← België

ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070108.44

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 08 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070108.44 Rolnummer: AR 3169/06 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-12-04 Raadplegingen: 122 - laatst gezien 2026-07-02 15:08 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Exceptie van niet uitvoering BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop Vrije woorden: korte termijn verborgen gebreken Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, VIERDE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr. 3169/06 der algemene rol Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "COPPENS LUC EN ZONEN", met maatschappelijke zetel te 8550 Zwevegem, Kapel Milanendreef 11, met ondernemingsnummer 0428.325.571, eiseres op hoofdeis, verweerster op tegeneis, hebbende als raadsman meester M. Bottelier, advocaat te Kortrijk-Heule, tegen: Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "DERDAELE", met maatschappelijke zetel te 8420 Wenduine, Kerkstraat 30 B. 501, met ondernemingsnummer 0471.318.050, verweerster op hoofdeis, eiseres op tegeneis, hebbende als raadsman meester N. Viaene, advocaat te Gent. De rechtbank heeft de partijen gehoord in openbare zitting en heeft kennis genomen van de stukken en besluiten. Toepassing werd gemaakt van art. 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. FEITEN EN VORDERINGEN Uit de door partijen voorgelegde stukken en de door hen gegeven uitleg blijken volgende feiten. De bvba Coppens Luc en Zonen (hierna in het kort aangeduid als de bvba "Coppens") is handelaar in tweedehandsmachines en onderdelen. De bvba Derdaele is machineconstructeur. In de loop van het jaar 2003 verkocht de bvba Coppens een freesmachine "Dufour" aan de bvba Derdaele, voor de prijs van 13.497,80 EUR, inclusief BTW. Hiervoor werd een factuur dd. 30.9.2003 opgemaakt. Op 6.11.2003 betaalde de bvba Derdaele 5.000,00 EUR. Op 20.11.2003 betaalde zij nogmaals 5.000,00 EUR. In de loop van september 2005 stuurde de bvba Coppens naar de bvba Derdaele een aangetekende aanmaning tot betaling van het saldo van 3.497,80 EUR. Echter legt geen van de partijen een kopie van deze aanmaning voor. Met aangetekende brief van 6.10.2005 antwoordde de bvba Derdaele het volgende: "Geachte, In 2003 heb ik bij jullie een freesmachine gekocht, maar al vanaf het begin waren er problemen mee dat hij veel olie lekte en de tandwielen veel lawaai maken. Jullie hebben dan eens langs geweest, pomp verandert maar hij blijft maar olie lekken. Dat de tandwielen zoveel lawaai maken is normaal zeggen jullie, maar dat is niet zo. Toch niet voor een machine van 13497,8 euro. Ik heb die machine in vertrouwen bij jullie gekocht, na al verschillende machine bij jullie te hebben gekocht. Bij je laatste bezoek heb je gezegd dat je hem eventueel ging terug nemen. Ik heb 10000 euro betaald voor een machine in dergelijke staat is al veel te veel. Dus ik betaald de 3497,8 euro niet voor een machine dat niet in orde is. Als je het in orde brengt wil ik het wel betalen of je neemt hem terug. Heel mijn vloer is al in olieplekken van die machine. De olie loopt dan ook nog in koelvloeistof van mijn machine en dat moet ik dan telkens vervangen. Hij wordt bijna nooit gebruikt omdat hij veel lawaai maakt, en zoveel olie verliest. Omdat je vorige week nog naar me belde en zij dat je aan het kijken was voor nieuwe klant voor mijn machine was ik dan ook zeer verwondert dat je nu die aangetekende brief schrijft. Ik hoop dat we tot een oplossing komen." (letterlijk geciteerd door de rechtbank, inclusief de fouten). De bvba Coppens reageerde niet, tot zij met aangetekende brief dd. 29.8.2006 de bvba Derdaele opnieuw in gebreke stelde. De bvba Derdaele reageerde op haar beurt niet, zodat de bvba Coppens op 6.10.2006 