← België

ECLI:BE:ORGNT:2006:JUG.20061109.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 09 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2006:JUG.20061109.10 Rolnummer: AR 4038/04 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-10-03 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-07-02 14:39 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Schadevergoeding Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, EERSTE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr 4038/04 der algemene rol De naamloze vennootschap WILLY CALLENS, met vennootschapszetel te 8530 Harelbeke, Vaarnewijkstraat 3 ; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0419.765.520; eiseres, hebbend als raadsman meester Nicolas Vanlerberghe en pleitend meester Marieke Lefevre, beiden advocaat te 8870 Izegem, Kasteelstraat 24 ; tegen : De naamloze vennootschap FM FRANS MAES, met vennootschapszetel te 8860 Lendelede, A. Dassonvillelaan 4 ; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0425.626.003; verweerster, hebbend als raadsman en pleitend meester Geert Boelens, advocaat te 9070 Destelbergen, Admiraalstraat 81/

  1. Gezien de inleidende dagvaarding, die regelmatig werd betekend aan verweerster op 13 oktober 2004; Gezien de tussenvonnissen dd. 10 november 2005 en 30 maart 2006; Gezien de stukken van rechtspleging; Gezien de door partijen neergelegde dossiers; Gehoord de partijen in hun middelen en besluiten voorgedragen in openbare terechtzitting van 28 september 2006, waarop de zaak in beraad werd genomen. Gelet op de wet van 15 juni 1935 tot regeling van het taalgebruik in gerechtszaken; De feiten en retroacten Voor de uiteenzetting van de feiten wordt verwezen naar het tussenvonnis van 10 november
  2. In voormeld tussenvonnis werd aan AXA Belgium en aan WVEM het bevel opgelegd een voor eensluidend verklaard afschrift voor te leggen van het dossier dat werd opgesteld naar aanleiding van het schadegeval dat zich op 23 januari 2003 heeft voorgedaan. Zij dienden het afschrift neer te leggen tegen donderdag 22 december
  3. Zowel AXA Belgium als WVEM bleven in gebreke gevolg te geven aan dit bevel van de rechtbank. Naar aanleiding van de behandeling van de zaak werd door de raadsman van Maes alsnog een stuk voorgelegd afkomstig van AXA, m.n. het verslag van deskundige Gijbels dat blijkbaar werd opgesteld op 25 augustus
  4. Andere stukken werden niet in de debatten gebracht. Naar aanleiding van deze zitting verklaarde de raadsman van Callens niet langer aan te dringen op haar vordering ten aanzien van AXA die er toe strekte om de neerlegging van het dossier te bekomen op straffe van een dwangsom. Bij tussenvonnis van deze rechtbank van 30 maart 2006 werd WVEM het bevel opgelegd om de stukken waarvan sprake in het tussenvonnis van 10 november 2005 neer te leggen, dit maal op straffe van een dwangsom van euro 100 per dag vertraging. Bij brief van 12 mei 2006 heeft WVEM uiteindelijk een aantal stukken ter griffie neergelegd, m.n. het proces-verbaal van tegensprekelijke vaststellingen van 23 januari 2003, de factuur dd. 6 mei 2003, ingebrekestelling dd. 6 juni 2003, de ingebrekestelling aan AXA dd. 6 mei 2003 en de dagvaarding uitgestuurd door WVEM lastens Frans Maes. In de begeleidende brief van de raadsman van WVEM wordt meegedeeld dat na dagvaarding deze zaak integraal werd geregeld door Frans Maes FM zonder dat de procedure diende te worden verder gezet. Naar aanleiding van de behandeling ter zitting van 28 september 2006 legt de raadsman van Callens nog een aantal bijkomende stukken neer afkomstig van WVEM, onder meer een brief van AXA dd. 12 juni 2003 waarin zij meedelen dat Frans Maes aangifte heeft gedaan van het schadegeval