← België

ECLI:BE:ORGNT:2006:JUG.20061113.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 13 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2006:JUG.20061113.4 Rolnummer: AR 4329/05 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-11-23 Raadplegingen: 157 - laatst gezien 2026-07-02 14:39 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Totstandkoming overeenkomst - Precontractuele aansprakelijkheid Vrije woorden: culpa in contrahendo Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, VIERDE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr. 05/04329 der algemene rol Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "VAN DEN BERGHE ENGINEERING" (voorheen BVBA Cristofori), met maatschappelijke zetel te 2890 Sint-Amands, Nijvendries 4, met ondernemingsnummer 0460.616.178, eiseres op hoofdeis, verweerster op tegeneis, hebbende als raadslieden meesters K. De Saedeleir en S. Callens, advocaten te Gent, tegen: naamloze vennootschap "V.S.K. ELECTRONICS", met maatschappelijke zetel te 8530 Harelbeke, Venetiëlaan 39, met ondernemingsnummer 0418.907.564, verweerster op hoofdeis, eiseres op tegeneis, hebbende als raadsman meester Ph. Leroy, advocaat te Gent. De rechtbank heeft de partijen gehoord in openbare zitting en heeft kennis genomen van de stukken en besluiten. Toepassing werd gemaakt van art. 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. VORDERINGEN Met dagvaarding dd. 29.11.2005, later aangepast in besluiten, vordert de bvba Van Den Berghe Engineering (hierna als de "eiseres" aangeduid) de veroordeling van de nv V.S.K. Electronics (hierna als de "verweerster" aangeduid) tot betaling van 107.050,00 EUR, meer de wettelijke rente vanaf 17.10.2005 en de gerechtelijke rente vanaf 29.11.2005 tot de datum van algehele betaling, en meer de gerechtskosten, dit alles bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal en met uitdrukkelijke uitsluiting van borgstelling en kantonnement. De eiseres beschuldigt de verweerster ervan de onderhandelingen met het oog op het sluiten van een overeenkomst in verband met de productontwikkeling van digitale multimedia transmissie en opname voor bewakingscamera's, onrechtmatig te hebben afgebroken. Zij vordert de veroordeling van de verweerster tot vergoeding van de gemaakte kosten, de geleverde prestaties en de winstderving, indien het contract zou zijn uitgevoerd. De verweerster betwist de vordering en meent dat deze zelfs tergend en roekeloos is. Zij vordert de veroordeling van de eiseres tot betaling van een schadevergoeding van 2.500,00 EUR meer de gerechtelijke rente. KORTE SAMENVATTING VAN DE FEITEN De verweerster ontwerpt en realiseert geïntegreerde veiligheidssystemen voor toegangscontrole, digitale video-opslag en inbraak- en branddetectie. De eiseres is IT-expert, gespecialiseerd in hard- en software design. Vanaf september 2002 werden tussen partijen onderhandelingen gevoerd in verband met de productontwikkeling van digitale multimedia transmissie en opname voor bewakingscamera's. Deze onderhandelingen resulteerden in een eerste offerte van de eiseres, die zij per e-mail van 26.11.2002 aan de verweerster overmaakte. Mevr. M, aangestelde of vertegenwoordigster of bestuurster van de verweerster (?), antwoordde dat de offerte er op het eerste zicht goed uitzag. Zij voegde er aan toe dat enkel nog diende uitgeklaard te worden wat bedoeld werd met "maintenance" (dienstverlening na levering). Zij wenste de eiseres succes met de reis naar de "Codec leverancier". Terzelfder tijd werd afgesproken dat de eiseres informatie zou zoeken in verband met een Mpeg-4 encoder/decoder. De eiseres informeerde bij meerdere firma's, wiens offertes