id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 11 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2006:JUG.20061211.5 Rolnummer: AR 427/06 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2007-12-04 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-07-02 14:49 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Vennootschap onder firma - gewone commanditaire vennootschap - Vennootschap onder firma HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Vennootschap onder firma - gewone commanditaire vennootschap - Vennootschap onder firma - Aansprakelijkheid vennoten Vrije woorden: hoofdelijke aansprakelijkheid overdracht van aandelen Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, VIERDE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr. 427/06 der algemene rol Naamloze vennootschap "GHEYSENS METALEN", met maatschappelijke zetel te 8500 Kortrijk, Meensesteenweg 91, met ondernemingsnummer 0405.416.745, eiseres op hoofdeis, hebbende als raadslieden meesters K. Baluwé en M. Vansteenkiste, advocaten te Avelgem-Outrijve; tegen:
- de heer JC, vennoot, wonende te **, eerste verweerder op hoofdeis, verweerder op tusseneis, hebbende als raadsman meester S. Pieters, advocaat te Sint-Michiels,
- de heer FE, vennoot, wonende te **, tweede verweerder op hoofdeis, eiser op tusseneis, hebbende als raadsman meester J. Vansuyt, advocaat te Lauwe,
- de heer GV, vennoot, wonende te **, derde verweerder op hoofdeis, verweerder op tusseneis, hebbende als raadsman meester V. Grymonpré, advocaat te Oudenaarde. De rechtbank heeft de partijen gehoord in openbare zitting en heeft kennis genomen van de stukken en besluiten. Toepassing werd gemaakt van art. 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. FEITEN EN VORDERINGEN De nv Gheysens Metalen (hierna als de "eiseres" aangeduid), gespecialiseerd in de verkoop van ijzeren balken, betonijzer en rasterwerk, verkocht van november 2004 tot en met februari 2005 producten en diensten aan de V.O.F. Strukto. Deze goederen en diensten werden gefactureerd op 30.11.2004, 31.12.2004, 31.1.2005 en 28.2.
- Deze facturen werden niet binnen korte termijn geprotesteerd. Bij verstekvonnis dd. 16.6.2005 van de rechtbank van koophandel te Kortrijk werd de V.O.F. Strukto veroordeeld om 14.352,75 EUR aan de eiseres te betalen, meer de rente tegen 9,5 % per jaar op 12.499,52 EUR vanaf 16.5.2005 en de gerechtelijke rente op 1.499,94 EUR vanaf de dagvaarding, telkens tot aan de dag van de betaling en meer de gerechtskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling. Het vonnis werd op 24.10.2005 betekend aan de V.O.F. Strukto. Omdat de V.O.F. Strukto niettegenstaande de betekening van het vonnis niet betaalde, stelde de eiseres de verweerders meerdere malen in gebreke tot betaling, evenwel ook zonder resultaat en zelfs zonder dat enige reactie volgde. De verweerders waren ten tijde van het ontstaan en de opeisbaarheid van de schuld vennoten van de V.O.F. Strukto. Vandaar dat de eiseres op 20.1.2006 overging tot dagvaarding van de verweerders. De eiseres vorderde in de dagvaarding de hoofdelijke veroordeling van de verweerders tot betaling van 15.982,77 EUR, meer de rente van 9,5 % per jaar op 12.499,52 EUR vanaf 17.1.2006 en de gerechtelijke rente op 1.499,94 EUR vanaf 17.1.2006, telkens tot de dag van betaling, alsmede de gerechtskosten, dit alles bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk rechtsmiddel, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement. In besluiten, neergelegd op 4.7.2006 vordert de eiseres de hoofdelijke veroordeling van de verweerders tot betaling van 16.591,32 EUR, meer de rente van 9,5 % per jaar op 12.499,52 EUR vanaf 8.7.2006 en de gerechtelijke rente op 1.499,94 EUR vanaf 8.7.2006, telkens tot de dag van betaling, alsmede de gerechtskosten, dit alles bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk rechtsmiddel, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement. Dhr. FE vordert dat de bestelbonnen zouden worden voorgelegd. Hij betwist in hoofdorde de vordering. Ondergeschikt vordert hij de veroordeling van de andere verweerders om hem 1/3 van de bedragen in hoofdsom, rente en schadebeding alsook de gerechtskosten terug te betalen. Dhr. JC en dhr. GV vragen voorbehoud te verlenen om een tegeneis in te stellen. BEOORDELING
- Ontvankelijkheid van de vordering van de eiseres Dhr. FE meent dat de vordering tegen hem onontvankelijk is, omdat hij zijn aandelen in de vennootschap zou hebben verkocht. Dit argument betreft niet de ontvankelijkheid van de vordering, maar wel de gegrondheid. De eiseres heeft hoe dan ook belang en hoedanigheid om tegen dhr. FE een vordering te stellen. De vordering is ontvankelijk.
