuk De Staelen, nr. 1). Er is evenmin een overeenkomst aangetoond over een hogere afwerkingskwaliteit. De offerte bepaalde “afwerking klaar voor schilder”, wat op de vermelde verplichtingen wijst van de schilder om het geleverde oppervlak na te gaan en – indien vereist – ofwel zichtbare gebreken te melden, ofwel bijkomende bijzondere voorbereidingswerken voor te stellen om tegemoet te komen aan de gewenste afwerkingsgraad. Op vraag van de rechtbank hoe diep de golven en groeven zijn, kan de raadsman van Dierenopvang A niet antwoorden. De eisende partij brengt ook geen enkele foto daarvan bij, noch vaststellingen van een gerechtsdeurwaarder of een verslag van een technisch bevoegd partijdeskundige. Dierenopvang A bewijst niet dat de opgeworpen golven en groeven buiten de toleranties vallen van de norm. Hierdoor bewijst Dierenopvang A geen aan aannemer Werken B toerekenbare fout.
  9. Ten overvloede stelt de rechtbank vast dat opdrachtgever Dierenopvang A eventuele gebreken in de werken heeft aanvaard. De voorgehouden gebreken waren niet verborgen. De opdrachtgever aanvaardt de werken, behoudens andersluidende wetgeving of overeenkomst, bij of zeer kort na de levering ervan door de aannemer en de inontvangstneming door de opdrachtgever. Het staat de opdrachtgever vrij om eventuele lichte gebreken in de werken te aanvaarden, om zich neer te leggen bij die gebreken en om afstand te doen van zijn aanspraak op herstel, vervanging of schadevergoeding tegen de aannemer. Die afstand kan uitdrukkelijk gebeuren, maar ook stilzwijgend. Van zichtbare gebreken doet de opdrachtgever afstand bij de aanvaarding, behoudens voorbehoud daarover bij of zeer kort na de (op)levering en inontvangstneming. De opgeworpen, maar niet bewezen, gebreken in de werken betreffen volgens de opdrachtgever zichtbare golven en groeven. De schilder had dit moeten opmerken en, zoals voorgeschreven door de norm, aankaarten bij de opdrachtgever. Dierenopvang A betrekt haar schilder niet en laat het in het midden of ze dit werk zelf heeft uitgevoerd. Ze verklaart wel dat dit zou zijn opgemerkt na het aanbrengen van de grondlaag, waarna ze de afwerkingslaag niettemin aanbracht. Intussen betaalde ze de factuur van de aannemer. Op vraag van de rechtbank wanneer Dierenopvang A de aannemer hierover aansprak, antwoordde haar raadsman op de zitting dat dit gebeurde ongeveer een week na de betaling van de factuur. Een eerste klacht een week na de betaling van de factuur en ook nadat de verweten zichtbare tekortkomingen werden vastgesteld, waarna daarop nog werd voortgewerkt, is dermate laattijdig dat dit enkel als een aanvaarding van die zichtbare toestand kan worden beschouwd.
  10. Het voorstel van Fabrieken D om opnieuw materialen te leveren, en het voorstel van de aannemer om de wanden met stukwerk af te werken, zoals door Dierenopvang A in conclusies beschreven, hield geen erkenning in van aansprakelijkheid. De rechtbank stelt geen duidelijke en ondubbelzinnige erkenning van schuld of andere bekentenis vast door Fabrieken D of de heer Werken B. De voorstellen werden niet aanvaard. Dergelijke voorstellen in een onderhandeling over een betwisting, waarbij partijen commerciële toegevingen doen, kunnen niet afzonderlijk worden beschouwd als schulderkenningen. Het voorstel van Fabrieken D van 16 oktober 2023 was ook uitdrukkelijk zonder enige nadelige erkentenis (stuk De Staelen, nr. 15). Nochtans was de door de aannemer voorgestelde herstelwijze om het met stukwerk op te lossen, in beginsel een volgens de regels van de kunst aanvaardbare oplossing.
  11. De hoofdeis is ongegrond. De vrijwaringsvorderingen hebben geen voorwerp en zijn eveneens ongegrond. Een onderzoeksmaatregel zoals het deskundigenonderzoek, die naar tijd en geld duur is, is in deze zaak niet opportuun gelet op de reeds aangetoonde feiten die tot de ongegrondheid van de hoofdeis leiden. V. GERECHTSKOSTEN
  12. In de procesverhouding tussen Dierenopvang A en de heer Werken B is die laatste de in het gelijk gestelde partij. Voor het bepalen van de rechtsplegingsvergoeding stelt de rechtbank het bedrag van de hoofdeis voor een deel vast op 26.688,85 euro, en stelt ze vast dat de eiser ook een niet in geld waardeerbare vordering stelt (aanstelling deskundige). De vordering in betaling leidt tot de hoogste rechtsplegingsvergoeding, die daardoor van toepassing is. Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding bedraagt daardoor 3.139,53 euro.
  13. In de procesverhouding tussen de heer Werken B en Materialen C is die laatste de in het gelijk gestelde partij. Een tusseneis in vrijwaring doet een nieuwe procesverhouding ontstaan en geeft aanleiding tot een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding. Hetzelfde basisbedrag is van toepassing.
  14. In de procesverhouding tussen Materialen C en Fabrieken D is die laatste de in het gelijk gestelde partij. Voor de vrijwaringseis is opnieuw een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding verschuldigd aan hetzelfde basisbedrag. VI. BESLISSING Na beraad en gelet op de argumenten hierboven, beslist de rechtbank het volgende. Deze beslissing gebeurt op tegenspraak. De rechtbank verklaart de hoofdeis van Dierenopvang A toelaatbaar, maar ongegrond, en wijst de hoofdeis af. Ze verklaart de tusseneis van de heer Werken B tegen Materialen C ongegrond en wijst die eis af. Ze verklaart de tusseneis van Materialen C tegen Fabrieken D ongegrond en wijst die eis af. In de procesverhouding tussen Dierenopvang A en de heer Werken B verwijst ze Dierenopvang A in de gerechtskosten en veroordeelt ze haar tot betaling aan de heer Werken B van de rechtsplegingsvergoeding van 3.139,53 euro. Dierenopvang A moet haar eigen dagvaardingskosten dragen. In de procesverhouding tussen de heer Werken B en Materialen C verwijst ze de heer Werken B in de gerechtskosten en veroordeelt ze hem tot betaling aan Materialen C van de rechtsplegingsvergoeding van 3.139,53 euro. In de procesverhouding tussen Materialen C en Fabrieken D verwijst ze Materialen C in de gerechtskosten en veroordeelt ze haar tot betaling aan Fabrieken D van de rechtsplegingsvergoeding van 3.139,53 euro. Dierenopvang A moet, na uitnodiging, de rolrechten van 165,00 euro betalen aan de Belgische Staat, FOD Financiën. Deze beslissing is gewezen door de derde kamer van de ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, samengesteld uit: S. BUSSCHER, rechter, voorzitter van de kamer, *, rechter in ondernemingszaken, *, rechter in ondernemingszaken, en uitgesproken in openbare zitting van diezelfde kamer op 23 april 2025 door de voorzitter van die kamer, bijgestaan door mevrouw *, griffier. PDF document ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250423.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.