id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 27 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2006:JUG.20061127.6 Rolnummer: AR 2231/06 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-11-20 Raadplegingen: 106 - laatst gezien 2026-07-02 14:44 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Bouwrecht - Aanneming Vrije woorden: hoofd- en onderaannemer onafhankelijkheid van onderaanneming Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, VIERDE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr. 2231/06 der algemene rol Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "VERBEKE CONSTRUCT", met maatschappelijke zetel te 8755 Ruiselede, Industriestraat 18, met ondernemingsnummer 0869.585.501, eiseres, hebbende als raadsman meester L. Ockier, advocaat te Kortrijk, tegen: naamloze vennootschap "DIAMOND FLOOR", met maatschappelijke zetel te 8790 Waregem, Eertbruggestraat 15, met ondernemingsnummer 0462.789.077, verweerster, hebbende als raadsman meester S. Kempinaire, advocaat te Sint-Denijs-Westrem. De rechtbank heeft de partijen gehoord in openbare zitting en heeft kennis genomen van de stukken en besluiten. Toepassing werd gemaakt van art. 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. FEITEN EN VORDERING De bvba Verbeke Construct (hierna aangeduid als de "eiseres") was in opdracht van de nv Bouwkantoor Guido Dedeyne aannemer ruwbouwwerken van een gebouw, gelegen te 1180 Brussel, Kleine Espinetlaan. Voor het gieten en polieren van de vloerplaat deed de eiseres beroep op de nv Diamond Floor (hierna aangeduid als de "verweerster"). De verweerster voerde deze opdracht uit en factureerde deze met factuur dd. 31.10.2005 voor een bedrag van 13.558,00 EUR. De eiseres protesteerde niet tegen de factuur. Met fax van 7.2.2006 meldde de eiseres dat de betalingen niet of niet volledig waren uitgevoerd ingevolge een computerprobleem. Zij zou er alles aan doen om de problemen diezelfde week nog op te lossen. Omdat de betaling uitbleef, stelde de raadsman van de verweerster de eiseres met brief van 25.2.2006 in gebreke. De ingebrekestelling werd opnieuw niet betwist. De betaling bleef nog steeds uit, zodat de verweerster tot dagvaarding van de eiseres overging. Bij verstekvonnis van 30.3.2006 van de rechtbank van koophandel te Brugge, werd de eiseres veroordeeld tot betaling van 13.558,00 EUR, meer de rente en de gerechtskosten. Op 3.5.2006 werd het vonnis aan de eiseres betekend. Op een niet door partijen nader genoemde datum, ging de eiseres tot betaling over, zonder enig voorbehoud. Intussen was er een geschil gerezen tussen de eiseres en de nv Bouwkantoor Guido Dedeyne in verband met de ruwbouwwerken. Dit leidde tot een dagvaarding ten verzoeke van de eiseres dd. 18.1.2006 tegen de nv Dedeyne voor de rechtbank van koophandel te Kortrijk, teneinde betaling van haar facturen te bekomen. Deze laatste weigerde om meerdere redenen te betalen, onder andere omwille van gebreken. Daarbij was nog geen sprake van gebreken betreffende de werken, uitgevoerd door de verweerster. Bij vonnis dd. 30.3.2006 veroordeelde de rechtbank de nv Dedeyne tot betaling van een provisie van 15.000,00 EUR. Tevens stelde de rechtbank ir. Marc Vandewalle als deskundige aan met onder andere de opdracht de gebreken te onderzoeken. De nv Dedeyne tekende met betrekking tot de veroordeling van een provisie hoger beroep aan tegen dit vonnis. Tijdens de installatievergadering op 30.5.2006 klaagde de nv Dedeyne voor het eerst over de onregelmatigheid van de vlakheid van de gepolierde vloer, uitgevoerd door de verweerster. Als gevolg van deze klacht, ging de eiseres op 20.6.2006 over tot dagvaarding van de verweerster. Zij vordert de aanstelling van een deskundige, bij voorkeur ir. Vandewalle, met opdracht: - na te gaan welke werken door de verweerster werden uitgevoerd; - te onderzoeken of deze de gebreken vertonen, die door de nv Dedeyne en de eiseres worden aangevoerd, en zo ja, deze beschrijven en zeggen jegens wie ze technisch en feitelijk toe te rekenen zijn; - zeggen op welke wijze aan de gebreken kan worden verholpen en de kostprijs van dit herstelwerk ramen, desgevallend ook de blijvende minderwaarde. Tevens vordert zij de veroordeling van de verweerster tot betaling van een provisie van 1,00 EUR, en voorbehoud te verlenen om dit bedrag aan te passen