← België

ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070208.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 08 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070208.7 Rolnummer: AR 1615/06 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2008-04-07 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-07-02 15:17 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - BOEKHOUDING EN JAARREKENING - ALGEMEEN - Rekeningen HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Vennootschappen met rechtspersoonlijkheid: gemeenschappelijke bepalingen - Boekhouding vennootschap - Jaarrekening Vrije woorden: rekening-courant vennootschap Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, EERSTE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr 1615/06 der algemene rol De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VERLIAN, met vennootschapszetel te 8790 Waregem, August Craslaan 18 ; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0446.134.078; eiseres, hebbend als raadsman meester Jacques Verhaeghe en pleitend meester Maarten Ampe, beiden advocaat te 8790 Waregem, Keukeldam 56; tegen : Dhr. X, geboren te .., wonende te ...; verweerder, hebbend als raadsman meester Jan Fonteyne en pleitend meester Steven De Bel, advocaat te 8790 Waregem, M. Windelsstraat

  1. Gezien de inleidende dagvaarding, die regelmatig werd betekend aan verweerder op 24 april 2006; Gezien de stukken van rechtspleging; Enkel eiseres legt haar dossier neer; Gehoord de partijen in hun middelen en besluiten voorgedragen in openbare terechtzitting van 11 januari 2007, waarop de zaak in beraad werd genomen. Gelet op de wet van 15 juni 1935 tot regeling van het taalgebruik in gerechtszaken; DE FEITEN EN RETROACTEN Uit de voorgelegde stukken blijkt dat Verlian werd opgericht door verweerder en zijn zoon LV. Partijen zetten uiteen dat verweerder jarenlang (en dit tot 2001) werkend vennoot was van Verlian. In dit jaar heeft verweerder zijn aandelen overgelaten aan zijn zoon dhr. LV. Bij brief van 13 december 2005 werd verweerder door het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen aangemaand om een bedrag van euro 28.131,33 te betalen uit hoofde van een openstaand saldo rekening-courant, te vermeerderen met de rente. Op 15 december 2005 verzoekt de raadsman van verweerder om mededeling van de stukken waaruit de aanspraken van Verlian blijken. Hij deelt mee dat de vordering in afwachting wordt betwist. Op 4 januari 2006 stuurt het voormeld syndicaat de gevraagde stukken op met verzoek het saldo aan te zuiveren. Er wordt melding gemaakt dat er zal aangedrongen worden op de betaling van verwijlrente. Bij brief van 23 januari 2006 deelt de raadsman van verweerder mee dat er was afgesproken dat zijn cliënt een vergoeding zou krijgen van 50.000 Bef per maand en dat Verlian de sociale bijdragen zou betalen. Dit zou niet zijn gebeurd en zijn cliënt zou de balansen te goeder trouw voor akkoord hebben ondertekend. Verder stelt hij dat het gevorderde bedrag niet strookt met de afsluiting van de rekening in
  2. Hij stelt voor om een bedrag van euro 10.000 te betalen tot slot van alle rekeningen. Dit voorstel wordt door het syndicaat bij brief van 17 februari 2006 verworpen. Verder wordt ontkend dat er een afspraak zou zijn gemaakt dat de sociale bijdragen door de vennootschap zouden worden betaald. Zij betwist de door de raadsman van verweerder gemaakte afrekening en vordert de betaling van een bedrag van euro 39.725,41, zijnde het saldo van de rekening-courant verhoogd met de rente. Deze brief wordt op 8 maart 2006 nogmaals verstuurd per aangetekende zending. Bij brief van 29 maart 2006 laat de raadsman van verweerder weten dat zijn cliënt niet akkoord gaat met de inhoud van de brief van 17 februari
  3. Bij exploot betekend op 24 april 2006 laat Verlian overgaan tot dagvaarding. DE VORDERING - STANDPUNTEN VAN PARTIJEN Verlian vordert: - dat verweerder zou veroordeeld worden om haar euro 28.166,11 te betalen uit hoofde van openstaand saldo rekening-courant, zijnde het saldo van de vennotenrekening, verhoogd met de rente en na aftrek van de betaling van euro 17.178,20, meer rente. Verweerder is van oordeel dat : - deze rechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van de vordering en de zaak dient verwezen te worden naar de rechtbank van eerste aanleg te Gent; - de vordering ongegrond is vermits er werd overeengekomen dat de vennootschap de sociale bijdragen en de verzekering bedrijfsleider zou betalen, terwijl de kosten aan de wagen op de vennootschap staan gefactureerd en er geen reden is om deze kosten ten zijne laste te leggen; - in ondergeschikte orde, er een bedrag in mindering dient gebracht te worden dat aan hem verschuldigd is voor de overname van de aandelen en er geen sprake kan zijn van de toekenning van enige rente. Verweerder vordert bij tegeneis dat : - Verlian zou veroordeeld worden om hem een bedrag van euro 17.187,20 terug te betalen vermits er geen enkele rechtsgrond aanwezig is die de betaling van dit bedrag verrechtvaardigt. BEOORDELING