zij overmaakte aan de verweerster. Zo maakte zij aan de verweerster offertes over van de firma's Streaming Networks en Tigress. Vervolgens werden besprekingen gevoerd in verband met de verkrijgbaarheid van de "sources" en andere aspecten van het project. Op 20.1.2003 mailde de verweerster aan de firma "Tigress" en de eiseres dat de finale besprekingen op bestuursniveau plaatsvonden en dat deze de eerstvolgende dagen zouden afgerond worden. Zij verzocht terzelfder tijd om een planning, de garantie dat de planning zou gerespecteerd worden en een schatting van het aantal vergaderingen en de daarmee gepaard gaande extra kosten. Terzelfder tijd stuurde de verweerster aan Tigress en de eiseres een afzonderlijke e-mail metvragen over hun projecten. Ten aanzien van de eiseres ging het over vragen over de mogelijke beëindiging van het project, een specificatie-document, een voorstel voor garantie en maintenance en de aanvang van het project. Daaromtrent werden nog meerdere e-mails gewisseld, tot wanneer mevr. M op 12.2.2003 meedeelde dat de beslissing was genomen om het MPEG4-project te doen met de eiseres en Tigress en dat het project zo snel mogelijk zou aangevat worden. Zij kondigde aan zeer waarschijnlijk daags nadien de bestelling te doen. Voor de duidelijkheid vroeg zij een geactualiseerde offerte, waarin het resultaat van de voorgaande besprekingen zou opgenomen worden, teneinde deze te kunnen opnemen in de bestelling. De eiseres bezorgde diezelfde dag nog de geactualiseerde offerte. Met e-mail van 14.2.2003 vroeg de verweerster nog verduidelijking over twee punten in de offerte. Met e-mail van 19.2.2003 aan Tigress en de verweerster gaf de eiseres nog wat uitleg over haar verhouding met de verweerster. Zij besloot de e-mail met de melding dat zij niet nogmaals in een discussieronde betreffende nogmaals bijkomende eisen wenste betrokken te worden, rekening houdend met de tijd en inspanningen, die zij reeds geleverd had. Zij verklaarde ermee te willen ophouden indien zij het contract diezelfde week niet zou ontvangen. Met e-mail van 21.2.2003 antwoordde de verweerster dat zij beschikte over alle gegevens, die in een interne vergadering zouden besproken worden. Enkele dagen later telefoneerde de verweerster naar de eiseres met de boodschap dat zij de relaties niet wenste verder te zetten. Met brief van 17.10.2005 stelden de raadslieden van de eiseres de verweerster in gebreke wegens het onrechtmatig verbreken van de onderhandelingen. Zij vorderden de betaling van 107.050,00 EUR. Met brief van 8.11.2005 betwistte de raadsman van de verweerster de aanspraken van de eiseres. KORTE SAMENVATTING VAN DE STANDPUNTEN VAN DE PARTIJEN De eiseres is van oordeel dat de verweerster zich schuldig gemaakt heeft aan "culpa in contrahendo". Zij wijst op volgende omstandigheden, nl.: - de onderhandelingen waren langdurig, intensief en reeds zeer ver gevorderd; - zij had aanzienlijke kosten gemaakt; - de indruk werd gewekt dat er een contract zou tot stand komen; - de bedoeling van de verweerster bestond er in vertrouwelijke informatie te ontfutselen; - er was geen of geen geldig motief voor het stopzetten van de onderhandelingen. De schade begroot zij aan: - 21.000,00 EUR voor de gemaakte kosten en geleverde prestaties; - 86.050,00 EUR voor de winstderving. De verweerster betwist de vordering omdat zij meent op een normaal zorgvuldige wijze te hebben gehandeld. Zij wijt het afbreken van de onderhandelingen aan onenigheid over de modaliteiten van een eventuele uitvoering en aan onduidelijkheden. Zij betwist dat zij geen reden voor het afbreken van de onderhandelingen zou opgegeven hebben. Zij citeert uit een e-mail van de eiseres