overging tot dagvaarding. De bvba Coppens vordert de veroordeling van de bvba Derdaele tot betaling van 3.497,80 EUR, meer de conventionele rente aan 8 % per jaar op 13.497,80 EUR vanaf 30.9.2003 tot 6.11.2003, op 8.497,80 EUR vanaf 7.11.2003 tot 20.11.2003 en op 3.497,80 EUR vanaf 21.11.2003 tot de datum van effectieve betaling. Zij vordert tevens dat de rechtbank voor recht zou zeggen dat de geleverde machine haar eigendom zou blijven tot de volledige betaling van de hoofdsom, rente en gerechtskosten. Zij vordert dit alles bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling of kantonnement. De bvba Derdaele betwist de vordering omdat de machine bij werking te veel lawaai maakt en te veel olie verliest. Met besluiten, neergelegd op 31.10.2006, vordert de bvba Derdaele de veroordeling van de bvba Coppens tot betaling van 13.000,00 EUR, meer de verwijlrente op 10.000,00 EUR vanaf 30.9.2003, en de gerechtelijke rente op 3.000,00 EUR vanaf 30.10.2006, telkens aan de wettelijke rentevoet tot de datum van betaling. Het bedrag van 10.000,00 EUR betreft het reeds door haar betaalde bedrag. Het bedrag van 3.000,00 EUR strekt tot vergoeding van de schade door de slechte werking van de machine. Zij vordert eveneens dat de bvba Coppens wordt veroordeeld de machine terug te halen binnen de veertien dagen. Zij vordert dit alles bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement. BEOORDELING Omdat de beoordeling van de hoofdvordering en de beoordeling van de tegenvordering onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, worden deze vorderingen hierna samen behandeld. De tegenvordering en de betwisting van de hoofdvordering zijn gesteund op "verborgen gebreken" van de machine. De wetgever heeft inzake verborgen gebreken, de rechten van de koper op bijzondere wijze geregeld in art. 1641 e.v. Burgerlijk Wetboek. De koper kan hetzij de ontbinding van de overeenkomst vorderen, hetzij een prijsvermindering vorderen (waarbij het bedrag van de prijsvermindering door deskundigen wordt bepaald !), indien hij volgende elementen aantoont: - dat de zaak behept is met gebreken, die de zaak ongeschikt maken voor het gebruik waartoe zij bestemd is, of die dit gebruik zodanig verminderen dat zij, indien hij de gebreken had gekend, de zaak niet of slechts voor een mindere prijs zou gekocht hebben (art. 1641 B.W.); dit impliceert dat het moet gaan om een ernstig gebrek (Gent, 12° kamer, 8.9.2004, inzake A.R. nr. 2000/2167); - dat de gebreken verborgen waren, m.a.w. dat ze door een normaal persoon aan de hand van een attent onderzoek niet konden opgemerkt worden, hetzij op het ogenblik van de levering, hetzij kort erna; van een koper van een tweedehandsmachine, zeker van een gespecialiseerde koper, zoals de bvba Derdaele (die machinebouwer is), kan verwacht worden dat hij op het ogenblik van de levering, hetzij kort erna, de werking van de machine test; de bewijslast van het verborgen karakter van het gebrek rust op de koper (Brussel, 2.4.2004, Res. Jur. Imm., 2004, afl. 1, 18; Rb. Brussel, 27.9.1988, Pas., 1989, III, 37); er is sprake van aanvaarding wanneer de koper op het ogenblik van de levering of kort erna geen opmerkingen maakt (De Page, H., "Traité", T. IV, nr. 109; Herbots, J., e.a., "Overzicht van rechtspraak. Bijzondere overeenkomsten.", T.P.R., 1997, p. 709, nr. 71 en 72). - dat het gebrek bestond, minstens in de kiem aanwezig was op het ogenblik van de koop of ten laatste bij de overdracht van het risico (Laveyt, K., "De vrijwaringsplicht voor verborgen gebreken in een notedop", T.B.H., 2004, nr. 6, p. 554). Ten slotte moet de vordering binnen korte termijn worden ingesteld. Deze termijn vangt aan op het ogenblik dat de koper het gebrek ontdekte, minstens redelijkerwijze moest ontdekken. De rechtbank is van oordeel dat de bvba Derdaele geen enkele van voormelde voorwaarden bewijst.

