id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 19 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070419.9 Rolnummer: AR 1063/06 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2008-02-29 Raadplegingen: 172 - laatst gezien 2026-07-02 15:32 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - TUSSENPERSONEN (HANDEL) - Concessie Vrije woorden: alleenverkoop Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, EERSTE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr. 1063/06 der algemene rol.- De naamloze vennootschap CONCRETE SYSTEMS, met vennootschapszetel te 8800 Roeselare, Kazandstraat 151 ; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0444.727.776; eiseres, hebbende als raadslieden meesters Dirk Clarysse en Bernard Leterme, beiden advocaat te 8500 Kortrijk, Engelse Wandeling 2 F01 L, pleitend meester Dirk Clarysse, advocaat voornoemd; tegen : De naamloze vennootschap COMETAL, met vennootschapszetel te 3660 Opglabbeek, Industrieweg Noord 1129 ; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0428.163.839; verweerster, hebbende als raadsman en pleitend meester Luc Stolle, advocaat te 9000 Gent, Martelaarslaan 402. I. PROCEDURE De zaak werd ingeleid bij dagvaarding, die op 9 maart 2006 op regelmatig wijze werd betekend aan verweerster. Gelet op het verzoekschrift dd. 15 december 2006 van verweerster waarbij toepassing werd gevraagd van art. 748, § 2 Ger.W. Gelet op de beschikking dd. 21 december 2006 van huidige rechtbank waarbij partijen worden toegestaan aanvullend te concluderen. Partijen hebben hun middelen en besluiten voorgedragen in openbare terechtzitting van 22 februari 2007, waarna de zaak voor sluiting der debatten werd gesteld op 15 maart 2007. De zaak werd in beraad genomen op 15 maart 2007. Kennis werd genomen van het dossier van de rechtspleging. Partijen hebben elk een stukkenbundel neergelegd. De artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 tot regeling van het taalgebruik in gerechtszaken werd in acht genomen. II. IN FEITE Verweerster is producent en verkoper van betonbekistingsmateriaal in aluminium en prefabmateriaal voor de bouwnijverheid. Zij verhuurt tevens deze producten aan ondernemingen in de bouwsector. Eiseres is in dezelfde sector actief. De zaakvoerder van eiseres was vroeger actief op de werf, doch ging zich midden de jaren negentig toeleggen op de verhuur en verkoop van materialen. Verweerster is gevestigd in Limburg en was niet echt actief in Oost en West-Vlaanderen. In 1996 nam zij contact op met eiseres. Eiseres was reeds jarenlang actief in de bouwnijverheid en had doorheen de jaren talrijke contacten opgebouwd in zowel Oost als West-Vlaanderen. Eiseres stelt dat zij sinds 1997 optreedt als exclusief concessiehouder van verweerster in West en Oost-Vlaanderen. Daarnaast stond zij ook in voor de verhuur van de producten van verweerster in deze twee provincies. Eiseres stelt dat zij 70 % verkoopt en 30 % verhuurt. Eiseres stelt belangrijke investeringen te hebben gedaan om de producten van verweerster te introduceren en verkopen Ze spreekt over een omzet van 300.000,00 euro in 1997 die steeg tot meer dan 2,2 miljoen euro in 2004. Tegelijkertijd steeg het bedrag van de aankopen die eiseres bij verweerster realiseerde. Eiseres stelt dat partijen steeds in een goede verstandhouding samenwerkten en dat er goede afspraken bestonden omtrent het territorium, de prijzen en kortingen, omtrent de deelname in kosten voor reclame en beurzen (Matexpo), over de leveringen en de transporten. Eiseres stelt dat er door verweerster een kredietverzekering werd afgesloten bij Euler Hermes eerst voor 250.000,00 euro, daarna (na een onderbreking) tot 100.000,00 euro, later voor 150.000,00 euro (excl. BTW). Eiseres stelt dat zij samen met verweerster relatiegeschenken (meters, aanstekers, potloden) uitdeelde waarop de naam van hen beide werd vermeld. Eiseres stelt dat zij zeer nauw betrokken was bij de commerciële politiek en de nieuwe objectieven die verweerster wenste te realiseren. Eiseres stelt dat de houding van verweerster volledig begon te wijzigen vanaf juni 2005 met het ontslag van de Heer C. en het aantreden als gedelegeerd bestuurder van de Heer K. Eiseres verwijt verweerster voornamelijk dat: - zij haar prijzen van de producten met 25 % deed stijgen; - de transportregeling 10 % duurder werd; - haar facturen (+/- 21.000,00 euro) onbetaald bleven; - de leveringen niet meer correct en vaak laattijdig werden uitgevoerd; - klachtendossiers waarin in mei en juni 2005 concrete beloften werden gedaan door verweerster zonder gevolg beleven. Eiseres verwijt verweerster dat zij sinds eind november, begin december 2005 weigerde nog orders van eiseres te aanvaarden. Eiseres stelt dat zij voor 90 % draait op de producten van verweerster, en dus dreigde - na uitputting van de stock - volledig op non-actief gezet te worden. Eiseres stelt dat het zeer duidelijk is dat verweerster van haar af wou, doch zonder daar enige (schade)vergoeding voor te moeten betalen. Eiseres stelt dat zij zich terecht als eerste (begin december 2005 - zie p. 9 synthesebesluiten eiseres) op de exceptio non adimpleti contractus heeft beroepen om de facturen van verweerster voorlopig niet te betalen zolang verweerster haar facturen niet zou betalen en niet opnieuw zou leveren. Vervolgens heeft zij zich in haar schrijven dd. 23/01/06 en dd. 14/02/06 op de "acte équipollent à rupture" beroepen om de verbreking van de overeenkomst door verweerster in te roepen. Verweerster betwist niet dat eiseres een (zeer) belangrijke afnemer van haar producten was, doch stelt dat er geen sprake is van een (exclusieve) concessieovereenkomst. Verweerster stelt dat zij terecht als eerste de exceptio non adimpleti contractus toepaste, meer bepaald op 14 december 2005 (na de eventuele toepassing van de enac te hebben aangekondigd op 18 november 2005), en niet meer wou leveren wegens het feit dat eiseres: - haar facturen niet betaalde; - haar nieuwe productprijzen en transportvoorwaarden niet aanvaardde. Verweerster stelt dat de openstaande factuurschuld die zij diende te betalen aan eiseres ongeveer 20.000,00 euro bedroeg, terwijl eiseres aan haar ongeveer 95.000,00 euro verschuldigd was eind november 2005. Huidige verweerster dagvaardde huidige eiseres op 23/02/06 in betaling van een aantal (100-tal) facturen voor de rechtbank van koophandel te Tongeren. In deze zaak werd op 27/03/06 een tussenvonnis geveld, waarin Concrete Systems werd veroordeeld tot het betalen van de provisionele som van 100.000,00 euro. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, de mogelijkheid tot kantonnement werd niet uitgesloten. Er werd hoger beroep aangetekend bij het hof van beroep te Antwerpen, waar in een tussenarrest dd. 9 oktober 2006 werd geoordeeld dat de rechten van verdediging van Concrete Systems werden geschonden, en waardoor het Hof besloot de uitvoerbaarheid bij voorraad te schorsen. Partijen wijden zeer uitgebreid uit over deze (andere) zaak. In het kader van huidige procedure wordt hierop niet dieper (dan nodig) ingegaan. Verweerster stelt dat zij de samenwerking met eiseres geenszins wou beëindigen, en ontkent dat zij zich dusdanig opstelde dat een verdere samenwerking onmogelijk werd. Verweerster ontkent dat er een (exclusieve) concessieovereenkomst bestond tussen haar en eiseres. Verweerster benadrukt dat eiseres de producten die zij bij haar aankoopt ofwel verder verhuurt ofwel verder verkoopt. Eiseres stelt op haar website (www.concrete-systems.