dd. 19.2.2003, waaruit zij afleidt dat de eiseres liet uitschijnen niet ten volle meer geïnteresseerd te zijn in het sluiten van een overeenkomst. De verweerster betwist eveneens de bewering van de eiseres dat zij vertrouwelijke informatie van de eiseres zou gebruikt hebben bij het toekennen van de opdracht aan een andere firma. Zij meent dat de eiseres haar eigen kosten dient te dragen, aangezien het gaat om kosten om een opdracht te bekomen. Ondergeschikt betwist de verweerster de schade en de omvang ervan. Minstens zouden de bedragen dienen herleid te worden tot wat onweerlegbaar bewezen is en het uitsluitende en rechtstreekse gevolg is van de beweerde fout. BEOORDELING I. Hoofdeis

  1. De fout De eiseres steunt zich op de precontractuele aansprakelijkheid van de verweerster. Van zodra de partijen met elkaar in contact treden met de ogenschijnlijke bedoeling eventueel een contract te sluiten, begint de precontractuele fase. Vanaf dit ogenblik tot het sluiten van het contract of tot het afbreken van de onderhandelingen, dienen beide partijen zich te gedragen als normaal voorzichtige personen. Alhoewel de precontractuele verhouding tussen de partijen in principe geen bindende rechtsband doet ontstaan, dienen zij hun onderzoeks- en beslissingsvrijheid met de nodige omzichtigheid en zorgvuldigheid uit te oefenen. Indien één van de partijen de onderhandelingen op foutieve wijze afbreekt of bij het voeren van de onderhandelingen op onzorgvuldige wijze te werk gaat, begaat zij een "culpa in contrahendo". De juridische grondslag zijn de artikelen 1382 en 1383 B.W. (zie daaromtrent Geens, H., "De grondslagen van de culpa in contrahendo", Jura Falconis, 2003-2004, nr. 2). De rechtbank is van oordeel dat de verweerster zich onzorgvuldig gedragen heeft.
  2. De door de eiseres voorgelegde stukken tonen onbetwistbaar aan dat de onderhandelingen zeer ver gevorderd waren, zelfs in die mate dat de partijen op het punt schenen te staan een contract te sluiten. Na maanden besprekingen, het intensief uitwisselen van gegevens en talrijke prestaties, schreef mevr. M op 20.1.2003 aan Tigress en de eiseres dat de finale besprekingen binnen de verweerster plaatsvonden en de eerstvolgende dagen zouden afgerond worden. Op 24.1.2003 schreef mevr. M dat er echt iets aan het bewegen was op bestuursniveau, doch dat haar collega's nog wat meer gegevens nodig hadden. Deze gegevens betroffen niet de inhoud van het contract maar wel de uitvoering, meer bepaald de planning: zij vroeg de planning van Cristofori en Tigress, welke garantie er was dat de planning zou gevolgd worden, en een schatting van het aantal vergaderingen en de daaraan gekoppelde extra kosten. Op 12.2.2003 deelde mevr. M mee dat de beslissing om het project met Cristofori/Tigress uit te voeren diezelfde morgen was genomen en dat de bestelling de daarop volgende dag zou worden geplaatst. Zij vroeg enkel nog een geactualiseerde offerte, waarin alle punten die in het verleden waren onderhandeld, zouden opgenomen worden. Zij had deze offerte enkel nodig voor de duidelijkheid, om deze in de bestelling te kunnen opnemen. Na nog wat verduidelijkingen schreef mevr. M op 21.2.2003 dat alle elementen beschikbaar waren en zouden voorgelegd worden op de interne vergadering van de daaropvolgende maandag. Nadien brak de verweerster de onderhandelingen zonder enige uitleg telefonisch af. In feite waren er reeds heel wat onderhandelingen gevoerd op het ogenblik dat de eiseres haar eerste offerte meedeelde en de verweerster antwoordde dat deze er op het eerste zicht goed uitzag: er hadden reeds een aantal vergaderingen plaatsgevonden en er was reeds heel wat informatie uitgewisseld.
