id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 22 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2006:JUG.20061122.17 Rolnummer: AR 1546/06 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-02-17 Raadplegingen: 120 - laatst gezien 2026-07-02 14:43 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Internationale koop Vrije woorden: aankoop tweedehands voertuig Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, VIJFDE KAMER, rechtsprekend In de zaak nr. 1546/2006 der algemene rol. De heer A, handel drijvende onder de benaming "...", wonende te ..., Eiser op hoofdeis, Verweerder op tegeneis, hebbende als raadsman en pleitend Meester Frank Delporte, advocaat te Kuurne, TEGEN : De BVBA MOBILIARE, met vennootschapszetel te 8510 Kortrijk-Marke, Lampestraat 64 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0467.286.909, Verweerster op hoofdeis, Eiseres op tegeneis, hebbende als raadsman Meester Stefaan De Geeter en pleitend Meester Ellen De Geeter, advocaten te Kortrijk. De rechtbank heeft de partijen gehoord in openbare zitting van 25 oktober 2006 en heeft kennis genomen van de door de partijen neergelegde stukken, hierbij toepassing makend van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken. Met dagvaarding betekend op 18 april 2006 vordert A de veroordeling van de BVBA Mobiliare tot de betaling van euro 4.520,00, te vermeerderen met de conventionele verhoging van 10 % en de wettelijke rente aan 9,5 % tot aan de dagvaarding, meer de gerechtelijke rente aan 9,5 % vanaf de dagvaarding, van euro 2.710,00, meer de gerechtelijke rente sedert de dagvaarding de kosten van het geding. Met haar besluiten ter griffie neergelegd op 31 mei 2006 vordert de BVBA Mobiliare bij tegeneis de veroordeling van A tot de betaling van euro 2.066,16, te vermeerderen met de gerechtelijke rente en tot de betaling van de kosten van het geding.
- De feitelijke omstandigheden. Op 15 oktober 2005 plaatste A, handelaar in tweedehands auto's, een advertentie voor de verkoop van een tweedehands auto Mercedes 420 coupé, voor het eerst in het verkeer gebracht in
- In die aanbieding worden er een aantal gebreken opgesomd (Probleem met de centrale vergrendeling, een barst in de ruit, roest en afbladerende lak op de motorkap en het kofferdeksel). Hij houdt voor dat het om een verzamelobject gaat. De BVBA Mobiliare betwist die bewering. De BVBA Mobiliare ging wel in op het aanbod van A en kocht de auto voor euro 4.520,
- Op 31 augustus 2005 haalde de BVBA Mobiliare de auto af in Duitsland en overhandigde A een cheque voor de verkoopprijs. Op 1 september 2005 stuurde de BVBA Mobiliare aan A een e-mail met een aantal opmerkingen op de auto, vastgesteld bij de rit van bij A tot de bedrijfszetel van de BVBA Mobiliare. Er wordt geklaagd over: de antenne van de radio gaat niet volledig omhoog, de temperatuurregeling werkt niet. En uit een buis blijft warme lucht komen, er licht een rood lampje op, de wielen schudden, te wijten aan gebrek aan het uitbalanceren ervan of aan een te vervangen ABS-kabel. Op 18 oktober 2005 liet A bij e-mail weten dat de betaling tegen afgifte van de overhandigde cheque blijkbaar niet doorging. Op 25 oktober 2005 stuurde de BVBA Mobiliare een e-mail waarbij deze voorhield dat de cheque die zij had overhandigd bij de aankoop blijkbaar verloren was gegaan en dat de bank een kopie gevonden had, maar dat zij niet bereid was betaling te laten doorgaan tegen een fotokopie van haar cheque. Verder e-mailverkeer tussen de partijen bracht geen soelaas A kon geen betaling van de hem overhandigde cheque bekomen, noch ontving hij betaling van de aankoopprijs op een andere manier. Hij vordert thans betaling van de koopsom, euro 4.520,00, verhoogd met de rente en de bankkosten ( euro 2.710,00) voor het nodeloos aanbieden van de cheque. De BVBA Mobiliare liet twee bestekken opstellen door haar garagehouder op 6 december 2005 en legt een kopie voor van een factuur van 6 december 2005 voor het opstellen van de bestekken. Zij vordert bij tegeneis betaling van euro 2.066,16 voor de herstelling van: -waterinsijpeling in de koffer van het voertuig, -de airco + werkuren, -en de verwarming, en voor nodeloze administratie en communicatiekosten.