en dat zij deskundige Gijbels belasten met een onderzoek en een brief van 15 april 2004 waarin Axa meedeelt contact te zullen opnemen met de expert. De vordering - Standpunten van partijen Willy Callens vordert na tussenvonnis dat : Frans Maes zou veroordeeld worden om haar euro 2.769,65 te betalen uit hoofde van geleden schade meer de vergoedende rente vanaf 23 januari 2003 tot datum van dagvaarding en de gerechtelijke rente vanaf die datum tot de dag der betaling. Frans Maes stelt ter gelegenheid van de behandeling van de zaak op de openbare zitting van 28 september 2006 dat zij afziet van verdere betwisting nopens de aansprakelijkheid. Beoordeling
  5. De voorlegging van de stukken De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 10 november 2005 krachtens art. 877 Ger.W. aan AXA BELGIUM, met maatschappelijke zetel te 1170 Brussel, Vorstlaan 25 bevel gegeven een voor eensluidend verklaard afschrift van de gegevens uit het dossier aangelegd naar aanleiding van het schadegeval 9703-500097-01-A2J-C van 23 januari 2003 polis 730.138.726 voor te leggen, inzonderheid het verslag dat haar werd overgemaakt door dhr Gijbels. De rechtbank stelt vast dat AXA aan dit bevel niet op tijdige wijze gevolg heeft gegeven. Naderhand heeft zij via de raadsman van Frans Maes NV een kopie van het deskundig verslag van ir. Gijbels bezorgd en volhardde Frans Maes in zijn verweer nopens de aansprakelijkheid. Enig ander stuk, alhoewel gevraagd, werd niet neergelegd. Uit de thans door WVEM voorgelegde stukken blijkt dat AXA reeds onmiddellijk na het schadegeval op de hoogte werd gebracht door Frans Maes en een dossier heeft aangelegd. Naar aanleiding van de behandeling van de zaak ter zitting van 9 maart 2006, wordt via de raadsman van Frans Maes een afschrift neergelegd van het verslag dat ir. Gijbels in opdracht van AXA heeft opgesteld. Enig ander stuk wordt niet voorgelegd alhoewel thans blijkt dat AXA ontegensprekelijk in het bezit was van andere stukken. Zij is aldus niet tegemoetgekomen aan de verplichting van art. 877 Ger.W, hetgeen zou kunnen gesanctioneerd worden op grond van art. 459bis SW.
  6. De aansprakelijkheid Uit de thans voorgelegde stukken blijkt dat Frans Maes haar aansprakelijkheid voor het schadegeval heeft erkend naar aanleiding van de procedure die zij gevoerd heeft met de WVEM en tot volledige regeling is overgegaan. Naar aanleiding van de behandeling stelt zij dat zij geen betwisting meer voert nopens haar aansprakelijkheid. De aansprakelijkheid van FM Frans Maes staat dan ook vast.
  7. De geleden schade Callens vordert een bedrag van euro 2.769,65 uit hoofde van geleden schade meer de vergoedende rente vanaf 23 januari
  8. Zij bekomt dit bedrag door het aantal werknemers, die ingevolge de stroomonderbreking werkloos werden, te vermenigvuldigen met de kostprijs die zij normalerwijze per personeelslid aanrekent aan derden en dit maal 1,50 (zijnde de duur van de elektriciteitsonderbreking). In eerste instantie merkt Maes terecht op dat uit de voorgelegde gegevens niet kan afgeleid worden dat er sprake is van een stroomonderbreking van anderhalf uur. Het rapport van WVEM meldt dat de stroomonderbreking gestart is om 8 u 35 en dat de cabine van het bedrijf Callens terug werd aangesloten via een noodgroep om 9 u
