id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 05 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070205.28 Rolnummer: AR 3829/05 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2008-02-29 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-07-02 15:16 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Algemeen (verzekeringen) Vrije woorden: verzekeringsmakelaar mandaat om premies in te vorderen Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, VIERDE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr. 3829/05 der algemene rol De naamloze vennootschap "ALLIA INSURANCE BROKERS", met vennootschapszetel te 8800 Roeselare, Kwadestraat 157 bus 51 ; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0404.482.872 ; eiseres, hebbende als raadsman meester Achiel Priem, pleitend meester Tom Priem, advocaten te Roeselare; tegen : De naamloze vennootschap "TRANSPORT DESMET-NAERT", met vennootschapszetel te 8800 Roeselare, Meerhofstraat 2 ; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0440.535.891 ; verweerster, hebbende als raadsman meester Alexander Van Brabant, advocaat te Brugge ; I. PROCEDURE De zaak werd ingeleid bij dagvaarding die op 24 oktober 2005 op regelmatige wijze werd betekend aan verweerster. Partijen hebben hun middelen en besluiten voorgedragen in openbare terechtzitting van 22 januari
- Kennis werd genomen van het dossier van de rechtspleging. Enkel eiseres heeft een stukkenbundel neergelegd. De artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 tot regeling van het taalgebruik in gerechtszaken werden in acht genomen. II. IN FEITE Eiseres vordert in de dagvaarding betaling van de som van 5.059,77 euro, meer interest. Eiseres stelt verzekeringsmakelaar te zijn en vordert uit dien hoofde betaling vanwege verweerster van de in de dagvaarding opgesomde verzekeringspremies. Verweerster stelt vooreerst dat de vordering van eiseres onontvankelijk dient te worden verklaard aangezien eiseres noch over het vereiste belang, noch over de vereiste hoedanigheid beschikt. Verweerster stelt immers dat zij nooit enige opdracht gaf aan eiseres. Verweerster stelt verder dat de vordering van eiseres ongegrond dient te worden verklaard aangezien zij geen opdracht gaf aan eiseres om over te gaan tot betaling van de vermelde premies. III. IN RECHTE III.1 Betreffende de ontvankelijkheid In de dagvaarding stelt eiseres gerechtigd te zijn op betaling van verzekeringspremies. De procespartij die beweert houder te zijn van een subjectief recht, heeft hoedanigheid en belang om de vordering in te stellen, ook al wordt dit recht betwist. Het onderzoek naar het bestaan of de draagwijdte van het subjectief recht dat door de eiseres wordt ingeroepen, betreft niet de ontvankelijkheid, maar de gegrondheid van de vordering. (Cass., 26 februari 2004, R.W., 2006-2007, 133-134) III.2 Betreffende de grond van de zaak Eiseres stelt dat zij optrad als verzekeringsmakelaar van verweerster en zij stelt in die hoedanigheid in naam en voor rekening van verweerster diverse premies te hebben voorgeschoten, die zij nadien telkens terugvorderde van verweerster. Verweerster stelt in hoofdorde nimmer opdracht te hebben gegeven aan eiseres. In ondergeschikte orde stelt zij de opdracht te hebben herroepen. Eiseres stelt de verzekeringsmakelaar van verweerster te zijn geweest van 1998 tot en met begin