- be)dat zij begin 2006 besloot om een eigen bekistingsysteem te ontwikkelen, Conalu genaamd. Het product van eiseres is sinds november 2006 (dit werd geantwoord op een vraag van de rechtbank ter zitting) op de markt. Het systeem is volledig inzet- en koppelbaar (compatibel) met het systeem van verweerster dat eiseres vroeger doorverhuurde of doorverkocht. Op de website vermeldt eiseres tevens dat zij nog steeds (tot op vandaag) de producten van verweerster kan aanbieden. Verweerster had een octrooi op haar bekistingsysteem tot juli 2006. Sinds 02/07/06 (20 jaar na aanvraag) kwam het octrooirecht van verweerster op het wandbekistingsysteem te vervallen. Eiseres vordert: - dat voor recht gezegd wordt dat zij een terechte toepassing heeft gemaakt van de theorie van de acte équipollent à rupture; - de veroordeling van verweerster tot het betalen van een opzeggingsvergoeding provisioneel begroot op 673.316,60 euro en een billijke bijkomende vergoeding provisioneel begroot op 504.987,45 euro, meer interest - dat haar akte wordt verleend van het feit dat zij zich het recht voorhoudt haar vordering te vermeerderen in de loop van het geding; - minstens de aanstelling van een deskundige om de vordering op grond van art. 2 en art. 3 van de concessiewet definitief te begroten; - de veroordeling - in geval van aanstelling van een deskundige - van verweerster tot het betalen van een provisioneel bedrag van 350.000,00 euro, minstens tot het betalen van een provisioneel bedrag dat de rechtbank redelijk acht, en desgevallend verweerster te veroordelen om dit bedrag te kantonneren; - de toepassing van art. 1154 B.W.; - de veroordeling van verweerster tot terugname van alle producten die zich nog bij eiseres bevinden; - de veroordeling van verweerster tot betaling van de facturen neergelegd als stuk 52, meer 7 % interest; - de veroordeling van verweerster tot het betalen van een redelijke schadeloosstelling voor de kosten en erelonen van haar raadslieden, provisioneel begroot op 10.000,00 euro, en tot de kosten van het geding; - de uitvoerbaarverklaring bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal en zonder borgstelling, en met de uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement. Verweerster stelt dat de vorderingen van eiseres dienen te worden afgewezen als ongegrond. Verweerster vordert bij tegeneis: - dat voor recht gezegd wordt dat eiseres de overeenkomst, minstens de feitelijke handelsrelatie die tussen hen bestond, op wederrechtelijke wijze heeft verbroken; - de veroordeling van eiseres tot het betalen van een provisionele schadevergoeding van één euro, eventueel te verhogen in de loop van het geding; - de veroordeling van eiseres tot het betalen van een redelijke schadevergoeding voor de kosten en erelonen van haar raadslieden, provisioneel begroot op 10.000,00 euro; - de veroordeling van eiseres tot de kosten van het geding. Eiseres stelt dat de tegeneisen van verweerster dienen te worden afgewezen als ongegrond. III. IN RECHTE Verweerster beroept zich in haar synthesebesluiten (p. 22) op de exceptie van niet mededeling van stukken. Ter zitting stelt zij (op vraag van de rechtbank) dat zij inmiddels over alle nodige stukken beschikt. III.1 Betreffende de vorm van samenwerking tussen partijen Eiseres stelt dat zij sinds 1997 (zonder de aanvangsdatum te preciseren) de exclusieve concessiehouder is van verweerster voor gans West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen. Verweerster stelt dat er geen sprake is van een concessieovereenkomst, noch van enige exclusiviteit voor Oost-Vlaanderen; het bestaan van een feitelijk monopolie voor West-Vlaanderen wordt niet ontkend door verweerster. Verweerster verhuurt en verkoopt bekistingmateriaal (bouwsector). Verweerster ontkent niet dat zij - gevestigd zijnde in Limburg - niet veel inspanningen deed in Oost- en West-Vlaanderen, en eiseres - die gevestigd is te Roeselare - hieromtrent aansprak. Verweerster stelt dat de activiteit van eiseres voor ongeveer 50 % uit verhuur bestaat en voor ongeveer 50 % uit verkoop. Eiseres stelt dat zij voor 70 % verkoopt en voor 30 % verhuurt. In elk geval is het duidelijk dat een aanzienlijk deel van de activiteit van eiseres bestaat uit verhuur van materialen, hetgeen niet onder het toepassingsgebied van de wet van 27 juli 1961 betreffende de eenzijdige beëindiging van de voor onbepaalde tijd verleende concessies van alleenverkoop (hierna kortweg: de concessiewet) kan vallen. De verkoopconcessie is een wederkerige overeenkomst, waarbij een partij, de concessiegever, aan een andere partij, de concessiehouder, het recht voorbehoudt om in eigen naam en voor eigen rekening producten te verkopen, die hij als concessiegever zelf vervaardigt of verdeelt. Het onderdeel "verkoop" kan uiteraard wel onder het toepassingsgebied van de concessiewet vallen. Het feit dat er geen schriftelijke overeenkomst werd gesloten tussen partijen staat de toepassing van de concessiewet niet in de weg. Een concessieovereenkomst kan immers even goed mondeling als schriftelijk worden gesloten. Degene die stelt dat er een concessieovereenkomst werd gesloten (in casu eiseres), draagt de bewijslast. Het bewijs kan geleverd worden door alle middelen van recht (handelsrecht). Eiseres brengt veel stukken en een lang verhaal naar voor die volgens haar bewijzen dat er sprake is van een concessieovereenkomst. De rechtbank overloopt één voor één de voorwaarden opdat er sprake zou kunnen zijn van een concessieovereenkomst, hierbij vertrekkende vanuit de definitie zoals vermeld in art.1,§2 concessiewet. (