  3. Ook thans blijft de verweerster elke plausibele uitleg voor het afbreken van de onderhandelingen schuldig. Zij heeft het over de "welbekende redenen" zonder deze concreet aan te duiden. Zij beweert dat de eiseres in gebreke bleef de gewenste informatie te bezorgen. De rechtbank vindt van deze bewering geen enkele aanwijzing in de stukken. Integendeel, op de vragen en opmerkingen van de verweerster werd door de eiseres steeds concreet en accuraat geantwoord. De verweerster verwijst naar een e-mail dd. 7.2.2003, waarin zij aan de eiseres zou gevraagd hebben maar liefst 8 onduidelijkheden in haar offerte te beantwoorden, na reeds op 24.1.2003 om toelichting te hebben gevraagd. De rechtbank heeft de indruk dat de verweerster hier doelbewust verwarring poogt te zaaien. Immers, de e-mail van 7.2.2003 bevat enkel vragen over de offerte van Tigress: de vragen werden gesteld aan Tigress, waarvan een kopie naar de eiseres gestuurd werd. Verder hebben deze vragen niets te zien met de vragen, die de verweerster op 24.1.2003 aan de eiseres stelde. Tigress heeft op alle vragen geantwoord (zie antwoord van Tigress dd. 7.2.2003), waarop de verweerster blijkbaar nadien niet meer is teruggekomen (aangezien dienaangaande geen stukken worden voorgelegd). Integendeel, op 12.2.2003 deelde mevr. M mee dat de beslissing was genomen om het project uit te voeren. Het order zou eerstdaags verzonden worden. Zij vroeg enkel "voor de duidelijkheid" een geactualiseerde offerte, waarin alle besproken punten zouden opgenomen worden, om in de bestelling op te nemen. Nadat zij na ontvangst van de definitieve offerte nog een aantal vragen had geformuleerd, waarop de eiseres heeft geantwoord, verklaarde mevr. M over alle gegevens te beschikken, die zouden voorgelegd worden aan het bestuur. Daar waar eerder alles het voorwerp was geweest van onderhandelingen en besprekingen, zegde de verweerster plots en zonder uitleg de onderhandelingen op. Enige verklaring waarom de bijkomende uitleg van de eiseres niet voldeed is steeds achterwege gebleven en blijft nog steeds achterwege. De verweerster beweert in besluiten dat de onderhandelingen afsprongen omwille van het gemis aan overeenstemming over een aantal fundamentele aspecten van het uit te voeren project. De verweerster blijft daarover opnieuw zeer vaag. Zij legt niet uit waar er een gemis aan overeenstemming was. Zij beperkt er zich toe te beweren dat zij de reden voor het afspringen van de onderhandelingen opgaf, minstens dat de eiseres de motieven voor het afbreken van de onderhandelingen kon kennen. Deze redenering is op zich reeds merkwaardig: de redenering dat de eiseres de motieven voor het afbreken van de onderhandelingen "kon" kennen, impliceert dat zij de motieven alleszins niet uitdrukkelijk heeft opgegeven. Hoe dan ook kan aan deze bewering van de verweerster geen geloof gehecht worden, aangezien zij thans nog steeds geen duidelijk antwoord op de vraag over de redenen kan geven. Aan de hand van de uitgewisselde e-mails kan inderdaad afgeleid worden dat de "maintenance" (zijnde de bijstand en het verhelpen van problemen na oplevering van het product) een belangrijk element was, doch uit niets blijkt dat dit de reden voor het afspringen van de onderhandelingen zou geweest zijn. De eiseres heeft dienaangaande steeds geantwoord op de vragen van de verweerster en voorstellen gedaan, zonder dat de verweerster dit uiteindelijk nog als een probleem beschouwde na ontvangst van de definitieve offerte en de bijkomende verduidelijkingen op vraag van de verweerster.
  4. Ten onrechte argumenteert de verweerster, verwijzende naar de e-mail van 19.2.2003 van de eiseres, dat de eiseres uiteindelijk zelf niet meer ten volle geïnteresseerd was in het sluiten van de overeenkomst. De reden van de uitspraak van de eiseres is gelegen in het feit dat zij van oordeel was dat zij reeds zodanig veel tijd en energie had gestoken in de onderhandelingen, en reeds zodanig veel informatie en duidelijkheid had verschaft, dat, indien er opnieuw een discussieronde zou worden uitgelokt door de verweerster, zij daarop niet meer zou ingaan. De verweerster had dit goed begrepen, aangezien zij daarop antwoordde dat zij beschikte over voldoende informatie.
