← België

ECLI:BE:ORGNT:2006:JUG.20061211.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 11 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2006:JUG.20061211.4 Rolnummer: AR 153/06 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-12-04 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-07-02 14:48 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Voorzitter rechtbank - Kort geding (bevoegdheid voorzitter) GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek Vrije woorden: vordering ten gronde vooraleer verslag is opgesteld herneming van de aanstelling Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, VIERDE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr. 153/06 der algemene rol naamloze vennootschap "VALVAN BALING SYSTEMS", met maatschappelijke zetel te 8930 Menen, Krommebeekstraat 14, met ondernemingsnummer 0460.789.392, eiseres op hoofdeis, verweerster op tegeneis, hebbend als raadsman meester K. Decruyenaere, advocaat te Menen, tegen: naamloze vennootschap "EVADAM", met maatschappelijke zetel te 8800 Roeselare, Graankaai 1, met ondernemingsnummer 0405.562.740, verweerster op hoofdeis, eiseres op tegeneis, hebbend als raadslieden meesters Stefaan en Benoit Beele, advocaten te Kortrijk. De rechtbank heeft de partijen gehoord in openbare zitting en heeft kennis genomen van de stukken en besluiten. Toepassing werd gemaakt van art. 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. VORDERINGEN Met dagvaarding dd. 28.12.2005 vordert de nv Valvan Baling Systems (hierna in het kort aangeduid als "Valvan") de veroordeling van de nv Evadam tot betaling van 22.641,41 EUR, meer de conventionele rente aan 9,5 % per jaar op 19.618,96 EUR vanaf 28.12.2005 tot de datum van volledige betaling en meer de gerechtskosten, dit alles bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling noch kantonnement. Deze vordering strekt tot betaling van facturen, daterende van 28.2.2005 tot 9.11.2005, wegens onderhoud en herstelling van een balenpers, die Valvan zelf in 2002 aan Evadam heeft verkocht en geleverd. Met besluiten dd. 1.6.2006, neergelegd op 2.6.2006, breidde Valvan haar vordering uit met 6.747,03 EUR, meer de conventionele factuurrente aan 9,5 % per jaar op 5.858,49 EUR vanaf 1.6.2006 tot de datum van betaling. Deze eisuitbreiding strekte tot betaling van een factuur dd. 21.12.2005 wegens het herstel van karren in opdracht en voor rekening van Evadam. In haar besluiten dd. 30.8.2006, neergelegd op 1.9.2006, herleidde Valvan haar vordering in verband met de factuur van 21.12.2005 tot 1.097,25 EUR, zijnde de rente en forfaitaire schadevergoeding. Evadam vraagt de vordering tot betaling van de facturen op te schorten tot na het einde van een deskundig onderzoek, dat bevolen werd bij beschikking dd. 26.1.2006, bevolen door de Voorzitter van de rechtbank van koophandel te Kortrijk. De deskundige kreeg de opdracht: - te onderzoeken welke de oorzaken zijn van het door Evadam aangevoerd slecht functioneren van de balenpers en te zeggen jegens wie zulks technisch of feitelijk is toe te schrijven; - te onderzoeken of de herstellingen en het onderhoud, uitgevoerd door Valvan, gebreken vertonen, en zo ja deze te beschrijven; - de herstellingswijze van de gebeurlijk vastgestelde gebreken met kostprijs en duur te bepalen, alsook de eventuele blijvende minwaarde; - alle elementen van schade te begroten, die door Evadam zijn of worden geleden als gevolg van de gebreken. Evadam vordert de veroordeling van Valvan tot: - onmiddellijke afgifte van de software, geïntegreerd in de balenpers, de beveiligingscodes, die de balenpers bevat en alle technische informatie omtrent de balenpers aan Evadam op de exploitatiezetel van Evadam, onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 EUR per dag vertraging na de betekening van het vonnis; - betaling van een provisionele vergoeding van 50.000,00 EUR wegens gebrekkige