  1. Vooraf antwoordt de rechtbank op het argument van de bvba Derdaele dat de bvba Coppens zou beloofd hebben de machine terug te nemen. Mocht de bvba Derdaele dit kunnen bewijzen, dan zou het onderzoek betreffende de hierboven opgesomde voorwaarden niet meer relevant zijn, aangezien de bvba Coppens de machine dan zou moeten terugnemen op grond van haar eenzijdige verbintenis, die zij op zich genomen heeft. De rechtbank neemt aan dat de bvba Coppens allesbehalve geloofwaardig voorkomt, wanneer zij beweert dat de inhoud van de brief dd. 6.10.2005 totaal verzonnen is, en dat zij daarop niet gereageerd zou hebben omdat de beweringen "puur verzinsel" waren. Indien dit zo was, dan was dit des te meer een reden om daartegen onmiddellijk en krachtig te reageren en niet om nog een jaar te wachten alvorens opnieuw van zich te laten horen. Doch, hoe dan ook kan uit deze brief niet worden afgeleid dat de bvba Coppens zou beloofd hebben de machine terug te nemen. Immers, in haar brief van 6.10.2005 schreef de bvba Derdaele enkel dat de bvba Coppens tijdens zijn laatste bezoek zou gezegd hebben dat zij de machine eventueel zou terugnemen. De toevoeging van "eventueel" is een belangrijke nuance en impliceert dat zij een terugname in overweging nam, zonder zich daartoe echter te verbinden. Dit kan ook verklaard worden door commerciële overwegingen, zonder dat dit een erkenning van het gebrek impliceerde. Blijkbaar koppelde zij de eventuele terugneming aan de mogelijkheid een andere koper voor de machine te vinden. Het is niet ongebruikelijk dat, wanneer er goede commerciële relaties tussen de koper en verkoper bestaan (zoals hier toen nog blijkbaar het geval was, aangezien de bvba Derdaele reeds meerdere machines van de bvba Coppens had aangekocht) en wanneer de koper klachten heeft over de machine, ongeacht of deze klachten al dan niet gegrond zijn, de verkoper een eventuele terugname in overweging wil nemen, wanneer hij een andere koper voor de zaak vindt.
  2. De vordering is niet binnen korte termijn ingesteld. De vraag of de vordering al dan niet binnen korte termijn is ingesteld, betreft de gegrondheid van de vordering en niet de ontvankelijkheid. Artikel 1648 B.W. heeft geen voorwaarde ingevoerd inzake de ontvankelijkheid van de vordering, maar heeft aan de rechten van de koper een fundamentele beperking opgelegd (Bergen, 17.9.2002, J.T., 2003, afl. 6082, p. 68; R.R.D., 2003, p. 13). Het heeft daarbij geen zin te verwijzen naar de ratio legis van de korte termijn. Er moet immers een wezenlijk onderscheid gemaakt worden tussen de ratio legis en de wettekst. De rechter dient de wet toe te passen, ongeacht of, in een bepaald geval, de door de wetgever beoogde te beschermen belangen al dan niet in het gedrang kunnen komen. De ratio legis is enkel een verklaring waarom een wetsbepaling in de wetgeving werd opgenomen; een verklaring is echter geen norm en het is enkel de norm, die bindende kracht heeft onder de vorm van een wetsbepaling en afgezien van de wordingsgeschiedenis (Gent, 9° kamer, 1.12.1989, inzake A.R. nr. 32.294/87, niet gepubliceerd; Kh. Hasselt, 16.4.1999, reeds geciteerd; Herbots, J.H., e.a., "Overzicht van rechtspraak. Bijzondere overeenkomsten (1988-1994)", T.P.R., 1997/2, p. 724, nr. 96). Anders oordelen zou er op neerkomen dat een vordering wegens verborgen gebreken om het even wanneer kan ingesteld worden, indien de bewijsmogelijkheden door het tijdsverloop niet zijn aangetast. De vraag of de vordering binnen korte termijn is ingesteld, wordt door de feitenrechter soeverein beoordeeld, rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, nl. de aard van de verkochte zaak, de aard van het gebrek, de gebruiken, de hoedanigheid van de partijen en de door hen verrichte gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen (Cass., 23.3.1984, R.W., 1984-85, 127; Kh. Hasselt, 16.4.1999, R.W., 2002-2003, 465). De termijn kan worden verlengd door ernstige onderhandelingen met het oog op het bereiken van een minnelijke regeling (Gent, 11.10.2000, inzake A.R. nr. 1999/883, onuitgegeven; Herbots, J.H., e.a., "Overzicht van rechtspraak. Bijzondere overeenkomsten", T.P.R., 1989, nr. 61, p. 106, en 1997, nr. 95, p. 721). Zelfs indien aangenomen wordt dat de bvba Coppens