← België

ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070110.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 10 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070110.10 Rolnummer: AR 1748/06 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2009-02-12 Raadplegingen: 114 - laatst gezien 2026-07-02 15:09 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Vennootschap onder firma - gewone commanditaire vennootschap - Vennootschap onder firma - Aansprakelijkheid vennoten Vrije woorden: quid bij overdracht participatie (regres) Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, VIJFDE KAMER, rechtsprekend In de zaak nr. 1748/2006 der algemene rol. De BVBA CALLEWAERT, met vennootschapszetel te 8520 Kuurne, Ringlaan 18 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0405.320.339, Eiseres op hoofdeis, hebbende als raadslieden Mter. Stefaan Bekaert en Annemie Cosaert, advocaten te Kortrijk en pleitend Mter. Stefaan Bekaert, voornoemd, TEGEN : 1.De heer A, bakker, geboren te ... op ..., wonende te ..., Eerste verweerder op hoofdeis, Eerste verweerder op tussenvordering, hebbende als raadsman Mter. Stefan Pieters en pleitend Mter. Tamara Decorte, advocaten te Brugge, 2.De heer B, zaakvoerder, geboren te ... op ..., wonende te ..., Tweede verweerder op hoofdeis, Eiser op tussenvordering, hebbende als raadsman Mter. Johan Vansuyt, advocaat te Lauwe, pleitend Mter. Randall Huysentruyt, advocaat te Lauwe, 3.De heer C, makelaar, geboren te ... op ..., wonende te ..., Derde verweerder op hoofdeis, Tweede verweerder op tussenvordering, hebbende als raadsman Mter. Vicky Grymonpré, advocaat te Oudenaarde, pleitend Mter. Karel Defuster, advocaat te Kortrijk, De rechtbank heeft de partijen gehoord in de openbare zitting van 13 december 2006 en heeft kennis genomen van de neergelegde stukken, hierbij toepassing makend van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

  1. De vorderingen. Met dagvaarding, betekend op 5 mei 2006, vordert de BVBA Callewaert de solidaire veroordeling van A, B en C tot betaling van euro 33.736,28, te vermeerderen met de conventionele verwijlrente van 9,5 % per jaar op euro 30.625,75 vanaf 22 december 2005 tot aan de definitieve betaling, euro 230,32 kosten dagvaarding en rolstelling + euro 356,97 rechtsplegingsvergoeding toegekend van het vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk d.d. 12 januari 2006 + euro 5,70 kosten expeditie + euro 170,77 kosten van betekening + euro 240,81 kosten van beslag nopens voormeld vonnis, en van de kosten van huidig geding. In zijn besluiten vordert B, bij tussenvordering, voor zover de rechtbank de hoofdeis, zoals geformuleerd, gegrond verklaart, de veroordeling van A en C tot zijn vrijwaring.
  2. Korte schets van de feiten en het standpunt van de partijen. Op 20 september 2004 hebben A, B en C de V.O.F. Strukto opgericht. Alle oprichters werden benoemd tot zaakvoerders van de vennoot-schap. Een uittreksel van de oprichtingsakte van die vennootschap onder firma werd ter griffie neergelegd en bekend gemaakt in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad op 1 oktober
  3. In de periode tussen 9 april 2005 en 20 augustus 2005 heeft de V.O.F. Strukto bij de BVBA Callewaert bouwmaterialen aangekocht, die zij evenwel onbetaald liet. Gedagvaard door de BVBA Callewaert werd de V.O.F. Strukto veroordeeld bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk op 12 januari 2006 tot de betaling van euro 33.736,28, te vermeerderen met de rente tegen 9,5 % per jaar op 30.625,75 vanaf 22 december 2005 tot aan de dag van de betaling en met de kosten van het geding. De BVBA Callewaert heeft dat vonnis aan de V.O.F. Strukto laten betekenen op 7 februari 2006, met bevel tot betaling. Er werd uitvoerend beslag gelegd op roerend goed op 9 maart
  4. De openbare verkoop van het restant van de in beslag genomen goederen bracht een som op van euro 70,
  5. Een netto-provenu was er derhalve niet voor de BVBA Callewaert. De V.O.F. Strukto werd failliet verklaard. Geen van de partijen legt het faillissementsvonnis voor. Blijkbaar werd advocaat Caroline Couvreur als curator aangesteld. Na vergeefse ingebrekestelling van A, B en C ging de BVBA Callewaert over tot dagvaarding teneinde hen, als vennoten van de V.O.F. Strukto, te laten veroordelen als hoofdelijk aansprakelijk voor de verbintenissen van de V.O.F. Strukto. A en B zijn het met die vordering niet eens. Zij wijzen er vooreerst op dat : B bij overeenkomst van 22 maart 2005 al zijn participaties in de V.O.F. Strukto, in totaal 250, heeft overgedragen aan A en C, kopers voor elk 125 participaties, A bij overeenkomst van 12 april 2005 al zijn participaties, 375 in totaal, heeft overgedragen aan een zekere J.., niet in deze procedure betrokken, zij geen vennoot meer waren op het ogenblik dat de V.O.F. Strukto haar onbetaald gebleven bestellingen bij de BVBA Callewaert heeft geplaatst, hun uittreding uit de vennootschap de BVBA Callewaert tegenstelbaar is vanaf het sluiten van de overeenkomst, in toepassing van art. 1690 B.W., zij zodoende niet meer kunnen gehouden zijn tot de schulden van de V.O.F. Strukto die deze heeft aangegaan na hun uittreding. B houdt verder voor dat de vordering van de BVBA Callewaert lastens de V.O.F. Strukto niet bewezen is bij gebreke aan voorgelegde bestelbons. In ondergeschikte orde vordert B, bij tussenvordering, de veroordeling van A en C tot zijn vrijwaring. Nopens die tussenvordering wordt er geen verweer gevoerd.
