id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 02 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORANT:2026:JUG.20260202.2 Rolnummer: A/25/04471 Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2026-02-18 Raadplegingen: 370 - laatst gezien 2026-06-18 18:00 Fiche 1 De overeenkomst om een keuken te leveren en te plaatsen in opdracht van een consument, waarbij de samenstelling van die keuken uit de catalogus van de verkoper komt en aan een breed publiek wordt aangeboden, en waarbij het belang van de plaatsing ondergeschikt is aan het verkrijgen van de goederen, betreft een consumentenkoop. De onderdelen van de keuken zijn immers roerende lichamelijke zaken, en dus consumptiegoederen (art. 1649bis, § 1, 4° oud BW). Dat de goederen na de verkoop onroerend worden gemaakt door incorporatie, ontneemt hen niet de roerende aard op het ogenblik van de verkoop. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Consumentenkoop Vrije woorden: Consumentenkoop, toepassing consumentenkoopwetgeving Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 1649bis - 34 ELI link Pub nr 1804032154 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 1649quater - 34 ELI link Pub nr 1804032154 Fiche 2 De rechtsvordering van de consumenten-kopers verjaart na verloop van een jaar vanaf de dag waarop ze het conformiteitsgebrek hebben vastgesteld (art. 1649quater, § 3 oud BW). Er geldt ook een meldingsverplichting voor de kopers. De EU-lidstaten konden bepalen dat de consument zijn rechten niet kan uitoefenen dan wanneer hij de verkoper binnen een termijn van twee maanden na de datum waarop hij het gebrek aan overeenstemming heeft vastgesteld, hiervan op de hoogte heeft gebracht (art. 5.2 Richtlijn 1999/44/EG, 25 mei 1999). In de Belgische omzetting moesten consumenten de verkoper op de hoogte brengen van het conformiteitsgebrek binnen de twee maanden vanaf de dag waarop ze het gebrek hebben vastgesteld (art. 1649quater, § 2 oud BW). Dit is niet aan vormvoorwaarden onderworpen, zodat de uitoefening door de consument van zijn rechten niet onmogelijk of uiterst moeilijk wordt gemaakt. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Consumentenkoop Vrije woorden: Consumentenkoop, verjaring, meldingsverplichting, Europees consumentenrecht Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 1649quater - 34 ELI link Pub nr 1804032154 Fiche 3 Wanneer het vermoedelijk mogelijk is voor een gerechtsdeskundige om zich bij een enkel plaatsbezoek met de partijen, een volledig beeld te vormen omtrent de technische betwisting, kan een beperkt deskundigenonderzoek gepast zijn. De deskundige kan na een plaatsbezoek mondeling verslag uitbrengen (art. 986 Ger.W.). UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek Vrije woorden: Beperkt deskundigenonderzoek, mondeling verslag deskundige, mini-expertise Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 986 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen Vonnis Tiende kamer A, B, TEGEN BV KEUKENS C, NV KEUKENGROEP C, I. SITUERING VAN HET GESCHIL EN SAMENVATTING VAN DE BESLISSING Kopers A en B spreken Keukens C […] aan over een bij die winkel aangekochte keuken, inclusief levering en plaatsing. De uitspraak zou ook aan Keukengroep C gemeen moeten worden verklaard. Verkoper Keukens C betwist de hoofdeis. Keukengroep C betwist de eis in gemeenverklaring en spreekt Keukens C aan in vrijwaring. Keukens C betwist de door Keukengroep C ingestelde vrijwaringsvordering. Met dit vonnis neemt de rechtbank al samengevat de volgende beslissingen, die ze hieronder verder motiveert, uitwerkt en formeel uitspreekt: - de eis van kopers A en B tegen Keukens C is toelaatbaar voor bepaalde verweten conformiteitsgebreken; - de rechtbank stelt een deskundige aan over die bepaalde verweten conformiteitsgebreken, voor een beperkt deskundigenonderzoek met een mondeling verslag op een latere zitting; - de eis van kopers A en B tegen Keukengroep C is niet toelaatbaar, bij gebreke aan belang: die eis wordt niet toegekend en de kopers moeten aan Keukengroep C een rechtsplegingsvergoeding betalen. II. PROCEDUREVERLOOP A en B hebben het geding ingeleid bij dagvaarding betekend op 24 september
