← België

ECLI:BE:ORGNT:2006:JUG.20061218.13

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 18 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2006:JUG.20061218.13 Rolnummer: AR 1495/06 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-12-04 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-07-02 14:51 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op roerend goed - Revindicatie Vrije woorden: verzet op titels Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, VIERDE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr. 1495/06 der algemene rol De heer MS, nijveraar, wonende te **, eiser, hebbende als raadslieden meesters J. Bekaert en S. Bekaert, advocaten te Kortrijk, tegen: Vennootschap naar Zwitsers recht "DEUTSCHE BANK (SUISSE)", S.A., met maatschappelijke zetel te 1211 Genève (Zwitserland), Place des Bergues 3, verweerster, hebbende als raadslieden meesters P. Van Ommeslaghe en M. Lebbe, advocaten te Brussel. De rechtbank heeft de partijen gehoord in openbare zitting en heeft kennis genomen van de stukken en besluiten. Toepassing werd gemaakt van art. 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. VORDERINGEN Met dagvaarding dd. 13.2.2006 vorderde de eiser: - dat de rechtbank voor recht zou zeggen dat hij eigenaar is van een obligatie Commerzbank 1999-2009, 6,5 %, Isin: XS0102978268 Serienummer 17052 bedrag 10.000,00 EUR - de veroordeling van de verweerster tot teruggave van dit effect binnen de 48 uren na de betekening van het vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van 250,00 EUR per dag vertraging; - de veroordeling van de verweerster tot betaling van de tegenwaarde ervan, zijnde 10.000,00 EUR, meer de gerechtelijke rente vanaf 13.2.2006 tot de betaling; - de veroordeling van de verweerster tot betaling van de tegenwaarde van de coupons, provisioneel begroot op 1,00 EUR, meer de gerechtelijke rente vanaf de resp. vervaldagen tot aan de definitieve betaling; - te zeggen voor recht dat het vonnis geldt als titel tegenover de instanties, die het effect in beslag hebben genomen, nl. de nv Euroclear, en het Nationaal Kantoor der Roerende Waarden; - de veroordeling van de verweerster tot betaling van 1.000,00 EUR uit hoofde van kosten, administratie, rompslomp, bijstand advocaat, kosten verzet en publicatie; - de veroordeling van de verweerster tot mededeling van de naam van de partij(

