← België

ECLI:BE:ORGNT:2006:JUG.20060906.17

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 06 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2006:JUG.20060906.17 Rolnummer: AR 4357/05 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-02-12 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-07-01 04:43 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid Vrije woorden: vordering niet ontvankelijk geen inschrijving in KBO voor activiteit waarop vordering is gebaseerd Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, VIJFDE KAMER, rechtsprekend In de zaak nr. 4357/05 der algemene rol. De NV ICE-MOUNTAIN, met vennootschapszetel te 7780 Komen, Capellestraat 16 en ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0477.658.583, Eiseres, hebbende als raadsman Meester Ludo Ockier en pleitend Meester Ann Messelier, advocaten te Kortrijk-Marke, TEGEN : De NV SNOW AND ICE EVENTS, met vennootschapszetel te 8310 Brugge, Kartuizerstraat 50 en ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0478.368.663, Verweerster, hebbende als raadsman Meester Raoul Kerstens, advocaat te Brugge en pleitend Meester Anke Van Hoecke, advocaat te Kortrijk . De rechtbank heeft de partijen gehoord in openbare zitting van 28 juni 2006 en heeft kennis genomen van de neergelegde stukken, hierbij toepassing makend van de artikelen 2,37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

  1. Met dagvaarding betekend op 5 december 2005 vordert de eiseres de veroordeling van de verweerster tot de betaling van euro 15.865,00 meer BTW ten titel van vergoeding voor de door de eiseres gemaakte kosten, te vermeerderen met de rente aan 7 % vanaf de dag van de dagvaarding, euro 12.692,00 als winstderving, te vermeerderen met de rente aan 7 % vanaf de dag van de dagvaarding, de kosten van het geding.
  2. De partijen zetten uiteen dat zij in het najaar van 2005 een overeenkomst sloten, waarbij de eiseres er zich toe verbond 200 ton kunstmatig aangemaakte sneeuw te leveren op 3 en 4 november 2005 voor het ijssculpturenfestival te Brugge, tegen de betaling van een bedrag van euro 31.730,00, exclusief BTW. Een door de eiseres op 4 oktober 2005 aan de verweerster overgemaakte offerte van 4 oktober 2005 werd door de verweerster aanvaard en voor akkoord ondertekend aan de eiseres teruggefaxt. Op 12 oktober 2005 ging de verweerster evenwel over tot de telefonische annulering van de overeenkomst, waarna de eiseres aan de verweerster liet weten dat de reeds overgemaakte voorschotfactuur gold als onkostennota. De voorschotfactuur werd dienovereenkomstig door de eiseres gewijzigd. Op 28 oktober 2005 betwistte de raadsman van de verweerster de grootte van de aangerekende schadevergoeding. Verdere betwisting tussen de raadslieden van de partijen bracht geen minnelijke oplossing tot stand, zodat de eiseres overging tot het uitsturen van de dagvaarding met de vordering zoals hiervoor omschreven.
  3. De verweerster houdt vόόr elke andere exceptie of verweermiddel voor dat de vordering van de eiseres niet ontvankelijk is omdat de activiteiten waarvoor de eiseres is ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen, geen verband houden met de vordering door de eiseres in deze procedure gesteld. Art. 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen (verder de wet op de KBO genoemd), bedingt dat iedere onderneming of vestigingseenheid bedoeld in art. 4 van die wet, in de kruispuntbank van ondernemingen wordt ingeschreven. Art. 6, 1, 7° van de wet op de KBO bedingt vervolgens dat die inschrijving de gegevens omvat van de door de onderneming uitgeoefende economische activiteit. Ten slotte bedingt art. 14, derde alinea, van de wet op de KBO dat, indien de handels- of ambachtsonderneming wel in deze hoedanigheid is ingeschreven in de kruispunt-bank van ondernemingen, maar haar vordering gebaseerd is op een activiteit waarvoor de onderneming op de datum van de inleiding van de vordering niet is ingeschreven of die niet valt onder het maatschappelijke doel waarvoor de onderneming op deze datum is ingeschreven, de vordering van die onderneming onontvankelijk is. Met de verweerster stelt de rechtbank vast dat de eiseres in de kruispuntbank