- De zaak werd in beraad genomen op de openbare zitting van 19 januari 2026 nadat de raadslieden van de partijen en de eisende partijen in persoon op die zitting werden gehoord. De rechtbank hield rekening met de neergelegde syntheseconclusies en stukken. In deze procedure werd de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken nageleefd. III. EISEN Met de hoofdeis eisen A en B de veroordeling van Keukens C tot betaling van 15.125,00 euro (schadevergoeding) en van 2.400,00 euro (genotsderving), te vermeerderen met een vergoedende interest aan de wettelijke rentevoet bepaald in artikel 5 van de Wet van 2 augustus 2002 vanaf 17 november 2014 tot aan de dag van de betekening van de dagvaarding en sedertdien met een gerechtelijke interest aan dezelfde rentevoet. Ondergeschikt vragen ze de aanstelling van een deskundige. Ze doen afstand van de eerdere vordering in ontbinding. Ze vragen de verwijzing van Keukens C tot de kosten van het geding met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 1.726,74 euro. Ze vragen de gemeenverklaring aan Keukengroep C. Ze vragen dat de beslissing uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard zonder zekerheidsstelling en met uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement. Keukens C vraagt de afwijzing van de hoofdeis als ongegrond met de veroordeling van de eisers op hoofdeis tot de kosten van het geding met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 1.726,74 euro. Ze vraagt ook de afwijzing van de vrijwaringseis van Keukengroep C als ongegrond, met haar veroordeling tot de kosten van het geding met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 1.726,74 euro. Keukengroep C vraagt de afwijzing van alle eisen tegen haar als ontoelaatbaar, onontvankelijk of minstens ongegrond, en om haar buiten zake te stellen. Ondergeschikt eist ze de veroordeling van Keukens C tot integrale vrijwaring. Ze vraagt de veroordeling van de eisers op hoofdeis tot de kosten van het geding met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 1.883,72 euro. IV. BEOORDELING A. HOOFDEIS TEGEN KEUKENS C
- Kopers A en B spreken Keukens C (‘Keukengroep C Geel’) aan over een bij die winkel aangekochte keuken, inclusief levering en plaatsing. De prijs was 22.999,00 euro. De keuken zou maar 15 maanden na de bestelling zijn geplaatst, en dit onvolledig en met beschadigingen. Ze betwist de verklaring van Keukens C dat de keuken voor 90% klaar was op 8 november
- Ze verwijzen naar hun protesten bij brieven van 18 november en 5 december 2024 en 8 januari
- Er zou in januari 2025 een plaatsbezoek zijn geweest en een belofte van herstellingen, die niet zouden zijn nagekomen, waarna ze de verkoper op 15 juli en 5 september 2025 in gebreke stelden en op 24 september 2025 overgingen tot dagvaarding. Ze baseren zich op de consumentenwetgeving die niet enkel van toepassing zou zijn op de levering maar ook op de plaatsing, waarbij ook een gebrekkige installatie een gebrek uitmaakt. De dagvaarding na de ontdekking op 17 november 2024 zou tijdig zijn, want binnen het jaar. Intussen zou ook Test-Aankoop een bemiddelingspoging hebben gedaan. Ondergeschikt baseren ze zich op de gemeenrechtelijke aansprakelijkheid voor niet-conforme levering en voor verborgen gebreken. Ze betwisten een ingebruikneming. Nog meer ondergeschikt beroepen ze zich op de aansprakelijkheid van de verkoper als aannemer en op de buitencontractuele aansprakelijkheid. Ze bepalen de schade op 15.125,00 euro incl. btw: werkblad (3.100,00 euro), elektriciteit kookeiland (2.400,00 euro), kasten, fronten en lades (3.200,00 euro), [type kraan] (800,00 euro), en loon en coördinatie techniekers (3.000,00 euro). Ze betwisten dat dit een verbetering zou zijn. Ondergeschikt zou een deskundige moeten worden aangesteld.
- Verkoper Keukens C betwist de hoofdeis. Ze wijst erop dat de plaatsing op vraag van de kopers zelf na een wijziging zou zijn uitgesteld met een jaar, van maart 2023 naar maart
- Na de levering in maart 2024 zou pas op 18 november 2024 een eerste melding komen van een vermeende tekortkoming. Ze betwist een bewijs van gebreken of niet-conformiteiten, die niet concreet zouden worden benoemd. Het overleg over een nazicht ter plaatse zou louter uit commerciële overwegingen zijn geweest. Op 10 januari 2025 zouden de verweten beschadigingen niet zijn vastgesteld. Voor andere zaken zou commercieel een vervanging van beperkte elementen zijn voorgesteld, wat zou zijn uitgevoerd, waarna de kopers pas een half jaar later, op 14 juli 2025, de verkoper terug zouden aanschrijven. Ze betwist dat Test-Aankoop haar zou hebben gecontacteerd. Ze wijst ook erop dat er bij de plaatsing ook nog andere aannemers aan het werk zouden zijn geweest in opdracht van de kopers. De verweten onvolledigheden en gebreken zouden ook zichtbaar zijn geweest bij de plaatsing en ingebruikneming. Gemeenrechtelijk zou ze niet binnen de korte termijn zijn aangesproken (art. 1648 oud BW). Ook de schade waarvoor een vergoeding wordt geëist, zou niet bewezen zijn. De offerte van anderhalf jaar na de plaatsing zou onvoldoende zijn. Keukens C verzet zich tegen een deskundigenonderzoek bij gebrek aan begin van bewijs van de voorgehouden gebreken.
