← België

ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070205.29

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 05 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070205.29 Rolnummer: AR 2676/06 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2008-02-29 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-07-02 15:16 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - BOEKHOUDING EN JAARREKENING - ALGEMEEN - Rekeningen HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Vennootschappen met rechtspersoonlijkheid: gemeenschappelijke bepalingen - Boekhouding vennootschap - Jaarrekening HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Vennootschappen met rechtspersoonlijkheid: gemeenschappelijke bepalingen - Toezicht en controle jaarrekening Vrije woorden: vordering vennootschap tegen vennoot uit hoofde van rekening-courant Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, VIERDE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr. 2676/06 der algemene rol De naamloze vennootschap "TALLEVIS", met maatschappelijke zetel te 8583 Bossuit-Avelgem, Bouvriestraat 3, met ondernemingsnummer 0421.261.003, eiseres, hebbende als raadsman meester Trees Vuylsteke, advocaat te Harelbeke, tegen: de heer X, vertegenwoordiger, wonende te Y, verweerder, hebbende als raadsman meester Eddy Debusschere, advocaat te Kortrijk. I. PROCEDURE De zaak werd ingeleid bij dagvaarding, die op 24 augustus 2006 op regelmatige wijze werd betekend aan verweerder. Partijen hebben hun middelen en besluiten voorgedragen in openbare terechtzitting van 8 januari

  1. Kennis werd genomen van het dossier van de rechtspleging. Partijen hebben elk een stukkenbundel neergelegd. De artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen. II. IN FEITE Eiseres vordert in de dagvaarding de veroordeling van verweerder tot het betalen van een provisie van 283.562,18 euro, meer 8 % interest per jaar vanaf 01/01/01 tot de datum van volledige betaling, dit onder voorbehoud van vermeerdering in de loop van het geding, en meer de gerechtskosten. Zij behoudt zich het recht voor haar vordering te verhogen en vraagt, in afwachting daarvan, dit onderdeel van de vordering naar de bijzondere rol te verzenden. Zij vraagt dit alles bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement. In het motiverend deel van haar besluiten, neergelegd op 02/11/06, vordert de eiseres ook een bijkomende provisie van 1,00 euro voor het saldo van de openstaande schuld. Verweerder stelt dat de vordering dient te worden afgewezen als ongegrond. In ondergeschikte orde vordert verweerder de aanstelling van een deskundige met als opdracht het normale jaarlijkse loon van verweerder en diens zoon T. voor hun prestaties ten voordele van eiseres, en dit sinds 1986, te willen berekenen, en vervolgens de rekening-courant te willen corrigeren met de bekomen resultaten. III. IN RECHTE Het bedrag van 283.562,18 euro is het bedrag van de rekening-courant van de verweerder, zoals deze opgenomen is in de door verweerder goedgekeurde jaarrekening betreffende het boekjaar
  2. De verweerder betwist de juistheid van dit bedrag, omdat:

(1)deze jaarrekening opgesteld werd op grond van de goedgekeurde jaarrekeningen betreffende de voorgaande jaren, waaromtrent een audit, uitgevoerd in 1998 heeft aangetoond dat deze niet waarachtig zijn;
(2)hij de jaarrekening betreffende het boekjaar 2000 om fiscale redenen heeft goedgekeurd;
(3)er geen rekening gehouden werd met het loon, waarop hij recht heeft. Dit verweer kan niet worden aangenomen. Wanneer de jaarrekening door de algemene vergadering is goedgekeurd, dan is deze tegenwerpelijk aan de vennoten en de bestuurders, die de jaarrekening hebben goedgekeurd. De jaarrekening heeft dus bewijswaarde tegen hen. Enkel wanneer de verweerder zou aantonen dat bij de boekingen van de verrichtingen in de post "rekening-courant" fouten zijn begaan, kan dit vermoeden weerlegd worden (Luik, 5.10.2001, T.B.H., 2002, p. 630; Gent, 4.4.2001, T.B.H., 2002, 124; Kh. Hasselt, 2.4.2002, R.W., 2002-03, p. 95; Mougenot, D., « La preuve », Rép. Notarial, p. 267 ; nr. 207). De verweerder toont niet aan dat de post "rekening-courant" foutief zou zijn, in die zin dat deze in zijn voordeel zou moeten verminderd worden.
