id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 04 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070404.3 Rolnummer: AR 1433/03 Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2009-02-12 Raadplegingen: 106 - laatst gezien 2026-07-02 15:31 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Algemeen (verjaring (burgerlijk recht)) HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Algemeen (verzekeringen) Vrije woorden: verjaringstermijn 3 jaar - art. 34§1 Wet op de landverzekeringsovereenkomst Tekst van de beslissing Nr. Rep. De rechtbank van koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, provincie West-Vlaanderen, VIJFDE KAMER, rechtsprekend In de zaak nr. 1433/03 der algemene rol. De NV GHEKIERE-VERBEKE, met vennootschapszetel te 8520 Kuurne, Harelbeeksestraat 120 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0454.045.320, Eiseres op hoofdeis, Verweerster op tegeneis, hebbende als raadslieden Mters. Stefaan Beele en Michiel Van Eeckhoutte, advocaten te Kortrijk, pleitend Mter. Michiel Van Eeckhoutte voornoemd, TEGEN : De NV KBC VERZEKERINGEN, met maatschappelijke zetel te 3000 Leuven, Waaistraat 6 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0403.552.563, Verweerster op hoofdeis, Eiseres op tegeneis, hebbende als raadsman en pleitend Mter. Bernard Verhamme, advocaat te Kortrijk. De rechtbank heeft de partijen gehoord in de openbare zitting van 7 maart 2007 en heeft kennis genomen van de neergelegde stukken, hierbij toepassing makend van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
- De vorderingen. Met dagvaarding, betekend op 25 maart 2003, vordert de NV Ghekiere-Verbeke te zeggen voor recht dat de NV KBC Verzekeringen haar waarborg dient te verlenen op een schade provisioneel geraamd op euro 591.788,40, te vermeerderen met de rente en de kosten. In haar synthesebesluiten vordert de NV Ghekiere-Verbeke de veroordeling van de NV KBC Verzekeringen tot de betaling van euro 495.787,05 te vermeerderen met de rente vanaf 1 juni 2000 en tot de betaling van de kosten van het geding. Met haar besluiten vordert de NV KBC Verzekeringen, bij tegeneis, voor zover de hoofdeis gegrond zou verklaard worden, de veroordeling van de NV Ghekiere-Verbeke tot de betaling van de hoofdsom, rente en kosten waartoe de NV KBC Verzekeringen gebeurlijk zou veroordeeld worden ten opzichte van derden, minstens de NV KBC Verzekeringen voorbehoud te verlenen tot terugvordering van de bedragen waartoe zij gebeurlijk ten opzichte van derden zou gehouden zijn.
- Korte schets van de feiten en het standpunt van de partijen. Deze procedure betreft een schadegeval te wijten aan de uitbating van een brandstofhandel aan de Hulstestraat 136 te Kuurne. De NV Ghekiere-Verbeke was de uitbater op het ogenblik van het aan het licht komen van het schadegeval, door geurhinder waargenomen door de buren. De NV Ghekiere-Verbeke vordert schadevergoeding vanwege de NV KBC Verzekeringen op grond van een verzekeringspolis "burgerlijke aansprakelijkheid uitbating", gesloten tussen de rechtsvoorganger van de NV KBC Verzekeringen, de ABB, en de persoon die voorheen de brandstofhandel uitbaatte aan de Hulstestraat 136 te Kuurne. Die verzekeringspolis heeft de NV Ghekiere-Verbeke destijds overgenomen. Hieronder volgt een overzicht van de uitbating en de vergunningen daartoe, van de elementen van het schadegeval, van de gesloten verzekeringspolis, van de vragen die nog onbeantwoord blijven en van de punten van betwisting tussen de partijen. De uitbating. Voordat de NV Ghekiere-Verbeke haar uitbating startte, was er reeds een brandstofuitbating op dezelfde plaats door anderen. In eerste instantie was er AV, die een (brandstof)handel voerde van 1960 tot
- Hij was ingeschreven in het handelsregister te Kortrijk onder het nummer 47.