- a)De verkoopconcessie is een overeenkomst Er werd in elk geval gesproken tussen partijen, waarna beslist werd tot een vorm van samenwerking. Wanneer deze beslissing tot samenwerken precies genomen werd, is moeilijk te achterhalen. Partijen zijn het er echter over eens dat dit omstreeks 1997 moet geweest zijn. Wat er toen precies werd beslist, is evenmin makkelijk te achterhalen, gelet op de afwezigheid van een geschrift. Vaak is het bij een concessie mogelijk om de concrete afspraken die werden gemaakt tussen partijen af te leiden uit de schriftelijke verslagen van de op regelmatige basis gehouden vergaderingen ter bespreking van allerhande zaken. Eiseres legt voor de periode 1997 tot maart 2003 geen enkel verslag neer betreffende vergaderingen, noch toont zij op een andere wijze aan dat er concrete besprekingen werden gehouden. Er worden wel in het totaal 3 verslagen van vergaderingen voorgelegd die betrekking hebben op de periode 1997 - 2005 (stuk 21 eiseres). In deze verslagen zijn geen afspraken terug te vinden betreffende de verkoopspolitiek van partijen; het gaat veeleer om besprekingen betreffende concrete dossiers waar het misliep en omtrent de problemen die partijen recentelijk hadden en die finaal aanleiding gaven tot de beëindiging van de samenwerking. Het is een niet te betwisten feit dat eiseres grote hoeveelheden aankocht bij verweerster, doch eiseres toont niet aan dat er hieromtrent een overeenkomst bestond met verweerster en wat de inhoud van die overeenkomst desgevallend was. Zij diende geen quota te halen, minstens is er daar nergens een spoor van terug te vinden. (
- b)De verplichting weder te verkopen Het door een concessieovereenkomst beoogde doel is precies dat het in concessie gegeven product in de handel wordt gebracht, met name wordt doorverkocht. Vooreerst - zoals hoger reeds werd gesteld - was een aanzienlijk deel van de producten die eiseres bij verweerster kocht, bestemd voor verhuur. Hier kan dus geen sprake zijn van een concessie. Het dient meteen te worden verduidelijkt dat de opsplitsing tussen de verkoop enerzijds en de verhuur anderzijds niet zo eenvoudig is, aangezien er: - producten zijn die rechtstreeks worden verder verkocht; - producten zijn die meteen worden bestemd voor de verhuur; - producten zijn die meteen worden bestemd voor de verhuur doch naderhand worden verkocht (aan een lagere prijs, eigenlijk een soort tweedehandsverkoop). Wat de artikelen betreft die eiseres bij verweerster aankocht en daarna doorverkocht, dient te worden opgemerkt dat eiseres niet verplicht was om (bepaalde producten) door te verkopen (bijvoorbeeld een bepaald percentage van de totale aankopen), minstens bewijst ze dit niet. Eiseres kocht immers diverse goederen aan, die zowel voor de verhuur als voor de verkoop konden worden bestemd door eiseres. Verweerster wist zelfs niet of een bepaalde aankoop nu voor de verkoop dan wel voor de verhuur (dan wel voor verhuur en daarna voor verkoop) zou worden bestemd, minstens toont eiseres dit niet aan. Dit toont aan dat er geen akkoord werd gesloten omtrent de verplichting tot doorverkopen. Er is ook geen duidelijk net van verdelers waarop verweerster een beroep doet voor de doorverkoop van haar producten. Eiseres stelt weliswaar dat er voor Nederland (meer bepaald Toso Bekistingstechnieken) en voor Ierland (meer bepaald Shuttering Technology) eveneens concessiehouders waren, doch dat die eveneens door verweerster aan de deur werden gezet in dezelfde periode. Verweerster stelt dat er betreffende Toso Bekistingstechnieken enkel een afspraak was omtrent de verhuur in Nederland van één Cometal-productenreeks (en geen enkele afspraak m.b.t. verkoop); eiseres weerlegt dit niet. Wat Shuttering Technology betreft, stelt verweerster dat de samenwerking slechts enkele maanden duurde en omwille van de onkunde van de eigenaar beëindigd werd eind 2002-begin 2003, en niet zoals eiseres beweert ongeveer tegelijkertijd werd beëindigd als haar overeenkomst. Eiseres weerlegt deze gegevens niet. Voorts worden er een aantal "verdelers" vermeld in briefwisseling of op de website van verweerster, doch het is niet bewezen dat dit concessienemers zijn. Wat meer is, eiseres stelt expliciet dat verweerster op heden GEEN verdelers meer heeft (p. 17 synthesebesluiten eiseres); dit betekent dus dat de "verdelers" die thans op de website van verweerster worden vermeld geen concessienemers zijn. Nochtans stelt eiseres dat het feit dat zij vermeld werd op de website van verweerster bewijst dat zij de/een concessienemer van verweerster was. Blijkbaar bewees de vermelding van eiseres (met een link naar haar website) op de website van verweerster het bestaan van een concessieovereenkomst, terwijl de identieke vermelding van een andere firma (met link) geen bewijs van een con- cessieovereenkomst inhoudt (bijvoorbeeld wat betreft de firma NV Hout-Bois Van Steenberge uit Zottegem). Voorts kan worden vastgesteld dat eiseres soms wordt vermeld als verdeler voor West-Vlaanderen, soms als verdeler voor Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen, en soms als verdeler voor Vlaanderen. Van een duidelijk territorium waarin dient te worden doorverkocht is dus geen sprake. (
- c)Het bestaan van een kaderovereenkomst Opdat er sprake zou zijn van een concessieovereenkomst dient de relatie tussen de concessiegever en de concessienemer noodzakelijk een organisch en gestructureerd karakter te vertonen en dient er een overeenkomst (of meerdere overeenkomsten) te bestaan. De concessienemer dient aan te tonen dat zij een voorkeursbehandeling geniet in vergelijking met een gewone doorverkoper. Eiseres vermeldt als voornaamste voordeel dat zij telkens (automatisch) 20 % korting geniet op de producten, die zij aankoopt. Er wordt niet aangetoond dat eiseres bijvoorbeeld 20 % korting geniet op de producten die ze aankoopt m.o.o. doorverkoop en minder korting op de producten die zij aankoopt m.o.o. verhuur. Bovendien wijst verweerster erop (hetgeen zij bewijst aan de hand van stukken) dat ook andere kopers doorgaans korting genieten. Deze kortingen zijn doorgaans (iets) kleiner. Verweerster benadrukt dat eiseres een grote korting krijgt omdat zij een zeer grote klant is. De opeenvolging van koop- en verkoopovereenkomsten, zelfs indien deze talrijk zijn en lang en herhaaldelijk voorkomen, is niet voldoende om van een concessie te kunnen spreken. Uit het feit dat de naam van de concessiegever