(1)De verwijzing naar de audit betreffende de jaren 1992 tot 1997 is niet terzake dienend, zelfs indien aan deze audit enige geloofwaardigheid zou worden gehecht. Deze audit heeft immers niet tot gevolg dat deze zou moeten leiden tot een aanpassing van de rekening-courant ten voordele van verweerder.
(2)De enige "fiscale reden", die aanleiding zou hebben kunnen geven tot de goedkeuring van de jaarrekening, bestaat er in dat de fiscale administraties mogelijk niet verder bereid waren de toestand, waarbij de jaarrekeningen niet waren goedgekeurd, te tolereren (zie brief van de voorlopige bewindvoerder V. dd. 27/10/06). Dit impliceert echter niet dat de jaarrekening een onjuist cijfer zou bevatten in verband met de rekening-courant van verweerder. Dit kon verweerder vanzelfsprekend ook niet beletten opmerkingen te formuleren indien de rekening-courant onjuist was en om bepaalde redenen, zoals het loon, waarop hij eventueel aanspraak wenste te maken, aan te passen. Dit is des te meer het geval nu verweerder tijdens de vergadering werd bijgestaan door zijn juridisch raadsman (zie brief van de Heer V. dd. 27/10/06, p. 2, par. 3.4). Uit niets blijkt dat verweerder enig voorbehoud zou geformuleerd hebben, in die zin dat de rekening-courant in zijn voordeel diende verminderd te worden. Een getuigenverhoor van de voorlopige bewindvoerder om aan te tonen dat verweerder de jaarrekening zou goedgekeurd hebben om fiscale redenen, is niet nuttig, omdat: - de voorlopige bewindvoerder reeds de nodige uitleg heeft gegeven in zijn brief van 27/10/06 en er geen reden is om te veronderstellen dat hij ter gelegenheid van een getuigenverhoor een ander standpunt zou innemen; dit is des te meer het geval, nu verweerder zelf niet verklaart in welke mate de uitleg van de bewindvoerder onjuist zou zijn. - het feit dat, wanneer fiscale redenen hem er zouden toe aangezet hebben de jaarrekening goed te keuren, dit geen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de jaarrekening omtrent de rekening-courant, aangezien niet blijkt dat verweerder enige opmerking of voorbehoud heeft gemaakt bij zijn goedkeuring.
(3)Er is geen reden om aan te nemen dat dit bedrag van de rekening-courant zou moeten aangepast worden, rekening houdend met het loon, waarop verweerder aanspraak zou kunnen maken. Het feit dat verweerder ter gelegenheid van deze goedkeuring geen voorbehoud maakte omtrent zijn bezoldiging, impliceert: - hetzij dat de partijen waren overeengekomen dat er voor de periode tot het boekjaar 2000 geen bezoldiging verschuldigd was door de vennootschap. - hetzij dat, na rekening te houden met alle tegoeden van de vennootschap op verweerder en de schuld van de vennootschap ingevolge een eventuele bezoldiging van verweerder, de schuld van verweerder hoe dan ook zeker niet kleiner was dan het bedrag van de rekening-courant. Dit is zelfs zeer aannemelijk, rekening houdend met de wijze, waarop dit bedrag van de rekening-courant bepaald werd, zoals door eiseres in haar besluiten uitgelegd en op dit vlak niet wordt tegengesproken door verweerder. Dit bedrag werd bepaald aan de hand van de landbouwopbrengsten, waarvan bewezen was dat deze door verweerder persoonlijk waren geïnd, zonder deze te hebben doorgegeven aan de vennootschap, verminderd met de vennootschapsschulden, die verweerder met eigen gelden had betaald. Uit het verslag van de algemene vergadering dd. 8/9/01 (stuk 16 eiseres) blijkt dat de algemene vergadering protesteerde tegen het feit dat verweerder naliet een correcte opgave te doen van de opbrengsten, die hij namens de vennootschap had geïnd. Verweerder spreekt ook de bewering van eiseres niet tegen dat deze opbrengsten geringer waren dan het fiscale forfait, dat de vennootschap aan de fiscale administratie doorgaf. Het is dus best mogelijk dat verweerder eenzijdig zijn bezoldiging had afgehouden van de opbrengsten, die hij voor de vennootschap heeft geïnd doch niet heeft doorgestort aan de vennootschap. De goedkeuring van de jaarrekening met de duidelijke vermelding van de rekening-courant van verweerder op de actiefzijde van de jaarrekening, zonder enig voorbehoud, houdt een erkenning van schuld in en levert het bewijs van de schuld van verweerder, zonder dat dienaangaande enige aftrek zou moeten toegepast worden ingevolge een bezoldiging voor de verweerder.