- Een verzekeringstussenpersoon die een keuzevrijheid geniet omtrent de keuze van verzekeraar wordt verzekeringsmakelaar genoemd. Op zichzelf is een verzekeringsmakelaar geen lasthebber van de verzekeraar, noch van de verzekeringnemer. De makelaarsovereenkomst wordt over het algemeen gekwalificeerd als een huur van werk of als een overeenkomst sui generis. Algemeen wordt aanvaard dat een makelaarsagentuurovereenkomst bijkomend een lastgevingsovereenkomst kan bevatten, waarbij de makelaar/agent optreedt als lasthebber van de verzekeraar of van de verzekeringnemer. De verzekeringsmakelaar heeft in het kader van het beheer van een portefeuille verzekeringspolissen een stilzwijgend mandaat om de verzekeringspremies voor te schieten. Op grond van dit mandaat kon de verzekeringsmakelaar van de verzekeringsnemer de betaalde premies vermeerderd met interest (art. 1999 B.W.) terugvorderen. (Rb. Ieper, 19 april 1993, D.C.C.R., 1994, 555) Eiseres verwijst naar haar stavingstuk nr. 9, zijnde de klantenfiche van verweerster betreffende de periode 2000-
- Uit dit stuk blijkt tevens dat verweerster diverse betalingen uitvoerde. De polissen waarvoor eiseres thans betaling vordert, zijn geen nieuwe polissen. Ook voorheen betaalde verweerster aan eiseres de premies voor de volgende polissen: - polis Fidea nr. 71062697 betreffende Roeselare, Meerhofstraat 2; - polis AGF nr. SCA 003441728 betreffende de BA-uitbating en nalevering; - polis AGF nr. SCA 007185899 betreffende de Renault DZL982; - polis AGF ZCN 100437095 betreffende de Renault NJM
- Het hoger vermelde toont afdoende aan dat eiseres - zoals voorheen - optrad als lasthebber van verweerster en de premies voorschoot; verweerster is derhalve betaling van de premies verschuldigd. In ondergeschikte orde stelt verweerster dat zij aan eiseres een opdracht tot vernietiging, schrapping of weigering gaf, zodat zij niets verschuldigd is. Verweerster voert hiermede in elk geval een tegenstrijdig verweer. Ofwel gaf ze nooit enige opdracht aan eiseres, ofwel herriep ze de (bestaande) opdracht. In elk geval bewijst verweerster - op wie de bewijslast ter zake rust - geenszins dat zij de bestaande opdracht heeft vernietigd, geschrapt of geweigerd. Verweerster is derhalve betaling verschuldigd van de som van 5.059,77 euro, meer 9,5 % interest vanaf 24/10/
- III.3 Betreffende de uitvoerbaarheid bij voorraad Eiseres vordert dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad zou worden verklaard, niettegenstaande elk rechtsmiddel, zonder borgstelling of kantonnement. Het vonnis kan uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Evenwel kan de mogelijkheid tot kantonnement niet worden uitgesloten, omdat dit een recht van de veroordeelde partij is. Het kan slechts worden uitgesloten wanneer de eisende partij aantoont dat de vertraging in de betaling haar een ernstig nadeel berokkent (Brussel, 25/4/97, P & B, 1997, 224; Brussel, 31/01/90, J.L.M.B., 1990,994). Eiseres bewijst geen ernstig nadeel. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, Beslissend op tegenspraak, Gelet op de artikelen 2 en volgende van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken. Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk, en in de hierna bepaalde mate gegrond. Veroordeelt verweerster tot het betalen aan eiseres van de som van VIJFDUIZEND NEGENENVIJFTIG euro ZEVENENZEVENTIG cent (5.059,77 euro), meer de gerechtelijke interest à rato van 9,5 % vanaf 24/10/05 tot de datum der volledige betaling. Veroordeelt verweerster tot de kosten van het geding, die in haar hoofde niet dienen te worden begroot als grotendeels in het ongelijk gestelde partij, en in hoofde van eiseres worden begroot als volgt: - dagvaarding: 218,68 euro - R.P.V: 364,40 euro Verklaart onderhavig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, spijts elk verhaal en zonder borgstelling. Aldus het vonnis, uitgesproken in openbare terechtzitting van de Rechtbank van Koophandel te Kortrijk, gerechtsgebouw II, op maandag, vijf februari tweeduizend en zeven. Aanwezig : B. De Fleur, toegevoegd rechter ; J. Dejaegher en K. Govaerts, rechters in handelszaken ; V. Soreyn, adjunct-griffier. V. Soreyn K. Govaerts J. Dejaegher B. De Fleur Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div