en de naam van de concessienemer worden vermeld op een aantal gadgets (meter, aansteker, potloden) kan niet worden besloten tot het bestaan van een concessieovereenkomst. Eiseres mocht de merknaam (Cometal) van verweerster gebruiken. Zo werd er doorgaans op de producten vermeld: "Concrete Systems Cometal Bekistingstechniek" Ook de firma NV Hout-Bois Vansteenberge - waarvan gesteld wordt dat ze geen concessienemer is (zie hoger) - mag dit doen en vermeldt: "Cometal - Vansteenberge uw partner in bekisting" Verweerster benadrukt dat eiseres geen enkele verplichting heeft t.o.v. haar. Eiseres spreekt juist over vele verplichtingen t.o.v. verweerster. Eiseres stelt dat er een concurrentieverbod was en verwijst dienaangaande naar een voorval betreffende kolomkopschotten (stuk 28b eiseres). Eiseres stelt dat zij het verbod kreeg van verweerster om bepaalde kolomkopschotten, die niet van verweerster afkomstig waren, te verkopen. Verweerster stelt dat er echter meer aan de hand was. Zij stelt dat eiseres bij haar stalen profielen aankocht onder het voorwendsel dat zij daarmee Cometal verhuurmateriaal zou herstellen, doch in werkelijkheid deze profielen gebruikte om zelf producten aan te maken en verder te verkopen onder de naam Cometal, hetgeen in strijd was met het toen nog geldende octrooi van verweerster. Verweerster maande eiseres aan hiermee te stoppen; eiseres heeft de inhoud van deze brief van verweerster nimmer weerlegd. Eiseres stelt dat zij diverse opleidingen diende te volgen en/of te geven. Eiseres heeft effectief diverse opleidingen gevolgd/gegeven, doch het is niet bewezen dat zij dit moest doen vanwege verweerster. Eiseres stelt dat zij van computersysteem diende te veranderen door verweerster. Verweerster stelt dat enkel de artikelcodes op elkaar werden afgestemd, doch niet meer. Eiseres bewijst geen verdere veranderingen. Verweerster benadrukt dat eiseres geen bepaalde quota's diende te halen, dat zij geen voorraad diende aan te leggen, dat er geen minimumafname hoeveelheid werd afgesproken, dat zij geen roerende of onroerende investeringen diende te doen. Eiseres levert het bewijs van het tegendeel niet. Eiseres stelt belangrijke investeringen te hebben gedaan om de producten van verweerster op de markt te introduceren , doch zij bewijst dit niet. Zij bewijst evenmin dat zij daartoe opdracht kreeg van verweerster of daartoe verplicht werd door verweerster. Eiseres stelt dat er op regelmatige basis vergaderingen werden gehouden en dat er duidelijke afspraken werd gemaakt over het territorium, de prijzen en kortingen, de deelname in de kosten voor reclame en beurzen. Eiseres legt betreffende de periode 1997 t.e.m. 2005 (9 jaar) slechts drie verslagen van vergaderingen voor (zie hoger: III.1.a). In het verslag van de meeting dd. 10/03/03 wordt trouwens vermeld: "(...) 9. CS en Cometal gaan er meer aan denken relevante informatie uit te wisselen : informatie over concurrenten, ideeën over eindejaarsgeschenken, andere initiatieven. Door maandelijks te vergaderen (afwisselend in Roeselare en Opglabbeek) gaan wij ook meer zien en eraan denken.(...)" (eigen onderlijning) Hieruit blijkt dat er voorheen zekerlijk geen geregeld overleg was. Het wordt ook niet bewezen dat er nadien maandelijks of op regelmatige basis werd vergaderd. Het is immers onwaarschijnlijk dat er van deze vergaderingen geen verslagen zouden worden gemaakt (op drie verslagen na). Er werden wel regelmatiger vergaderingen gehouden vanaf mei 2005. Diverse aspecten kwamen aan bod: de kredietlimiet (zie verder), enkele klantendossiers, een eventuele agentuurovereenkomst met eiseres voor prefabproducten, ... Verweerster stelt dat eiseres eind 2004 de toen bestaande kredietlimiet (250.000,00 euro) had overschreden (nl. 341.000,00 euro) (stuk 73 eiseres) en dat er daarom vanaf 2005 op regelmatige tijdstippen overleg was om de situatie te bespreken. Er werd voorgesteld aan eiseres om agent te worden voor gans België betreffende bepaalde producten (stuk 65a); de financiële problemen zouden dan verdwijnen. De agentuurovereenkomst werd niet gesloten. Eiseres stelt dat zij niet akkoord kon gaan met de voorwaarden die verweerster oplegde (o.a. kapitaalverhoging). Verweerster benadrukt dat er telkens opnieuw een overeenkomst diende te worden gesloten tussen partijen betreffende de eventuele gezamenlijke initiatieven inzake publiciteit. Ook het Europees samenwerkingsproject
(2003)(stuk 24c eiseres) wijst niet op het bestaan van een concessieovereenkomst. Er is in deze documenten enkel sprake over twee onafhankelijke partners die dagelijks nauw met elkaar samenwerken. Er bestaat slechts een concessieovereenkomst indien een wederkerige overeenkomst, die de structuur en de gewilde oorzaak vormt van een reeks elkaar in de tijd opvolgende handelingen, aan de concessiehouder het recht voorhoudt om de door de concessiegever geleverde producten te kopen en te verkopen. Het bestaan van een dergelijke overeenkomst wordt niet aangetoond. (
- d)Verkopen in eigen naam en voor eigen rekening Het is duidelijk dat eiseres een deel van de producten die zij aankocht in eigen naam en voor eigen rekening doorverkocht aan anderen. (
- e)De verkoopconcessie is gericht op producten Het product betreft bekistingmaterialen voor de bouwsector. (