- Ontvankelijkheid van de vraag van dhr. JC en dhr. GV voorbehoud te verlenen om een tegeneis in te stellen Krachtens artikel 18, tweede lid Ger. W. kan een rechtsvordering tot verkrijging van een verklaring van recht worden toegelaten, indien zij is ingesteld om de schending van een ernstig bedreigd recht te voorkomen. In zoverre de vordering van dhr. JC en dhr. GV ertoe strekt voorbehoud te horen verlenen om een tegenvordering in te stellen, is zij niet ingesteld om de schending van een ernstig bedreigd recht te voorkomen. Deze vordering is dan ook niet toelaatbaar.
- Ten gronde
- Dhr. FE betwist in de eerste plaats de vordering omdat hij niet op de hoogte was van de bestellingen en omdat het niet zou bewezen zijn dat de bestellingen gebeurden namens de V.O.F.. Dit verweer is ongegrond. Overeenkomstig art. 204 W. Venn. is elke vennoot hoofdelijk aansprakelijk voor de verbintenissen van de vennootschap, ook al heeft slechts één vennoot getekend, mits dit namens de vennootschap is geschied. De vennoot van de V.O.F. is dus hoofdelijk aansprakelijk, zelfs indien hij de bestelling niet heeft gedaan. Enige kennis van de verbintenis in hoofde van de vennoot is niet vereist. Het verstekvonnis tegen de vennootschap bewijst eveneens dat de bestelling namens de vennootschap is gebeurd. Eens de vennootschap is veroordeeld, kunnen de vennoten de vennootschapsschuld niet meer betwisten. Zelfs een derdenverzet is niet mogelijk (Geens, K., "Overzicht van rechtspraak Vennootschappen 1992-1998", T.P.R., 2000, p. 237). Overigens worden de schuld van de vennootschap en dus ook het feit dat de bestellingen zijn gebeurd namens de vennootschap ook bewezen door de facturen, die niet binnen korte termijn werden geprotesteerd. Derhalve kan ook niet ingegaan worden op het verzoek van dhr. FE dat de eiseres de bestelbonnen zou voorleggen.
- Dhr. FE en dhr. JC betwisten de vordering eveneens omdat zij hun aandelen in de V.O.F. inmiddels hebben verkocht. Zij betwisten echter niet dat zij beiden vennoot waren op het ogenblik dat de schulden ontstonden en opeisbaar waren. In toepassing van art. 204 W. Venn. zijn zij dan ook hoofdelijk aansprakelijk. De overdracht van de aandelen heeft niet tot gevolg dat zij ten opzichte van de schuldeiser bevrijd zouden zijn van hun schuld. Een overdracht van schuld werkt enkel bevrijdend indien de schuldeiser zijn akkoord met de overdracht en de bevrijding verleent (vgl. Luik, 24.6.2003, DAOR, 2004, p. 73). De eiseres heeft haar toestemming echter niet verleend, zodat de verweerders door de overdracht niet bevrijd zijn tegenover de eiseres. Ten onrechte verwijst dhr. JC naar art. 1690 B.W.. Dit artikel heeft immers enkel betrekking op de overdracht van een schuldvordering (= van de schuldeiser) en niet op de overdracht van een schuld (= van de schuldenaar).
- De rechtbank stelt vast dat geen van de verweerders de omvang van de gevorderde bedragen betwist.