dienstverlening, meer de gerechtelijke rente vanaf 4.5.2006; - betaling van een provisie van 1,00 EUR, vermeerderd met de gerechtelijke rente vanaf 4.5.2006, wegens gebrek aan de balenpers; - betaling van een vergoeding van 6.007,41 EUR, meer de gerechtelijke rente vanaf 4.5.2006, ter vergoeding van de schade ten gevolge van het onrechtmatig achterhouden van 14 karren. Zij vraagt voorbehoud te verlenen om haar vordering wegens gebrek aan de balenpers uit te breiden, tot onder meer eventueel de nietigverklaring van de koopovereenkomst. Zij vordert dit alles bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande enig verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van kantonnement. BEOORDELING I. HOOFDEIS A. Facturen, vermeld in de dagvaarding Evadam meent dat de hoofdvordering niet kan beoordeeld worden zolang het gerechtelijk deskundig onderzoek betreffende de gebreken niet beëindigd is. Daarom zou de procedure moeten geschorst worden. Valvan betwist dit. Zij argumenteert dat de facturen aanvaard zijn, zodat deze verschuldigd zijn. In de huidige stand van de procedure kan het standpunt van Valvan, erin bestaande dat de facturen moeten betaald worden omdat de facturen aanvaard zijn, niet gevolgd worden. Niet relevant is de vraag op zich of de facturen aanvaard zijn, maar wel of de werken, die werden gefactureerd, al dan niet aanvaard zijn. Immers, de aannemer, die betaling van zijn facturen vordert, moet bewijzen hetzij dat de opdrachtgever de werken aanvaard heeft, hetzij, indien de aanvaarding niet bewezen wordt, dat hij de werken volgens de opdracht en volgens de regels van de kunst heeft uitgevoerd (zie Brussel, 12.3.2003, T. Aann., 2003, p. 256; Luik, 21.12.2004, T.B.H., 2006, nr. 2, p. 260; R.P.D.B., Compl. II, Tw. Devis et Marchés, nr. 152 ; Baert, G. , A.P.R., Aanneming van werk, 2001, nr. 666, p. 233). De facturen, waarvan Valvan betaling vordert, hebben betrekking op het onderhoud van en de herstellingen aan een balenpers. Dit betreft dus aannemingsovereenkomsten, waarop voormelde bewijsprincipes van toepassing zijn. Ingevolge art. 25 W. Kh. levert een aanvaarde factuur het bewijs van de inhoud van de overeenkomst. De vraag is echter of de aanvaarding van de facturen meteen ook de aanvaarding van de werken impliceert. Dit dient geval per geval, rekening houdend met de concrete omstandigheden, beoordeeld te worden. De vordering betreft de betaling van facturen vanaf 28.2.

  1. De rechtbank merkt vooreerst op dat Valvan deze facturen niet voorlegt. Verder kan vastgesteld worden dat: - Valvan in haar besluiten nergens argumenteert dat Evadam de werken, waarvan zij betaling vordert, zou aanvaard hebben; - Valvan ook niet beweert dat bij haar het gewettigd vertrouwen werd gewekt dat de werken, waarvan zij betaling vordert, zouden aanvaard zijn door Evadam; - Evadam er zich bij brief van 15.2.2005 over beklaagde dat de pers opnieuw buiten werking was, niettegenstaande de eerdere tussenkomsten van Valvan; - Evadam met e-mail van 7.3.2005 er zich over beklaagde dat er na de interventie van 4.3.2005 geen verbetering was; - Evadam met e-mail van 17.3.2005 klaagde over blijvende problemen; - Evadam met e-mail van 21.3.2005 meldde dat, wat de betalingen betreft, alles zou bekeken worden als alle problemen opgelost zouden zijn; - Evadam met e-mail van 23.3.2005 meldde dat er duidelijk was overeengekomen dat de betaling zou bekeken worden op het ogenblik dat de pers naar behoren werkte; - Evadam zich met brief van 6.6.2005 opnieuw beklaagde over de slechte werking van de pers en de slecht uitgevoerde tussenkomsten van Valvan, zonder dat dit enige verbetering had gebracht. Ze voegde er zelfs aan toe: "De resterende factuur zijn het gevolg van een niet correcte uitvoering van het onderhoud en moeten integraal ten laste genomen worden van Valvan"; - tot dan toe Valvan enkel meerdere malen had aangedrongen op betaling