  6. Beoordeling. De vennootschap onder firma is een vennootschap die wordt aangegaan tussen hoofdelijk aansprakelijke vennoten. De vennoten onder firma zijn aansprakelijk voor alle verbintenissen van de vennootschap, ook al heeft een enkele vennoot getekend, mits dit namens de vennootschap is geschied (art. 201 en 204 W. Venn.). Er wordt in een vennootschap onder firma dan ook geen minimum kapitaal opgelegd. De vennoten zijn gewoonweg aansprakelijk voor al de maatschappelijke schulden (Pacioli, nr. 113 van 31 januari 2002, blz. 7). Art. 209 W. Venn. laat de overdracht van deelneming van een vennoot in een vennootschap onder firma toe, wanneer zij door het vennootschapscontract is toegelaten, met inachtneming van de vormen van het burgerlijk recht. Die overdracht kan overeenkomstig art. 209, laatste zin W. Venn. evenwel geen gevolg hebben voor de verbintenissen die vóór haar openbaarmaking zijn aangegaan. Uit dat voorschrift volgt dat de cessie van deelneming in een vennootschap onder firma, die plaats grijpt overeenkomstig bepaalde verkoopclausules of goedkeuringclausules in de statuten van de vennootschap opgenomen, mogelijk is en gevolgen ressorteert tussen overdrager en overnemer van zodra de overeenkomst tot overdracht gesloten is. Opdat de overdracht aan de vennootschap tegenwerpelijk zou zijn, dient zij aan de vennootschap ter kennis te worden gebracht of door de vennootschap te worden erkend. Dit volgt uit de volgens art. 209 W. Venn. na te leven regelen van het burgerlijk recht, meer bepaald door de naleving van art. 1690 B.W. Opdat de overdracht van deelneming verdere gevolgen zou hebben voor de verbintenissen, moet die overdracht nog worden openbaar gemaakt, zoals opgelegd door art. 209 in fine W.Venn. Art. 76 W.Venn bedingt dat de akten en gegevens waarvan de openbaarmaking is voorgeschreven, niet aan derden kunnen worden tegengeworpen dan vanaf de dag dat zij bij uittreksel of in de vorm van een mededeling in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad zijn bekendgemaakt, tenzij de vennootschap aantoont dat die derden er tevoren kennis van droegen. De wetgever heeft dus uitdrukkelijk de voorwaarden bepaald die dienen vervuld te worden vooraleer aan derden de overdracht van de deelneming - van een vennoot in een vennootschap onder firma aan een andere vennoot of aan een derde - kan worden tegengeworpen: bekendmaking van die overdracht in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad. Zie in dezelfde zin: De Vylder F., "Vennotenschappen en verenigingen. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer", W. Venn, art. 209 - 2 en 3, nr. 3, Kluwer. Of de overdracht van de aandelen in de V.O.F. Strukto al dan niet ingeschreven werd in een aandelenregister, indien dit dan al zou bestaan, speelt dan ook geen enkele rol bij de beoordeling van de vordering van de BVBA Callewaert. Op het verzoek van B om te bevelen dat aandelenregister voor te leggen, gaat de rechtbank dan ook niet in. A en B bewijzen niet dat de overdracht van hun deelneming in de V.O.F. Strukto ooit werd bekendgemaakt, of dat de BVBA Callewaert voorafgaande aan dergelijke bekendmaking kennis droeg van de door hen thans voorgehouden cessie van deelneming. De BVBA Callewaert legt enkel de bekendmakingen in de Bijalgen tot het Belgisch Staatsblad voor, waaruit blijkt dat de zetel van de V.O.F. Strukto werd verplaatst en dat het ontslag van A en B werd aanvaard en dat hen kwijting werd verleend voor het gevoerde beleid. Uit die mededelingen kunnen derden evenwel niet afleiden dat A en B waren overgegaan tot de overdracht van hun deelneming in de V.O.F. Strukto. De BVBA Callewaert is een derde, wat overigens niet wordt betwist, tegenover de V.O.F. Strukto, die ten opzichte van de BVBA Callewaert betalingsverbintenissen