- Er is geen betwisting over dat A en B een overeenkomst hadden gesloten met Keukens C volgens de door hen aanvaarde offerte van Keukens C nr. * van 10 december 2022, waarbij Keukens C een keuken met meubels en toestellen zou leveren en installeren voor de prijs van 22.999,00 euro incl. btw (stuk A-B, nr. 1). Op het ogenblik van contractsluiting (december 2022) was de consumentenkoopwetgeving van toepassing zoals gewijzigd bij Wet van 20 maart 2022 (inwerkingtreding 1 juni 2022), maar voorafgaand aan de wijziging bij Wet van 21 februari 2024 (inwerkingtreding 1 mei 2024). Er is geen betwisting over dat zij consumenten zijn, aangezien ze handelden voor doeleinden buiten handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit, noch dat Keukens C verkoper is, beide termen in de zin van de consumentenkoopregelgeving (art. 1649bis, § 1, 1° en 2° oud BW). De overeenkomst om een keuken te leveren en te plaatsen in opdracht van een consument, waarbij de samenstelling van die keuken uit de catalogus van de verkoper komt en aan een breed publiek wordt aangeboden, en waarbij het belang van de plaatsing ondergeschikt is aan het verkrijgen van de goederen, betreft een consumentenkoop. De onderdelen van de keuken zijn immers roerende lichamelijke zaken, en dus consumptiegoederen (art. 1649bis, § 1, 4° oud BW). Dat de goederen na de verkoop onroerend worden gemaakt door incorporatie, ontneemt hen niet de roerende aard op het ogenblik van de verkoop. [voetnoot nr. 1] De geleverde consumptiegoederen moeten in overeenstemming zijn met de koopovereenkomst. Dit is niet het geval wanneer die consumptiegoederen, of een onderdeel ervan, niet voldoen aan de overeengekomen kwaliteit of hoeveelheid, of aan de kwaliteit die de regels van de kunst en het goede vakmanschap als gebruik toevoegden aan de uitdrukkelijke overeenkomst (art. 1135 oud BW), of niet geschikt zijn voor het gewoonlijke gebruik of het gekende gewenste gebruik van de koper (art. 1649ter, §2 en 3 oud BW). Ze zijn evenmin in overeenstemming met de koopovereenkomst indien een gebrek het gevolg is van een verkeerde installatie ervan door of in opdrachtacht van de verkoper, in het kader van die overeenkomst (art. 1649ter, §8 oud BW). Als verkoper is Keukens C tegenover consumenten-kopers A en B aansprakelijk voor elk conformiteitsgebrek dat bestaat bij de levering van de consumptiegoederen (art. 1649quater, § 1 oud BW). Die aansprakelijkheid betreft conformiteitsgebreken die zich manifesteren binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf die levering, welke termijn wordt opgeschort tijdens een periode vereist voor de herstelling of de vervanging of in geval van onderhandelingen tussen de verkoper en de consument met het oog op een minnelijke schikking. Als kopers die de verkoper aanspreken in schadevergoeding, dienen A en B te bewijzen dat de geleverde goederen of installatie niet in overeenstemming zijn met de koopovereenkomst en dat dit conformiteitsgebrek bestond bij de levering. Wat dat temporele aspect betreft, geldt dat indien het conformiteitsgebrek zich echter manifesteert binnen een termijn van twee jaar vanaf de levering van het consumptiegoed, er tot bewijs van het tegendeel een vermoeden is dat dit gebrek bestond op het tijdstip van levering, tenzij dit vermoeden onverenigbaar is met de aard van het consumptiegoed of met de aard van het conformiteitsgebrek (art. 1649quater, § 4 oud BW). Hun rechtsvordering verjaart na verloop van een jaar vanaf de dag waarop ze het conformiteitsgebrek hebben vastgesteld (art. 1649quater, § 3 oud BW). Er geldt ook een meldingsverplichting voor de kopers. De EU-lidstaten konden bepalen dat de consument zijn rechten niet kan uitoefenen dan wanneer hij de verkoper binnen een termijn van twee maanden na de datum waarop hij het gebrek aan overeenstemming heeft vastgesteld, hiervan op de hoogte heeft gebracht (art. 5.2 Richtlijn 1999/44/EG, 25 mei 1999). In de Belgische omzetting moesten consumenten de verkoper op de hoogte brengen van het conformiteitsgebrek binnen de twee maanden vanaf de dag waarop ze het gebrek hebben vastgesteld (art. 1649quater, § 2 oud BW). Dit is niet aan vormvoorwaarden onderworpen, zodat de uitoefening door de consument van zijn rechten niet onmogelijk of uiterst moeilijk wordt gemaakt. [voetnoot nr. 2] De rechtbank stelt het volgende vast: - Volgens de eensluidende verklaringen van de kopers en de verkoper, vond de (voornaamste) plaatsing van de keuken plaats vanaf de maand maart
