id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel Vonnis/arrest van 19 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORBRL:2026:JUG.20260519.1 Rolnummer: O/2025/01376 Rechtsgebied: Insolventierecht - Handelsrecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-23 Raadplegingen: 227 - laatst gezien 2026-06-18 16:07 Fiche 1 Voor de beoordeling van de geschoktheid van het krediet bij een vennootschap in vereffening is het cruciaal dat het vertrouwen van de schuldeisers op regelmatige en transparante wijze moet worden verkregen, in het bijzonder wanneer er geen instemming van schuldeisers voorligt – hoogstens een gebrek aan zichtbaar protest of wantrouwen. De bewijslast hiervan rust op de verwerende partij. Wanneer een vrijwillige ontbinding en vereffening plaatsvindt met miskenning van de rechten van de schuldeisers of ten nadele van deze schuldeisers, zodat de vennootschap zich kan onttrekken aan de bijzondere aansprakelijkheidsgronden eigen aan de staat van faillissement of aan de invraagstelling van de handelingen die in de verdachte periode zijn verricht, behoudt de vereffenaar het vertrouwen van de schuldeisers niet – zelfs indien die laatsten hun wantrouwen niet zouden hebben laten blijken (vgl. Cass. 5 juni 2020, C.19.0550.F ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200605.1F.3, juportal.be). Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - BEGRIP. VEREISTEN VAN HET FAILLISSEMENT UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement Fiche 2 Bij het beoordelen van het vertrouwen van een betekenisvol deel van de schuldeisers moet in rekening worden genomen dat ‘een betekenisvol' deel van de schuldeisers geen meerderheid van de schuldeisers betreft, noch een meerderheid van de schuld. Om te beoordelen of een betekenisvol deel van de schuldeisers niet langer het vertrouwen geeft of wordt geacht te geven, moet rekening worden gehouden met de algemene omstandigheden van de boedel – waaronder de aard van de schuldeisers, de totale schuld, het aantal schuldeisers en het totale actief. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - BEGRIP. VEREISTEN VAN HET FAILLISSEMENT UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement Fiche 3 Het enkele feit dat er sprake is van een vereffening waarbij nog geen verdelingsplan in de zin van art. 2:97 WVV werd goedgekeurd, verhindert niet de mogelijkheid tot behandeling van een vordering in faillissement. De vrijwillige vereffening is geen juridisch schild waarmee de vennootschap zich tegen haar schuldeisers of een faillissement kan beschermen, en de vrijwillige vereffening is er niet om vennootschappen de mogelijkheid te bieden eenzijdig schuldeisers buitenspel te zetten door een beoordeling van de faillissementsvoorwaarden onmogelijk te maken. Art. 2:97 WVV biedt niet, zoals het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie, bescherming tegen de schuldeisers, zoals verwerende partij lijkt te insinueren. Binnen de vereisten van artikel 2:97 WVV kan nog steeds worden beoordeeld of aan de faillissementsvoorwaarden is voldaan, zelfs voor er een herverdelingsplan is goedgekeurd. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAP IN VEREFFENING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Bijzondere betekeningen - Vereffening - Faillissement Tekst van de beslissing O/2025/01376 IN DE ZAAK VAN $$$ eisende partij; vertegenwoordigd ter zitting door Mr. $$$ TEGEN $$$ (hierna de “Vennootschap”), verwerende partij; vertegenwoordigd ter zitting door Mr. $$$ I. PROCEDURE 1. De wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werd nageleefd. 2. De zaak werd ingeleid bij dagvaarding van 12/06/2025. De rechtbank nam kennis van de conclusies en stukkenbundels van partijen. Het openbaar ministerie was ter zitting niet aanwezig en heeft geen advies verleend. 3. Na het horen van de partijen werden tijdens de openbare zitting van de tweede kamer van deze rechtbank op $$$ werd de zaak in beraad genomen. II. VORDERINGEN 4. De vordering van eisende partij strekt ertoe (de rechtbank citeert uit syntheseconclusies): De vordering van concluante gegrond te verklaren en zodoende om verweerster in staat van faillissement te verklaren en aldus. Een curator aan te stellen die belast zal worden met het beheer van het betreffende faillissement en een rechter-commissaris aan te stellen die belast zal worden met het toezicht erover Uitspraak te doen over de datum van staking van betalingen en deze 6 maanden eerder te leggen. De uitvoering van alle door de Wet voorgeschreven formaliteiten te horen bevelen in het voordeel van de schuldeisers. De kosten ten laste van de massa te horen leggen. De voorlopige tenuitvoerlegging van het tussen te komen vonnis niettegenstaande elk verhaal en zonder kantonnement noch borg te horen bevelen. 