tussen november 2003 en oktober 2005 eens zou gezegd hebben dat zij de machine "eventueel" zou terugnemen, en dat zij nog kort vóór de aanmaning in september 2005, zou gezegd hebben dat zij naar een andere koper zocht, dan nog moet vastgesteld worden dat de bvba Derdaele de "onderhandelingen" bijzonder lang liet aanslepen. Zij verklaart dat de gebreken reeds van in het begin bestonden. Niettegenstaande de bvba Coppens kort na de levering één en ander aan de machine zou gedaan hebben (oliepomp vervangen?) en toen verklaarde dat het probleem van het olieverlies was opgelost en niettegenstaande de bvba Derdaele toen (op 20.11.2003) een tweede schijf van 5.000,00 EUR had betaald (zie synthesebesluiten van de bvba Derdaele, p. 3), heeft de bvba Derdaele nadien geen ernstige initiatieven meer genomen om het probleem op te lossen. Nog aangenomen dat de bvba Coppens zou verklaard hebben de machine "eventueel" terug te nemen en een andere koper te zoeken, dan nog blijkt dat de bvba Derdaele het probleem al te lang liet aanslepen: tussen november 2003 en september-oktober 2005 verliep bijna 2 jaar. En nadat de bvba Coppens in september 2005 de bvba Derdaele in gebreke stelde om het saldo van de factuur te betalen en niet reageerde op de brief dd. 6.10.2005 van de bvba Derdaele, wachtte deze laatste nog tot 31.10.2006, dus meer dan een jaar na haar brief van 6.10.2005, alvorens de vordering op grond van de verborgen gebreken in te stellen. Zelfs indien zou aangenomen worden dat de bvba Derdaele nog tot september-oktober 2005 mocht wachten alvorens een vordering te stellen omdat de bvba Coppens in september 2005 nog zou verklaard hebben te zoeken naar een koper, dan nog had zij na de ingebrekestelling van september 2005 en nadat zij vaststelde dat de bvba Coppens niet binnen redelijke termijn reageerde op haar aangetekende brief van 6.10.2005 geen enkele reden meer om te wachten met het instellen van de koopvernietigende vordering. Ook rekening houdend met het feit dat er sinds november 2003 niets wezenlijks was veranderd, moest zij eind oktober 2005 beseffen dat een minnelijke regeling niet meer ernstig in overweging kon worden genomen, en was er geen reden meer om te wachten de vordering wegens verborgen gebreken in te stellen. Dit is des te meer het geval rekening houdend met de hoedanigheid van de bvba Derdaele (constructeur en verkoper van dergelijke machines)(vgl. Van Oevelen, A., "De verbintenissen van de verkoper", in "Recht voor de onderneming", 2° ed. , boek IV.13, p. 43: de korte termijn varieert tussen 4 en 8 maanden; Gent, 22.1.2003, T.B.H., 2004/6, p. 551 (één jaar is te lang); Antwerpen, 21.12.2001, R.W., 2004-05, 110 (vijf maanden is te lang); Kh. Hasselt, 24.3.2000, R.W., 2001-02, p. 249 (één jaar is te lang); Gent, 12° kamer, 23.4.2003, inzake A.R. nr. 2002/1441 inzake een voertuig...) Het feit dat de bvba Coppens nog niet volledig betaald was, was ook geen reden om te wachten, omdat

(1)de bvba Derdaele zelf reeds 10.000,00 EUR had betaald, en
(2)hoe dan ook de wet de koper zelf oplegt de vordering in te stellen. Het is de koper zelf die het initiatief moet nemen om de vordering in te stellen; hij kan niet wachten tot hijzelf door de verkoper gedagvaard wordt. De koper kan zelfs de exceptie van niet-uitvoering niet inroepen omdat de wet bij het bestaan van verborgen gebreken de rechten van de partijen op een bijzondere wijze heeft geregeld, en dit op straffe van verval van rechten (Frédericq, L., "Handelsrecht", nr. 1454, p. 63; Herbots, J.H., e.a., a.w., T.P.R., 1997, p. 721-723, nr. 95; Van Oevelen, A., "Algemeen overzicht van de bevrijdende verjaring en vervaltermijnen in het Belgisch privaatrecht", T.P.R., 1987, nr. 68, p. 829; Gent, 23° kamer, 16.5.2001, inzake A.R. nr. 1999/1395, niet gepubliceerd; Gent, 23° kamer, 30.6.2000, inzake A.R. nr. 1997/1795, niet gepubliceerd). Het feit dat de verkoper op het ogenblik van de verkoop het gebrek zou gekend hebben (wat in hoofde van een gespecialiseerde verkoper wordt vermoed) doet niets af aan de vereiste van de korte termijn. De wet bepaalt zelf welke de gevolgen zijn van de kwade trouw van de verkoper. Deze gevolgen hebben enkel betrekking op de schadevergoeding (art. 1646 B.W.), doch niet op de korte termijn.