- Keukens C kwam nog ter plaatse in de loop van de maanden daarna, waarover werd gecommuniceerd per Whatsapp-berichten tot in de maand oktober 2024 (stukken A-B, nr. 10 en 24). Daarin werd eveneens gewezen op lekken en beschadigingen. - Op 18 november 2024 e-mailden de kopers Keukens C met klachten over de geïnstalleerde keuken (stuk A-B, nr. 5). Ze wezen op verschillende fouten en onvolledigheden in de eerdere installatie en op beschadigingen in die periode. Ze maakten een lijst van de “huidige situatie (na 9 maanden!)”: niet-functionerende kookplaat, een werkblad waarin afgesproken stopcontacten ontbraken, ontbrekende dampkap, en beschadigde kasten die nog moesten worden vervangen. - De kopers herinnerden Keukens C aan de eerdere e-mail op 5 december 2024 (stuk A-B, nr. 6). - Keukens C toont geen eerder antwoord aan dan op 7 januari 2025 (stuk A-B, nr. 7). De verkoper kondigde aan dat toestelleverancier E [gepseudonimiseerd] op 9 januari 2025 ter plaatse zou komen voor de kookplaat en dat Keukens C zou komen voor de fronten en om opties te bekijken voor het ontbrekende stopcontact. De nieuwe spoelkast zou kunnen worden geleverd en de installatie van de dampkamp zou kunnen worden voltooid indien er stroom is voorzien. De corpus van de kolomkast zou later worden vervangen. - De kopers antwoordden op 8 januari 2025 en wezen op hun verzoek tot schadevergoeding wegens andere gebreken en tekortkomingen (stuk A-B, nr. 7). - Volgens de eensluidende standpunten en de latere e-mails kwamen Keukens C en toestelleverancier E midden januari 2025 ter plaatse. - De kopers e-mailden Keukens C op 20 januari 2025 met een verzoek aan de verkoper naar een stand van zaken en de opsomming van de afspraken (stuk A-B, nr. 8): o de meubelfronten “zagen er goed uit”, maar Keukens C zou hebben bevestigd dat ze nog zouden worden vervangen indien “er later alsnog iets aan de fronten opgemerkt” zou worden; o de latjes aan de ovens moesten worden vervangen naar zwarte latten, en bij één oven ontbraken er nog twee; o de koffiezethouder moest worden vervangen en waterpas gezet; o de kast waarin de koffiezethouder zich bevindt, moest worden vervangen wegens plaatsingsschade; o de kast met waterschade moest worden vervangen; o leverancier E zou Keukens C een rapport verzenden over de kookplaat, die vervolgens moest worden vervangen; o het huidige werkblad moest worden vervangen door wat oorspronkelijk werd besteld, inclusief stopcontact in het werkblad van het keukeneiland, en vervolgens zorgvuldiger geplaatst dan in maart 2024; o de mogelijkheden tot financiële compensatie zouden worden bekeken. - De kopers herinnerden Keukens C aan hun e-mail van 20 januari 2025 op 22 januari 2025 (stuk A-B, nr. 9). - De raadsman van kopers A en B schreef Keukens C en Keukengroep C aan op 14 juli 2025 per aangetekende brieven en per e-mail (stukken A-B, nr. 12 en 13). Ze hernam de eerdere briefwisseling en maande Keukens C aan tot herstelling en afwerking, tot het voorleggen van een actieplan en tot schadevergoeding. Ze wees op de verjaringsstuitende werking. - De raadsman van kopers A en B herhaalde haar ingebrekestelling van Keukens C op 15 september 2025 en wees op het gebrek aan reactie (stuk A-B, nr. 16). - Kopers A en B gingen op 24 september 2025 over tot dagvaarding. - Op 25 oktober 2025 stelde D. een offerte op voor herstellingen van 15.125,00 euro incl. btw (stuk A-B, nr. 30). Keukens C beroept zich in conclusies op de voorgehouden laattijdigheid van de eis van de kopers, maar ze heeft kennelijk zelf niet vastgelegd wanneer de levering, inclusief installatie, heeft plaatsgevonden en het