aanging. De niet openbaargemaakte overdracht van deelneming in de V.O.F. Strukto door A en B kan dan ook geen gevolgen hebben voor de verbintenissen die door de V.O.F. Strukto werden aangegaan. A en B blijven overeenkomstig art. 204 W.Venn voor die verbintenissen hoofdelijk aansprakelijk. . Tevergeefs voert B nog aan dat de vordering van de BVBA Callewaert ten opzichte van de V.O.F. Strukto niet bewezen is bij gebrek aan voorgelegde bestellingen uitgaande van de V.O.F. Strukto. Het volstaat te verwijzen naar het tussengekomen vonnis waarbij de V.O.F. Strukto veroordeeld werd tot de betaling van facturen, die beantwoorden aan de door de V.O.F. Strukto geplaatste bestellingen. Dat vonnis, gewezen op 12 januari 2006 werd betekend op 8 februari
  7. Er ligt geen bewijs voor van de aanwending van enig rechtsmiddel tegen die uitspraak. Gezag en kracht van gewijsde van die uitspraak moet dan ook worden aangenomen. De vraag of er wel bestellingen werden geplaatst door de V.O.F. Strukto bij de BVBA Callewaert waarvoor zij tot betaling werd veroordeeld, is dan ook thans niet meer aan de orde. Daarop kan niet meer ontkennend worden geantwoord zonder schending van het gezag en de kracht van gewijsde van het tussengekomen vonnis. De verbintenis van de V.O.F. Strukto ten opzichte van de BVBA Callewaert staat vast. Overeenkomstig art. 204 W. Venn. zijn de drie verweerders, vennoten van de V.O.F. Strukto, hoofdelijk aansprakelijk voor die verbintenis. De vordering van de BVBA Callewaert is derhalve gegrond. * * * Op grond van de principes hiervoor omschreven moet worden aangenomen dat B zijn participatie in de V.O.F. Strukto kon overdragen en overdroeg aan A en C. De overnemers bij de cessie waren immers de twee overige vennoten van de V.O.F. Strukto. Uit hun akkoord tot overname van de volledige participatie van B in de V.O.F. Strukto leidt de rechtbank af dat de overige vennoten akkoord gingen dat een vennoot zijn participatie cedeerde en dat zij dat goedkeurden. Die cessie ressorteert gevolgen vanaf het akkoord tot die cessie tussen overdrager en overnemer. In voorliggend geval is dit vanaf 22 maart
  8. De onbetaalde facturen, voorwerp van de vordering van de BVBA Callewaert, dateren van de maand april
  9. Bij gebreke aan bewijs dat de bestellingen van de V.O.F. Strukto, door de BVBA Callewaert gefactureerd in april 2005, teruggaan tot vóór 22 maart 2005, wordt aangenomen, in de onderlinge verhouding tussen de verweerders, dat ten gevolge van de cessie B niets meer te zien heeft met de verbintenissen van de V.O.F. Strukto ten opzichte van de BVBA Callewaert. B die ten gevolge van zijn hoofdelijke veroordeling met A en C ten opzichte van de BVBA Callewaert, tot nakoming van die hoofdelijke veroordeling is gehouden, vordert dan ook terecht vrijwaring vanwege A en C, Zij zijn gehouden tot vrijwaren elk voor de helft, hun aandeel in de V.O.F. Strukto, zonder dat tussen die beide vennoten enige hoofdelijkheid kan worden weerhouden (De Vylder F., "Vennotenschappen en verenigingen. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer", W. Venn, art. 204 - 3, nr. 4, Kluwer). * * * Bij gebreke aan specifieke motivering, die de toestand van de schuldeiser betreft, waarom de schuldenaar van zijn principieel recht tot kantonnement zou moeten uitgesloten worden, wordt op de eis tot uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement door de rechtbank niet ingegaan. * * * Krachtens art. 29 van het Wetboek van Strafvordering is ieder openbaar officier of ambtenaar, die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of een wanbedrijf, verplicht daarvan dadelijk bericht te geven aan de Procureur des Konings bij de rechtbank binnen wiens rechtsgebied die misdaad of dat wanbedrijf is gepleegd of de verdachte zou kunnen worden