(4)De jaarrekening betreffende het boekjaar 2000 geeft weer hoe groot de schuld van verweerder tegenover de vennootschap was op 31/12/
  1. De vraag stelt zich nu of deze schuld sindsdien in die mate is geëvolueerd dat de schuld thans lager zou zijn. Redelijkerwijze mag worden aangenomen dat de schuld nu hoger is. Volgens de jaarrekeningen, sindsdien opgesteld, is deze schuld systematisch gegroeid van 283.562,18 euro op 31/12/00 tot 417.428,22 euro op 31/12/
  2. Verweerder verklaart dat hij betreffende de jaarrekeningen vanaf 2001 voorbehoud formuleerde, precies omdat er hem geen loon werd toegekend voor zijn prestaties ten voordele van eiseres. Dit betekent dat de bedragen, zoals deze voorkomen op de jaarrekeningen vanaf 2001 correct zijn, onder voorbehoud van de bezoldiging, waarop hij aanspraak maakt. De enige correctie, die eventueel zou moeten aangebracht worden, zou dus betrekking hebben op zijn bezoldiging. Maar verweerder maakt op geen enkele wijze aannemelijk dat de bezoldiging, waarop hij vanaf 2001 aanspraak zou kunnen maken, tot gevolg zou hebben dat zijn huidige schuld lager zou zijn dan het bedrag van de rekening-courant, zoals voorkomend in de jaarrekening betreffende het boekjaar
  3. Integendeel mag aangenomen worden dat de huidige schuld van verweerder in hoofdsom, hoger is dan het thans door eiseres gevorderde provisioneel bedrag van 283.562,18 euro. Zonder rekening te houden met de bezoldiging, waarop verweerder eventueel recht zou hebben vanaf 2001, zou de schuld in hoofdsom 417.428,22 euro bedragen, dit is 133.866,04 euro meer dan op 31/12/
  4. Verweerder, die zelfs nalaat zijn totale loon en zijn loon per jaar te begroten, maakt niet aannemelijk dat zijn loon dit bedrag zou benaderen, laat staan zou overtreffen. Dit is des te meer het geval, nu de algemene vergadering op 8/9/01 aan verweerder het verbod oplegde het kasteel en de gronden van eiseres nog verder te exploiteren en de vruchten van de exploitatie te innen (stuk 16 eiseres).
(5)De vordering van eiseres is in hoofdsom dan ook gegrond. Het bedrag van 283.562,18 euro kan als provisie worden toegekend en de zaak wordt verzonden naar de bijzondere rol voor een definitieve begroting van de vordering.
(6)Eiseres vordert rente à rato van 8 % vanaf 01/01/01. Zij geeft geen uitleg over de rentevoet en de vertrekdatum van de rente. Anderzijds voert verweerder dienaangaande verder geen verweer. Partijen worden verzocht dienaangaande verder standpunt in te nemen. Intussen kan provisioneel rente worden toegekend aan de wettelijke rentevoet vanaf de ingebrekestelling dd. 18/07/06.