van de facturen van 2004 en zij met e-mail van 17.6.2005 zelfs nog meldde dat, behalve wat betreft de factuur VF05-117 (die niet het voorwerp van de vordering uitmaakt), Evadam gerust kon wachten met de betaling tot eind juni 2005; - Valvan met brief van 19.7.2005 nog bereid was commerciële toegevingen te doen; Evadam eiste echter meer; - Evadam met brief van 4.10.2005 meldde dat Valvan maar bleef factureren, zonder dat er een oplossing kwam. De partijen hebben nog de gelegenheid standpunt in te nemen omtrent de al dan niet aanvaarding van de werken en de gevolgen ervan, doch rekening houdend met deze vaststellingen lijkt het deskundig onderzoek ook nuttig om de hoofdeis te beoordelen. De opdracht van de deskundige bestaat er immers ook in advies te geven over de vraag of de herstellingen en het onderhoud, uitgevoerd door Valvan, gebreken vertonen, en zo ja de vastgestelde gebreken te beschrijven. Bovendien, zelfs al zou in het kader van de beoordeling van de hoofdeis de bewijslast van de gebrekkige uitvoering ten laste van Evadam vallen, dan nog is het deskundig onderzoek nuttig om te oordelen over de vraag of Evadam al dan niet terecht beroep doet op de exceptie van niet-uitvoering. De correcte uitvoering van de werken is opeisbaar op het ogenblik waarop deze moeten uitgevoerd worden. Derhalve is de betalingsverbintenis van Evadam niet eerder opeisbaar dan de correcte uitvoering van haar verplichtingen. Omdat het deskundig onderzoek, waarover de nv Evadam het heeft, bevolen werd in het kader van een procedure in kort geding, en de deskundige nog geen voorverslag heeft neergelegd, herneemt de rechtbank hierna ambtshalve de aanstelling van de deskundige en zijn opdracht, met dien verstande dat hij de verrichtingen, die hij reeds gesteld heeft in het kader van zijn aanstelling ingevolge de beschikking dd. 26.1.2006, niet dient te hernemen. De rechtbank is van oordeel dat zij de procedure ten gronde niet zomaar kan "schorsen", tot wanneer de expertise, in kort geding bevolen, is uitgevoerd, aangezien artikel 962 Ger. W. stelt dat de rechter, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil, een deskundige kan gelasten vaststellingen te doen of een technisch advies te geven. Derhalve, indien de rechter ten gronde van oordeel is dat het deskundig onderzoek, in kort geding bevolen, nodig is om uitspraak te doen over de hoofdeis, dan moet zij de aanstelling hernemen. De rechtbank kan ook ambtshalve een deskundig onderzoek bevelen, zelfs al wordt dit niet uitdrukkelijk gevraagd (De Leval, G. en Tilleman, B. (ed.), "Gerechtelijk deskundigenonderzoek", 2003, p. 65). B. Factuur dd. 21.12.2005 De beoordeling van deze vordering is niet afhankelijk van het resultaat van het deskundig onderzoek. Deze factuur betreft de herstelling van 14 karren. Het deskundig onderzoek heeft daarop geen betrekking. Er is geen betwisting over dat de herstellingen van de karren correct zijn uitgevoerd. Deze factuur is intussen betaald, zodat Valvan enkel nog betaling van de rente en conventionele schadevergoeding vordert (resp. 394,23 EUR en 703,02 EUR). Evadam betwist dit omdat zij geen opdracht tot herstel had gegeven. Zij verwijst naar de brieven van haar raadsman, waarin hij verklaarde dat Evadam niet akkoord was met de offerte en herhaaldelijk ook de teruggave van de karren eiste, ook in de dagvaarding in kort geding. Zij betwist dit eveneens omdat de partijen tot een akkoord waren gekomen dat zij de factuur toch zou betalen, en dat Valvan vervolgens de karren zou leveren, wat daadwerkelijk gebeurd is. Dit verweer kan echter niet gevolgd worden. Het is inderdaad juist dat Evadam aanvankelijk de offerte niet aanvaardde en de teruggave van de karren eiste (zie brieven van haar raadsman dd. 26.10.2005 en 7.11.2005 en de dagvaarding in kort geding dd. 9.12.2005). Echter heeft Valvan de karren toch hersteld en deze herstellingen gefactureerd op 21.12.