5. Verwerende partij betwist deze vordering en vordert het volgende (de rechtbank citeert uit syntheseconclusies): In hoofdorde, deze zaak naar de rol te verzenden; In ondergeschikte orde, De vordering van eiseres zo ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren; Dienvolgens eiseres te veroordelen tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding van concluante, infra begroot III. SAMENVATTING VAN RELEVANTE FEITEN 6. Eisende partij heeft materiaal verhuurd aan verwerende partij. Zij factureerde in 2023. Eisende partij werd niet betaald. Zij bracht dagvaarding uit op 2 april 2024 en legde bewarend beslag onder derden op 26 april 2024. 7. Op 24 mei 2024 werd een verstekvonnis uitgesproken waarbij verwerende partij werd veroordeeld tot een bedrag in hoofdsom van [16.000] euro, te vermeerderen met interest, en werd ook een schadevergoeding en rechtsplegingsvergoeding toegekend. Op 16 augustus 2024 werd het verstekvonnis betekend aan verwerende partij. 8. Op 2 september 2024 meldde raadsman van verwerende partij aan eisende partij dat de aandeelhouder van verwerende partij reeds “bijzonder grote inspanningen had gedaan om haar financieel te ondersteunen. Tevergeefs, waardoor zij zich genoodzaakt zagen om op korte termijn over te gaan tot ontbinding en vereffening van de vennootschap”. Dit wordt door verwerende partij niet betwist. 9. Op 26 september is verwerende partij overgegaan tot ontbinding en vereffening, waarbij dhr. [VEREFFENAAR] werd aangesteld als vereffenaar. Deze aanstelling werd bevestigd bij beschikking op eenzijdig verzoekschrift van deze rechtbank op $$ oktober 2024. [VEREFFENAAR] was voorheen vaste vertegenwoordiger van één van beide bestuurders van de Vennootschap, [MOEDERVENNOOTSCHAP]. De andere bestuurder is blijkens publicaties in het Belgisch Staatsblad diens echtgenote, mevr. [ECHTGENOTE]. Blijkens publicatie in het Belgisch Staatsblad van $$$ houdt mevrouw DENCHTCHIKOVA 49% van de aandelen in de Vennootschap aan, en [MOEDERVENNOOTSCHAP], waarvan [VEREFFENAAR] de enige bestuurder is, 51% van de aandelen. 10. Op 23 december 2024 dagvaardde een andere schuldeiser van verwerende partij, mevr. [TWEEDE SCHULDEISER], verwerende partij in faillissement. De vordering werd afgewezen bij vonnis van 28 januari 2025. IV. BEOORDELING **1. Ontvankelijkheid 11. Verwerende partij is een onderneming in de zin van artikel I.1. eerste lid, 1° WER. 12. Het centrum van de voornaamste belangen van de verwerende partij bevindt zich in het rechtsgebied van de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel, zodat deze rechtbank territoriaal bevoegd is om het faillissement uit te spreken. 13. Eisende partij heeft een zekere, vaststaande en opeisbare schuldvordering op verwerende partij. Dit wordt niet betwist. **2. Beoordeling verzoek tot rolverzending 14. Het enkele feit dat er sprake is van een vereffening waarbij nog geen verdelingsplan in de zin van art. 2:97 WVV werd goedgekeurd, verhindert niet de mogelijkheid tot behandeling van een vordering in faillissement. De vrijwillige vereffening is geen juridisch schild waarmee de vennootschap zich tegen haar schuldeisers of een faillissement kan beschermen, en de eenzijdige vereffening is er niet om vennootschappen de mogelijkheid te bieden eenzijdig schuldeisers buitenspel te zetten door een beoordeling van de faillissementsvoorwaarden onmogelijk te maken. Art. 2:97 WVV biedt niet, zoals het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie, bescherming tegen de schuldeisers, zoals verwerende partij lijkt te insinueren. Binnen de vereisten van artikel 2:97 WVV kan nog steeds worden beoordeeld of aan de faillissementsvoorwaarden is voldaan (zie onder), zelfs voor er een herverdelingsplan is goedgekeurd. Eisende partij merkt, ten overvloede, verder nog op dat zij nooit werd gecontacteerd met betrekking tot (de status van) dergelijk verdelingsplan, en nooit enige communicatie hierover ontving. Ter zitting kan geen verdere duiding worden gegeven over de status van dit verdelingsplan. Het verzoek van verwerende partij om de zaak naar de rol te verwijzen wordt afgewezen. **3. Beoordeling staat van faillissement faillissementsvoorwaarden 15. Eisende partij stelt dat de voorwaarden van faillissement, zoals bepaald in artikel XX.99 WER, vervuld zijn in hoofde van verwerende partij. Artikel XX. 99 WER bepaalt dat de schuldenaar die op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en van wie het krediet geschokt is, zich in staat van faillissement