- Zijn zoon, BV, baatte daarna die brandstofhandel uit van 1982 tot
- Hij was ingeschreven in het handelsregister te Kortrijk onder het nummer 100.168 vanaf 23 november
- Er was volgens de NV Ghekiere-Verbeke geen sprake van samenwerking, enkel van opvolging. Vervolgens kwamen omstreeks het jaar 1989 dochter CV en haar echtgenoot D in de zaak, oorspronkelijk in dienstverband. De NV Ghekiere-Verbeke startte volgens haar besluiten een nieuwe eigen uitbating in
- Zonder dus ook enige overname van de bestaande uitbating. BV rondde op dat ogenblik zijn activiteiten als brandstofhandelaar af. Weliswaar waren er nog gedurende een zekere tijd betalingen die binnenkwamen en verricht werden. Op 24 december 1992 werd de inschrijving in het handelsregister van BV doorgehaald. Toen BV zijn activiteiten beëindigde in 1992, nam de NV Ghekiere-Verbeke naar ze beweert het bestaande handelsfonds niet over. Zij houdt voor geen rechtsopvolger te zijn. Zij heeft haar eigen en nieuwe handel enkel op dezelfde zetel geëxploiteerd. De NV Ghekiere-Verbeke houdt voor dat zij enkel vrachtwagens en materieel een tijdlang huurde van BV, die daarom zijn inschrijving in het handelsregister wijzigde. Hij werd ook ingeschreven onder de activiteit van verhuur van vrachtwagens. Uit niets blijkt dat de NV Ghekiere-Verbeke eigenares werd van het bedrijfsterrein aan de Hulstestraat 136 te Kuurne. De uitbatingsvergunningen. Op 17 november 1966 werd aan AV een vergunning verleend tot de exploitatie van 160.000 liter gasolie, verdeeld over vier tanks van elk 40.000 liter. In 1971 werd vervolgens een vergunning afgegeven voor het opstellen van 4 tanks van resp. 300.000 liter, 190.000 liter en twee maal 25.000 liter. (samen 540.000 liter gasolie) In 1996 werd een nieuwe vergunning verleend voor twee grote tanks van 300.000 liter en 190.000 liter, een tank van 1.500 liter en één van 3.500 liter. De twee grote tanks bevatten gasolie. De twee kleinere tanks van 25.000 liter bevatten masoline. (helft mazout / helft kerosine). De tank van 3.500 liter bevat dieselopslag. De elementen van het schadegeval Begin 1999 werd ten gevolge van waterinfiltratie langs een scheur in de kelder van de woning van de buurman van de NV Ghekiere-Verbeke, G, wonende te Kuurne, Hulstestraat 128, een scherpe brandstofgeur waargenomen. Een door G genomen grondstaal wordt onderzocht door het labo Servaco. Olievervuiling wordt vastgesteld. Het gemeentebestuur van Kuurne en OVAM werden daarvan ingelicht. In het kader van goed nabuurschap werd de scheur in de kelder van buurman G door de NV Ghekiere-Verbeke gedicht. Op 1 april 1999 gaf OVAM de opdracht aan Labo Van Vooren tot het uitvoeren van een eerste fase van beschrijvend bodemonderzoek om de bron van de aangetroffen verontreiniging op te sporen, alsook het risico van deze verontreiniging te bepalen. Uit die eerste fase bleek dat ter hoogte van de percelen 37 N 7 (eigendom Hulstestraat 128) en 37 H 6 (Hulstestraat 132) op het grondwater een drijflaag kerosine aanwezig is met een dikte tot 2 meter, wat een bodemverontreiniging impliceert die een ernstige bedreiging vormt. Na voorlegging van dat verslag maande OVAM de NV Ghekiere-Verbeke in 30 september 1999 aan tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek. De NV ABO stond in voor dat verder bodemonderzoek. Het rapport van dat beschrijvend bodemonderzoek wordt door de NV KBC Verzekeringen in haar bundel voorgelegd. Daaruit blijkt: Uit het eindbesluit kan worden aangenomen dat de verontreiniging is ontstaan ter hoogte van het bedrijf uitgebaat door de NV Ghekiere-Verbeke en zich stroomafwaarts heeft verspreid. Uit de