← België

ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070329.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 29 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070329.8 Rolnummer: AR 610/2007 Rechtsgebied: Internationaal privaatrecht Invoerdatum: 2008-05-07 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-07-02 15:29 Fiche UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT - WETBOEK IPR - Algemeen (internationaal privaatrecht - wetboek IPR) Vrije woorden: Toepasselijk recht EVO Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, EERSTE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr. 610/2007 der algemene rol.- De vennootschap naar Portugees recht "SIMÖES & SANTOS Lda", met als handelsbenaming "TONILAR", met vennootschapszetel te Guimaräes (Portugal), Rua Padre José Ferreira Leite Candoso Santiago 4835-239; geïmmatriculeerd in het handelsregister van Guimaräes onder nummer 2267; eiseres, hebbende als raadsman meester Luk Kennes, advocaat te Kortrijk-Bissegem; tegen : De coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "DEDEKEN-REYNAERT", met vennootschapszetel te 8553 Zwevegem-Otegem, Vichtestraat 33; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0429.462.352; verweerster, niet verschijnende. Toepassende artikel 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Gezien de dagvaarding van 26 februari 2007 waarbij de eiseres jegens de gedaagde de betaling vordert van 36.609,77 EUR, meer de interesten tegen 9,5 % per jaar, minstens tegen de wettelijke rentevoet op 35.838,11 EUR sedert de dagvaarding tot aan de dag van de betaling en de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen. Ondergeschikt, voor zover de gevorderde verhoging van 10 % t.b.v. 3.258,00 EUR niet zou worden toegekend, vordert de eiseres de veroordeling van de gedaagde tot de protestkosten ad 87,46 EUR, meer de gerechtelijke interesten sedert de dagvaarding. Op de inleidende zitting van 08 maart 2007 werd de eisende partij gehoord in haar middelen en besluiten waarbij zij jegens de niet-verschijnende gedaagde verstek en vonnis vordert conform haar dagvaarding en verklaart dat zij zich voor de rente en de verhoging beroept op de artikelen 74 en 78 van het Weens Koopverdrag. Tevens beperkt zij haar schadevergoeding tot 2.500,00 EUR iplv. 3.258,00 EUR, zoals gevorderd in de dagvaarding en vordert zij enkel de gerechtelijke rente tegen de wettelijke rentevoet op deze verhoging. Aan de hand van de door de eisende partij gegeven uitleg en de overgelegde stukken komt de vordering gegrond voor ten belope van het saldo van de factuur nr. 03003 d.d. 25 september 2006 ad 32.580,11 EUR. In zoverre de eiseres zich beroept op de bepalingen van het Weens Koopverdrag, gelet op het feit dat haar vordering voortvloeit uit een internationale koop-verkoop van roerende zaken, dient vastgesteld te worden dat de bewuste verdragsregels weliswaar deel uitmaken van de Belgische rechtsorde, maar niet van de Portugese rechtsorde. Artikel 1.1-

  1. a)van het verdrag kan dus geen toepassing vinden. Krachtens artikel 1.1-
  2. b)van het verdrag zouden de bepalingen ervan kunnen toegepast worden mits via de IPR-regels tot de toepassing van Belgisch recht gekomen zou worden. Dit is in casu echter niet het geval. Er werd geen rechtskeuze voor het Belgisch recht door de partijen gedaan (art. 3 EVO). Krachtens art. 4 EVO, gezien de kenmerkende prestatie door de eiseres als verkoopster werd verricht en er geen (specifieke) omstandigheden zijn die de overeenkomst nauwer aan België relateren, is Portugees recht van toepassing. Zoals hoger aangehaald, maakt het Weens Koopverdrag daarvan geen deel uit. Tenslotte blijkt uit geen enkel element dat de partijen, binnen het kader van het toepasselijk recht, op wettige gronden een conventionele rente van 9,5 % per jaar en een conventionele verhoging wegens wanprestatie van 10 % zijn overeengekomen. De gevorderde bedragen van respectievelijk 771,66 EUR en 3.258,00 EUR zijn dienvolgens ongegrond. De gerechtelijke rente tegen de wettelijke rentevoet vanaf dagvaarding kan worden toegekend, evenals het in ondergeschikte orde gevorderde bedrag ten titel van protestkosten. Het kantonnement is een recht van de veroordeelde partij. De eisende partij toont niet aan waarom dit ten dezen aan de verwerende partij zou moeten worden ontzegd. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Verleent verstek jegens de niet verschijnende gedaagde; Verklaart de vordering toelaatbaar en gegrond als volgt; Veroordeelt de gedaagde om aan de eiseres te betalen: TWEEËNDERTIGDUIZEND ZESHONDERD ZEVENENZESTIG euro ZEVENENVIJFTIG cent (32.580,11 EUR + 87,46 EUR = 32.667,57 EUR), met de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet sedert de dagvaarding tot aan de dag van de betaling; Verwijst de gedaagde in de kosten van het geding, tot heden begroot op: 224,74 EUR dagvaarding en rolrecht + 364,40 EUR rechtsplegingsvergoeding en de eventuele uitvoeringskosten; Wijst het méér of anders gevorderde af als ongegrond; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis, uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting van negenentwintig maart tweeduizend en zeven. Aanwezig: P. Deseyne, Voorzitter; J. Corne en S. Adriaenssens, Rechters in handelszaken; P. Vanwettere, griffier. P. Vanwettere S. Adriaenssens J. Corne P. Deseyne Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.