- Beoordeling. Het geschil heeft betrekking op een internationale koop-verkoop van roerende lichamelijke zaken, met name een tweedehands voertuig, gesloten na 1 november 1997, zodat het verdrag van 11 april 1980 houdende het recht voor de internationale koop-verkoop van roerende lichamelijke zaken (Het Weens Koopverdrag of CISG) van toepassing is. Partijen zijn immers in verschillende staten gevestigd: A in Duitsland en de BVBA Mobiliare in België. Beide staten zijn verdragsluitende staten (art. 1, 1) a) CISG). Uit niets blijkt dat partijen de toepassing van dit verdrag hebben uitgesloten ( art. 6 CISG). Dit verdrag heeft rechtstreekse gelding en moet als dusdanig worden toegepast (Van Houtte H., Erauw J., Wautelet P., (eds.), Het Weens Koopverdrag, nr. 1.10). 2.a. De hoofdeis. Luidens art. 53 CISG moet de koper de zaak in ontvangst nemen en de koopprijs betalen. De overhandiging van een cheque door de BVBA Mobiliare aan A voor een bedrag van euro 4.520,00, de afgesproken verkoopprijs, houdt geen bevrijding in van de BVBA Mobiliare nopens haar betalingsverbintenis. Daaruit volgt dat A, zolang hij tot de inning van de cheque niet is kunnen overgaan, hem dit het recht verleent betaling door de BVBA Mobiliare te eisen. (Kh. Brussel, 11 oktober 1993, T.B.H., 1994,1088) Een cheque is een betaalmiddel, geen betaling. Wie een cheque afgeeft, betaalt de koopsom niet (Cass. 23 september 1983, J.T. 1983, 64 en Cas. 21 november 1975, Pas. 1976, I, 366) Of een gebrek aan provisie op de rekening van de BVBA Mobiliare de inning van de cheque belette, dan wel de weigering van de BVBA Mobiliare om de cheque te laten uitbetalen, doet aan voormeld principe niets af. Volledig terecht eist A dan ook thans nog de betaling van de koopsom van het voertuig. Over het bedrag van die koopsom bestaat er verder geen betwisting: euro 4.520,
- Het verweer door de BVBA Mobiliare gevoerd in verband met het enkel aanbieden van een fotokopie van de cheque aan de betrokken bankier, omdat het origineel verloren was gegaan, en het feit dat zij daardoor toch niet het risico kon lopen tweemaal te moeten betalen én op grond van de fotokopie én op grond van het origineel van de cheque, belette haar niet gewoon de koopsom te betalen na verzet aan te tekenen tegen de betaling van de cheque op grond van art. 32 van de Chequewet. Zodoende sloot zij elk risico uit op dubbele betaling. Naast die hoofdsom vordert A nog de toekenning van de conventionele rente en het conventioneel verhogingsbeding. De voorgelegde kopie van de overeengekomen aankoopvoorwaarden zijn evenwel dermate onleesbaar dat de BVBA Mobiliare bij monde van zijn raadsman, ter pleitzitting in ondergeschikte orde de toekenning vordert, overeenkomstig art. 4, 5 en 6 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, van een moratoire rente van 9,5 % en van een redelijke vergoeding van 8 % op de koopsom voor alle relevante invorderingskosten. Hij deed afstand van de initieel door hem gevorderde rechtsplegingsvergoeding. De gevorderde vergoeding van 8 % komt de rechtbank als gematigd over. De gevorderde rentevoet van 9,5 % is gelijk aan deze vastgelegd vanaf het tweede semester van 2003 tot en met het eerste semester van 2006 en lager dan deze meegedeeld door de Minister van Financiën voor het tweede semester van 2006 en kan dan ook worden toegestaan Die rente is verschuldigd 30 dagen te rekenen vanaf de dag volgend op het eerste door A voorgelegd verzoek tot betaling, bij gebreke aan voorgelegde factuur. Dit is in casu 30 dagen na de e-mail van A van 18 oktober 2005, of dus vanaf 19 november
- De vordering van A is derhalve gegrond voor een hoofdsom van euro 4.520,00 + 8 % verhoging (of euro 361,60) = euro 4.881,60, te vermeerderen met de rente aan 9,5 % op euro 4.520,00 vanaf 19 november