van ondernemingen is ingeschreven voor de volgende uitgeoefende economische activiteit: 55301: restaurants van het traditionele type - nevenactiviteit - 92613: exploitatie van overige sportinstallaties en -accommodaties - hoofdactiviteit -. De eiseres betwist dat gegeven niet. De activiteit waarvoor de vordering werd ingesteld heeft betrekking op de levering van kunstsneeuw aan derden, in casu de verweerster. Naar de eiseres voorhoudt exploiteert zij een skipiste, wat ressorteert onder de economische activiteit "exploitatie van overige sportinstallaties en -accomodaties". Voor het onderhoud van die skipiste moet de kunstmatige sneeuwlaag regelmatig onderhouden worden, zodat de eiseres beschikt over machines om sneeuw aan te maken. Volgens de eiseres produceert zij dus sneeuw en levert die aan derden, zodat zij wel degelijk is ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen voor de economische activiteit die zij uitoefent. De verweerster betwist niet dat de eiseres een indoorskipiste uitbaat en dat die activiteit ressorteert onder de economische activiteit "exploitatie van overige sportinstallaties en -accomodaties". De verweerster betwist evenmin dat de eiseres voor het onderhoud van haar skipiste kunstsneeuw kan en verplicht is aan te maken. Wel betwist de verweerster dat de activiteit waarvoor de eiseres is ingeschreven, de verkoop aan derden van kunstsneeuw omvat. De rechtbank oordeelt dat de inschrijving voor de economische activiteit "exploitatie van overige sportinstallaties en -accomodaties" weliswaar toelaat dat de eiseres het onderhoud van de door haar geëxploiteerde skipiste uiteraard in eigen beheer mag uitvoeren en dat de eiseres derhalve en ongetwijfeld kunstsneeuw kan aanmaken voor eigen behoeften, doch helemaal niet impliceert dat die inschrijving ook betrekking heeft op de handel in kunstsneeuw en op de enkele voortverkoop van de geproduceerde kunstsneeuw op zich, zonder dat daarbij de exploitatie van enige sportinstallatie (skipiste of andere sneeuwgebonden sportinstallaties) aan bod komt. In voorliggend geval heeft de eiseres met de verweerster een overeenkomst afgesloten enkel en alleen voor de levering van 200 ton kunstsneeuw. De levering van de kunstsneeuw op zich was derhalve het voorwerp van de economische activiteit. Daarvoor is de eiseres niet ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen. Het feit dat de eiseres die economische activiteit van verkoop van sneeuw op zich reeds vroeger zonder problemen heeft uitgeoefend, belet niet dat de verweerster overeenkomstig art. 14 van de wet op de KBO de onontvankelijkheid van de vordering kan opwerpen en in casu rechtsgeldig opwerpt omdat op de datum van de inleiding van de vordering van de eiseres, die vordering gebaseerd is op een activiteit waarvoor de onderneming niet is ingeschreven of die niet valt onder het maatschappelijke doel waarvoor de onderneming op die datum is ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen. De exceptie van onontvankelijkheid werd in de eerste besluiten van de verweerster opgeworpen en wel vόόr elke andere exceptie of verweermiddel. De vordering van de eiseres is derhalve niet ontvankelijk. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak, Alle anders luidende en/of tegenstrijdige conclusies van de hand wijzend; Verklaart de vordering van de eiseres niet ontvankelijk; Verwijst de eiseres tot al de kosten van het geding en stelt deze aan de kant van de verweerster tot op heden vast op euro 364,40 geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding; Onverminderd de toepassing van art. 1024 Ger.W.; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op woensdag, ZES SEPTEMBER TWEEDUIZEND EN ZES. Aanwezig : de heren L. Vandenbroucke, rechter; A. Deceuninck en M. Vervaeke, rechters in handelszaken, beiden door de Voorzitter aangewezen in vervanging van de plaatsvervangende rechters in handelszaken F. Vankeirsbilck en J. Bral, wettig verhinderd zijnde de uitspraak van huidig vonnis bij te wonen waarover zij mede hebben beraadslaagd; mevrouw Ch. Busschaert, griffier. Ch. Busschaert M. Vervaeke A. Deceuninck L. Vandenbroucke Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.