- f)De exclusiviteit is geen doorslaggevend element In de praktijk zal een concessiehouder veelal over exclusiviteit beschikken m.b.t. een bepaald territorium. Het beschikken over exclusiviteit is echter geen essentieel kenmerk van concessieovereenkomsten. Eiseres stelt dat zij over exclusiviteit beschikte voor gans West- en Oost-Vlaanderen. Er is echter een duidelijk verschil tussen West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen. Het was in elk geval niet zo dat er voor gans Oost-Vlaanderen exclusiviteit werd toegekend. Op de map (stuk 77 eiseres) waarop eiseres zelf haar "territorium" inkleurt, beperkt ze zich zelf tot het aanduiden van enkele plaatsnamen in Oost-Vlaanderen. Verweerster stelt dat zij regelmatig zelf verkoopt aan Oost-Vlaamse klanten, en legt bewijzen van rechtstreeks verkopen in Oost-Vlaanderen voor. Wat West-Vlaanderen betreft, ligt de situatie anders. Eiseres stelt dat zij exclusiviteit genoot. Eiseres stelt dat verweerster alle klanten naar haar doorverwees, en zelfs een 70-tal klantendossiers overmaakte aan haar. De overmaak van dossiers kan even goed te maken hebben met de verhuur als met de verkoopactiviteit. Verweerster stelt dat zij de facto niet of nauwelijks verkocht aan West-Vlaamse klanten. Hieruit blijkt dat er mogelijks voor West-Vlaanderen exclusiviteit of quasi-exclusiviteit bestond, doch dit is geen essentieel kenmerk van een concessieovereenkomst. Besluit : Eiseres toont niet aan dat zij in de loop van 1997 (of daarna) met verweerster een concessieovereenkomst sloot die valt onder het toepassingsgebied van de wet van 27 juli 1961 III.2 Betreffende de beëindiging van de samenwerking tussen eiseres en verweerster Het is correct dat er tussen partijen een vorm van samenwerking bestond met het oog op de doorverkoop in West-Vlaanderen (en een deel van Oost-Vlaanderen). Eiseres stelt dat de gedragingen van verweerster de laatste maanden van die aard waren dat een verder samenwerken totaal onmogelijk was en dat zij aldus terecht de samenwerking eenzijdig heeft beëindigd. Eiseres stelt dat ze ook volgens het gemeen recht een wederkerige overeenkomst eenzijdig en buitengerechtelijk kan ontbinden wanneer :
(1)de schuldenaar zich schuldig maakt aan een toerekenbare tekortkoming die van aard is een gerechtelijke ontbinding te rechtvaardigen;
(2)de verplichte voorafgaande uitstelbevoegdheid van de rechter zinloos of zonder voorwerp is geworden;
(3)de schuldeiser aan zijn schuldenaar een kennisgeving richt waarin hij zijn ontbindingsverklaring op ondubbelzinnige wijze kenbaar maakt en waarin hij nauwkeurig het motief (de verweten wanprestaties) van de eenzijdige ontbinding opgeeft. (p. 100 synthesebesluiten eiseres) Eiseres stelt dat er zeker toerekenbare tekortkomingen waren, dat deze tekortkomingen het verder samenwerken onmogelijk maakten, dat zelfs de voorafgaande aanmaning verweerster niet op andere gedachten kon brengen, en dat de uitstelbevoegdheid van de rechter dus zinloos was. Eiseres stelt dat zij ook volgens het gemeen recht gerechtigd is op een redelijke opzeggingstermijn. Het criterium dat volgens haar dient te worden gehanteerd, is dat de opzeggingstermijn maar redelijk is als op het ogenblik van de opzegging voorzienbaar is dat de concessiehouder na afloop van de termijn een gelijkwaardige bron van inkomsten kan hebben gevonden. Eiseres vordert een vergoeding die overeenkomt met een opzeggingstermijn van 12 maanden, door haar begroot op 673.316,60 euro. Eiseres stelt dat tevens rekening dient te worden gehouden met de winst die zij moet derven door het feit dat het merendeel van het cliënteel dat zij verweerster heeft aangebracht aan verweerster zal verblijven. Eiseres vordert hiervoor een bijkomende vergoeding die zij begroot op de semi-bruto-winst van 9 maanden of 504.987,45 euro. Beide partijen stellen dat ze zich als eerste en terecht op de exceptio non adimpleti contractus (enac) hebben beroepen. Beide partijen vorderen dat de overeenkomst lastens de tegenpartij ontbonden werd/wordt verklaard. Betreffende de toepassing van de enac De samenwerking verliep nagenoeg probleemloos van 1997 tot midden
- Het is belangrijk te wijzen op de prijsstijgingen die door verweerster werden doorgevoerd in het najaar van
- De prijsstijgingen waren van toepassing vanaf 18/10/05, doch werden op 8/07/05 aangekondigd aan eiseres. Enerzijds is er de stijging van de productprijs. In het verslag van de meeting dd. 17/06/05 werd geschreven (stuk 21d eiseres) : "(...) De verkoopprijzen van panelen, toebehoren e.a. worden momenteel bestudeerd bij Cometal om in augustus een prijsverhoging door te voeren (o.m. ten gevolge van de gestegen metaalprijzen)." In een mail dd. 8/7/05 worden de prijsstijgingen concreet meegedeeld aan eiseres (stuk 29 verweerster). De prijsstijgingen gingen in vanaf 18/10/
- Eiseres mailde op 15/9/05 (stuk 30 verweerster) dat zij deze prijsstijgingen genoteerd had. Niets wijst er dus op dat ze zich daartegen verzette. Bovendien legt verweerster de tabellen van Agoria voor waaruit blijkt dat de basisproducten effectief in prijs gestegen waren, zodat zij deze prijsstijging wou doorrekenen. Anderzijds is er de stijging van de transportkosten met 10 %. Ook deze prijsstijging werd reeds aangekondigd in de meeting dd. 17/06/05, doch de effectieve modaliteiten werd bekend gemaakt per mail dd. 23/09/05 en 6/10/05 van verweerster. Eiseres antwoordde dat zij niet akkoord ging met deze prijsstijging. Verweerster stelde vervolgens voor dat eiseres alle transporten zelf zou afhalen bij haar en dat de vergoeding van de transportkosten voor een aankooppakket van meer dan 10.000,00 euro zou worden berekend volgens de effectieve laadmeters. Er kwam geen akkoord. Op 18/11/05 schrijft verweerster (stuk 2 verweerster): "(...) Wanneer u de regels die door de raad van bestuur van mijn cliënte zijn uitgewerkt - zo o.m. omtrent haar verkoopsprijzen en de levering en het transport van haar producten - niet kunt aanvaarden, dan dient u enkel voor uzelf te beslissen of u al dan niet nog zaken met mijn cliënte wenst te doen. (...) Mijn cliënte hoopt dat de volgende nieuwe regels de verstandhouding en de stabiliteit in de handelsrelatie zullen herstellen: Al uw nieuwe bestellingen, met ingang van heden, 18/11/05 zullen slechts worden aanvaard: - na ontvangst van uw schriftelijke akkoordverklaring met: - de nieuwe verkoopsprijzen van Cometal (zie Cometal-mail van 15/09/05) - de transportvoorwaarden van Cometal (zie Cometal-mail van 03/11/05 en 28/10/05) - indien op het ogenblik van het binnenkomen van een nieuwe bestelling - uw openstaand saldo bij Cometal NV (inclusief de nieuwe bestelling) niet hoger is dan de door onze kredietverzekeraar verleende limiet (momenteel 150.000 euro) - er geen vervallen facturen aan uw bedrijf nog openstaan (...)" Op 01/12/05 mailt verweerster naar eiseres dat het openstaand saldo 184.064,18 euro bedraagt, en dat er vervallen facturen zijn voor 95.912,31 euro. Eiseres schreef op 12/12/05 het volgende naar verweerster: "Bij deze ons akkoord volgens uw voorwaarden voor volgende bestellingen (...)" Verweerster antwoordde op 14/12/05 het volgende: "Aan uw bijkomende bestellingen kunnen wij voorlopig geen gevolg geven.