← België

ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070329.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 29 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070329.7 Rolnummer: AR 467/2007 Rechtsgebied: Internationaal privaatrecht Invoerdatum: 2008-05-06 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-07-02 15:29 Fiche UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT - WETBOEK IPR - Goederen - Internationale bevoegdheid GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT - WETBOEK IPR - Goederen - Toepasselijk recht - Recht toepasselijk op transportmiddelen Vrije woorden: CMR - goederenvervoer over de weg Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, EERSTE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr. 467/2007 der algemene rol.- De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "TRANSPORT BRUWIER", met vennootschapszetel te 8870 Izegem, Ambachtenstraat 19; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0405.538.766; eiseres, hebbend als raadsman meester Danny Cool, advocaat te Kortemark, pleitend meester Frank Cambien, advocaat te Kortrijk; tegen : De vennootschap naar Frans recht "SUNNYLAND FRANCE SA", met vennootschapszetel te 71800 La Clayette (Frankrijk), Rue des Tanneries 32-34; BTW nummer FR 13795620061; verweerster, niet verschijnende; De rechtbank heeft de eisende partij gehoord in openbare zitting en heeft kennis genomen van de stukken. Toepassing is gemaakt van de art. 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Bij dagvaarding van 08 december 2006 vraagt de eiseres de veroordeling van de gedaagde tot de betaling van 4.535,62 EUR, meer de conventionele interesten tegen 10 % per jaar op 3.532,29 EUR sedert 15 december 2006 + de gerechtelijke rente op 953,34 EUR sedert de dagvaarding, telkens tot aan de dag van de betaling en de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen. Op de zitting van 08 maart 2007 heeft de eiseres haar vordering verminderd met een bijkomende betaling ad 2.566,00 EUR op 12 januari 2007. Spijt behoorlijke dagvaarding is de gedaagde vennootschap niet verschenen. De eiseres vroeg jegens haar verstek en vonnis. De rechtbank dient de uitspraak niet aan te houden in toepassing van art. 26.2 van de EEX-Verordening, nu gebleken is dat de gedaagde rechtspersoon bereikt werd zo tijdig als nodig voor haar verweer (cf. certificaat van betekening op 20 december 2006). De vordering die door de eiseres gesteld wordt, strekt ertoe betaling te bekomen van de prijs voor diverse internationale transporten die in opdracht en voor rekening van de gedaagde werden uitgevoerd. Art. 26.1 EEX-Verordening schrijft voor dat, wanneer de verweerder met woonplaats op het grondgebied van een lidstaat wordt opgeroepen voor een gerecht van een andere lidstaat, dat gerecht zich ambtshalve onbevoegd moet verklaren indien zijn bevoegdheid niet berust op de verordening. In de dagvaarding stelt de eiseres dienaangaande enkel maar het volgende : "Overwegende dat de algemene verkoopsvoorwaarden de uitdrukkelijke bevoegdheid van de Rechtbank van Koophandel te Kortrijk voorzien". Volgens de voorgelegde stukken bevatten de "algemene verkoopsvoorwaarden" (sic) van de eiseres, zoals ze ééntalig in het Nederlands vermeld zijn op de keerzijde van de litigieuze facturen, onder artikel 6 een beding dat luidt als volgt : "Alle geschillen behoren uitsluitend tot de bevoegdheid van de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement van onze maatschappelijke zetel, namelijk het vredegerecht, de rechtbank van koophandel en de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk naar gelang het geval" (bundel eiseres, stuk nr. 1- bijlage ; cursivering door de rechtbank). De bepalingen van de EEX-Verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid - inzonderheid art. 23 EEX-Verordening dat de vormvoorwaarden bepaalt onder dewelke een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht door de partijen kan gesloten worden - zijn in casu niet van toepassing, behoudens art. 26 van de EEX-Verordening dat "in ieder geval" moet toegepast worden (art. 71.2-a, in fine, EEX-Verordening). Immers, de EEX-Verordening laat de verdragen onverlet waarbij de lidstaten partij zijn en die, voor bijzondere