  1. De bvba Derdaele bewijst het ernstig gebrek, zoals hiervóór gedefinieerd, niet. De bvba Derdaele beweert vooreerst dat de tandwielen te veel lawaai maken. Uit haar eigen brief dd. 6.10.2005 blijkt dat de bvba Coppens van in het begin verklaard heeft dat dit lawaai normaal was. De bvba Derdaele bewijst het tegendeel niet. Vervolgens heeft zij het over een te groot verlies van olie. De bvba Derdaele bewijst vooreerst niet dat het olieverlies abnormaal hoog zou zijn. Er mag daarbij trouwens ook niet uit het oog verloren worden dat het gaat om een tweedehandsmachine. Vervolgens is een overdreven olieverlies op zich geen gebrek, maar wel het gevolg van een gebrek. Merkwaardig is dat de bvba Derdaele, die een gespecialiseerde machinebouwer is, niet uitlegt waarin het gebrek zou bestaan. Zij zou nochtans moeten in staat zijn de oorzaak van het olieverlies aan te duiden. Zij doet dit echter niet, zodat ook niet bewezen is: - dat het gebrek ernstig genoeg is om de koop te vernietigen of een prijsvermindering toe te staan; mogelijks is het probleem door een eenvoudige ingreep op te lossen (vgl. Gent, 12° kamer, 8.9.2004, inzake A.R. nr. 2000/2167); - dat het gebrek, zoals dit zich nu voordoet, reeds aanwezig was op het ogenblik van de levering of reeds in de kiem aanwezig was op dat ogenblik. Aangezien zij geen verduidelijking geeft over de oorzaak van het olieverlies, kan de rechtbank niet uitsluiten dat het gebrek te wijten is aan een verkeerd gebruik van de machine of een gebrekkig onderhoud van de machine. De bvba Derdaele biedt zelfs niet aan het gebrek te bewijzen. Zo vordert zij zelfs geen deskundig onderzoek, niettegenstaande de bvba Coppens het gebrek met klem betwist.
  2. Ten slotte bewijst de bvba Derdaele niet dat het gebrek onzichtbaar was op het ogenblik van de levering of kort erna. Zoals reeds vermeld kon van de bvba Derdaele verwacht worden dat zij de machine testte bij de levering of kort erna. Indien de tandwielen te veel lawaai zouden maken, dan kon zij dit uiteraard onmiddellijk ter gelegenheid van een eerste test opmerken. In dit geval diende zij de machine te weigeren, wat zij niet gedaan heeft. Ook zou het olieverlies zich volgens de bvba Derdaele reeds "vanaf het begin" hebben voorgedaan. Dit betekent dat dit olieverlies reeds bij een eerste gebruik kon vastgesteld worden. Volgens de bvba Derdaele zou zij dit gemeld hebben en zou de bvba Coppens dan een poging hebben ondernomen om het probleem op te lossen. Vermoedelijk gaat het over de vervanging van de oliepomp. Niettemin zou het probleem toch niet opgelost geweest zijn. Waarom heeft de bvba Derdaele dan de tweede schijf van 5.000,00 EUR betaald? Indien na de tussenkomst van de bvba Coppens het probleem van het olieverlies niet was opgelost, dan was er geen reden om de tweede schijf van 5.000,00 EUR te betalen en diende de bvba Derdaele onmiddellijk te protesteren. Indien het olieverlies "van in het begin" aanwezig was en niet werd opgelost door de tussenkomst van de bvba Coppens, dan betekent dit dat de bvba Derdaele niet bewijst dat het over een "verborgen" gebrek ging.