gaschromatogrammen blijkt het om een verontreiniging door kerosene te gaan waarvoor noch de NV Ghekiere-Verbeke nog een vorige uitbater een vergunning werd verleend. Volgens het verslag kan als een mogelijke oorzaak voor deze ernstige bodem-verontreiniging een ‘calamiteit' weerhouden worden die zich heeft voorgedaan medio de jaren ‘80, tijdens de vulling van één van de zogenaamde kleine tanks van 25.000 liter. De vulling van de tanks gebeurde toen door een kraan onderaan de tank. De tankwagens waren toen nog gecompartimenteerd. Bij het losraken of niet goed afsluiten van de vulkraan / afsluiters onderaan de voorraadtanks, kon de voorraadtank (25.000 liter) geheel of gedeeltelijk leeglopen. Anderzijds konden de tankwagens overstromen indien de onderlinge verbindkranen van de verschillende compartimenten niet open stonden. Blijkens de gegevens verschaft door de NV Ghekiere-Verbeke, zou er minstens één maal een tank zijn leeggelopen medio de jaren ‘
- Het verslag sluit niet uit dat dergelijke calamiteit zich vaker heeft voorgedaan. Na dit voorval werd, volgens de verklaring van de NV Ghekiere-Verbeke, het bedrijfsterrein verhard (beton). Met de bedoeling om bij een volgende calamiteit, te verhinderen dat de vrijgekomen brandstof nog in de bodem van het terrein zou dringen. Volgens dat verslag zal, gelet op de verharding, een groot deel van de vrijgekomen olie over het beton afstromen tot de niet verharde zone ter hoogte van de huidige afwateringsgoot. Er is een betekenisvolle verspreiding opgetreden van de verontreiniging met verder verspreidingsrisico, zodat de aanwezige drijflaag selectief moet worden verwijderd. Naar de NV Ghekiere-Verbeke voorhoudt, voert zij thans op eigen kosten alle nodige maatregelen uit ter voorkoming van verdere verspreiding van de vervuiling, dit in afwachting dat de NV KBC Verzekeringen haar verplichtingen nakomt en aan het terrein een nieuwe bestemming kan gegeven worden. De geurhinder bij de buren verdwijnt. Als veiligheids- en voorzorgsmaatregel, doch zonder enige erkenning van aansprakelijkheid liet de NV Ghekiere-Verbeke in november 1999 een grondwaterpomp en zuiveringsinstallatie plaatsen teneinde de verdere verspreiding van de aangetroffen vervuiling tegen te gaan. Op 16 mei 2001 wees OVAM de grond gelegen te Kuurne, Hulstestraat 136 (kadastraal gekend als 34023 Kuurne, Sectie C, perceelnr.37 e6) als historisch verontreinigde grond aan, waar bodemsanering moet plaatsvinden. Historisch bevuilde grond betekent dat de aangetroffen vervuiling werd veroorzaakt voorafgaand de datum van de inwerkingtreding van het bodemsaneringsdecreet op 28 oktober
- De verzekeringspolis Niet betwist wordt dat bij de NV KBC Verzekeringen, toen nog ABB, destijds een verzekeringspolis BA-uitbating werd afgesloten. Deze polis werd op 8 februari 1982 afgesloten door BV. Deze polis werd nadien bij polis van 11 februari 1983 verlengd voor een periode van 10 jaar, weze dus eindigend op 11 februari
- Op 11 april 1991 wordt door BV evenwel een nieuwe polis, onder nieuwe voorwaarden, afgesloten. Op 8 december 1994 werd deze polis overgezet op naam van de NV Ghekiere-Verbeke. Deze polis werd uiteindelijk opgezegd op 1 januari
