← België

ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070523.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 23 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070523.11 Rolnummer: AR 3594/06 Rechtsgebied: Financieel recht - Insolventierecht Invoerdatum: 2009-02-12 Raadplegingen: 110 - laatst gezien 2026-07-02 15:41 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - FINANCIEEL RECHT - Algemeen (financieel recht) HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement Vrije woorden: nettingovereenkomst Tekst van de beslissing Nr. Rep. De rechtbank van koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, provincie West-Vlaanderen, VIJFDE KAMER, rechtsprekend In de zaak nr. 3594/2006 der algemene rol Mter. Eddy DEBUSSCHERE, advocaat te 8500 Kortrijk, President Rooseveltplein 1 en Mter. Johan BEKAERT, advocaat te 8500 Kortrijk, Monseigneur De Haernelaan 62, in hun hoedanigheid van CURATOREN over het faillissement van de BVBA EMACO ENGINEERING, met vennootschapszetel te 8790 Waregem, Caseelstraat 10, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0872.578.841 (failliet verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk op 6 september 2006), Eisers q.q., voor wie ter zitting verschijnt, Mter. Johan Bekaert, voornoemd, TEGEN: De BVBA MAXI-MODE-MIE, met vennootschapszetel te 8790 Waregem, Caseelstraat 10, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0453.785.596, Verweerster, hebbende als raadsman en pleitend Mter. Dirk Pauwels, advocaat te Antwerpen. De rechtbank heeft de partijen gehoord in de openbare zitting van 25 april 2007 en heeft kennis genomen van de stukken neergelegd door de eisers q.q., verder de curatoren genoemd, hierbij toepassing makend van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken. De vordering Met dagvaarding betekend op 10 november 2006 vorderen de curatoren de veroordeling van de verweerster tot de betaling van euro 135.317,20, te vermeerderen met de wettelijke verwijlintrest vanaf 31 oktober 2006 tot de dag van de dagvaarding en van dan af te vermeerderen met de gerechtelijke rente tot de dag van de betaling, en dit telkens aan de wettelijke rentevoet, de kosten van het geding. De curatoren vorderen verder voorbehoud te verlenen om op het gevorderde bedrag rente aan te rekenen vanaf een vroegere datum en om schadevergoeding te vorderen wegens het onrechtmatig gebruik door de verweerster van het krediet van de BVBA Emaco Engineering. * * * In hun aanvullende en synthesebesluiten vorderen de curatoren A.de veroordeling van de verweerster tot de betaling van euro 135.317,20, te vermeerderen met de wettelijke verwijlintrest vanaf 31 oktober 2006 tot de dag van de dagvaarding en van dan af te vermeerderen met de gerechtelijke rente tot de dag van de betaling, en dit telkens aan de wettelijke rentevoet, de kosten van het geding, deze van het bewarend onroerend beslag inbegrepen. B.voor zoveel als nodig, hen voorbehoud te verlenen om de desgevallend bij compensatie aan de verweerster tijdens de verdachte periode toegekende huurgelden voor een bedrag van euro 22.800,00 terug te vorderen in toepassing van art. 17, 18 e.v. Faill.W. Feitelijke uiteenzetting De partijen zetten uiteen wat volgt. De BVBA Emaco Engineering werd opgericht door A en zijn echtgenote B op 15 maart

  1. Die BVBA had dezelfde handelsactiviteit als de NV EMACO, ook met vennootschapszetel te Waregem, Caseelstraat
  2. Kort na de oprichting van de BVBA Emaco Engineering werd de NV EMACO op 30 maart 2005 ontbonden en in vereffening gesteld. De NV EMACO werd vervolgens op 9 november 2005 failliet verklaard. De BVBA Emaco Engineering had haar zetel in het bedrijfspand gelegen te Waregem, Caseelstraat
  3. Zij huurde dat pand vanaf 1 april 2005 van de verweerster tegen een maandelijkse huurprijs van euro 3.800,
  4. Tussen de verweerster en de BVBA Emaco Engineering bestond er een rekening-courant verhouding. Bij vonnis van deze rechtbank en deze kamer werd de BVBA Emaco Engineering failliet verklaard op 6 september
  5. De huidige eisers q.q. werden daarbij als curatoren aangesteld. De rekening-courant van de verweerster gevoerd bij de BVBA Emaco Engineering vertoonde op datum van faillissement een debetstand van euro 135.317,