(7)Er is in de huidige stand van de procedure geen reden om een deskundige aan te stellen om het normaal jaarlijks loon van verweerder en zijn zoon te berekenen ten voordele van de nv Tallevis sinds 1986. De rechtbank heeft reeds overwogen dat uit de goedkeuring van de jaarrekening betreffende het boekjaar 2000 door verweerder, volgt dat er geen reden is om het bedrag van de rekening-courant, vermeld in de jaarrekening betreffende het boekjaar 2000 te verminderen ingevolge een loon waarop verweerder aanspraak zou kunnen maken. Wat betreft het bedrag, dat eiseres eventueel nog zal vorderen, is het voorbarig nu reeds een deskundige aan te stellen, omdat: - de eiseres dienaangaande de vordering nog niet begroot heeft; - nog niet duidelijk is of partijen over dit bedrag al dan niet tot een akkoord zullen komen; - verweerder nalaat zijn loon te begroten en aannemelijk te maken. Het is in de eerste plaats aan verweerder zelf zijn bezoldiging te begroten en aannemelijk te maken. De rechter dient te oordelen over de opportuniteit van een deskundig onderzoek: dit betekent ten deze dat de rechtbank moet nagaan of een deskundig onderzoek nog nuttig is, rekening houdend met de elementen, die de partij, die een deskundig onderzoek vraagt, aanbrengt. Het is niet de taak van een deskundige om een berekening van een bezoldiging te maken. Het kan daarentegen wel zijn taak zijn technisch advies te geven over het bedrag dat verweerder vordert rekening houdend met de door hem voorgelegde stavingstukken.
(8)Verweerder voert geen enkel verweer omtrent de door eiseres gevraagde uitvoerbaarheid bij voorraad, zodat deze kan worden toegestaan. Rest derhalve nog de vraag of er reden is om het kantonnement uit te sluiten. Eiseres legt uit dat zij zich thans in financiële moeilijkheden bevindt. Verder legt eiseres uit dat zij financiële middelen nodig heeft om dringende en noodzakelijke herstellingswerken uit te voeren aan haar onroerend patrimonium. Omtrent het geklasseerde kasteel van Bossuit zou een strafvordering ingesteld zijn, omwille van de verwaarloosde toestand, waarin het kasteel zich bevindt. Verweerder betwist dit alles niet. Bij de beoordeling van de vraag of het kantonnement moet worden uitgesloten, staat de financiële toestand van de schuldeiser centraal. Zo zal het recht op kantonnement eventueel worden uitgesloten, indien de schuldeiser zelf dringend financiële middelen behoeft (Gent, kamer 7bis, 03/10/05, inzake A.R. nr. 2005/1909). Gelet op de door eiseres beschreven slechte financiële toestand en de noodzaak dringend te kunnen beschikken over financiële middelen, die verweerder niet tegenspreekt, dient de mogelijkheid tot kantonnement te worden uitgesloten. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart de vordering van NV Tallevis ontvankelijk en in volgende mate gegrond. Veroordeelt de Heer X om aan NV Tallevis een provisie van TWEEHONDERDDRIEENTACHTIGDUIZEND VIJFHONDERD TWEEENZESTIG EURO EN ACHTTIEN CENT (283.562,18 euro) te betalen, meer de moratoire interest aan de wettelijke interestvoet vanaf 18/7/06 tot 24/8/06 en de gerechtelijke interest aan de wettelijke interestvoet vanaf 24/8/06 tot de datum van betaling. Verzendt de zaak naar de bijzondere rol om de partijen toe te laten standpunt in te nemen over de rente en eiseres toe te laten het saldo van de vordering te concretiseren. Zegt dat er in de huidige stand van de procedure geen reden is om een deskundig onderzoek te bevelen. Houdt de beslissing over de gerechtskosten aan. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement. Aldus het vonnis, uitgesproken in openbare terechtzitting van de Rechtbank van Koophandel te Kortrijk, gerechtsgebouw II, op maandag, vijf februari tweeduizend en zeven. Aanwezig : B. De Fleur, toegevoegd rechter ; J. Dejaegher en K. Govaerts, rechters in handelszaken ; V. Soreyn, adjunct-griffier. V. Soreyn K. Govaerts J. Dejaegher B. De Fleur Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.