  2. Evadam betwist niet dat zij de factuur kort erna heeft ontvangen. Zij bewijst echter niet dat zij binnen korte termijn tegen de factuur heeft geprotesteerd. Het is niet uitgesloten dat, terwijl Evadam aanvankelijk niet kon akkoord gaan met de offerte, zij uiteindelijk (eventueel mondeling) wel de opdracht tot herstelling gaf. Dit wordt bevestigd door het feit dat Evadam de factuur betreffende de herstelling niet binnen korte termijn (in casu onmiddellijk) na ontvangst ervan protesteerde. In handelszaken wordt algemeen aanvaard dat het niet protesteren van een factuur binnen een redelijke termijn, die nodig is om de factuur inhoudelijk te controleren, de aanvaarding van de factuur impliceert. Indien de handelaar-geadresseerde van de factuur het niet eens is met de inhoud van de factuur, dient hij te protesteren. Deze aanvaarding heeft tot gevolg dat de factuur vermoed wordt de getrouwe weergave van de overeenkomst te zijn, zodat de factuur als bewijs van de overeenkomst en de inhoud ervan geldt (Gent, 27.10.2000, 9° kamer, A.R. nr. 1997/391; Gent, 9° kamer, 26.3.1999, A.R. nr. 1969/4797; Antwerpen, 6.1.1998, R.W., 1999-2000, 987; Kh. Kortrijk, 20.4.1995, A.J.T., 1994-95, 575). Indien de geadresseerde de ontvangst van de factuur, kort na de datering ervan, niet betwist, moet hij, als hij beweert de factuur tijdig te hebben geprotesteerd, het bewijs van dit protest leveren (Dirix, E. en Ballon, G.L., "Factuur", 1993, p. 120; Kh. Hasselt, 2.2.1994, Limb. Rechtsl., 1994, 45 met noot Vandeurzen, A.). Indien Evadam geen opdracht tot herstel had gegeven of niet akkoord ging met de herstelling, dan kon zij onmiddellijk bij ontvangst van de factuur opmerken dat de factuur niet gerechtvaardigd was en diende zij onmiddellijk te protesteren. Gelet op de vaststelling dat Evadam niet bewijst de factuur binnen korte termijn (onmiddellijk) na ontvangst ervan te hebben geprotesteerd, moet aangenomen worden dat zij de factuur stilzwijgend aanvaard heeft. De factuur wordt dan ook geacht de getrouwe weergave van de overeenkomst te zijn, zelfs indien ze strijdig is met eerdere briefwisseling tussen partijen (vgl. Cass., 7.1.2005, DAOR, 2006, p. 37; Cass., 27.1.2000, R.W., 2000-01, p. 353). Eveneens ten onrechte betwist Evadam de aangerekende rente en het conventioneel verhogingsbeding. De regeling die betreffende de karren is tot stand gekomen impliceert en bewijst niet dat Valvan afstand zou gedaan hebben van de rente en schadevergoeding. Afstand van recht wordt niet vermoed en moet bewezen worden. Stilzwijgende afstand is mogelijk doch dan is vereist dat deze afstand afgeleid wordt uit een gedrag dat voor geen enkele andere interpretatie vatbaar is. Het feit dat Valvan bereid was de karren te leveren, mits betaling van het factuurbedrag, impliceert niet dat zij afstand deed van de rente en de schadevergoeding. Hoogstens kan daaruit worden afgeleid dat Valvan de levering van de karren niet afhankelijk stelde van de betaling van de rente en schadevergoeding. De door Valvan toegepaste rentevoet en het verhogingsbeding van 12 % zijn niet overdreven. Derhalve is Evadam het bedrag van 1.097,25 EUR verschuldigd. II. TEGENEIS A. Vordering tot betaling van 50.000,00 EUR Deze vordering is gesteund op de bewering van Evadam dat Valvan haar opdrachten tot onderhoud en herstellingen gebrekkig heeft uitgevoerd. Het gerechtelijk deskundig onderzoek heeft daarop betrekking zodat het aangewezen is de resultaten van dit onderzoek af te wachten, alvorens hierover te oordelen. B. Vordering tot betaling van een provisie van 1,00 EUR Deze vordering is gesteund op de bewering dat de balenpers, die eveneens door Valvan aan Evadam is verkocht, gebrekkig zou zijn. Aangezien het deskundig onderzoek eveneens daarop betrekking heeft, is het aangewezen ook de resultaten van dit onderzoek af te wachten, alvorens daarover te oordelen. Dit is nodig om met volledige kennis van zaken te kunnen oordelen, zowel