onderwerpen, o.m. de rechterlijke bevoegdheid regelen (art. 71.1 EEX-Verordening). Het CMR-Verdrag is zo'n 'lex specialis' die de algemene bevoegdheidsbepalingen van de EEX-Verordening primeert (cf. Hof van Justitie, 28 oktober 2004, R.W., 2005-2006, 756 ; Oberster Gerichtshof Oostenrijk, 7 januari 2003, Eur. Vervoerr., 2003, afl. 5, 658). Gezien de vordering van de eiseres strekt tot betaling van de prijs van internationale transporten over de weg per vrachtwagen, doorgaans van Nederland (hoofdzakelijk Rotterdam of Breda) naar Frankrijk (La Clayette), in een aantal gevallen met een bijkomende los- of laadplaats o.a. in Rijkevorsel (België), is het CMR-Verdrag in casu van toepassing (art. 1.1 CMR-Verdrag). Art. 31.1 CMR-Verdrag voorziet in een cumulatieve bevoegdheidsregeling waar het bepaalt dat alle rechtsgedingen waartoe het onderworpen vervoer aanleiding geeft, door de eisende partij kunnen gebracht worden : - hetzij voor de gerechten van een bij het verdrag partij zijnd land, bij beding tussen de partijen aangewezen ; - hetzij voor de gerechten van het land waar de gedaagde zijn gewone verblijfplaats, zijn hoofdzetel of het filiaal of het agentschap heeft, door bemiddeling waarvan de vervoerovereenkomst is gesloten ; - hetzij voor de gerechten van het land waar de plaats is gelegen van inontvangstneming of van aflevering der vervoerde goederen. Uit de slotzin van art. 31.1 CMR-Verdrag ("zij kunnen voor geen andere gerechten worden gebracht") volgt echter dat die regeling tegelijk ook exclusief van aard is, derwijze dat art. 31 CMR-Verdrag derogeert aan de rechtsmachtregels van de EEX-Verordening, dewelke buiten toepassing blijven (M.L. Hendrikse en Ph. H.J.G. Van Huizen (ed.), CMR : Internationaal vervoer van goederen over de weg, Zutphen, 2005, nr. 12.1.5, p. 243-244). De verantwoording die de eiseres voor de internationale bevoegdheid of de rechtsmacht van de rechtbank van koophandel te Kortrijk aanvoert in de dagvaarding, beperkt zich tot de verwijzing naar het hoger aangehaalde forumbeding van haar algemene voorwaarden. Dit is mede van belang waar de rechtsmacht in beginsel beoordeeld en bepaald moet worden op basis van het voorwerp van de vordering zoals dit door de eisende partij in de dagvaarding wordt aangebracht (Gent, 15 mei 2002, T.B.H., 2003, 155). De eiseres poneert derhalve dat het forumbeding van art. 6 van haar zgn. "algemene verkoopsvoorwaarden" tot gevolg heeft dat de rechtbank van koophandel te Kortrijk rechtsmacht heeft om van het geschil kennis te nemen, gelet op de eerste mogelijkheid van art. 31.1 CMR-Verdrag. Afgezien van de vraag indien er terzake wilsovereenstemming tussen de partijen werd bereikt, stelt de rechtbank in de eerste plaats vast dat uit de tekst van art. 6 der bewuste voorwaarden volgt dat de rechtbank van de plaats waar de eiseres haar maatschappelijke zetel heeft, bij uitsluiting bevoegd wordt gemaakt voor alle geschillen die voortvloeien uit een aan het CMR-Verdrag onderworpen vervoersovereenkomst. Dergelijk beding is nietig op grond van art. 41 CMR-Verdrag, want in strijd met art. 31.1 CMR-Verdrag dat de ladingbelanghebbenden de keuze laat om de vordering te brengen voor de in die bepaling opgesomde rechtsmachten (Gent, 14 september 2005, T.B.H., 2006, 728). Enige andere verantwoording voor de rechtsmacht van de rechtbank van koophandel te Kortrijk wordt door de eiseres niet gegeven, alleszins niet waar gemaakt. Conclusie : deze rechtbank beschikt niet over de rechtsmacht om van het geschil kennis te nemen. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Verleent verstek jegens de niet verschijnende gedaagde; Stelt vast over geen rechtsmacht te beschikken om van de vordering kennis te nemen ; Verwijst de eiseres in de kosten van het geding, begroot op 472,68 EUR kosten dagvaarding en inschrijving op de rol + akte uitreiking + 182,20 EUR rechtsplegingsvergoeding. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis, uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op negenentwintig maart tweeduizend en zeven. Aanwezig: P. Deseyne, Voorzitter; J. Corne en S. Adriaenssens, Rechters in handelszaken, P. Vanwettere, griffier. P. Vanwettere S. Adriaenssens J. Corne P. Deseyne Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.