in de loop van het geding, en tot betaling van de gerechtskosten. Zij vordert dit alles bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal en zonder borgstelling of kantonnement. STANDPUNTEN VAN DE PARTIJEN Na een intussen achterhaalde discussie over de mededeling van de stukken, betwist de verweerster de vordering omdat de eiseres de factuur en de werken aanvaard heeft. Daarom zou de vordering "onontvankelijk" zijn. Zij meent bovendien dat de vordering onontvankelijk is, omdat er intussen een in kracht van gewijsde gegaan vonnis is, waarbij de eiseres veroordeeld werd tot betaling van de factuur. Dit vonnis is in kracht van gewijsde gegaan op een ogenblik dat de eiseres reeds kennis had van de klacht omtrent de vloer. Ten slotte betwist zij de vordering omdat de deskundige reeds bevooroordeeld zou zijn. Ook daarom zou de vordering onontvankelijk zijn. De verweerster vraagt eveneens het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zonder borgstelling en met uitsluiting van kantonnement. De eiseres is van mening dat de aanvaarding van de factuur niet de aanvaarding van de werken impliceert. Anders oordelen zou betekenen dat de hoofdaannemer zou moeten wachten de onderaannemer te betalen, tot wanneer zijn aansprakelijkheid is uitgedoofd. Bovendien meent de eiseres dat de procedure tussen haar en de nv Dedeyne niet belet dat zij de verweerster via een zelfstandige dagvaarding in rechte kan aanspreken. Hoogstens zou de opdracht van de deskundige enigszins kunnen aangepast worden, in die zin dat de deskundige enkel rekening kan houden met de gebreken, die zij aanhaalt. BEOORDELING A. Ontvankelijkheid De verweermiddelen van de verweerster hebben betrekking op de gegrondheid van de vordering en niet op de ontvankelijkheid. De eiseres heeft belang en hoedanigheid om de verweerster in rechte aan te spreken. De vordering is dus ontvankelijk. B. Gegrondheid
- De eiseres heeft de factuur van de verweerster aanvaard en zelfs zonder enig voorbehoud betaald. In handelszaken wordt algemeen aanvaard dat het niet protesteren van een factuur binnen een korte termijn, die nodig is om de factuur inhoudelijk te controleren, de aanvaarding van de factuur impliceert. Indien de handelaar-geadresseerde van de factuur het niet eens is met de inhoud van de factuur, dient hij te protesteren binnen korte termijn, dit is de termijn die redelijkerwijze nodig is om de factuur te controleren. Deze aanvaarding heeft tot gevolg dat de factuur vermoed wordt de getrouwe weergave van de overeenkomst te zijn, zodat de factuur als bewijs van de overeenkomst en de inhoud ervan geldt (Gent, 27.10.2000, 9° kamer, A.R. nr. 1997/391; Gent, 9° kamer, 26.3.1999, A.R. nr. 1969/4797; Antwerpen, 6.1.1998, R.W., 1999-2000, 987; Kh. Kortrijk, 20.4.1995, A.J.T., 1994-95, 575). Dit heeft dus tot gevolg dat de factuur ook het bewijs levert van de uitvoering van de prestaties, die erin aangerekend worden. De protestplicht geldt niet enkel ten aanzien van facturen, maar ook ten aanzien van aanmaningen, rekeninguittreksels e.d.m., kortom, ten aanzien van brieven in het algemeen, waarin een primaire contractuele verbintenis wordt bevestigd (Gent, 28.3.2002, R.G.A.R., 2003, nr. 13654; Gent, 26.10.2005, 26.3.1999, reeds geciteerd; Gent, 9° kamer, 15.12.2000, A.R. nr. 1997/265; Kh. Hasselt, 28.5.1996, R.W., 1998-99, 1468, Dirix, E. en Ballon, G.L., « Factuur », 1993, p. 115). Er dient eveneens te worden aangenomen dat het ontbreken van een protest tegen de factuur geldt als aanvaarding van de werken en diensten, zodat daardoor de zichtbare gebreken gedekt zijn (Gent, 26° kamer, 7.11.2000, inzake A.R. nr. 1996/2362; Gent, 9° kamer, 21.2.2003, inzake A.R. nr. 2002/1392; Kh. Ieper, 15.1.2001, R.W., 2002-2003, 350; Kh. Hasselt, 10.1.2001, R.W., 2002-2003, 869; Kh. Kortrijk, 4° kamer, 11.10.2004, bevestigd door Gent, 13° kamer, 14.9.2005, inzake A.R. nr. 2004/923; zie ook rechtspraak, geciteerd in Goossens, W., "Aanneming van werk. Het gemeenrechtelijk dienstencontract", 2003, p. 976). Het uitsturen van de factuur na de uitvoering van het werk dient immers beschouwd te worden als een uitnodiging tot aanvaarding van het werk. De eiseres betwist niet dat zij de factuur aanvaard heeft. Inderdaad, zij heeft noch de factuur, noch de ingebrekestelling, noch de in de dagvaarding van de verweerster gestelde