  6. Dit gegeven wordt niet betwist. Op 19 september 2006 hebben de curatoren in toepassing van art. 46 Faill.. W. de huurovereenkomst met betrekking tot het fabriekspand waar de zetel van de gefailleerde vennootschap gevestigd was, beëindigd. Diezelfde dag hebben de verweerster en de curatoren een overeenkomst van kosteloze bezetting ter bede gesloten, waardoor de curatoren gedurende drie maanden kosteloos gebruik konden maken van het bedrijfspand van de verweerster. Op 10 november 2006 hebben de curatoren het bedrijfspand vrijgegeven aan de verweerster. Bij aangetekend schrijven van 31 oktober 2006 hebben de curatoren de verweerster in gebreke gesteld om het saldo van haar rekening-courant aan te zuiveren. De raadsman van verweerster betwistte de inhoud van die ingebrekestelling, zodat de curatoren zich verplicht zagen over te gaan tot dagvaarding. Standpunt van de partijen. De verweerster betwist niet dat er tussen haar en de BVBA Emaco Engineering een rekening-courant verhouding bestond en dat deze op de faillissementsdatum een debetstand vertoonde van euro 135.317,
  7. De verweerster houdt evenwel voor dat die debetstand dient gecorrigeerd te worden met: 1.huurgelden voor het gebruik van het handelsfonds van de NV Emaco. 2.onbetaald gebleven huurgelden voor de huur van haar bedrijfsgebouwen door de BVBA Emaco Engineering aan de Caseelstraat 10 te Waregem, voor een periode van 9 maanden voorafgaand aan de faillissementsdatum of 9 keer euro 3.800,00 of euro 34.200,
  8. 3.Een wederinverhuringsvergoeding, vastgesteld op 6 keer een maand huur of euro 22.800,
  9. De curatoren zijn het principieel eens dat er nog compensatie kan worden doorgevoerd met de vorderingen van de verweerster die zij heeft op de BVBA Emaco Engineering en die nog niet in de rekening-courant werden opgenomen. Zij betwisten evenwel dat de BVBA Emaco Engineering 1.een vergoeding aan de verweerster zou verschuldigd zijn voor het gebruik van het handelsfonds van de NV Emaco; 2.een huurachterstand zou opgebouwd hebben van 9 maanden; zij gaan slechts akkoord met een huurachterstand van 8 maanden + 2/3de van de maand september 2006; 3.recht zou hebben op een wederinverhuringsvergoeding, gezien het akkoord van de verweerster met de huurbeëindiging en de bezetting ter bede na de faillietverklaring van de BVBA Emaco Engineering; zij gaan hoogstens akkoord met een wederinverhurings-vergoeding van 3 maanden. Ten slotte maken de curatoren voorbehoud in verband met de compensatie met de huurgelden voor de periode zes maanden voorafgaand aan de faillietverklaring, die als betaling gedurende de verdachte periode, op grond van art. 17 en 18 Faill.W. terug te vorderen is van de verweerster. En dit voor het geval de rechtbank thans compensatie zou toestaan met huurgelden voor een periode van 8 en 2/3de maanden. Beoordeling. Een rekening-courant wordt doorgaans omschreven als een (consensuele en synallagmatische) overeenkomst met een alleatoir en intuitu personae-karakter tussen twee of meerdere partijen, al dan niet handelaars, die met elkaar in regelmatige betrekkingen staan (en waarvan de ene meestal, maar niet noodzakelijk een bank is). Tussen deze partijen wordt overeengekomen dat alle wederzijdse schulden en schuldvorderingen voortkomende uit voornoemde betrekkingen - op voorwaarde dat ze zeker, vaststaand, en geoorloofd zijn en dat ze slaan op onderling vervangbare zaken - worden geboekt in één rekening waardoor deze één gezamenlijke massa vormen (en dus elke individualiteit verliezen) en waarvan de vereffening wordt uitgesteld tot aan de (tussentijdse) sluiting van de rekening. De op dat ogenblik uitgevoerde algemene compensatie van alle wederzijdse schulden en schuldvorderingen, zal een opeisbare schuld opleveren ten laste van één partij en ten gunste van de andere. (Wymeersch E., Dambre M. en Troch K., "Overzicht van rechtspraak. Privaat bankrecht. 1992 - 1998", T.P.R. 1999, blz.1994, nr. 305) Er is geen betwisting tussen de partijen dat tussen hen een rekening-courant verhouding bestond of dus een overeenkomst tot bilaterale schuldvergelijking, door de Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten (15 december 2004) in art. 3, 4° nettingovereenkomst genoemd. De tussen de partijen aangenomen eenheid van rekening brengt met zich mee dat er algemene compensatie van alle wederzijdse schulden en schuldvorderingen wordt toegepast, ongeacht de tussengekomen insolventieprocedure, evenwel op voorwaarde dat de schuld en de schuldvordering waarop de overeengekomen schuldvergelijking wordt toegepast, bestaan op het ogenblik waarop de insolventieprocedure plaatsvindt (art. 14 Wet Financiële Zekerheden).