- Per 1 januari 1999 is de NV Ghekiere-Verbeke verzekerd voor haar burgerlijke aansprakelijkheid uitbating bij de toenmalige verzekeringsmaatschappij Royal & Sun Alliance. Op 5 juli 1999 deed de NV Ghekiere-Verbeke aangifte van een potentieel schadegeval bij haar verzekeraar de NV Royal & Sun Alliance. De NV Royal & Sun Alliance kwam tot de bevinding dat niet zij, maar de voorgaande verzekeraar, KBC verzekeringen, dekking diende te verlenen voor het schadegeval. Op 23 februari 2001 liet de NV KBC Verzekeringen via de makelaar aan de NV Ghekiere-Verbeke weten dat zij via de tussenpersoon Assuro & Callens kennis kreeg van de problematiek. Op 6 april 2001 heeft de NV KBC Verzekeringen aan die tussenpersoon laten weten dat zij geen dekking verleende. Op 11 juni 2001 herhaalde de NV KBC Verzekeringen dat zij geen dekking verleende. De NV KBC Verzekeringen wijst er op dat, alhoewel zij de NV Ghekiere-Verbeke heeft gesommeerd om afschrift voor te leggen van de polis (met algemene en bijzondere voorwaarden) gesloten met Royal & Sun Alliance Insurance, zij geen kopie van deze polis meegedeeld krijgt. Wel wordt kopie meegedeeld van de aangifte die de NV Ghekiere-Verbeke heeft gedaan bij haar verzekeraar Royal & Sun Alliance, maar kopie van de correspondentie met o.a. de opgave van de reden waarom die maatschappij tussenkomst weigert, wordt evenwel niet meegedeeld. De NV KBC Verzekeringen wijst er op dat zij nimmer tijdig een aangifte van schadegeval ontving. Zij houdt voor pas ingelicht te zijn geweest in juni
- En dat zij bovendien slechts naar aanleiding van de onderzoeken uitgevoerd in opdracht van OVAM voor het eerst verneemt dat medio de jaren ‘80, er zich een calamiteit zou hebben voorgedaan op de terreinen gebruikt voor de uitbating door de NV Ghekiere-Verbeke. De basis van de vordering van de NV Ghekiere-Verbeke De NV KBC Verzekeringen weigert elke tussenkomst of minnelijke regeling zodat de NV Ghekiere-Verbeke genoodzaakt was over te gaan tot dagvaarding. Ten bewijze van de oorzaak van de bodemverontreiniging legt de NV Ghekiere-Verbeke een lijvig dossier voor, opgesteld door KPMG Environmental Services, op verzoek van de NV Ghekiere-Verbeke, waarbij de gevraagde bewijsvoering geleverd wordt, namelijk dat: de milieuschade is ontstaan tijdens de verzekeringsperiode, gedekt door de NV KBC Verzekeringen, de schade accidenteel ontstaan is op het exploitatieterrein van de NV Ghekiere-Verbeke. Op grond van dat dossier en de verzekeringspolis BA-uitbating vordert de NV Ghekiere-Verbeke de veroordeling van de NV KBC Verzekeringen tot de betaling van het maximumbedrag aan financiële tussenkomst in die polis voorzien. Stelling van de NV KBC Verzekeringen De NV Ghekiere-Verbeke bewijst niets in verband met de beweerde calamiteit. Er worden enkel loze beweringen geuit. De NV KBC Verzekeringen stelt vervolgens een aantal vragen: Welke hoedanigheid heeft de NV KBC Verzekeringen? Zij verbindt aan die vraag evenwel geen rechtsgevolgen. De NV KBC Verzekeringen wijst er op dat de NV Ghekiere-Verbeke in feite aanspraak maakt op vergoeding van de kost van sanering voor de terreinen eigendom van vader en zoon V, terreinen die zijn vervuild ingevolge de fout van vader en zoon V. De NV KBC Verzekeringen vraagt zich af of de schadelijdende buren, of hun gesubrogeerde verzekeraars enige schade-eis geformuleerd hebben tegenover de aansprakelijke derde, de NV Ghekiere-Verbeke. En of er enige vergoeding werd uitbetaald. Is inmiddels het terrein gesaneerd ? Welke zijn de effectieve kosten ? De NV KBC Verzekeringen wijst er verder op dat zij niet gehouden is waarborg te verlenen. Zij houdt voor dat de vordering verjaard is, de schade zich niet voordoet tijdens de duur van de verzekeringsovereenkomst, er geen accidentele milieuschade is, en er een aantal uitsluitings-gronden voorhanden zijn. Al die standpunten worden door de NV Ghekiere-Verbeke betwist. In laatste orde betwist de NV KBC Verzekeringen de vordering cijfermatig. Hieronder worden al die punten besproken, voor zover nuttig in de beoordeling door de rechtbank.