  5. De verweerster vraagt zich ten slotte af waarom de eiseres 2,5 jaar gewacht heeft alvorens haar aanspraken te formuleren. Het antwoord op die vraag is te vinden in het feit dat de eiseres aan de hand van haar bevindingen op het internet, tot de conclusie is gekomen dat de verweerster de bedoeling zou gehad hebben informatie te ontfutselen van de eiseres om aldus met de bekomen informatie, het project veel goedkoper te laten uitvoeren door een derde. Hoe dan ook, zelfs indien dit aan de hand van de voorgelegde stukken niet zou bewezen worden, impliceert het stilzitten van de eiseres niet dat zij haar rechten zou verwerkt hebben, noch weerlegt dit de gedeeltelijke gegrondheid van haar vordering.
  6. De schadevergoeding
  7. Ten onrechte vordert de eiseres zowel vergoeding van de gemaakte kosten als de winstderving. De benadeelde kan geen aanspraak maken op het voordeel dat uit het nagestreefde contract zou voortvloeien (Gent, 12° kamer, 25.6.2003, inzake A.R. nr. 2002/1220, onuitgegeven; Antwerpen, 10.11.1999, A.J.T., 1999-2000, 969; Brussel, 5.2.1992, J.T., 1993, 130). Dit is des te meer het geval, nu volgens de beweringen van de eiseres de verweerster de onderhandelingen enkel zou gevoerd hebben om informatie te ontfutselen. Dit impliceert dat het volgens het standpunt van de eiseres nooit de bedoeling van de verweerster zou geweest zijn een contract te sluiten. Eventueel zou zij nog aanspraak kunnen maken op de vergoeding van de schade, bestaande in het verlies van een kans een contract te sluiten. Dit wordt echter niet gevorderd. Hoe dan ook, in dit geval dient de eiseres te bewijzen dat er een kans bestond om het contract te sluiten (Kh. Luik, 27.9.2002, T.B.H., 2004, nr. 3, p. 298). De eiseres toont niet aan dat deze kans bestond, aangezien haar standpunt erin bestaat dat de verweerster de onderhandelingen heeft gevoerd met de bedoeling vertrouwelijke informatie te ontfutselen.
  8. Daarentegen kan de eiseres wel vergoeding vorderen van de schade, die zij geleden heeft ingevolge de schijn, die de verweerster gewekt heeft het contract te sluiten. Deze schijn werd gewekt vanaf het ogenblik dat mevr. M met e-mail van 28.11.2002 verklaarde dat de offerte er op het eerste zicht goed uitzag en waarin zij nog uitleg vroeg over de "maintenance". Op dat ogenblik kon bij de eiseres het gewettigd vertrouwen bestaan dat er aanzienlijke kansen op een contractsluiting bestonden. Deze schijn werd nog versterkt door het feit dat de verweerster wist dat de eiseres aanzienlijke kosten maakte om ten behoeve van de verweerster prijs te bekomen van andere firma's betreffende andere aspecten van het project (zie de contacten met ‘Streaming Networks" en ‘Tigress", met instemming van de eiseres: zie haar mail van 28.11.2002). De onderhandelingen tussen Tigress en de verweerster werden mede via de eiseres gevoerd, wat niet kan gekaderd worden binnen de normale inspanningen, die een aanbieder moet leveren om een opdracht te bekomen. Op dat ogenblik, toen de onderhandelingen reeds ver waren gevorderd en de verweerster wist dat de eiseres aanzienlijke kosten zou maken, ontstond de verbintenis van de verweerster om te goeder trouw het nodige te doen opdat een definitieve overeenkomst tot stand kwam. Zij heeft deze verbintenis uiteindelijk niet nageleefd, aangezien, nadat alles duidelijk was en er geen hinderpalen meer werden vermeld om een definitieve overeenkomst te sluiten (integendeel zelfs), zij alsnog de onderhandelingen zonder vermelding van een plausibele reden verbrak. De fout bestaat erin de onderhandelingen tot een ver stadium