bevindt. Deze faillissementsvoorwaarden moeten worden beoordeeld in het licht van het gegeven dat de Vennootschap in dezen in vereffening is. 16. Staking van betaling in hoofde van een ontbonden vennootschap staat vast wanneer de vereffening deficitair is (vgl. HvB Gent 26 april 2004, TBH 2005, 276, overweging 2.1.2; Orb. Gent 14/01/2026, O/25/00011, juportal.be). De schulden kunnen en zullen niet meer betaald worden. De staking van betaling is duurzaam gezien er geen continuïteitsperspectief is in het licht van de ontbinding en vereffening. In dezen blijkt uit de laatst neergelegde jaarrekeningen van verwerende partij duidelijk een deficitaire vereffening: tegenover een totaal actief van [165.000] euro staat een schuldenlast van [1.440.000] euro. Dit wordt ook bevestigd door de communicatie van verwerende partij (die niet wordt betwist), waarin wordt aangegeven dat er wordt overgegaan tot ontbinding en vereffening omdat de aandeelhouder niet langer middelen in de vennootschap wenst te injecteren. Verwerende partij stelt in haar conclusies verder dat “verzending naar de rol is aangewezen, in afwachting van de goedkeuring op grond van art. 2:97, §2 WVV door de ondernemingsrechtbank van het vereffeningsplan”. Artikel 2:97, §2 WVV is enkel van toepassing indien blijkt dat niet alle schuldeisers integraal zullen kunnen worden terugbetaald (i.e. een deficitaire vereffening). Verwerende partij erkent dus bij conclusies nadrukkelijk dat er sprake is van een deficitaire vereffening. Zij betwist dit verder ook nergens. Er is sprake van staking van betaling. 17. In een eerder vonnis van 2025 oordeelde deze rechtbank dat bij een rechtspersoon in vereffening de staking van betaling en het wankel krediet enkel kan afgeleid worden uit het niet correct uitvoeren van zijn opdracht, en dat het faillissement niet kan uitgesproken worden indien een betekenisvol deel van de schuldeisers instemt met de vereffening en de vereffening niet frauduleus gebeurt voor zover de schuldeisers correct en volledig worden voorgelicht door de vereffenaar over de vooruitzichten van de vereffening. Deze rechtspraak moet echter genuanceerd. Wat betreft de vaststelling van staking van betaling bij deficitaire vereffening, zie hoger. Verder is het wat betreft de geschoktheid van het krediet cruciaal dat het vertrouwen van de schuldeisers op regelmatige en transparante wijze moet worden verkregen, in het bijzonder wanneer er geen instemming van schuldeisers voorligt – hoogstens een gebrek aan zichtbaar protest of wantrouwen. De bewijslast hiervan rust op de verwerende partij. Daarbij moet in rekening worden genomen dat ‘een betekenisvol’ deel van de schuldeisers geen meerderheid van de schuldeisers betreft, noch een meerderheid van de schuld. Om te beoordelen of een betekenisvol deel van de schuldeisers niet langer het vertrouwen geeft of wordt geacht te geven, moet rekening worden gehouden met de algemene omstandigheden van de boedel – waaronder de aard van de schuldeisers, de totale schuld, het aantal schuldeisers en het totale actief. Wanneer een vrijwillige ontbinding en vereffening plaatsvindt met miskenning van de rechten van de schuldeisers of ten nadele van deze schuldeisers, zodat de vennootschap zich kan onttrekken aan de bijzondere aansprakelijkheidsgronden eigen aan de staat van faillissement of aan de invraagstelling van de handelingen die in de verdachte periode zijn verricht, behoudt de vereffenaar het vertrouwen van de schuldeisers niet – zelfs indien die laatsten hun wantrouwen niet zouden hebben laten blijken (vgl. Cass. 5 juni 2020, C.19.0550.F ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200605.1F.3, juportal.be). 18. Er is met andere woorden sprake van geschokt krediet wanneer de vennootschap in vereffening met miskenning van de rechten van de schuldeisers of in hun nadeel ontbonden wordt, waardoor ze zich kan onttrekken aan de bijzondere verantwoordelijkheden eigen aan de staat van faillissement of aan het in vraag stellen van handelingen die in de verdachte periode zijn verricht, zelfs als de schuldeiser hun wantrouwen niet laten blijken (vgl. Orb. Gent 14/01/2026, O/25/00011, juportal.be). In dezen wordt vastgesteld dat verwerende partij de ontbinding opende onmiddellijk nadat eisende partij ten uitvoer legde, en vervolgens die ontbinding onmiddellijk opwierp (zelfs voor het besluit ertoe werd genomen) om tenuitvoerlegging door haar schuldeisers tegen te gaan. Er wordt verder op basis van de laatste balans van verwerende partij vastgesteld dat de schulden van verwerende partij voor een aanzienlijk deel bestaan uit (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.