(...) Voor zoverre aan de, u welbekende, 4 voorwaarden (zie schrijven van onze raadsman dd. 18/11/05) niet wordt voldaan zullen bovenvermelde bestellingen, evenals uw eerdere bestellingen niet opgenomen worden in de productie bij Cometal." Eiseres antwoordde op 14/12/05: "Volgens mijn info staat er ongeveer 158.000 euro openstaande facturen open. Cometal heeft aan concrete systems ca 20.000 euro openstaande en vervallen facturen openstaan. En de nog tot op heden niet opgeloste problemen bij onze klant deba blijven idd ook nog openstaan dit voor een bedrag van ca 15000 euro. Trek deze beide getallen af van de 158000 euro en wij bekomen bedrag van 123.000 euro wat ruim onder de limietvoorwaarde van 150.000 euro komt te liggen. En dan dient nog van de openstaande schuld de btw in mindering gebracht te worden want de limietdekking van cobac spreekt over een bedrag van 150.000 excl. btw in uw bedragen worden steeds de btw medegerekend wat niet correct is. Dat betekent ook nog een vermindering van 21 % aan openstaande schuld, hierdoor bekomen we resultaat van ca 100.000 euro wat wil zeggen dat wij op amper 2/3 van het op te slorpen limietbedrag liggen. Van zodra ook de nog openstaande facturen van ons door cometal worden in orde gebracht geeft dit voor ons ook een totaal ander beeld. Als die 20.000 euro door jullie betaald wordt kunnen wij bijgevolg ook deze terug hergebruiken om naar jullie toe te betalen. Voor ons geen enkel probleem om anders op deze manier ook een verrekening van betalingen door te voeren met de nog openstaande bedragen van jullie aan ons. Er dient enkel een bijgevoegd document opgemaakt te worden die door beiden naar elkaar als zijnde verrekening wordt toegestuurd. Van zodra de openstaande schuld van cometal aan CS wordt vereffend, doen wij gelijk het nodige om alle vervallen facturen onmiddellijk over te maken naar jullie toe. Wij verwachten dan ook bijgevolg aanvaarding van de bestellingen en zien uw bericht hierover tegemoet. (...)" PLOTS volgt er op 15/12/05 een totaal ander antwoord per aangetekend schrijven vanwege eiseres, waarin het volgende wordt gesteld: "Hierbij verwijzen we naar de tussen ons bestaande exclusieve distributieovereenkomst en de houding van Cometal van de laatste maanden. Wij kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat u Concrete Systems niet langer als een partner beschouwt, maar dat u er integendeel op uit bent ons op alle vlakken tegen te werken. (...)" De rechtbank vat de inhoud van de brief van eiseres samen gelet op de lengte ervan; eiseres verwijt verweerster: a) het niet meer constructief samen te werken m.o.o. de Matexpo-beurs; b) het niet doorgeven van afgesloten contracten aan eiseres; c) de grote prijsstijgingen; d) de moeilijke communicatie (dossier D, C, e.a.); e) het niet altijd tijdig leveren; f) de inbreuk op de exclusiviteit voor West- en Oost-Vlaanderen. M.b.t. de beweerde inbreuk op de exclusiviteit in Oost-Vlaanderen, waarbij verweerster vraagt om bestellingen te plaatsen via de Heer M., wordt door eiseres aan verweerster gevraagd om een rechtzetting te sturen aan de klanten. Op 19/12/05 ontkent verweerster de inhoud van de brief integraal. Partijen blijven bij hun respectievelijke standpunten. Eiseres stelt dat zij zich als eerste op de enac beriep (op 14/02/06), en verwijst naar haar voorafgaande aanmaning dd. 15/12/05 (p. 101 besluiten). Verweerster stelt zich tevens als eerste op de enac te hebben beroepen op 14/12/05 (na een voorafgaande aanmaning op 18/11/05). De exceptie van niet-nakoming is een tijdelijk verweermiddel dat een contractant de mogelijkheid biedt de nakoming van de eigen verbintenissen uit te stellen, zo lang de wederpartij in gebreke blijft (Cass., 26/05/89, Arr.Cass., 1988-89, 1131, Herbots, J.H., De exceptie van niet-nakoming, T.P.R., 1991, p. 380). De juridische grondslag van de exceptie van niet-nakoming dient gezocht te worden in de onderlinge afhankelijkheid van de wederzijdse verbintenissen (Cass., 12/9/73, Arr.Cass., 1974, 36). Degene die zich beroept op de exceptie mag niet tot eerdere nakoming verplicht zijn (Storme, M.E., De exceptio non adimpleti contractus ..., R.W., 1989-90, p. 317). Bovendien moet de partij die zich beroept op de exceptie van niet-uitvoering het bewijs leveren van de fouten van de wederpartij (Cass., 02/11/95, Arr.Cass. 1995-96, 946; Cass., 15/06/00, R.W., 2001-02, 917). Om ontvankelijk en gegrond te worden verklaard, vereist de exceptie van niet uitvoering het samengaan van meerdere voorwaarden: de schuldvordering van de excipiens moet zeker en opeisbaar zijn, het in gebreke blijven waarop hij zich beroept, moet aan zijn medecontractant toe te schrijven zijn, de exceptie kan niet in strijd met de goede trouw worden ingeroepen en de rechter beoordeelt (post factum) of de niet-nakoming de tijdelijke niet-uitvoering van de verbintenissen rechtvaardigt (Vandeputte, R., De overeenkomst. Haar ontstaan, haar uitvoering en verdwijning, haar bewijs, Brussel, Larcier, 1977, 277-279). Uit het voorgaande blijkt dat eiseres zich in elk geval niet eerst op de enac heeft beroepen, aangezien verweerster de enac reeds heeft toegepast op 14/12/05 (na voorafgaande aanmaning op 18/11/05), terwijl de voorafgaande aanmaning van eiseres pas dateert van 15/12/
- Rest derhalve de vraag of verweerster zich terecht/rechtsgeldig heeft beroepen op de enac. De door verweerster ingeroepen enac heeft betrekking op de prijsstijgingen die eiseres niet wou aanvaarden en op de facturen die eiseres niet (tijdig) betaalde.