- Beoordeling. Verjaring Partijen twisten over het feit of de verjaringstermijn van 3 jaar, voorzien door art. 34 § 1 van de Wet op de landverzekeringsovereenkomst in onderhavige zaak al dan niet bereikt is. Op 16 juni 1999 was de NV Ghekiere-Verbeke reeds op de hoogte van het schadegeval. In haar brief van 5 juli 1999 doet zij aangifte bij Royal & Sun Alliance van een potentieel schadegeval. Zij wijst er daarbij op dat zij begin van dat jaar een scheur dichtte in de kelder van haar buurman, die geurhinder ondervond, OVAM iemand stuurde om de oorzaak van de geurhinder op te sporen, Onderzoek door Labo Van Vooren toen al aan het licht had gebracht dat de grond op sommige plaatsen vervuild was met mineralen, afkomstig van allerlei producten, waaronder brandstof, zij boringen liet doen rond haar tanks met stookolie en diesel, met negatief resultaat OVAM de grond toch verder wil laten onderzoeken. In die brief wijst ze er op dat zij het verzekeringskantoor Malfait op 16 juni 1999 reeds telefonisch op de hoogte had gebracht. De NV KBC Verzekeringen verwijt de NV Ghekiere-Verbeke in eerste instantie dat deze het schadegeval niet tijdig heeft gemeld. Het feit dat de NV KBC Verzekeringen de niet tijdige melding van het schadegeval voorafgaand de dagvaarding (nog) niet heeft opgeworpen, belet niet dat zij dit vooralsnog doet. Afstand van recht wordt niet vermoed. Zij heeft van haar recht ook niet expliciet afstand gedaan. De NV KBC Verzekeringen kan dienvolgens thans nog argumenteren dat haar niet tijdig melding werd gemaakt van het schadegeval. De NV Ghekiere-Verbeke bewijst niet dat zij in juni of juli 1999 aan de NV KBC Verzekeringen of aan de makelaar vermeld op de verzekeringspolis, destijds gesloten met ABB, de NV La Christina, waarvan aangenomen wordt dat deze is overgenomen door de NV Assuro & Callens melding heeft gedaan van het schadegeval. Partijen zijn het er overigens over eens dat de NV KBC Verzekeringen slechts van het schadegeval op de hoogte werd gebracht begin juni
- In haar inleidende dagvaarding erkent de NV Ghekiere-Verbeke dat zij pas op dat moment de NV KBC Verzekeringen via de makelaar op de hoogte bracht. In haar synthesebesluiten bevestigt de NV KBC Verzekeringen die datum (blz. 11). Wanneer de NV Ghekiere-Verbeke reeds kennis had van het schadegeval op 16 juni 1999 situeert de melding gedaan begin juni 2000 zich een volledig jaar na de kennisname van het schadegeval. Wanneer, zoals de NV Ghekiere-Verbeke voorhoudt, het schadegeval pas realiteit werd en overging van een "potentieel" schadegeval naar een ernstige vervuiling met verschillende schadelijders op 15 september 1999 (synthesebesluiten van de NV Ghekiere-Verbeke, blz. 15, randnummer 38) is de melding van het schadegeval begin juni 2000 nog steeds meer dan 8 maanden na datum van de kennisname van het schadegeval. Art. 19 van de wet op de landsverzekeringsovereenkomst bepaalt dat de verzekerde zodra mogelijk en in elk geval binnen de termijn bepaald in de overeenkomst het schadegeval aan de verzekeraar moet melden. In de