id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 08 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2006:JUG.20061108.24 Rolnummer: AR 701/06 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-02-12 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-07-02 14:38 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Berechting - Heropening van het debat Vrije woorden: art. 772 Ger.W. - voorwaarde niet vervuld voor heropening van de debatten Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, VIJFDE KAMER, rechtsprekend In de zaak nr. 701/2006 der algemene rol. De VZW WOON EN ZORG H. HART, met vennootschapszetel te 8500 Kortrijk, Budastraat 30 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0413.595.330, Eiseres, hebbende als raadsman en pleitend Meester Dominique Desmet, advocaat te Kortrijk, TEGEN : De BVBA FURKA, met vennootschapszetel te 8500 Kortrijk, 't Hoge 65 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0423.133.202, Verweerster, hebbende als raadsman Meester Patrick Van Vlierberghe, advocaat te Kortrijk en pleitend Meester Valerie Surmont, advocaat te Harelbeke. De rechtbank heeft de partijen gehoord in openbare zitting van 25 oktober 2006 en heeft kennis genomen van de door de eiseres neergelegde stukken, hierbij toepassing makend van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken. Met dagvaarding betekend op 9 februari 2006 vordert de eiseres: de veroordeling van de verweerster tot het terugplaatsen van de geviseerde originele Dieta kookketels incluis de aflevering van het certificaat van 100 % intactheid, dit alles binnen 14 dagen na het tussen te komen vonnis en onder verbeurte van een dwangsom van euro 2.500,00 per dag vertraging na betekening van het tussen te komen vonnis, de veroordeling van de verweerster tot de betaling van een bedrag van euro 2.855,48 meer de verwijlrente sedert de ingebrekestelling van 17 juli 2003 en de gerechtelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding, de veroordeling van de verweerster tot de betaling van een bedrag van euro 7.171,52 meer de verwijlrente vanaf de ingebrekestelling van 5 januari 2006 en de gerechtelijke rente sedert de dagvaarding, om akte te verlenen van haar voorbehoud met betrekking tot alle andere mogelijke schade die ze heeft geleden of nog zal lijden ingevolge voormelde wanprestatie door de verweerster begaan? de veroordeling van de verweerster tot de kosten van het geding. Bij beschikking van 8 mei 2006 werden in deze zaak, overeenkomstig art. 747 § 2 Ger.W., de conclusietermijnen en de pleitdatum vastgelegd. Op 10 mei 2006 werd kennis gegeven van die beschikking aan de raadslieden van de partijen. De verweerster kreeg de toelating besluiten neer te leggen uiterlijk op 9 juni, 4 augustus en 29 september
- De eiseres kon besluiten neerleggen tegen 7 juli en 1 september
- Geen van de partijen heeft besluiten neergelegd. Ter pleitzitting heeft de verweerster, bij monde van haar raadsman, vooreerst aangedrongen op de verdaging van de behandeling van de zaak ten einde haar toe te laten haar leverancier in deze zaak te betrekken, die korte tijd geleden haar verantwoordelijkheid zou hebben opgenomen voor de defecte toestellen die de verweerster in de keuken bij de eiseres heeft geplaatst en waarover de eiseres klaagt. In ondergeschikte orde gedroeg de verweerster zich bij monde van haar raadsman naar de wijsheid van de rechtbank. De eiseres verzette zich bij monde van haar raadsman tegen elk verder uitstel van de zaak en vroeg als meest gerede partij vonnis op tegenspraak. Op grond van het recht aan de eiseres verleend door art. 747 § 2 in fine Ger.W. zag de rechtbank zich verplicht in te gaan op het verzoek van de eisende partij. De debatten werden gesloten, de zaak werd in beraad genomen en voor uitspraak gesteld op 8 november
- * * * Bij verzoekschrift van 2 november 2006, neergelegd ter griffie op dezelfde datum door de verweerster, vordert deze de heropening van de debatten. Zij verwijst naar een brief van de NV Sabemaf te Brussel d.d. 20 augustus 2006 aan haar gericht, waarbij de NV Sabemaf bevestigt dat de Dieta ketels geplaatst bij de eiseres niet langer een zaak is tussen de verweerster en de NV Sabemaf, gezien de rechtstreekse behandeling van het probleem met de eiseres. De verweerster wijst er op dat zij die NV Sabemaf in de zaak tussen haar en de eiseres moet betrekken om de NV Sabemaf te horen veroordelen haar te vrijwaren voor welke veroordeling die zij zou kunnen oplopen ten opzichte van de eiseres, waartoe zij reeds de dagvaarding uitstuurde met inleiding van de vordering in tussenkomst en vrijwaring op de zitting van 2 november
- De verweerster wijst er in haar verzoekschrift op dat die brief van de NV Sabemaf d.d. 20 augustus 2006 bij haar zoek was geraakt, zodat zij deze brief maar kon inroepen net voor de debatten op 25 oktober 2006 (ten onrechte schrijft de verweerster 25.1.2006) zouden gesloten worden. Art. 772 Ger.W. bepaalt dat indien een verschijnende partij gedurende het beraad een nieuw stuk of feit van overwegend belang ontdekt, zij de heropening van de debatten kan vragen, zolang het vonnis niet is uitgesproken. Een aantal voorwaarden om tot de heropening van de debatten over te gaan moeten worden vervuld: Het verzoek moet uitgaan van een partij die is verschenen. Heropening is maar mogelijk zolang er geen uitspraak is tussengekomen. De noodzaak van een nieuw stuk of feit dat van overwegend belang is. (Castermans M., "Gerechtelijk privaatrecht. Algemene beginselen, bevoegdheid en burgerlijke rechtspleging" blz. 278 en 279 / Laenens J., Broeckx K., Scheers D., "Handboek gerechtelijk recht", blz. 390 en 391). In voorliggend geval is er voldaan aan de eerste twee voorwaarden. De derde voorwaarde is evenwel niet vervuld. De verweerster geeft toe dat zij reeds van minstens kort na 20 augustus 2006 kennis had van het standpunt van haar onderaannemer, de NV Sabemaf, verwoord in de brief van die laatste d.d. 20 augustus