omtrent de ingeroepen gebreken, de aard ervan, de zichtbaarheid en het ogenblik waarop Evadam daarvan kennis kon nemen. In het kader daarvan is het ook nuttig dat de deskundige advies geeft over de vraag wanneer de gebreken, die hij weerhoudt, zichtbaar waren in hoofde van Evadam, of zichtbaar konden zijn, in geval van een attent onderzoek door Evadam. De rechtbank wijst er in verband met de door Valvan ingeroepen garantieclausule nog op dat de gespecialiseerde verkoper (fabrikant) zich niet kan beroepen op clausules in verkoopovereenkomsten, die ertoe strekken zijn aansprakelijkheid te beperken of uit te sluiten, tenzij hij bewijst dat hij het gebrek onmogelijk kon kennen (Herbots, J.H., e.a., "Overzicht van rechtspraak. Bijzondere overeenkomsten 1995-1998", T.P.R., 2002, p. 191, nr. 136). C. Vordering tot betaling van 6.007,41 EUR Dit betreft de kostprijs van de karren, die Evadam beweert te hebben gekocht om het productieverlies te vermijden, dat het gevolg zou geweest zijn van de weigering van Valvan de herstelde karren terug te geven. Deze tegenvordering is ongegrond. Vooreerst verwijst de rechtbank naar haar motivering betreffende de hoofdeis van Valvan tot betaling van de rente en schadevergoeding betreffende de factuur van 21.12.
  3. Aangezien daaruit blijkt dat er wel degelijk een herstellingsopdracht was gegeven, oefende Valvan terecht een retentierecht op de karren uit. Bovendien en louter volledigheidshalve merkt de rechtbank ook op dat Evadam de schade niet bewijst. Niettegenstaande Evadam 14 karren ter vervanging van de karren, waarop Valvan een retentierecht uitoefende, aankocht, heeft zij de door Valvan gevorderde herstellingskost toch betaald en de karren teruggenomen. Evadam verklaart zelf in haar besluiten dat zij deze karren na verloop van tijd, ondanks de bijgekochte karren, toch nodig had. De aanschaffing van de 14 karren is dus geen verloren of nutteloze kost geweest. Indien Valvan de karren, die zij hersteld had, eind december toch had teruggegeven, dan zou Evadam uiteindelijk, eventueel enkele maanden later, toch de 14 bijkomende karren hebben aangekocht. Evadam kan evenmin een vergoeding wegens productieverlies vorderen, omdat er geen productieverlies was. Zij zou immers de 14 karren hebben aangekocht om dit verlies te vermijden. Eveneens louter volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat Evadam in haar besluiten nergens verwijst naar één of ander stavingstuk met betrekking tot de aankoop van deze karren (aankoopfacturen). Het is niet de taak van de rechtbank in het bijzonder omvangrijk stukkenbundel op zoek te gaan naar stukken, die de vordering van Evadam zouden kunnen staven. Deze vordering is dus ongegrond. D. Vordering tot afgifte van de software van de balenpers, de beveiligingscodes en de technische informatie Ook deze vordering is ongegrond. Zowel met brief van 2.11.2005 als met brief van 3.11.2005 van haar raadsman liet Valvan weten dat zij bereid was het gevraagde te bezorgen. Het is echter Evadam, die nalaat het nodige te doen om het gevraagde in ontvangst te nemen. Zij gaat er ten onrechte van uit dat Valvan dit alles zou moeten afleveren op de exploitatiezetel van Evadam. In principe is Valvan niet verplicht de software, codes en technische informatie te bezorgen. Evadam argumenteert dat deze elementen accessoria zijn van de verkochte balenpers. Welnu, indien dit zo is, dan had Evadam dit bij de levering van de balenpers in 2002 moeten vorderen en niet pas in