risico overging op de kopers. Hoewel ze een gespecialiseerde beroepsverkoper is die regelmatig met consumenten handelt, heeft ze blijkbaar geen systeem voor de bevestiging van de levering, de inontvangstneming en de risico-overdracht. Dit had eenvoudig gekund door een verslag, attest, proces-verbaal… van levering en inontvangstneming op te stellen en eventueel te doen aftekenen, maar dit ontbreekt in de stukken. De rechtbank stelt geen levering vast die uitsluitend plaatsvond in maart 2024, maar wel een gespreide levering op verschillende tijdstippen vanaf de maand maart 2024 tot in de maand november 2024, die op dat ogenblik ook onvolledig was. Met de dagvaarding op 24 september 2025 werd de vordering ingesteld binnen een jaar na de (onvolledige) voltooiing van de levering in de loop van november
- De rechtbank stelt hierover geen laattijdigheid of verval vast. Wat de melding betreft binnen de twee maanden vanaf de dag waarop ze het gebrek hebben vastgesteld, stelt de rechtbank vast dat de kopers reeds voorafgaand aan de (onvolledige) voltooiing van de levering in de loop van november 2024 de verweten beschadigingen door waterlekken en door de plaatsing, inclusief de fronten, hadden gemeld aan Keukens C in verschillende Whatsappberichten. Op 18 november 2024 e-mailden de kopers over de kookplaat, het werkblad, de dampkap en de beschadigde kasten. Dit werd vervolgens herhaald per e-mail van 20 januari 2025, enkele dagen na de laatste interventies van Keukens C en leverancier E in de maand januari
- De kopers hebben die verweten conformiteitsgebreken hierdoor tijdig gemeld. De rechtbank stelt daarover geen verval vast. Enkel de latjes aan de ovens en de koffiezethouder waren in januari 2025 nieuwe elementen in vergelijking met de berichtgeving van 18 november
- De rechtbank stelt evenwel vast dat de kopers uitdrukkelijk en herhaaldelijk Keukens C daarover aanschreven met de stelling dat Keukens C ook daaraan zou verhelpen, zonder enige betwisting daarvan door de koper. Als onderneming rust op Keukens C de verplichting om standpunt in te nemen omtrent ontvangen briefwisseling. Ofwel aanvaardt ze de briefwisseling, wat doorgaans stilzwijgend zal gebeuren, ofwel moet ze een volgens haar onjuiste inhoudelijke vermelding protesteren. Tussen ondernemingen wordt immers aan het stilzwijgen bij de ontvangst van documenten, briefwisseling en dergelijke een positieve betekenis gehecht. Nog steeds met het oog op een veilig en vlot economisch verkeer dient elk protest binnen een korte termijn te worden geformuleerd. Het gebrek aan betwisting door Keukens C houdt voorlopig misschien nog geen bewijs in van de verweten conformiteitsgebreken, maar levert wel een vermoeden van tijdige melding. Ook de verweten conformiteitsgebreken van de fronten zijn tijdig gemeld en daarvan werd geen afstand gedaan in de brief van 20 januari
- De bevestiging van de kopers dat die fronten “er goed uit” zagen, werd gevolgd door de melding dat Keukens C ze niettemin nog zou vervangen indien “er later alsnog iets aan de fronten opgemerkt” zou worden. Keukens C heeft dit destijds nooit betwist. De rechtbank stelt niet vast dat de uitvoering met een stopcontact in het keukeneiland, een wijziging zou zijn van wat werd afgesproken. Dit staat aangeduid op een technisch plan waarover de partijen communiceerden in juni 2024 (stukken A-B, nr. 10 en 24), zonder enige vermelding van een meerprijs. De rechtbank vat samen dat de volgende verweten conformiteitsgebreken tijdig werden gemeld, en dat een vordering tegen Keukens C daarover niet is vervallen of verjaard: - de lekken in de leidingen, - beschadigingen wegens de lekken, inclusief beschadiging van fronten, - beschadigingen bij de plaatsing, inclusief beschadiging van fronten en kasten, - te vervangen of plaatsen latjes aan de ovens, - te vervangen koffiezethouder en waterpas te zetten, - te vervangen kookplaat, - te vervangen werkblad, inclusief stopcontact in het werkblad van het keukeneiland. De hoofdeis tegen Keukens C over die conformiteitsgebreken, is toelaatbaar.