- Zij heeft die brief, volgens de inhoud van haar verzoekschrift tot de heropening van de debatten, immers "herontdekt "net voor de sluiting van de debatten. Evenwel, indien een stuk of een feit al bestond en gekend was voor de sluiting van de debatten, dan is er geen sprake van een nieuw stuk. Het feit dat stukken ingevolge een vergetelheid of nalatigheid niet werden ingeroepen kan geen heropening van de debatten te rechtvaardigen. De heropening van de debatten is er immers niet op gericht om een nalatigheid in hoofde van een partij te verhelpen (Castermans M., "Gerechtelijk privaatrecht. Algemene beginselen, bevoegdheid en burgerlijke rechtspleging" blz. 278 en 279, nr. 498). Het nieuw element mag de verzoeker tot heropening van de debatten niet gekend zijn of kunnen gekend zijn vόόr de sluiting van de debatten (Laenens J., Broeckx K., Scheers D., "Handboek gerechtelijk recht", blz. 391, nr. 823). De verweerster geeft toe dat zij voor de sluiting van de debatten de inhoud van die brief van de NV Sabemaf d.d. 20 augustus 2006 reeds kende. Zij schrijft zelf dat zij die brief heeft "herontdekt" en dat zelfs vooraleer de debatten werden gesloten. Het stond de verweerster zodoende vrij om onmiddellijk na 20 augustus 2006 de NV Sabemaf in tussenkomst en vrijwaring te dagvaarden en in haar besluiten van 29 september 2006 van die dagvaarding en van de inhoud van de brief van de NV Sabemaf melding te maken. Zij hoefde niet te wachten tot zij de brief had "herontdekt" en dus zeker niet tot de debatten waren gesloten, om haar standpunt uiteen te zetten. Het verzoek tot heropening van de debatten is zodoende wel ontvankelijk, doch wordt als ongegrond afgewezen. * * * Aan de hand van de voorgelegde stukken en de ter zitting door de eiseres verstrekte uitleg komt de vordering van de eiseres de rechtbank toelaatbaar en gegrond over, tenzij voor wat de gevorderde dwangsom betreft, die rechtbank vermindert tot euro 500,00 per dag met een maximum bedrag, waarboven geen dwangsom meer verbeurd wordt verklaard van euro 30.000,00, en voor wat de gevorderde moratoire rente betreft op het bedrag van euro 2.855,48 te berekenen vanaf 17 juli
- Op voormelde datum heeft de eisers enkel haar schadenota opgesteld lastens de verweerster. Pas op 5 januari 2006 werd de verweerster in gebreke gesteld die som te betalen. Moratoire rente kan slechts vanaf die laatste datum worden toegestaan. Bij gebreke aan specifieke motivering, die de toestand van de schuldeiser betreft, waarom de schuldenaar van zijn principieel recht tot kantonnement zou moeten uitgesloten worden, wordt op de eis tot uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement door de rechtbank evenmin ingegaan. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak; Alle anders luidende en / of tegenstrijdige conclusies van de hand wijzend; Verklaart het verzoek tot heropening van de debatten ontvankelijk, doch wijst dit af als ongegrond; Verklaart de vordering van de eiseres ontvankelijk en in de volgende mate gegrond; Veroordeelt de verweerster tot het terugplaatsen bij de eiseres van de gereviseerde originele Dieta kookketels en tot de aflevering van het certificaat van 100 % intactheid, dit alles binnen 14 dagen na het tussen te komen vonnis en onder verbeurte van een dwangsom van euro 500,00 per dag vertraging na de dag van de betekening van het tussen te komen vonnis, met de beperking tot een bedrag van euro 30.000,00 waarboven geen dwangsom meer kan worden verbeurd; Veroordeelt de verweerster tot de betaling aan de eiseres van een bedrag van euro 2.855,48 (tweeduizend achthonderd vijfenvijftig euro en achtenveertig cent) te vermeerderen met de moratoire sedert de ingebrekestelling van 5 januari 2006 en de gerechtelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding, de rente telkens te berekenen aan de wettelijke rentevoet van 7 %; Veroordeelt de verweerster tot de betaling aan de eiseres van een bedrag van euro 7.171,52 (zevenduizend honderd eenenzeventig euro en tweeënvijftig cent) te vermeerderen met de moratoire rente vanaf de ingebrekestelling van 5 januari 2006 en de gerechtelijke rente sedert de dagvaarding, de rente telkens te berekenen aan de wettelijke rentevoet van 7 %; Verleent de eiseres akte van haar voorbehoud nopens alle andere mogelijke schade die ze heeft geleden of nog zal lijden ingevolge wanprestaties door de verweerster begaan; Wijst het thans meergevorderde af als ongegrond; Verwijst de verweerster tot al de kosten van het geding en stelt deze aan de kant van de eiseres tot op heden vast op euro 221,33 kosten van dagvaarding en rolstelling en op euro 364,40 geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding; Onverminderd de toepassing van art. 1024 Ger.W.; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op woensdag, ACHT NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ZES. Aanwezig: de heren L. Vandenbroucke, rechter, P. De Poot en P. Matton, rechters in handelszaken, mevrouw Ch. Busschaert, griffier. Ch. Busschaert P. Matton P. De Poot L. Vandenbroucke. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div