(1)discussie betreffende de prijzen De rechtbank verwijst naar hetgeen hierboven werd uiteengezet betreffende de prijsstijgingen. De prijsstijging van de producten werd door eiseres aanvaard. In de mail dd. 15/9/05 antwoordt eiseres immers dat de prijsstijgingen werden genoteerd. De prijzen voor transport werden niet aanvaard, maar verweerster was gerechtigd haar prijzen te verhogen gelet op de gestegen prijs van de diesel. De prijsstijgingen werden immers beiden tijdig (en zoals afgesproken tussen partijen) een drietal maanden op voorhand aangekondigd. Verweerster stelt dat de prijzen bovendien de voorbije drie à vier jaar niet werden gewijzigd; eiseres bewijst het tegendeel niet. Het is dan ook volkomen terecht dat verweerster op 18/11/05 aankondigde de nieuwe bestellingen niet te zullen aanvaarden zolang eiseres de nieuwe prijzen niet respecteert. Op 14/12/05 liet verweerster weten (voorlopig) niet meer te zullen leveren.
(2)discussie betreffende de facturen Verweerster vordert betaling van haar vervallen facturen. Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de vervallen facturen die moeten betaald worden (zoals elke schuldenaar daartoe gehouden is) en de kredietlimiet bij de kredietverzekeraar. Eiseres is van oordeel dat zij niet dient te betalen (dus ook de vervallen facturen niet) zo lang zij de kredietlimiet van 150.000,00 euro (voorheen een kredietlimiet van 250.000,00 euro) niet heeft overschreden. Zij stelt dat er in het verleden steeds zo werd gewerkt. Het is nog niet omdat verweerster in het verleden mogelijks niet consequent aandrong op betaling van de vervallen facturen, dat zij dit niet kan eisen. Verweerster is gerechtigd op betaling van de vervallen facturen; indien bovendien de kredietlimiet wordt overschreden is de situatie uiteraard helemaal niet optimaal. Een kredietverzekering wordt aangegaan door een bedrijf teneinde zich in te dekken tegen het risico op niet betaling door de klant. De kredietverzekeraar stelt normaal gezien een aantal voorwaarden en kan bijvoorbeeld stellen dat er voor niet meer mag uitgeleverd worden dan voor een openstaande schuld van 150.000,00 euro. Eigenlijk mag verweerster wel nog blijven leveren maar zal ze niet meer kredietverzekerd zijn voor deze leveringen. Het is dus niet correct van eiseres om deze kredietverzekering te misbruiken. Eigenlijk stelt eiseres: je hebt toch geen risico zolang ik niet boven de 150.000,00 euro sta, want de kredietverzekeraar betaalt als ik niet betaal. Een kredietverzekering is duur en betaalt doorgaans niet alles. Een kredietverzekering is zekerlijk niet bedoeld om de schuldenaar toe te laten niet te moeten betalen op de vervaldag. Verweerster is dus gerechtigd betaling te vorderen van de vervallen facturen en niet meer te leveren zo lang eiseres niet betaalt. Eiseres stelt dat er op 18/11/05 helemaal niets of bijna niets verschuldigd was aan eiseres. Verweerster heeft de enac aangekondigd op 18/11/05, doch slechts toegepast op 14/12/
- Op 30/11/05 vervielen er heel wat facturen; op 30/11/05 was eiseres betaling verschuldigd aan verweerster van 95.912,31 euro (uit hoofde van vervallen facturen). Het is wel correct dat er rekening dient te worden gehouden met het feit dat verweerster ook nog ongeveer 20.000,00 euro verschuldigd was/is aan eiseres en met een bedrag van 15.000,00 euro (zaak D) dat niet wordt betaald door de klant. Zelfs indien deze bedragen in mindering worden gebracht, blijft eiseres nog een groot bedrag verschuldigd aan verweerster ten tijde van het toepassen van de enac. Besluit : Uit het voorgaande blijk dat verweerster op 14/12/05 (als eerste) op rechtsgeldige wijze toepassing heeft gemaakt van de enac. Eiseres daarentegen kon zich niet beroepen op de enac, noch op de acte équipollent à rupture, noch op het eenzijdig verbrekingsrecht, aangezien het niet wordt bewezen dat verweerster fouten heeft begaan. Evenmin wordt bewezen dat de door eiseres ingeroepen fouten desgevallend de onmiddellijke verdere samenwerking onmogelijk maakten of niet anders konden worden geïnterpreteerd dan als een eenzijdige beëindiging van de overeenkomst. De zes klachten die worden geformuleerd door eiseres (zie hoger) worden niet bewezen. Wat de prijsstijgingen betreft verwijst de rechtbank naar hetgeen hierboven werd vermeld. Eiseres bewijst niet dat verweerster laattijdig leverde, dat er sprake was van moeilijke communicatie, dat er niet meer constructief werd samengewerkt en dat bepaalde dossiers (waarop zij gerechtigd was) niet werden doorgegeven. Wat betreft de exclusiviteit voor Oost- en West-Vlaanderen wordt verwezen naar het feit dat er voor Oost-Vlaanderen geen sprake was van exclusiviteit. Eiseres verwijt verweerster trouwens dat zij met de Heer M. (handelsvertegenwoordiger) werkt voor Oost-Vlaanderen en zo haar exclusiviteit schendt, doch eiseres schrijft in haar besluiten zelf dat de klanten na de Matexpo beurs van 2003 (!) werden verdeeld en dat bepaalde klanten werden doorgegeven aan de Heer M. (p. 36 en 44 synthesebesluiten eiseres). III.3 Betreffende de gevolgen van de beëindiging van de overeenkomst Aangezien eiseres zich niet op rechtsgeldige wijze heeft beroepen op de theorie van de acte équipollent à rupture, noch op het eenzijdig verbrekingsrecht (art. 1184 B.W.) heeft zij de samenwerking tussen partijen op eenzijdige wijze zonder opzeggingtermijn beëindigd op 14/02/
- Verweerster vordert dat de overeenkomst ontbonden wordt verklaard lastens eiseres. Verweerster vordert (p. 95 synthesebesluiten verweerster) één euro schadevergoeding ten provisionele titel. Elke partij is steeds gerechtigd om op elk ogenblik een einde te maken aan een samenwerkingsovereenkomst. Er werd tussen partijen geen opzeggingstermijn bedongen die van toepassing is op hun samenwerkingsovereenkomst. De mogelijkheid om een samenwerkingsovereenkomst te beëindigen kan niet uitgeoefend worden in omstandigheden die rechtsmisbruik uitmaken. Dergelijke omstandigheden doen zich voor wanneer men de overeenkomst verbreekt op onverwachte, ontijdige, berovende of arbitraire wijze. Indien er sprake is van rechtsmisbruik is het slachtoffer ervan gerechtigd op schadevergoeding, die doorgaans ex aequo et bono wordt begroot. Een bewijs van rechtsmisbruik in hoofde van eiseres ligt niet voor. Een samenwerkingsovereenkomst van onbepaalde duur dient niet noodzakelijk gepaard te gaan met een opzeggingstermijn, noch met een