  1. en)van wie zij voormeld effect gekocht heeft, onder verbeurte van een dwangsom van 250,00 EUR per dag vertraging na de betekening van het vonnis; - te zeggen voor recht dat de eiser terecht het verzet op voormeld effect heeft laten publiceren in het Bulletijn der met verzet aangetekende waarden; - de veroordeling van de verweerster tot de gerechtskosten; dit alles bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening, zonder borgstelling en met uitsluiting van kantonnement, In besluiten, neergelegd op 19.5.2006, wijzigde de eiser zijn vordering in die zin dat hij thans nog vordert: - dat de rechtbank voor recht zou zeggen dat hij eigenaar is van een obligatie Commerzbank 1999-2009, 6,5 %, Isin: XS0102978268 Serienummer 17052 bedrag 10.000,00 EUR - te zeggen voor recht dat het vonnis geldt als titel tegenover de instanties, die het effect in beslag hebben genomen, en hen tegenstelbaar is, nl. de nv Euroclear, het Nationaal Kantoor der Roerende Waarden, het Organisme voor de Centralisatie van het Verzet op Titels aan Toonder, de Banque et Caisse D'Epargne de l'Etat, de Banque Générale du Luxembourg en de Commerzbank; - de publicatie te bevelen van de schrapping van het verzet in het Bulletijn der met verzet aangetekende waarden; - de veroordeling van de verweerster tot de gerechtskosten; dit alles, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling, en met uitsluiting van het recht op kantonnement. BEOORDELING A. Omtrent de eigendom De verweerster gedraagt zich naar de wijsheid van de rechtbank. Zij stelt dat zij zelf geen eigenaar is en dat zij het effect enkel als lasthebber ter verzilvering heeft aangeboden. Zij meent dat zij als lasthebber niet de bevoegdheid heeft het eigendomsrecht van de eiser op het effect te erkennen. Aangezien de verweerster het effect ter verzilvering heeft aangeboden in opdracht van een opdrachtgever, wiens identiteit zij weigert bekend te maken, heeft de eiser er ten aanzien van de verweerster belang bij om zijn eigendomsrechten te doen vaststellen tegenover de verweerster. Uit de door de eiser voorgelegde stukken blijkt voldoende dat hij eigenaar is van het effect, zodat deze vordering gegrond is. B. Het vonnis als uitvoerbare titel? Dienaangaande formuleert de verweerster geen enkel verweer, wat begrijpelijk is aangezien deze vordering niet tegen haar gericht is. De eiser vordert dat de rechtbank voor recht zou zeggen dat het vonnis een uitvoerbare titel is ten aanzien van bepaalde rechtspersonen, die niet in deze procedure betrokken zijn. Deze vordering is onontvankelijk. Opdat de vordering ontvankelijk zou zijn, moet de eisende partij een reeds verkregen en dadelijk belang hebben. De rechtsvordering is ook ontvankelijk wanneer zij, zelfs tot verkrijging van een verklaring van recht, is ingesteld om de schending van een ernstig bedreigd recht te voorkomen. Er is thans echter nog geen sprake van een ernstig bedreigd recht, in die zin dat nu reeds vaststaat of dat er een ernstig gevaar bestaat dat de personen, tegen wie de vordering is gericht, zouden betwisten dat het vonnis geen uitvoerbare titel zou zijn. Ter zitting van 4.12.2006 vroeg de rechtbank aan de eisende partij ook standpunt in te nemen over de vraag of deze vordering kan worden gesteld ten aanzien van de verwerende partij en de personen, die niet in de procedure zijn betrokken. De raadsman van de eisende partij verklaarde uitdrukkelijk dat hij dienaangaande niet wenste te concluderen. Vereist is dat de verwerende partij beschikt over hoedanigheid om zich te verweren tegen de vordering (zie Brewaeys, E., "Bestendig Handboek Burgerlijk Procesrecht", p. I.2-7; Castermans, M., "Gerechtelijk privaatrecht. Algemene beginselen, bevoegdheid en burgerlijk rechtspleging", p. 30). De verweerster beschikt niet over de vereiste hoedanigheid om zich te verweren ten aanzien van de vordering, die gericht is tegen personen, die niet in de procedure betrokken zijn. C. Bevel tot publicatie Ter zitting van 4.12.2006 vroeg de rechtbank de eisende partij eveneens of de vordering, strekkende tot het publiceren van de schrapping van het verzet, tegen de verweerster kan worden gesteld. Ook dienaangaande verklaarde de raadsman van de eisende partij ter zitting geen uitstel te wensen om dit nader te onderzoeken. Ook deze vordering, in de mate dat deze gericht is tegen de verweerster, is ongegrond, aangezien de verweerster de schrapping van het verzet niet kan publiceren. Het is de eiser, die verzet aangetekend heeft, zodat het moeilijk denkbaar is dat de verweerster de schrapping van het verzet kan publiceren. Deze veroordeling kan ook niet gevraagd worden ten aanzien van andere rechtspersonen, die niet in de procedure betrokken zijn. D. Gerechtskosten De eiser vraagt de veroordeling van de verweerster tot de gerechtskosten omdat de procedure te vermijden was indien de verweerster vrijwillig had meegewerkt aan de handlichting van het beslag op het effect en omdat de verweerster een fout zou begaan hebben het effect te willen verzilveren zonder te controleren of de opdrachtgever de rechtmatige eigenaar was. Bij de beoordeling van de vraag wie de gerechtskosten moet dragen, speelt de "schuld" van de ene of andere partij in principe geen rol. Slechts de mate waarin de ene of de andere partij in het gelijk wordt gesteld, speelt een rol bij de bepaling van de partij, die de gerechtskosten dient te dragen (art. 1017 Ger. W.). Dienaangaande stelt de rechtbank vast dat de eiser na het verweer van de verweerster zijn vordering(
  2. en)aanzienlijk gewijzigd heeft en zelfs heel wat vorderingen niet meer stelt, zoals de afgifte van het effect, de bekendmaking van de identiteit van de opdrachtgever, de veroordeling tot betaling van de tegenwaarde van het effect en de coupons, en de veroordeling tot betaling van een schadevergoeding van 1.000,00 EUR. Andere vorderingen, die hij wel nog stelt, zijnde de vordering te zeggen voor recht dat het vonnis zou gelden als uitvoerbare titel ten aanzien van bepaalde rechtspersonen en het bevel tot publicatie van de schrapping van het verzet, zijn ongegrond. Enkel de vordering, ertoe strekkend ten aanzien van de verweerster te zeggen voor recht dat de eiser eigenaar is van het effect, is gegrond. In deze omstandigheden is het billijk dat elke partij haar eigen gerechtskosten dient te dragen. Louter volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat de eiser niet aantoont: - op welke wijze de verweerster vrijwillig kon meewerken aan de handlichting van het beslag, temeer de verweerster enkel is opgetreden als lasthebber; - op welke wijze de verweerster kon vaststellen dat de opdrachtgever geen eigenaar van het effect zou geweest zijn, toen zij de opdracht tot verzilvering kreeg. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart de vordering, ertoe strekkende te zeggen dat de eiser eigenaar is van het effect, ontvankelijk en in volgende mate gegrond; Zegt ten aanzien van de partijen in dit geding voor recht dat de eiser eigenaar is van het effect Obligatie Commerzbank 1999-2009, 6,5 %, Isin: XS0102978268 Serienummer 17052 bedrag 10.000,00 EUR Verklaart de vordering, ertoe strekkende te zeggen dat het vonnis een uitvoerbare titel is ten aanzien van bepaalde rechtspersonen, onontvankelijk, Verklaart de vordering, ertoe strekkende de schrapping van het verzet te publiceren, ongegrond; Veroordeelt de partijen tot hun eigen gerechtskosten, die daarom niet dienen begroot te worden; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling. Aldus het vonnis, uitgesproken in openbare terechtzitting van de Rechtbank van Koophandel te Kortrijk, gerechtsgebouw II, op maandag, achttien december tweeduizend en zes; Aanwezig : G. Danneels, ondervoorzitter; D. Coussée en L. Flamée, rechters in handelszaken ; V. Soreyn, adjunct-griffier. V. Soreyn L. Flamée D. Coussée G. Danneels Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.