← België

ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070104.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 04 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070104.8 Rolnummer: AR 3746/2006 Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-05-06 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-07-02 15:07 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Verplichtingen verkoper - Levering Vrije woorden: plaats van levering art. 5.1 - 23 verordening Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, EERSTE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr. 3746/2006 der algemene rol.- De naamloze vennootschap "BUBBLE & FOAM INDUSTRIES", met vennootschapszetel te 8570 Anzegem, Gijzelbrechtegemstraat 8-10; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0426.860.673; eiseres, hebbend als raadslieden meesters Stefaan Beele en Benoit Beele, pleitend meester Jonathan Huysentruyt, advocaten te Kortrijk; tegen : De vennootschap naar Frans recht "JET PACK sarl unipersonnelle", met vennootschapszetel te 59600 Maubeuge, (Frankrijk), 10 rue Pecart; ingeschreven in het RCS Avesnes onder nummer B479.361.115; BTW nr. FR 60.479.361.115; verweerster, niet verschijnende. De rechtbank heeft de eisende partij gehoord in openbare zitting en heeft kennis genomen van de stukken. Toepassing is gemaakt van de art. 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Bij dagvaarding van 10 oktober 2006 vordert de eiseres de veroordeling van de gedaagde tot de betaling van 4.720,96 EUR, met de conventionele interesten tegen 10 % per jaar op 4.022,29 EUR sedert 20 november 2006 tot aan de dagvaarding, daarna de gerechtelijke rente aan dezelfde conventionele rentevoet van 10 % op dezelfde hoofdsom tot aan de dag van de betaling + de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet op 402,23 EUR sedert 06 september 2006 tot aan de dag van de betaling, meer de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen. Spijt behoorlijke dagvaarding is de gedaagde vennootschap niet verschenen. De eiseres vroeg jegens haar verstek en vonnis. De rechtbank dient de uitspraak niet aan te houden in toepassing van art. 26.2 van de EEX-Verordening, nu gebleken is dat de gedaagde rechtspersoon bereikt werd zo tijdig als nodig voor haar verweer (cf. certificaat van betekening ter plekke op 18 oktober 2006). Wanneer de verwerende partij met vennootschapszetel op het grondgebied van een lidstaat voor een gerecht van een andere lidstaat wordt opgeroepen en niet verschijnt, dient de rechter zich ambtshalve onbevoegd te verklaren indien zijn bevoegdheid niet berust op de bepalingen van de EEX-Verordening (artikel 26.1 EEX-Verordening). Krachtens de algemene bepaling van artikel 2 van de EEX-Verordening worden zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. Zij kunnen slechts voor de rechtbanken van een andere lidstaat worden opgeroepen op één van de gronden, aangehaald in de artikelen 5 tot en met 24 van de EEX-Verordening (art. 3.1 EEX-Verordening). In de dagvaarding verklaart de eiseres dat de rechtbank van koophandel te Kortrijk "bevoegd" is (bedoeld wordt rechtsmacht heeft), op grond van het forumbeding van haar algemene verkoopsvoorwaarden. Het is correct dat op grond van artikel 23.1.b EEX-Verordening, de overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht kan worden gesloten in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden. Dit is het geval, wanneer ingevolge hun vroegere transacties, de partijen geregeld met die algemene voorwaarden geconfronteerd werden, zodat zij vermoed worden - behoudens laakbare onzorgvuldigheid - van het forumbeding kennis te hebben gekregen dat in die voorwaarden vervat is. Indien zij er nooit tegen geprotesteerd hebben, worden zij verondersteld ermee ingestemd te hebben. Er is m.a.w. aan het vereiste van art. 23.1 EEX-Verordening voldaan, wanneer uit lange en regelmatige handelsbetrekkingen kan afgeleid worden dat de medecontractant het forumbeding op de facturen van de schuldeiser kende en aanvaarde (Hof van Beroep te Gent, 12de kamer, arrest d.d. 8 november 2006, A.R. 2005/209 inzake bv Kanters / bvba Elektro Mahieu, onuitgegeven). De omstandigheden moeten derhalve van die aard zijn:

  1. a)dat er voldoende lange en regelmatige handelsbetrekkingen tussen de partijen bestaan hebben om handelwijzen tussen hen als zijnde "gebruikelijk geworden" te kunnen kwalificeren (waarover de rechter soeverein oordeelt) ;
  2. b)dat die voldoende lange handelsrelatie tussen de partijen bestaan heeft, voorafgaandelijk aan de transactie(
  3. s)waarover het geschil loopt of naar aanleiding waarvan het geschil ontstaan is (cf. Brussel, 7 september 1999, R.W. 200-2001, 593 ; Antwerpen, 11 oktober 1994, T.B.H., 1995, 385). Uit de door de eiseres overgelegde stukken blijkt echter geenszins dat er tussen haar en de gedaagde een voldoende lange handelsrelatie bestaan heeft, voorafgaandelijk aan de factuur die in onderhavige zaak wordt opgevorderd. De rechtbank vindt slechts twee facturen terug die weliswaar betaald zijn, doch deze facturen dateren van nà de in de dagvaarding gevorderde factuur. Evenmin toont de eiseres aan dat de vermelding van een forumbeding op de keerzijde van een factuur overeenstemt met een gewoonte, die geldt in de branche van de internationale handel, waarin de partijen werkzaam zijn en dat zij dit gebruik kennen of geacht worden te kennen. Vervolgens roept de eiseres in haar dagvaarding ook artikel 5.1-b EEX-Verordening in om de rechtsmacht van deze rechtbank aan te tonen, nl. de levering van de goederen "af fabriek" in Anzegem (België). Inzake koop-verkoop kan de rechtbank beschikken over de vereiste rechtsmacht op grond van artikel 5.1.b EEX-Verordening nl. op basis van de plaats in een lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden. Uit de door de eiseres overgelegde factuur blijkt echter dat levering van de goederen volgens overeenkomst diende te gebeuren (en ook gebeurd
  4. is)te Seclin (Frankrijk). Dit blijkt eveneens uit de interne e-mail d.d. 15 mei 2006 van de verkoopsverantwoordelijke Ria De Bosschere aan de sales manager Luc Georgelin van de Franse vestiging van de eiseres (bundel eiseres, stuk nr. 3). In zoverre de eiseres zich tenslotte beroept op hetgeen bepaald is in artikel 31-a van het Weens Koopverdrag, nl. dat de plaats van levering wordt bepaald door de plaats van afgifte van de goederen aan de vervoerder ter verzending aan de koper, hetgeen in casu gebeurd is te Anzegem, kan dit haar geen soelaas brengen. Immers, het is maar bij gebrek aan (afwijkende) overeenkomst dat artikel 31 van het Weens Koopverdrag de plaats van levering bepaalt (Gent, 8 november 2006, A.R. 2005/209, geciteerd). Dit volgt uit de bewoordingen van de aanhef van artikel 31 van het Weens Koopverdrag : "Indien de verkoper niet gehouden is de zaken op enige andere bepaalde plaats af te leveren ...". Zoals hierboven aangegeven, blijkt dat de overeenkomst tussen de partijen er in bestond dat de eiseres ertoe gehouden was de goederen te leveren te Seclin (Frankrijk). Derhalve kan hetgeen bepaald is in artikel 31-a van het Weens Koopverdrag, in casu niet in aanmerking worden genomen. Uit wat voorafgaat volgt dat de eiseres niet aantoont dat de rechtbank ten dezen beschikt over de vereiste rechtsmacht jegens de gedaagde. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Verleent verstek jegens de niet verschijnende gedaagde; Stelt vast dat de rechtbank niet beschikt over de vereiste rechtsmacht; Verwijst de eiseres in de kosten van het geding, aan de zijde van de gedaagde niet vatbaar voor begroting bij gemis van opgave; Aldus het vonnis, uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op vier januari tweeduizend en zeven. Aanwezig: P. Deseyne, Voorzitter; J. Corne en G. Leroy, Rechters in handelszaken; P. Vanwettere, griffier. P. Vanwettere G. Leroy J. Corne P. Deseyne Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.