  9. De totale duurtijd van de stroomonderbreking bedraagt derhalve 1 u 05 minuten. Verder merkt Maes eveneens terecht op dat het feit dat er zich een stroomonderbreking voordoet niet inhoudt dat alle werknemers van het bedrijf geen prestaties meer kunnen leveren. Maes is om die reden van oordeel dat de vordering slechts gegrond kan verklaard worden in de mate dat aangetoond wordt dat er een verschil bestaat in omzetcijfer in de periode voorafgaand aan het schadegeval in vergelijking met de periode waarin het schadegeval zich heeft voorgedaan. De rechtbank is van oordeel dat dergelijke berekening in casu niet aangewezen voorkomt. De impact van één uur verlies van productiviteit is niet van die grootorde dat een eventueel verschil in de boekhoudkundige cijfers over een periode (x maanden) genomen aan deze onderbreking kan toegeschreven worden. Uitsluitend een studie van de productiviteit per uur zou desgevallend een aanknopingspunt kunnen bieden. Vermits echter het gros van de arbeiders van de firma blijkbaar op werven aanwezig is en het gros van het personeel dat aanwezig is op het bedrijf bedienden zijn, die zich bezig houden met administratieve taken (facturatie, offertes opstellen, tekeningen, edm.) is het quasi onmogelijk hiervan de productiviteit te meten. Rekening houdend met de vaststelling dat elektriciteit onontbeerlijk is bij de uitbating van een bedrijf enerzijds voor de werking van de machines (inzonderheid computers met tekenprogramma's, facturatieprogramma's, edm.) en voor de verlichting (zonsopgang op 23 januari ligt rond 8 u 30), doch anderzijds met de vaststelling dat een aantal personeelsleden kunnen ingezet worden voor andere taken wat post factum zowel kwantitatief als kwalitatief moeilijk te meten is, is de rechtbank van oordeel dat een exacte begroting niet kan gegeven worden. Een begroting ex aequo et bono is dan ook aangewezen. De rechtbank is van oordeel dat een vergoeding van euro 2.000 kan worden toegekend. Hierbij wordt rekening gehouden met het groot aantal bedienden dat hoofdzakelijk op computer werkt, evenals met het feit dat op 23 januari zeker in het begin van de onderbreking elektriciteit noodzakelijk was om op alle plaatsen voldoende licht te hebben. Gelet op de artikelen 2 en volgende van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken ; OM DEZE REDENEN, De rechtbank, Wijzende op tegenspraak; Alle andere middelen afwijzend als ongegrond of niet ter zake dienend; Verklaart de vordering van NV Willy Callens ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond; Dienvolgens veroordeelt NV FM Frans Maes om te betalen aan NV Willy Callens een bedrag van TWEEDUIZEND euro ( euro 2.000), meer de vergoedende rente vanaf 23 januari 2003 tot dagvaarding en vanaf dagvaarding de gerechtelijke rente tot de dag der betaling; Beveelt aan dhr Hoofdgriffier van deze rechtbank, in toepassing van art. 29 SV om dadelijk aan dhr Procureur des Konings te Kortrijk een afschrift over te maken van : dit vonnis alsmede het tussenvonnis van 10 november 2005; een afschrift van de stukken neergelegd door nv FM Frans Maes en nv Willy Callens; een afschrift van de conclusies neergelegd door nv FM Frans Maes en nv Willy Callens; een afschrift van de stukken neergelegd door WVEM; een afschrift van de gerechtsbrieven gericht aan AXA. Verwijst nv Frans Maes in de kosten van het geding in hoofde van nv Willy Callens begroot op euro 206,23 dagvaardingskosten en euro 364,40 rechtsplegingsvergoeding, zoals gevorderd en in hoofde van Callens op euro 364,40 rechtsplegingsvergoeding. Verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in buitengewone openbare terechtzitting van NEGEN NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ZES. Aanwezig: L. Billiet, rechter ; J. Decorte en P. De Smet, rechters in handelszaken, de tweede door de Voorzitter aangewezen ter vervanging van de rechter in handelszaken J. Corne, wettig verhinderd zijnde de uitspraak van huidig vonnis bij te wonen waarover hij mede heeft beraadslaagd (art. 779 Ger.W.) ; N. Bostoen, griffier. N. Bostoen P. De Smet J. Decorte L. Billiet Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.