  3. Het besluit is dat de tegenvordering ongegrond is en de vordering tot betaling van de factuur gegrond is. * * * De bvba Coppens vordert eveneens dat de rechtbank voor recht zou zeggen dat de freesmachine haar eigendom blijft tot aan de volledige betaling van de hoofdsom, rente en gedingkosten. De bvba Derdaele formuleert dienaangaande geen verweer. Ter zitting van 11.12.2006 vroeg de rechtbank aan de raadsman van de bvba Coppens standpunt in te nemen over de ontvankelijkheid van deze vordering, nu er dienaangaande geen geschil was of dreigde te ontstaan. De raadsman verklaarde zich te gedragen naar de wijsheid van de rechtbank. Deze vordering is onontvankelijk omdat de bvba Coppens thans geen belang heeft om deze vordering te stellen. Overeenkomstig art. 17 Gerechtelijk Wetboek kan een rechtsvordering niet worden toegelaten, indien de eiser geen hoedanigheid en belang heeft om ze in te stellen. Artikel 18 Ger. W. bepaalt dat het belang een reeds verkregen en dadelijk belang moet zijn, alhoewel de rechtsvordering kan worden toegelaten indien zij, zelfs tot verkrijging van een verklaring van recht, is ingesteld om de schending van een ernstig bedreigd recht te voorkomen. Opdat artikel 18, tweede lid Ger. W. kan worden toegepast, is het noodzakelijk dat het bewijs wordt geleverd van een ernstige bedreiging, die reeds een welbepaalde storing veroorzaakt. Met betrekking tot het eigendomsrecht bestaat er geen ernstige bedreiging van een recht van de bvba Coppens. Het eigendomsrecht kan enkel ter sprake komen in het kader van een eventuele revindicatievordering van de machine, een vordering tot betaling van een schadevergoeding, indien de bvba Derdaele de machine zou verkopen, of in geval van samenloop ingevolge ontbinding, gerechtelijk akkoord, faillissement of na beslag. Niets belet deze discussie omtrent het eigendomsrecht dan te voeren naar aanleiding van dergelijke procedure. Het heeft geen nut deze discussie nu reeds te voeren in het kader van de vordering tot betaling van de factuur. De bvba Coppens bewijst geen ernstig bedreigd recht dat haar vordering tot verklaring van haar eigendomsrecht zou verantwoorden. * * * Het vonnis kan uitvoerbaar bij voorraad verklaard worden, te meer de bvba Derdaele de voorlopige uitvoerbaarheid niet betwist. Evenwel kan de mogelijkheid tot kantonnement niet worden uitgesloten, omdat dit een recht van de veroordeelde partij is. Het kan slechts worden uitgesloten wanneer de eisende partij aantoont dat vertraging in de betaling haar een ernstig nadeel berokkent (Brussel, 25.4.1997, P & B, 1997, 224; Brussel, 31.1.1990, J.L.M.B., 1990, 994). De bvba Coppens bewijst geen ernstig nadeel. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart de hoofdvordering ontvankelijk en in volgende mate gegrond, Veroordeelt de bvba Derdaele om aan de bvba Coppens Luc en Zonen DRIEDUIZEND VIERHONDERD ZEVENENNEGENTIG EURO EN TACHTIG CENT (3.497,80 EUR) te betalen, meer de conventionele rente aan 8 % per jaar op 13.497,80 EUR vanaf 30.9.2003 tot 6.11.2003, op 8.497,80 EUR vanaf 7.11.2003 tot 20.11.2003 en op 3.497,80 EUR vanaf 21.11.2003 tot 5.10.2006 en de gerechtelijke rente aan 8 % op 3.497,80 EUR vanaf 6.10.2006 tot de datum van effectieve betaling; Verklaart de vordering te zeggen voor recht dat de bvba Coppens Luc en Zonen eigenaar van de freesmachine is, onontvankelijk; Wijst de tegenvordering af als ongegrond; Veroordeelt de bvba Derdaele tot de gerechtskosten, aan de zijde van de bvba Coppens Luc en Zonen te bepalen op: - dagvaarding en rolstelling: 240,55 EUR - rechtsplegingsvergoeding: 364,40 EUR Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling. Aldus het vonnis, uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw II te Kortrijk op maandag, acht januari tweeduizend en zeven. Aanwezig : G. Danneels, ondervoorzitter ; J. Dejaegher en K. Govaerts, rechters in handelszaken, door de voorzitter aangewezen ter vervanging van de rechters in handelszaken D. Coussée en L. Flamée, wettelijk verhinderd de uitspraak van onderhavig vonnis bij te wonen, waarover zij mede hebben beraadslaagd (art. 779 Ger.W.) ; V. Soreyn, adjunct-griffier. V. Soreyn K. Govaerts J. Dejaegher G. Danneels Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.