vordering betwist. Door de aanvaarding van de factuur, zonder enig voorbehoud, kan er geen twijfel over bestaan dat de bestemmeling van de factuur (in casu de eiseres) het werk stilzwijgend aanvaard heeft. Ten onrechte meent de eiseres dat dit standpunt tot gevolg zou hebben dat de hoofdaannemer de onderaannemer slechts zou moeten of kunnen betalen, wanneer de aansprakelijkheid van de onderaannemer uitgedoofd is. Niets belet immers dat de hoofdaannemer en de onderaannemer een aanvaardingswijze overeenkomen, waarbij de aanvaarding van de factuur niet kan beschouwd worden als een aanvaarding van het werk. Zo kunnen partijen overeenkomen dat de aanvaarding van het werk van de onderaannemer zou afhankelijk zijn van de aanvaarding van het werk door de bouwheer. Of de hoofdaannemer zou zelfs voor of onmiddellijk na ontvangst van de factuur kunnen verklaren dat de aanvaarding van de factuur niet kan beschouwd worden als aanvaarding van de werken. Aangezien de eiseres dienaangaande niets verklaard heeft, moet aangenomen worden dat de aanvaarding van de factuur de aanvaarding van het werk impliceert. Het feit dat de bouwheer het werk (nog) niet aanvaard heeft, belet niet dat het werk van de onderaannemer moet geacht worden aanvaard te zijn door de hoofdaannemer, wanneer de hoofdaannemer niets anders heeft verklaard of partijen niets anders zijn overeengekomen. De hoofdaannemingsovereenkomst en de onderaannemingsovereenkomst zijn immers autonoom ten opzichte van elkaar (Goossens, W., a.w., p. 1019).
- De aanvaarding van het werk impliceert eveneens dat de opdrachtgever (i.c. de eiseres ten opzichte van de verweerster) ervan afziet de (onder)aannemer (i.c. de verweerster) aansprakelijk te stellen voor zichtbare gebreken, die de stevigheid van het gebouw of een belangrijk onderdeel ervan niet aantasten. Een gebrek is zichtbaar wanneer het kan opgemerkt worden door een normaal persoon aan de hand van een attent onderzoek; de aannemer heeft bij de levering van het werk of bij de ontvangst van de factuur of kort erna een onderzoeksplicht. Hij dient de zaak aan een elementair en aandachtig onderzoek te onderwerpen. Het enige gebrek, die de eiseres ten laste van de verweerster legt, betreft de "effenheid van de gepolierde vloer". Indien dit een gebrek zou zijn, dan gaat het om een zichtbaar gebrek, dat geen invloed heeft op de stevigheid van het gebouw. Dit gebrek is dus gedekt door de aanvaarding.
- Er is evenmin een reden om de verweerster te betrekken in de expertise tussen de eiseres en de nv Dedeyne omwille van andere gebreken, omdat de eiseres niet aannemelijk maakt dat er andere gebreken zouden zijn, waarvoor de verweerster aansprakelijk zou kunnen zijn, en die niet gedekt zijn door de aanvaarding van het werk. Een verzoek tot aanstelling van een deskundige moet immers steeds een begin van bewijs of minstens aanwijzingen bevatten van wat men wil bewijzen, teneinde de rechtbank toe te laten over de opportuniteit tot aanstelling van een deskundige te oordelen en om fictieve of louter speculatieve vorderingen te vermijden (Gent, kamer 7bis, 10.3.2003, inzake A.R. nr. 1999/1249; Gent, kamer 7bis, 17.3.2003, inzake A.R. nr. 2001/644; Rb. Bergen, 29.5.1991, De Verz., 1994, 128; Rb. Turnhout, 20.2.1991, Turnh. Rechtsl., 1992, 29).
- Er moet dan ook besloten worden dat de vordering ongegrond is.
- Het vonnis kan uitvoerbaar bij voorraad verklaard worden. In dit geval is het belang ervan beperkt tot de gerechtskosten. Het kantonnement kan echter niet worden uitgesloten, omdat dit een recht van de veroordeelde partij is, en de verweerster geen ernstig nadeel aantoont indien het kantonnement niet wordt uitgesloten. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond, Veroordeelt de bvba Verbeke Construct tot de gerechtskosten, aan de zijde van de nv Diamond Floor te bepalen op 182,20 EUR rechtsplegingsvergoeding. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling. Aldus het vonnis, uitgesproken in openbare terechtzitting van de Rechtbank van Koophandel te Kortrijk, gerechtsgebouw II, op maandag, zevenentwintig november tweeduizend en zes; Aanwezig : G. Danneels, ondervoorzitter; D. Coussée en L. Flamée, rechters in handelszaken ; V. Soreyn, adjunct-griffier. V. Soreyn L. Flamée D. Coussée G. Danneels Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div