  4. De bevoegdheid 1.
  5. Materiële bevoegdheid Verlian steunt haar bevoegdheid op art. 574,1° Ger.W. dat bepaalt dat de rechtbank van koophandel, zelfs wanneer partijen geen handelaar zijn, kennis neemt van geschillen terzake van een handelsvennootschap tussen vennootschappen en vennoten, ..... Zij stelt dat de invordering van een rekening-courant op naam van een vennoot valt onder het toepassingsgebied van voormeld artikel. De rechtbank is van oordeel dat de vordering van een vennootschap ten aanzien van haar vennoot die voortspruit uit de vennotenrekening behoort tot de bevoegdheden zoals omschreven in art. 574,1° Ger.W., zodat de rechtbank van koophandel materieel bevoegd is om kennis te nemen van de vordering. Verweerder houdt verder voor dat hij op het ogenblik van de rechtsingang geen vennoot meer was, zodat Verlian zich niet langer kan steunen op art. 574,1° Ger.W. Het wordt niet betwist dat verweerder op het ogenblik van de litigieuze handeling vennoot was. Het feit dat hij die hoedanigheid vóór de dagvaarding verloren heeft belet niet dat de rechtbank van koophandel op grond van artikel 574, 1º Ger.W. niet bevoegd zou zijn om kennis te nemen van een geschil terzake van een handelsvennootschap. Van belang is immers de hoedanigheid van de verwerende partij op het ogenblik van het stellen van de betwiste handeling, in casu de geldafnames die geboekt staan in rekening-courant (zie o.m. Vz. Kh. Kortrijk, 12 september 2003, RABG 2003, afl. 17, 1001, noot Vanlersberghe, P.). 1.
  6. Territoriale bevoegdheid Krachtens art. 638,13° Ger.W. is de rechter van de maatschappelijke zetel of van de hoofdplaats van vestiging van de vennootschap bevoegd, wanneer het gaat om geschillen (bedoeld in artikel 574, 1°,) en, zelfs na de ontbinding van de vennootschap, wanneer het gaat om de verdeling van de daaruit ontstane verbintenissen voor zover de rechtsvordering wordt ingesteld binnen twee jaar na de verdeling. Deze rechtbank is dan ook territoriaal bevoegd om kennis te nemen van de vordering.