gevonden en aan die magistraat alle desbetreffende inlichtingen, processen-verbaal en akten te doen toekomen. De burgerlijke rechter is een openbaar ambtenaar in de zin van deze bepaling (Arbrb. Brussel, 19 oktober 1999, R.W. 1999-2000, 1167). In haar conclusies wijst de BVBA Callewaert er op dat B in staat van faillissement werd verklaard en hij overeenkomstig het KB nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, de functie van zaakvoerder niet meer mocht uitoefenen wat hij, volgens de gepubliceerde statuten van de V.O.F. Strukto, wel deed. De overtreding van dat verbod wordt overeenkomstig art. 4 van het voormeld KB nr. 24 strafbaar gesteld. Art. 3 van voormeld KB nr. 22 bedingt inderdaad dat het in art. 1 gestelde verbod geldt ook voor de niet in eer herstelde gefailleerde. Het is de rechtbank evenwel onbekend of B geen in eer herstelde gefailleerde is. Vervolgens heeft het Arbitragehof op 21 juni 2000 beslist (nr. 77/2000) dat art. 3 van het KB nr. 22 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt in de interpretatie volgens welke het in een automatische en in de tijd onbeperkt beroepsverbod voorziet. Waar de BVBA Callewaert er zodoende van uitgaat dat B een niet in eer herstelde gefailleerde betreft waardoor het deze van rechtswege verboden is naderhand nog als zaakvoerder op te treden, impliceert dit een interpretatie die de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt. Bij gebrek aan enig gegeven omtrent een door de rechtbank lastens B opgelegd verbod om nog de functie van zaakvoerder voor een beperkte tijd op te nemen, blijkt derhalve niet dat de rechtbank kennis krijgt van een misdaad of wanbedrijf, zodat van het enkele feit meegedeeld door de BVBA Callewaert in deze procedure, dat B failliet werd verklaard en naderhand toch optrad als zaakvoerder, helemaal geen bericht moet worden gegeven aan de Procureur des Konings. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak; Alle anders luidende en / of tegenstrijdige conclusies van de hand wijzend; Verklaart de vordering van de BVBA Callewaert ontvankelijk en gegrond; Veroordeelt A, B en C hoofdelijk om aan de BVBA Callewaert te betalen de som van euro 33.736,28 (drieëndertig duizend zevenhonderd zesendertig euro en achtentwintig cent), te vermeerderen met de rente tegen 9,5 % per jaar op euro 30.625,75 vanaf 22 december 2005 tot aan de dag van de definitieve betaling, de kosten van het geding tot het bekomen van het vonnis lastens de V.O.F. Strukto van 12 januari 2006 en de gemaakte uitvoeringskosten euro 230,32 kosten dagvaarding en rolstelling euro 356,97 rechtsplegingsvergoeding euro 5,70 kosten expeditie euro 170,77 betekeningkosten euro 240,81 beslagkosten Verklaart de tegenvordering van B lastens A en C ontvankelijk en in volgende mate gegrond; Veroordeelt A en C tot vrijwaring van B voor de veroordeling van deze laatste ten opzichte van de BVBA Callewaert, zoals hiervoor omschreven; Veroordeelt A, B en C hoofdelijk tot al de kosten van dit geding en de uitvoeringskosten ervan, en stelt deze tot op heden vast aan de kant van de BVBA Callewaert op euro 308,22 kosten dagvaarding en rolstelling en op euro 364,40 rechtsplegingsvergoeding, met voorbehoud voor alle uitvoeringskosten; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op woensdag, TIEN JANUARI TWEEDUIZEND EN ZEVEN. Aanwezig: de heren L. Vandenbroucke, rechter; M. Vervaeke en B. Adins, rechters in handelszaken, beiden door de Voorzitter aangewezen in vervanging van de rechters in handelszaken P. De Poot en P. Matton, wettig verhinderd zijnde de uitspraak van huidig vonnis bij te wonen waarover zij mede hebben beraadslaagd; mevrouw Ch. Busschaert, griffier. Ch. Busschaert B. Adins M. Vervaeke L. Vandenbroucke Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.