  4. Evadam heeft de balenpers op het ogenblik van de levering of kort erna aanvaard. De aanvaarding dekt de zichtbare niet-conformiteit en zichtbare gebreken. Het ontbreken van de software, codes en technische informatie is zichtbaar, zodat, eens de levering van de gekochte zaak is aanvaard, de koper achteraf niet meer kan klagen over het ontbreken van deze accessoria. Indien de verkoper zich achteraf uiteindelijk toch bereid verklaart deze accessoria te bezorgen, dan dient de koper zelf het nodige te doen om deze in ontvangst te nemen. Hij dient zich daarbij aan te bieden bij de verkoper zelf, aangezien schulden, bij gebrek aan overeenkomst omtrent de plaats van levering, haalbaar zijn: dit wil zeggen dat de accessoria slechts dienen afgegeven te worden op de maatschappelijke zetel van Valvan (cfr. art. 1247, tweede lid B.W.). OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Rechtsprekend op tegenspraak,
  5. Alvorens uitspraak te doen over de hoofdvordering, strekkende tot betaling van de facturen, in de dagvaarding vermeld, en over de tegenvordering tot betaling van 50.000,00 EUR en een provisie van 1,00 EUR Stelt aan als deskundige: de heer Johan DEPUYDT, industrieel ingenieur, Diagorasstraat 29, 8510 Kortrijk-Marke (tel. en fax: 056/22.50.05), die zich in voorkomend geval mag laten bijstaan door een specialist terzake op voorwaarde dat de expert de conclusie van deze laatste tot de zijne maakt en die overeenkomstig de artikelen 962 tot en met 991 Ger. W. binnen de vier maanden na de aanvaarding van zijn taak de volgende opdracht vervult:
  6. a. onderzoeken welke de oorzaken zijn van het door Evadam aangevoerd slecht functioneren van de balenpers en zeggen jegens wie zulks technisch of feitelijk is toe te schrijven; b. onderzoeken of de herstellingen en het onderhoud, uitgevoerd door Valvan, gebreken vertonen, en zo ja deze beschrijven; c. advies geven over de vraag wanneer de gebreken zichtbaar waren of konden zijn in hoofde van de nv Evadam, in geval van een aandachtig onderzoek door deze laatste; d. de herstellingswijze van de gebeurlijk vastgestelde gebreken met kostprijs en duur bepalen, alsook de eventuele blijvende minwaarde; e. alle elementen van schade te begroten, die door Evadam zijn of worden geleden als gevolg van de gebreken; met dien verstande dat hij de reeds gestelde verrichtingen ingevolge de beschikking van 26.1.2006 niet dient te hernemen,
  7. antwoorden op alle vragen van de partijen, nuttig voor de oplossing van het geschil;
  8. pogen partijen te verzoenen;
  9. het voorverslag aan iedere partij sturen met verzoek om gemotiveerde bezwaren binnen de maand mee te delen; deze beantwoorden en het verslag neerleggen, indien partijen niet tot verzoening zijn gekomen;
  10. op de dag van de inlevering van zijn eindverslag ter griffie, aan de partijen aangetekend een eensluidend verklaard afschrift van zijn verslag zenden, met daarin verwerkt, zijn staat van kosten en ereloon; Beveelt de deskundige, in navolging van art. 973 Ger. W., indien hij zijn opdracht niet binnen de termijn van vier maanden kan uitvoeren, de rechtbank daarvan onverwijld in te lichten, en de redenen daarvan te vermelden, zelfs indien de partijen hem verlenging van voormelde termijn zouden gegeven hebben; Verwijst deze vorderingen voor het overige naar de bijzondere rol;
  11. Verklaart de vordering tot betaling van de rente en schadevergoeding in verband met de factuur van 21.12.2005 ontvankelijk en gegrond, Veroordeelt de nv Evadam om aan de nv Valvan Baling Systems DUIZEND ZEVENENNEGENTIG EURO EN VIJFENTWINTIG CENT (1.097,25 EUR) te betalen,
  12. Verklaart de tegenvorderingen, ertoe strekkende de nv Valvan Baling Systems te veroordelen tot betaling van 6.007,41 EUR, meer de gerechtelijke rente, alsmede tot afgifte van software, beveiligingscodes en technische informatie over de balenpers, ontvankelijk doch ongegrond;
  13. Houdt de beslissing over de gerechtskosten aan; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling. Aldus het vonnis, uitgesproken in openbare terechtzitting van de Rechtbank van Koophandel te Kortrijk, gerechtsgebouw II, op maandag, elf december tweeduizend en zes; Aanwezig : G. Danneels, ondervoorzitter; D. Coussée en L. Flamée, rechters in handelszaken ; V. Soreyn, adjunct-griffier. V. Soreyn L. Flamée D. Coussée G. Danneels Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.