  7. De grond van de zaak 2.
  8. De rekening-courant Verweerder betwist de ingevorderde bedragen. Verlian is van oordeel dat er tussen partijen een rekening-courant verhouding bestond die er voor heeft gezorgd dat de verbintenissen een abstract karakter hebben gekregen, zodat er geen betwisting meer zou kunnen gevoerd worden. In eerste instantie dient nagegaan te worden of er in dit geval sprake is van een rekening-courant verhouding tussen Verlian en verweerder. Een rekening-courant onderstelt dat er tussen Verlian en verweerder een overeenkomst zou zijn ontstaan waarbij : - partijen akkoord waren dat alle vorderingen in het kader van hun zakenrelatie zouden omvat worden door de rekening-courant relatie; - de ingeschreven vorderingen een onverbreekbaar geheel zouden vormen; - beide partijen bedragen in de rekening-courant kunnen opnemen (Tas, R., Vennotenrekening, rekening-courant en compensatie, noot onder Gent, 9 november 1994, T.R.V., 1995, 326 e.v.). Het eenvoudig gebruik van de term rekening-courant, hetgeen onder meer in het kader van de boekhouding van vennootschappen veelvuldig gebeurt, is niet afdoend om te beslissen tot het bestaan van de hierboven uiteengezette verhouding. De rekening-courant verhouding mag derhalve niet worden verward met de situatie die ontstaat wanneer er binnen handelsvennootschappen een rekening is geopend tussen een vennoot en de vennootschap, daar deze rekening in werkelijkheid slechts de weergave is van een schuld van de vennootschap ten overstaan van de vennoot of omgekeerd, afhankelijk van het feit of er door de vennoot voorschotten werden betaald of door de vennootschap schulden van de vennoot werden voldaan (Beslagr. Luik 22 december 1993, J.L.M.B. 1994, 870). De rechtbank is van oordeel dat in casu geen sprake is van een rekening-courant verhouding in de juridische zin van het woord, zodat Verlian zich in elk geval niet kan beroepen op het (beweerdelijk) ontstaan van een abstracte verbintenis die elke betwisting zou kunnen uitsluiten. 2.
  9. De vennotenrekening en de geboekte posten 2.2.
  10. De betwisting van de vordering op zich Verweerder voert aan dat hij niet kan gehouden zijn om de bedragen die staan ingeboekt op de vennotenrekening te betalen. Enerzijds stelt hij dat er tussen hemzelf en de vennootschap een overeenkomst zou bestaan waarbij deze laatste de sociale bijdragen die hij verschuldigd was krachtens zijn zelfstandig statuut ten hare laste zou nemen evenals de premie van gewaarborgd inkomen bedrijfsleider. Anderzijds stelt hij vast dat bepaalde kosten die op de vennootschap zijn gefactureerd aan hem werden doorgerekend, hetgeen ten onrecht zou zijn gebeurd. Vooreerst dient vastgesteld dat verweerder geen enkel bewijs aanbrengt van het feit dat in de periode 1994-2001 de vennootschap de verbintenis op zich zou hebben genomen de sociale bijdragen en de premies ten hare laste zou nemen. Dergelijke kosten zijn in principe ten laste van de werkend vennoot, zodat verweerder een afwijkende overeenkomst dient aan te tonen. Het loutere feit dat er voor 1994 geen inschrijving is gebeurd op de vennotenrekening van deze bedragen is hiertoe geen afdoend bewijs. Verder blijkt uit geen enkel element dat de vennootschap zich akkoord heeft verklaard om de kosten die gemaakt werden voor de herstelling van zijn privé voertuig en zijn privé verwarming definitief ten hare laste te nemen. Het feit dat deze kosten werden opgenomen in de vennotenrekening wijst precies op het tegendeel. In elk geval dient vastgesteld dat verweerder voor elk jaar naar aanleiding van de goedkeuring van de jaarrekening, het proces-verbaal heeft ondertekend waarin staat genotuleerd dat "alle aanwezige vennoten en zaakvoerder elk afzonderlijk akkoord gaan met de positie en de bewegingen van hun rekening-courant over het afgelopen boekjaar." Verweerder heeft derhalve de schuldvordering die in de jaarrekening ten zijne opzichte werd opgenomen erkend, zodat hij deze thans niet kan betwisten. 2.2.