- De vaststelling door de rechtbank van de tijdige melding van de verweten conformiteitsgebreken, is nog geen vaststelling van het bestaan ervan. De rechter kan, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil, een deskundige gelasten vaststellingen te doen en een technisch advies te geven. De te onderzoeken feiten moeten relevant zijn voor de oplossing van het geschil en de keuze voor een deskundigenonderzoek als onderzoeksmaatregel moet worden afgewogen en gemotiveerd in het licht van het bestaan van andere onderzoeksmaatregelen. De partijen zijn in betwisting over het bestaan van verweten conformiteitsgebreken. Die feiten vormen het voorwerp van de aanspraken en de middelen van de partijen ten gronde. De rechtbank moet van die feiten kunnen kennisnemen voor haar beslissing over de eisen. Die feiten zijn van een technische aard. De rechtbank kan zich hierover niet verder uitspreken zonder vaststellingen en een advies van een technisch bevoegd persoon. Een technisch advies en vaststellingen van een deskundige zijn daardoor nuttig. Het is ook de meest gepaste onderzoeksmaatregel in het licht van de eisen en het geschil. Andere onderzoeksmaatregelen zouden op dit ogenblik en voor dit geschil onvoldoende zijn. De rechtbank vermoedt dat het mogelijk zal zijn voor een gerechtsdeskundige om zich bij één plaatsbezoek, een volledig beeld te vormen omtrent de technische betwisting. Het is daarom gepast om een gerechtsdeskundige te vragen om, na een plaatsbezoek na oproeping van de partijen met een redelijke termijn, op de hierna bepaalde zitting mondeling verslag uit te brengen overeenkomstig artikel 986 van het Gerechtelijk Wetboek. Partijen kunnen hun opmerkingen op het technisch advies van de deskundige formuleren op die zitting. Om de gerechtsdeskundige toe te laten het plaatsbezoek vlot te organiseren, moeten de partijen binnen de acht dagen na de kennisgeving van deze beslissing een kopie van hun stukkenbundel aan de gerechtsdeskundige bezorgen. Om de kosten van bijkomende administratie voor de deskundige te vermijden en de doorlooptijd van de onderzoekmaatregel in de tijd te beperken, zal de deskundige een datum bepalen waarop hij het plaatsbezoek wenst te organiseren. De onderzoeksmaatregel vereist de medewerking van partijen. De rechtbank herinnert de partijen eraan dat hun aanwezigheid op het plaatsbezoek vereist is. Ze herinnert de partijen ook eraan dat zij verplicht zijn om mee te werken aan het deskundigenonderzoek en dat de rechter bij gebreke aan die medewerking daaruit de conclusies kan trekken die ze geraden acht (art. 972bis Ger.W.). Van de afwezigheid op het door de deskundige vastgelegde plaatsbezoek of gebrek aan medewerking zal verslag uitgebracht worden door de deskundige. Om het mondeling verslag vlot te laten verlopen, vraagt de rechtbank de deskundige om een kort schriftelijk verslag neer te leggen met het antwoord op de vragen van de rechtbank, ten laatste tien dagen vóór de zitting. Met het oog op de begroting van het ereloon en de kosten van de gerechtsdeskundige, vraagt de rechtbank hem om ten laatste bij zijn kort verslag een eindstaat voor te leggen. De verkoper moet niet instaan voor normale slijtage of gebruiksschade. De deskundige zal hiermee rekening houden bij de vaststelling van en advies over beschadigingen en andere conformiteitsgebreken.
- Kopers A en B vragen de maatregel om de feiten te bewijzen die ze inroepen ter ondersteuning van hun eisen. In consumentenzaken mogen procedureregels de uitoefening door de consument van zijn rechten niet onmogelijk of uiterst moeilijk maken. Keukens C beweerde ten onrechte bevrijd te zijn wegens een laattijdige melding en laattijdige vordering, zonder concreet te hebben geantwoord op de klachten van de consumenten-kopers. Ze heeft lange tijd briefwisseling van de kopers onbeantwoord gelaten. De partijen dienen daarom samen het voorschot van de expertisekosten te consigneren: de kopers de ene helft en de verkoper de andere helft.
- De overige eisen en middelen over de grond van de zaak tussen de eisers en Keukens C zijn nog niet in staat van wijzen. De rechtbank stelt in dit vonnis nog geen schadevergoedingsverplichting van Keukens C vast voor de verschillende fouten en onvolledigheden in de eerdere installatie en eerdere beschadigingen die op 18 november 2024 werden gemeld. Dit werd wel tijdig gemeld. Dit is hierdoor evenmin vervallen. Bij gebreke aan concrete becijferde eis daarvoor met een concrete onderbouwing, is dit nog niet in staat van behandeling. B. HOOFDEIS TEGEN KEUKENGROEP C EN ONDERGESCHIKTE TUSSENEIS
- A en B eisen dat de uitspraak aan Keukengroep C gemeen zou worden verklaard. Ze verwijten Keukengroep C fouten in stockbeheer, kwaliteitscontrole en de opvolging van de franchise.
- Keukengroep C betwist de eis in gemeenverklaring. Ze zou louter merkhouder en franchisegever zijn. Ze zou niet tussenkomen in de koop tussen Keukens C en de kopers. Ze betwist het belang van de eisers, dat louter hypothetisch zou zijn. Er zou geen actueel belang zijn. De eis zou ook ongegrond zijn, aangezien ze geen contractspartij is. Ze betwist een schijnmandaat. Ze zou niet bij een expertise moeten zijn betrokken. De kopers zouden haar niet kunnen aanspreken louter wegens miskenning van haar verbintenissen als franchisegever tegenover franchisenemer Keukens C. Keukengroep C spreekt Keukens C ondergeschikt aan in vrijwaring
- Keukens C betwist de door Keukengroep C ingestelde vrijwaringsvordering, die niet verder zou zijn onderbouwd.