schadevergoeding (bij gebreke aan overeenkomst hieromtrent). Toen eiseres zich niet bij de nieuwe prijzen van verweerster, en bij het feit dat ze de vervallen facturen diende te betalen, wou neerleggen, schreef verweerster op 18/11/05 (stuk 2 verweerster): "(...) Wanneer u de regels die door de raad van bestuur van mijn cliënte zijn uitgewerkt - zo o.m. omtrent haar verkoopsprijzen en de levering en het transport van haar producten - niet kunt aanvaarden, dan dient u enkel voor uzelf te beslissen of u al dan niet nog zaken met mijn cliënte wenst te doen. (...)" Uit het hoger vermelde dient te worden besloten dat verweerster niet gerechtigd was op een opzeggingstermijn, noch gerechtigd is op een vervangende schadevergoeding. De vordering van verweerster wordt afgewezen als ongegrond. III.4 Betreffende de stock Eiseres stelt dat verweerster - de concessiegever - ertoe gehouden is de stock terug te nemen bij de beëindiging van de concessieovereenkomst. Eiseres heeft de samenwerkingsovereenkomst beëindigd zonder dat er sprake is van een fout in hoofde van verweerster. Verweerster is er niet toe gehouden de stock van eiseres terug te nemen. Verweerster stelt dat zij niet kan verplicht worden de huurvoorraad over te nemen, en dat zij ook niet kan verplicht worden verouderde voorraad terug te nemen. Aangezien de concessiegever er zelfs in het kader van een concessieovereenkomst niet toe kan verplicht worden de verouderde voorraad over te nemen, kan zij daar zekerlijk niet toe verplicht worden in het kader van huidige samenwerkingsovereenkomst. Verweerster stelt trouwens bereid te zijn de huurvoorraad van eiseres over te nemen, doch niet voor 70 % van de nieuwwaarde (zoals blijkbaar werd voorgesteld oor eiseres). Er bestaat geen verplichting voor verweerster om de voorraad (verkoop/verhuur) over te kopen, doch het staat partijen uiteraard vrij hieromtrent een overeenkomst te sluiten. III.5 Betreffende de facturen van eiseres ten bedrage van 20.714,94 euro Eiseres vordert betaling van haar facturen (stuk 52) ten bedrage van 20.714,94 euro, meer 7 % interest vanaf de respectievelijke vervaldata. Verweerster betwist deze facturen niet, en erkende zelfs uitdrukkelijk dat zij deze facturen verschuldigd was in het kader van de procedure voor de rechtbank van koophandel te Tongeren (zie tussenvonnis dd. 27/03/06 rechtbank van koophandel te Tongeren - stuk 17 verweerster). In het kader van de procedure die werd ingeleid voor de rechtbank van koophandel te Tongeren vordert huidige verweerster vanwege huidige eiseres de betaling van factuurschulden. Er werd in het kader van deze procedure geen tegeneis ingesteld door eiseres zodat er thans nog geen eis hangende is betreffende de facturen ten bedrage van 20.714,94 euro. Het gevorderde bedrag kan derhalve worden toegekend. III.6 Betreffende de kosten en het ereloon van de raadsman Eiseres en verweerster vorderen beiden een vergoeding voor de kosten en het ereloon van de raadsman, die zij beiden provisioneel op 10.000,00 euro begroten. Eiseres werd in het ongelijk gesteld (behalve wat betreft de invordering van 20.714,94 euro die trouwens niet wordt betwist) en maakt derhalve geen aanspraak op dergelijke vergoeding. Het feit van een vordering in te stellen is geen fout op zich (tenzij er sprake zou zij van rechtsmisbruik hetgeen in casu niet het geval is). Verweerster is derhalve niet gerechtigd op de gevorderde vergoeding. III.7 Uitvoerbaarheid bij voorraad Eiseres vordert dat het vonnis uitvoerbaar wordt verklaard bij voorraad, niettegenstaande elk rechtsmiddel en zonder borgstelling en met uitsluiting van het kantonnement. De uitvoerbaarheid bij voorraad kan worden toegestaan, doch het kantonnement is een recht van de veroordeelde partij. Het kan slechts worden uitgesloten wanneer de partij die de uitsluiting ervan vordert, aantoont dat vertraging in de betaling haar aan een ernstig nadeel blootstelt (Brussel, 25 april 1997, P & B, 1997, 224; Brussel, 31 januari 1990, J.L.M.B. 1990, 994; Dirix, E. en Broeckx, K., A.P.R., Beslag, p. 196, nr. 360). Eiseres motiveert haar verzoek tot uitsluiting van het kantonnement, en wijst op het ernstig nadeel dat zij zal lijden gelet op de slechte financiële toestand van verweerster. Zonder in detail te willen ingaan op de financiële toestand van verweerster stelt de rechtbank vast dat het Graydon-rapport van verweerster niet erg gunstig is. In de gegeven omstandigheden - en zeker mede gelet op het feit dat de facturen helemaal niet betwist worden - kan de mogelijkheid tot kantonnement worden uitgesloten. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Wijzende op tegenspraak. Verklaart de vorderingen van eiseres ontvankelijk. Zegt voor recht dat de Belgische concessiewet niet van toepassing is op de samenwerkingsovereenkomst tussen partijen. Zegt voor recht dat eiseres de samenwerkingsovereenkomst die tussen partijen bestond sinds 1997 beëindigde per 14/02/
- Zegt voor recht dat verweerster niet gehouden is tot terugname van de voorraad van eiseres. Veroordeelt verweerster tot het betalen aan eiseres van de som van TWINTIGDUIZEND ZEVENHONDERD VEERTIEN euro VIERENNEGENTIG cent (20.714,94 euro), meer de moratoire interest à rato van 7 % vanaf de respectievelijke vervaldata tot 09/03/06 op de respectievelijk vervallen bedragen, meer de gerechtelijke interest à rato van 7 % vanaf 09/03/06 tot 01/01/07, meer de gerechtelijke interest à rato van 6 % vanaf 01/01/07 tot de datum der volledige betaling. Wijst alle overige vorderingen van eiseres af als ongegrond. Verklaart de vorderingen van verweerster ontvankelijk, doch wijst ze af als ongegrond. Zegt voor recht dat elke partij haar eigen kosten dient te dragen. Verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk rechtsmiddel, zonder borgstelling en zonder kantonnement. Aldus het vonnis, uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in buitengewone openbare terechtzitting op NEGENTIEN APRIL TWEEDUIZEND EN ZEVEN. Aanwezig: B. De Fleur, toegevoegd rechter ; L. Waelkens en G. Verhaeghe, rechters in handelszaken door de Voorzitter aangewezen ter vervanging van de rechters in handelszaken G. Deleu en R. Dekyvere, wettig verhinderd zijnde de uitspraak van huidig vonnis bij te wonen waarover zij mede hebben beraadslaagd (art. 779 Ger.W.) ; N. Bostoen, griffier. N. Bostoen G. Verhaeghe L. Waelkens B. De Fleur Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div