  11. De betwisting van de gevorderde bedragen 2.2.2.
  12. De hoofdsom Verweerder is van oordeel dat Verlian onterecht aanspraak maakt op een bedrag van euro 28.131,33 in hoofdsom vermits uit een afrekening van de hand van eiseres zou blijken dat er slechts nog een bedrag van 693.328 Bef of euro 17.187,15 nog verschuldigd is. Verlian betwist deze handgeschreven afrekening. Vooreerst dient vastgesteld dat de afrekening waarnaar verweerder verwijst niet gedagtekend is noch enige handtekening vertoont. Verder kan uit de afrekening evenmin worden uitgemaakt waarop de vermelde bedragen betrekking hebben. In elk geval kan uit de afrekening niet worden afgeleid dat deze werd opgesteld door Verlian (of het orgaan dat haar vertegenwoordigde), noch dat Verlian met deze afrekening akkoord was. Indien verweerder voorhoudt dat er inmiddels bedragen betaald werden ter aflossing van voormelde vennotenrekening hoort het hem toe dit te bewijzen, terwijl hij anderzijds zich niet kan beroepen op enige compensatie tussen de bedragen die hij nog zou dienen te verkrijgen voor de overname van zijn aandelen, vermits deze verschuldigd zijn door een andere persoon, zijnde dhr. LV. Het bedrag van euro 28.131,33 (stand vennotenrekening eind 2002) kan derhalve worden toegekend. 2.2.2.
  13. De rente Verlian vordert rente op de bedragen die in de vennotenrekening zijn opgenomen vanaf de datum van opname. Zij steunt zich hiervoor op de rekening-courant verhouding. Hierboven werd reeds uiteengezet dat er geen sprake is van een rekening-courant verhouding, zodat de toekenning van rente niet op deze grondslag kan worden gesteund. In dit geval dient toepassing gemaakt te worden van art. 1153 B.W. dat "bepaalt dat inzake verbintenissen die alleen betrekking hebben op het betalen van een bepaalde geldsom, de schadevergoeding wegens vertraging in de uitvoering nooit in iets anders bestaat dan in de wettelijke interest, behoudens de bij de wet gestelde uitzonderingen. Die schadevergoeding is verschuldigd zonder dat de schuldeiser enig verlies hoeft te bewijzen. Zij is verschuldigd te rekenen van de dag der aanmaning tot betaling, behalve ingeval de wet ze van rechtswege doet lopen". Er kan dan ook rente worden toegekend vanaf de aanmaning, zijnde vanaf 13 december
  14. 2.2.2.
  15. Betaling Partijen zijn het eens dat verweerder een bedrag heeft betaald van euro 17.187,20 op 26 april
  16. Dit bedrag dient in mindering te worden gebracht overeenkomstig de principes van art. 1254 B.W. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, Wijzende op tegenspraak; Alle andere middelen afwijzend als ongegrond of niet ter zake dienend; Verklaart zich bevoegd; Verklaart de hoofdeis ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond; Dienvolgens veroordeelt verweerder om te betalen aan Verlian bvba het bedrag van ACHTENTWINTIGDUIZEND HONDERD EENENDERTIG euro DRIEENDERTIG cent (28.131,33), meer de moratoire vanaf 13 december 2005 tot aan datum dagvaarding en vanaf dagvaarding de gerechtelijke rente tot op datum van betaling, dit alles aan de wettelijke rentevoet, onder aftrek van het bedrag van euro 17.187,20 betaald op 26 april 2006, overeenkomstig art. 1254 B.W.; Verwijst verweerder in de kosten van het geding in hoofde van Verlian bvba begroot op euro 271,10 kosten van dagvaarding en euro 364,40 rechtsplegingvergoeding en in hoofde van verweerder op euro 364,40 rechtsplegingvergoeding; Verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in buitengewone openbare terechtzitting van ACHT FEBRUARI TWEEDUIZEND EN ZEVEN. Aanwezig: L. Billiet, rechter ; G. Deleu en R. Dekyvere, rechters in handelszaken door de Voorzitter aangewezen ter vervanging van de plaatsvervangende rechters in handelszaken J. Bral en G. Vanhulle, wettig verhinderd zijnde de uitspraak van huidig vonnis bij te wonen waarover zij mede hebben beraadslaagd (art. 779 Ger.W.) ; N. Bostoen, griffier. N. Bostoen R. Dekyvere G. Deleu L. Billiet Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.