- De rechtbank kan geen eis toelaten indien de eiser geen hoedanigheid en geen belang heeft om ze in te dienen (art. 17 Ger.W.). Ze kan de eis toelaten indien ze is ingesteld om een schending van een ernstig bedreigd recht te voorkomen (art. 18 Ger.W.). De rechtbank stelt vast dat kopers A en B Keukengroep C niet aanspreken onder de veronderstelling dat ze rechtstreeks of onrechtstreeks met haar contracteerden. Ze stelt inderdaad vast dat de kopers geen contractuele band hadden met Keukengroep C. De overeenkomst bepaalde duidelijk Keukens C als contractant, niet Keukengroep C, en bij de dagvaarding wezen de kopers ook zelf uitdrukkelijk op het onderscheid tussen de beide rechtspersonen. Ook in briefwisseling daaraan voorafgaand richtten de kopers zich al afzonderlijk tot de beide rechtspersonen. De rechtbank stelt geen belang vast voor de kopers om de uitspraak gemeen te doen verklaren aan Keukengroep C. Ze zetten in conclusies uiteen welke mogelijke fouten Keukengroep C zou hebben begaan in stockbeheer en kwaliteitscontrole, en algemeen als franchisegever. Ze hadden Keukengroep C daarvoor in rechte in deze procedure kunnen aanspreken – waarbij de rechtbank zich niet uitspreekt over dergelijke vordering. Ze stellen evenwel geen enkele vordering ten gronde in tegen Keukengroep C. Ten onrechte menen ze dat ze daarvoor een deskundigenonderzoek moeten afwachten: dit onderzoek dient om de reeds door de kopers beweerde feiten te bewijzen, maar niet om nieuwe feiten te ontdekken. Er wordt ook geen schending aannemelijk gemaakt van een ernstig bedreigd recht. Daarbij houdt de rechtbank er ook rekening mee dat het deskundigenonderzoek een naar tijd en geld intensieve maatregel is voor alle betrokkenen. Kopers A en B tonen niet aan waarom Keukengroep C daarbij betrokken zou moeten zijn. De hoofdeis tegen Keukengroep C, is daarom ontoelaatbaar bij gebreke aan belang. De ondergeschikte tusseneis in vrijwaring heeft geen voorwerp. V. GERECHTSKOSTEN
- In de procesverhouding tussen kopers A en B en Keukengroep C is dit een eindbeslissing. Keukengroep C is de in het gelijk gestelde partij. De gemeenverklaring is een niet in geld waardeerbare eis. Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding bedraagt daardoor 1.883,72 euro. De eisen tussen Keukengroep C en Keukens C waren ondergeschikt. Er is tussen hen geen procesverhouding tot stand gekomen en niemand van hen is tegenover de andere in het ongelijk gesteld. VI. BESLISSING Na beraad en gelet op de argumenten hierboven, beslist de rechtbank het volgende. Deze beslissing gebeurt op tegenspraak. De rechtbank verklaart de hoofdeis van A en B tegen Keukengroep C ontoelaatbaar. In de procesverhouding tussen A en B enerzijds en Keukengroep C anderzijds, verwijst ze de eisers in de gerechtskosten en veroordeelt ze hen tot betaling aan Keukengroep C van de rechtsplegingsvergoeding van 1.883,72 euro. Ze verklaart de hoofdeis van A en B tegen Keukens C wat betreft de verweten conformiteitsgebreken over de lekken in de leidingen, de beschadigingen wegens de lekken, inclusief beschadiging van fronten, de beschadigingen bij de plaatsing, inclusief beschadiging van fronten en kasten, de te vervangen of plaatsen latjes aan de ovens, de te vervangen koffiezethouder, de te vervangen kookplaat, en het te vervangen werkblad, inclusief stopcontact, toelaatbaar. Ze beveelt, alvorens verder recht te spreken, bij toepassing van artikel 19, derde lid, en artikel 986 van het Gerechtelijk Wetboek, een beperkt deskundigenonderzoek en stelt aan als gerechtsdeskundige de heer Y., met kantoor te *, met e-mailadres * en telefoonnummer *, met als opdracht: - binnen de acht dagen na de kennisgeving van dit vonnis, de opdracht al dan niet te aanvaarden, en de plaats, de dag en het uur te bepalen waarop hij na behoorlijke oproeping van de partijen en hun raadslieden ter plaatse zal gaan naar de woning te Z., - na partijen behoorlijk te hebben gehoord en rekening houdende met de stukken die door de partijen werden overgemaakt, - de volgende genummerde vragen en elementen te behandelen en te beantwoorden in een kort schriftelijk verslag van maximaal 10 A4-bladzijden, waarbij hij die nummering in het verslag moet aanhouden: • (1.) kennis te nemen van de opmerkingen van A en B over: i. de lekken in de leidingen, ii. beschadigingen wegens de lekken, inclusief beschadiging van fronten, iii. beschadigingen bij de plaatsing, inclusief beschadiging van fronten en kasten, iv. te vervangen of plaatsen latjes aan de ovens, v. te vervangen koffiezethouder (en waterpas), vi. te vervangen kookplaat, vii. te vervangen