- Dhr. GV betwist de vordering niet doch vraag gemachtigd te worden af te betalen à rato van 1.000,00 EUR per maand. De eiseres verzet zich daartegen omdat hij reeds voldoende uitstel van betaling heeft gekregen. Luidens artikel 1244, tweede alinea B.W. kan de rechter met inachtneming van de toestand van de partijen, met grote omzichtigheid en rekening houdend met de termijnen, die de schuldenaar reeds genoten heeft, gematigd uitstel van betaling verlenen. Gemak van betaling wordt in casu niet toegestaan, aangezien dhr. GV niet bewijst (a) dat hij in de onmogelijkheid is te betalen en (b) dat hij voldoet aan de voorwaarden ongelukkig en te goeder trouw te zijn. Er wordt dienaangaande geen enkel appreciatie-element ingeroepen, noch wordt er enig stuk voorgelegd dat toelaat de concrete situatie van dhr. GV op financieel vlak in te schatten. Eveneens heeft hij zichzelf reeds lang genoeg uitstel verleend door niet te betalen, zolang er geen uitvoerbare titel tegen hem voorhanden is.
- Dhr. FE stelt in zijn synthesebesluiten een tussenvordering tegen de andere verweerders. Gelet op het ontbreken van enig verweer dienaangaande, komt deze tussenvordering ontvankelijk en gegrond voor, evenwel mits deze aanpassing dat hij gerechtigd is zich te wenden tot elk van de andere verweerders telkens voor de helft van het bedrag dat hij boven 1/3 van de hoofdsom, rente en schadebeding en de gerechtskosten van de eiseres, zal betaald hebben, en dit nadat hij betaald heeft. Indien hij de volledige som betaalt, komt dit erop neer dat hij van elk van de andere verweerders telkens 1/3 van de betaalde som kan recupereren.
- Aangezien de vordering van de eiseres niet ernstig betwistbaar is, kan het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard worden, althans wat de veroordeling van de verweerders ten opzichte van de eiseres betreft. Evenwel kan de mogelijkheid tot kantonnement niet worden uitgesloten, omdat dit een recht van de veroordeelde partij is. Het kan slechts worden uitgesloten wanneer de eisende partij aantoont dat vertraging in de betaling haar een ernstig nadeel berokkent (Brussel, 25.4.1997, P & B, 1997, 224; Brussel, 31.1.1990, J.L.M.B., 1990, 994). De eiseres bewijst geen ernstig nadeel. Het vonnis kan niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard worden met betrekking tot de tussenvordering van dhr. FE tegen de andere verweerders, omdat dit niet gevraagd wordt. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart de vordering van de nv Gheysens Metalen ontvankelijk en gegrond, Veroordeelt dhr. JC, dhr. FE en dhr. GV hoofdelijk om aan de nv Gheysens Metalen ZESTIENDUIZEND VIJFHONDERD EENENNEGENTIG EURO EN TWEEENDERTIG CENT (16.591,32 EUR) te betalen, meer de gerechtelijke rente van 9,5 % per jaar op 12.499,52 EUR vanaf 8.7.2006 en de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet op 1.499,94 EUR vanaf 8.7.2006, telkens tot de dag van betaling, Veroordeelt hen eveneens hoofdelijk tot de gerechtskosten van de nv Gheysens Metalen, te bepalen op: - dagvaardings- en rolstellingskosten: 314,09 EUR - rechtsplegingsvergoeding: 364,40 EUR Veroordeelt dhr. JC en dhr. GV elk 1/2 te betalen van wat dhr. FE boven 1/3 van de totale som, verschuldigd aan de nv Gheysens Metalen, zal betaald hebben, en dit nadat hij betaald heeft; Verklaart de vorderingen van dhr.JC en dhr. GV om voorbehoud te verlenen tot het instellen van een tegenvordering onontvankelijk. Veroordeelt dhr. JC, dhr. FE en dhr. GV elk tot hun eigen gerechtskosten, die daarom niet dienen begroot te worden. Verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal en zonder borgstelling, dit enkel wat betreft de veroordeling van de verweerders ten aanzien van de eiseres; Aldus het vonnis, uitgesproken in openbare terechtzitting van de Rechtbank van Koophandel te Kortrijk, gerechtsgebouw II, op maandag, elf december tweeduizend en zes; Aanwezig : G. Danneels, ondervoorzitter; D. Coussée en L. Flamée, rechters in handelszaken ; V. Soreyn, adjunct-griffier. V. Soreyn L. Flamée D. Coussée G. Danneels Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div