polis gesloten met ABB, thans de NV KBC Verzekeringen is in punt 11 van de algemene bepalingen opgenomen dat iedere gebeurtenis waarvoor de waarborg geldt, binnen de acht dagen aan de verzekeraar moet worden aangegeven. In voorliggend geval werd die termijn van 8 dagen, in de ene hypothese met minstens een jaar, in de andere hypothese met 8 maanden overschreden. De NV Ghekiere-Verbeke toont niet aan dat de melding van het schadegeval aan de NV KBC Verzekeringen zo spoedig als redelijk mogelijk is geschied, zodat de NV KBC Verzekeringen er zich wel degelijk kan op beroepen dat de melding van het schadegeval niet in acht is genomen zoals bedongen. De rechtbank oordeelt dan ook dat er in voorliggend geval geen bewijs voorligt van tijdige melding van het schadegeval aan de NV KBC Verzekeringen. Tevergeefs roept de NV Ghekiere-Verbeke dan ook § 3 van art. 35 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst in om te besluiten dat de verjaring gestuit is doordat zij het schadegeval tijdig heeft aangemeld en die stuiting voortduurde tot het ogenblik dat de NV KBC Verzekeringen haar op 6 april 2001 in kennis stelde dat zij geen dekking zou verlenen. Vervolgens moet worden aangenomen dat er 3 jaar is verstreken tussen 15 september 1999, de voordeligste hypothese voor de NV Ghekiere-Verbeke nopens het vaststaan van het schadegeval, en de dag waarop de dagvaarding lastens de NV KBC Verzekeringen, haar verzekeraar, werd betekend, namelijk op 25 maart
- De rechtbank oordeelt dat de verjaringstermijn van drie jaar voorzien in art. 34, § 1 van de wet op de landsverzekeringen in voorliggend geval is bereikt. De vordering van de NV Ghekiere-Verbeke is verjaard. De wedereis De wedereis is gesteld voor zover de hoofdeis gegrond zou worden verklaard. Die voorwaarde wordt niet vervuld. De tegeneis wordt dan ook als niet gesteld beschouwd, is derhalve zonder voorwerp en behoeft geen verdere beoordeling. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak; Alle anders luidende en / of tegenstrijdige conclusies van de hand wijzend; Verklaart de hoofdeis verjaard en derhalve niet ontvankelijk; Verklaart de tegeneis ontvankelijk, doch stelt vast dat deze zonder voorwerp is en geen beoordeling behoeft; Veroordeelt de NV Ghekiere-Verbeke tot de kosten van het geding en stelt deze tot op heden vast aan de kant van de NV KBC Verzekeringen op euro 364,49 rechtsplegingsvergoeding. Onverminderd de toepassing van art. 1024 Ger.W.; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op woensdag, VIER APRIL TWEEDUIZEND EN ZEVEN. Aanwezig: de heren L. Vandenbroucke, ondervoorzitter, J. Vanbiervliet en mevrouw M. Van Eeckhout, rechters in handelszaken, beiden door de waarnemende Voorzitter aangewezen in vervanging van de rechters in handelszaken M. Vervaeke en B. Adins, wettig verhinderd zijnde de uitspraak van huidig vonnis bij te wonen waarover zij mede hebben beraadslaagd, mevrouw Ch. Busschaert, griffier. Ch. Busschaert M. Van Eeckhout J. Vanbiervliet L. Vandenbroucke. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div