werkblad, inclusief stopcontact in het werkblad van het keukeneiland, weergegeven in berichten van 18 november 2024 en 20 januari 2025 en in conclusies, en die opmerkingen na te gaan en te omschrijven, • (2.) technisch advies te verlenen over die opmerkingen en, indien die opmerkingen inderdaad gebreken of tekortkomingen betreffen, te adviseren over de oorzaak ervan en over de technische verantwoordelijkheid ervoor, onder andere van één of meerdere van de partijen, met inbegrip van een vaststelling van normale slijtage of gebruiksschade die niet voor rekening van de verkoper is, • (3.) technisch advies te verlenen of de vastgestelde tekortkomingen rechtstreeks of onrechtstreeks aanleiding geven of hebben gegeven tot schade, meerkosten, minderwaarden, mindergenot en / of herstelmaatregelen, en daarbij de kost en duurtijd van het herstel te bepalen, en die eventuele schade en kosten te omschrijven en te begroten, - de verzoening tussen de partijen te benaarstigen. De rechtbank beslist dat de partijen een geïnventariseerd dossier met alle relevante stukken aan de deskundige moeten overmaken en dit ten laatste 8 dagen voor het hogervermelde plaatsbezoek. De deskundige moet het korte verslag met zijn vaststellingen en zijn behandeling van en antwoord op de hogervermelde vragen en elementen, overmaken aan de rechtbank door dit neer te leggen op de griffie zowel op papier als via e-Deposit, en aan de partijen en de raadslieden, en dit ten laatste 10 kalenderdagen voor de hieronder bepaalde zitting. Hij moet hierbij ook zijn gedetailleerde eindstaat toevoegen van het ereloon en de kosten van de deskundige en indien mogelijk met inbegrip van de kosten en erelonen voor de verschijning en toelichting op de hieronder bepaalde zitting. Ze beslist het volgende over het voorschot van de kosten van het deskundigenonderzoek en van de kosten en erelonen van de deskundige: - de rechtbank bepaalt dat de beide partijen A-B en Keukens C binnen de 15 dagen na de kennisgeving van huidig vonnis een voorschot van samen 1.210,00 euro incl. btw (1.000,00 euro excl. btw), elk de helft (605,00 euro incl. btw / 500,00 euro excl. btw), moeten consigneren ofwel ter griffie van de ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, op de rekening met nummer BE72 6792 0089 8316 met vermelding van het rolnummer als de referentie, ofwel bij een kredietinstelling die de partijen gezamenlijk hebben gekozen, - de rechtbank beveelt de integrale vrijgave van het voorschot binnen de 5 dagen na consignatie, - de rechtbank beveelt de partij(en) die gelden hebben geconsigneerd om hiervan onmiddellijk het bewijs van betaling aan de deskundige te bezorgen en om hiervan binnen dezelfde termijn kopie over te maken aan de griffie van deze rechtbank. Ze wijst de derde kamer van de ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, aan als de rechter belast met de controle op het deskundigenonderzoek, en de voorzitter van die kamer voor de verzoeken die niet op een zitting behandeld worden bij gebreke aan concrete betwisting. Ze stelt de zaak vast voor de mondelinge verslaggeving door de deskundige en de opmerkingen van partijen op dit technisch advies, en voor de eventuele evaluatie van het deskundigenonderzoek en / of regeling van de rechtspleging op de openbare zitting van de derde kamer van woensdag 13 mei 2026 om 09u
- Ze bepaalt dat indien de omvang van het ereloon en de kosten van de deskundige niet wordt betwist ten laatste op de vastgestelde zitting, ze het door de deskundige aangerekende bedrag op de vastgestelde zitting onmiddellijk zal kunnen begroten en bevestigen met bevel tot tenuitvoerlegging ten laste van de partij of de partijen die ze voorlopig aanwijst en in de verhouding die ze bepaalt. Ze acht alle andere en strijdige middelen en eisen in de huidige stand van het geding niet in staat van wijzen. Ze schort de beslissing over de overige gerechtskosten op. Deze beslissing is gewezen door de tiende kamer van de ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, samengesteld uit: S. BUSSCHER, rechter, voorzitter van de kamer, *, rechter in ondernemingszaken, *, rechter in ondernemingszaken, en uitgesproken in openbare zitting van diezelfde kamer op 2 februari 2026 door de voorzitter van die kamer, bijgestaan door *, griffier. Voetnoten:
- Vgl. HvB Antwerpen 30 juni 2020, TBO 2020, afl. 4,
- Vgl. HvJ 4 juni 2015, C-497/13, Faber t. Hazet Ochten, randnr. 58 e.v. PDF document ECLI:BE:ORANT:2026:JUG.20260202.2 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:EU:C:2015:357 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div