- Wat de door A in rekening gebrachte bankkosten betreft, heeft hij, bij monde van zijn raadsman, ter pleitzitting laten noteren dat hij niet langer aandrong op dit onderdeel van zijn vordering. Die bankkosten komen de rechtbank overigens, aan de hand van de voorgelegde stukken, als niet bewezen over. Dit onderdeel van de hoofdeis is ongegrond. 2.b. De tegeneis Luidens 38 en 39 CISG rust op de koper een onderzoeks- en klachtplicht nopens de door de verkoper geleverde goederen. Hij moet deze keuren, en indien hij een niet-conformiteit vaststelt, moet hij deze aan de verkoper melden binnen een redelijke termijn, op gevaar af zijn rechten te verliezen zich nog op de non-conformiteit te kunnen beroepen. De CISG maakt daarbij geen onderscheid tussen zichtbare of verborgen gebreken. Overeenkomstig art. 38-1) CISG moet de koper de zaken binnen een, gelet de omstandigheden zo kort mogelijke termijn keuren of doen keuren. Reeds op 31 augustus 2005 kon de BVBA Mobiliare het voertuig genoegzaam keuren. Zij reed met het voertuig huiswaarts, over een afstand van 650 km. en houdt in haar besluiten voor dat zij toen vaststelde dat door de regen tijdens de terugtocht in België vastgesteld werd dat er waterinsijpeling was in de koffer, de airco niet werkte, de verwarming niet kon afgezet worden, .... enz. De BVBA Mobiliare geeft dus toe dat hij reeds op 31 augustus vaststelde wat er aan het voertuig schortte. Zij heeft op 1 september 2005 A maar in kennis gesteld van de volgde gebreken: - de antenne van de radio gaat niet volledig omhoog, - de temperatuurregeling werkt niet. En uit een buis blijft warme lucht komen, - er licht een rood lampje op, - de wielen schudden, te wijten aan gebrek aan uitbalanceren of aan een te vervangen ABS-kabel. Aangenomen wordt dat als een algemene deler voor de "redelijke" protesttermijn één maand geldt, na het aflopen van de keuringstermijn. (De Groot S., "Non-conformiteit volgens het Weens Koopverdrag", T.P.R., 1999, blz. 671-679, nr. 4.2.1). Uit niets blijkt dat de BVBA Mobiliare nog andere, dan de voormelde, reclamaties heeft overgemaakt aan A in de maand september
- Nochtans vordert de BVBA Mobiliare thans vergoeding voor het herstel van de waterinsijpeling in de koffer ( euro 1.049,98). De BVBA Mobiliare, die niet tijdig protesteerde nopens die waterinsijpeling, verloor evenwel meteen het recht zich thans nog op die niet-conformiteit te beroepen. Overeenkomstig het CISG draagt de koper ook de bewijslast en het bewijsrisico van de gebreken die aan het verkochte goed zouden kleven (Van Houtte H., Erauw J., Wautelet P., (eds.), Het Weens Koopverdrag, nr. 4.52 / De Groot S., "Non-conformiteit volgens het Weens Koopverdrag", T.P.R., 1999, blz. 664-665, nr. 3.3). A verwijt de BVBA Mobiliare over geen enkele tegensprekelijke vaststelling te beschikken nopens de aangeklaagde gebreken. De BVBA Mobiliare beperkt zich inderdaad tot twee bestekken, langere tijd na de levering van het voertuig opgesteld door haar eigen garagehouder, die de bestekken ongetwijfeld heeft opgesteld in opdracht en voor rekening van de BVBA Mobiliare. De BVBA Mobiliare legt de factuur voor het opstellen van die bestekken voor. In die omstandigheden komen de aangehaalde gebreken niet als bewezen over en kan er niet worden ingegaan op de tegeneis. * * * Bij gebreke aan specifieke motivering, die de toestand van de schuldeiser betreft, waarom de schuldenaar van zijn principieel recht tot kantonnement zou moeten uitgesloten worden, wordt op de eis tot uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement door de rechtbank niet ingegaan. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak; Alle anders luidende en / of tegenstrijdige conclusies van de hand wijzend; Verklaart de hoofdeis ontvankelijk en in de volgende mate gegrond; Veroordeelt de BVBA Mobiliare tot betaling aan A van euro 4.881,60 (vierduizend achthonderd éénentachtig euro en zestig cent) te vermeerderen met de rente op euro 4.520,00 aan een rentevoet van 9,5 % vanaf 19 november 2005 tot de dag van de betaling, de rente moratoire rente genoemd tot de dag van de dagvaarding, daarna gerechtelijke rente genoemd; Wijst het bij hoofdeis meergevorderde af als ongegrond; Verklaart de tegeneis ontvankelijk, doch wijst deze af als ongegrond; Verwijst de BVBA Mobiliare tot al de kosten van het geding en stelt deze aan de kant van A tot op heden vast op euro 226,11 kosten van dagvaarding en rolstelling; Onverminderd de toepassing van art. 1024 Ger.W.; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op woensdag, TWEEENTWINTIG NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ZES. Aanwezig: de heren L. Vandenbroucke, rechter, P. De Poot en P. Matton, rechters in handelszaken, mevrouw Ch. Busschaert, griffier. Ch. Busschaert P. Matton P. De Poot L. Vandenbroucke. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div