te laten verlopen, en de wederpartij aanzienlijke kosten te laten maken om dan zonder geldige reden de onderhandelingen stop te zetten (Vanwijck-Alexandre, M., "La réparation du dommage dans la négociation et la formance des contrats", Ann. dr., 1980, p. 22-23). Het zijn de kosten en prestaties vanaf dat ogenblik, die voor vergoeding in aanmerking komen (Goossens, W., "Aanneming van werk: Het gemeenrechtelijke dienstencontract", 2003, p. 386). Derhalve dienen de kosten van de eiseres vanaf 28.11.2002 vergoed te worden. Er is geen reden om de kosten vóór deze datum ten laste van de verweerster te leggen, omdat: - niet bewezen is dat de verweerster in deze periode reeds de bedoeling zou gehad hebben vertrouwelijke informatie van de eiseres te ontfutselen; - niet bewezen is dat de verweerster toen reeds de intentie zou gehad hebben om geen contract te sluiten; - niet bewezen is dat de prestaties de normale prestaties voor het opmaken van een offerte overtroffen; - de eiseres niet aannemelijk maakt dat de verweerster zou gebruik gemaakt hebben van vertrouwelijke informatie, die reeds in deze periode zou verschaft zijn; - niet bewezen is dat de verweerster bij de eiseres reeds de schijn had verwekt dat er aanzienlijke kansen tot contractsluiting bestonden. Aan de hand van de voorgelegde stukken is het voor de rechtbank echter onmogelijk om deze schade op redelijke wijze te ramen. Gezien het hoogtechnologisch karakter van de besprekingen en onderhandelingen, is de rechtbank technisch onvoldoende onderlegd om een raming te maken. Bovendien is de berekening van de eiseres, zoals weergegeven in de bijlage bij de brief dd. 17.10.2005 (stuk 34 van de eiseres) eenzijdig en onvoldoende gestaafd: deze bijlage op zich heeft geen bewijswaarde. De berekening is eveneens onduidelijk en de eiseres is daaromtrent zelfs tegenstrijdig: nu eens heeft zij het over 7.500,00 EUR (zie dagvaarding), een andere keer heeft zij het over 21.000,00 EUR (zie de bijlage bij haar stuk 34) en ten slotte heeft zij het nog over 13.500,00 EUR (zie de aftrek, die zij toepast op de winstderving). Doch rekening houdend met de voorgelegde stukken (voornamelijk e-mail-verkeer, in tempore non suspecto opgesteld) en eventueel bijkomende stukken (bv. eventuele stukken in verband met het verblijf in het buitenland), lijkt het de rechtbank op het eerste zicht mogelijk te moeten zijn voor een technisch onderlegd deskundige terzake een raming van de kostprijs van de geleverde prestaties te maken. Derhalve stelt de rechtbank ambtshalve een deskundige aan om de kosten en prestaties vanaf 28.11.2002 in hoofde van de eiseres te ramen, waarbij hem ook de opdracht wordt gegeven een raming te maken van de minimaal verrichte kosten en prestaties. Intussen kan op grond van art. 19 al. 2 Ger. W. aan de eiseres reeds een provisie van 2.500,00 EUR toegekend worden, die eventueel nog kan herleid worden en aanleiding kan geven tot teruggave, indien uit het deskundig verslag zou blijken dat dit overdreven is. II. Tegeneis Gelet op de beoordeling van de hoofdeis, is de tegeneis, ertoe strekkende de eiseres te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding, ongegrond. III. Uitvoerbaarheid bij voorraad De eiseres vraagt dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. De voorlopige tenuitvoerlegging houdt een afwijking in van het algemeen beginsel van de schorsende werking van de gewone rechtsmiddelen (art. 1397 Ger. W.). De rechter moet bij het toekennen van de uitvoerbaarheid bij voorraad de nodige omzichtigheid aan de dag leggen (Antwerpen, 11.2.1987, R.W., 1986-87, 2640). De eiseres motiveert het verzoek niet en toont niet aan dat haar een ernstig nadeel wordt berokkend indien niet op haar verzoek wordt ingegaan (Antwerpen, 13.3.2000, A.J.T., 2000-2001, p. 259). Er zijn dan ook geen redenen voorhanden om af te wijken van het principe dat de tenuitvoerlegging van eindvonnissen geschorst wordt door verzet en hoger beroep, behalve wat de beslissing tot aanstelling van een deskundige betreft, die krachtens de wet uitvoerbaar bij voorraad is. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Rechtsprekend op tegenspraak,
  9. Verklaart de hoofdvordering ontvankelijk; Wijst de vordering strekkende tot vergoeding van de winstderving af als ongegrond; Zegt voor recht dat de eiseres aanspraak kan maken op vergoeding van de kosten en prestaties vanaf 28.11.2002 tot en met 24.2.2003; Veroordeelt de verweerster dienaangaande tot een provisie van TWEEDUIZEND VIJFHONDERD EURO (2.500,00 EUR), Alvorens te oordelen over het meergevorderde betreffende deze kosten: Stelt aan als deskundige de heer Bart LEFEBVRE, met kantoor te 8790 Waregem, Toekomststraat 30A (tel. 056/60.75.09 - fax. 056/61.43.12) die zich in voorkomend geval mag laten bijstaan door een specialist terzake op voorwaarde dat de expert de conclusie van deze laatste tot de zijne maakt en die overeenkomstig de artikelen 962 tot en met 991 Ger. W. binnen de vier maanden na de aanvaarding van zijn taak de volgende opdracht vervult:
  10. partijen aangetekend verwittigen met een tussentijd van vijf vrije dagen van plaats, dag en uur der uitvoering van zijn opdracht; partijen horen, de bescheiden vragen en alle nuttige inlichtingen inwinnen, zo nodig bij derden;
  11. een gedetailleerde beschrijving geven van de kosten en prestaties, die de eiseres verricht heeft vanaf 28.11.2002 tot en met 24.2.2003, in het kader van de onderhandelingen tussen haar en de verweerster teneinde een contract te sluiten met betrekking tot het FOXDMTR-project;
  12. deze kosten en prestaties begroten; tevens een begroting maken van de minimaal gemaakte kosten en verrichte prestaties;
  13. antwoorden op alle vragen van de partijen, nuttig voor de oplossing van het geschil;
  14. pogen partijen te verzoenen;
  15. het voorverslag aan iedere partij sturen met verzoek om gemotiveerde bezwaren binnen de maand mee te delen; deze beantwoorden en het verslag neerleggen, indien partijen niet tot verzoening zijn gekomen;
  16. op de dag van de inlevering van zijn eindverslag ter griffie, aan de partijen aangetekend een eensluidend verklaard afschrift van zijn verslag zenden, met daarin verwerkt, zijn staat van kosten en ereloon; Beveelt de deskundige, in navolging van art. 973 Ger. W., indien hij zijn opdracht niet binnen de termijn van vier maanden kan uitvoeren, de rechtbank daarvan onverwijld in te lichten, en de redenen daarvan te vermelden, zelfs indien de partijen hem verlenging van voormelde termijn zouden gegeven hebben; Beveelt de eiseres de kosten en het ereloon van de deskundige voor te schieten;
  17. Verklaart de tegenvordering ontvankelijk doch ongegrond; Verwijst de zaak voor het overige naar de bijzondere rol; Houdt de definitieve beslissing omtrent de gerechtskosten aan; Aldus het vonnis, uitgesproken in openbare terechtzitting van de Rechtbank van Koophandel te Kortrijk, gerechtsgebouw II, op maandag, dertien november tweeduizend en zes; Aanwezig : G. Danneels, ondervoorzitter; D. Coussée en L. Flamée, rechters in handelszaken ; V. Soreyn, adjunct-griffier. V. Soreyn L. Flamée D. Coussée G. Danneels Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.