  10. Terecht betwistten de curatoren het bestaan van een vordering van de verweerster ten opzichte van de BVBA Emaco Engineering op grond van een vergoeding / huur voor het handelsfonds van de NV Emaco. De verweerster zet uiteen dat zij voor de kredieten van de NV Emaco, toegestaan door de NV KBC Bank, een zakelijke zekerheid heeft gesteld en zij die kredieten heeft terugbetaald, waardoor ook het pand op het handelsfonds van de NV Emaco onbelast raakte. Volgens de verweerster kon de BVBA Emaco Engineering dat handelsfonds vervolgens gebruiken en heeft de BVBA Emaco Engineering indirect voordeel genoten van de betaling door de verweerster uitgevoerd, minstens moeten er door de BVBA Emaco Engineering huurgelden betaald worden voor het gebruik van het handelsfonds van de NV Emaco. Naar het oordeel van de rechtbank komt het de verweerster toe de terugbetaling van de aanzuivering van het krediet of een vergoeding te vorderen van de NV Emaco. Die vordering kan evenwel niet ten laste van de BVBA Emaco Engineering gesteld worden. Voor het eventueel gebruik van het handelsfonds is vervolgens de NV Emaco gerechtigd een vergoeding te vorderen van de BVBA Emaco Engineering. Niet de verweerster.
  11. In verband met de onbetaalde huurgelden stelt de rechtbank vast dat in de bijzondere voorwaarden van de huurovereenkomst een maandelijkse huurprijs van euro 3.800,00 is bedongen en dat deze maandelijkse huur vooruit betaalbaar is. Op de faillissementsdatum van de BVBA Emaco Engineering, 6 september 2006, en zeker op de dag van de verbreking van de huurovereenkomst, 19 september 2006, was de huur voor de maand september 2006 dus volledig opeisbaar. Derhalve kan de verweerster aanspraak maken op de huur voor de volledige maand september 2006 en is zij gerechtigd om 9 maanden achterstallige huur, of euro 34.200,00 te verrekenen met de debetstand in de rekening-courant. Ten onrechte verwijzen de curatoren naar de procedure om in het faillissement van de BVBA Emaco Engineering de datum van staking van betaling te vervroegen waardoor huurgelden in de verdachte periode betaald zouden raken door huidige schuldvergelijking of met kennis van de staking van betaling van de BVBA Emaco Engineering in hoofde van de verweerster. Overeenkomstig art. 16 § 3 van de Wet Financiële Zekerheden zijn de artikelen 17, 2° en 18 van de Faill.W. immers niet van toepassing op nettingovereenkomsten. Dit belet niet dat hierbij akte wordt genomen van het door de curatoren geformuleerde voorbehoud in verband met eventuele terugvorderingen uit hoofde van de faillissements-wetgeving omdat enkel die voormelde (delen van) artikelen van de faillissementswetgeving door de Wet op de Financiële Zekerheden niet van toepassing worden verklaard. De vordering van de curatoren, strekkend tot het verlenen van akte van een voorbehoud (om gelden terug te vorderen), is evenwel niet ingesteld om de schending van een ernstig bedreigd recht te voorkomen, aangezien de curatoren ook zonder deze akteverlening dergelijke vordering kunnen instellen en daarin alle middelen kunnen opwerpen. Dit onderdeel van de vordering is geen vordering op zich, en dient als ontoelaatbaar afgewezen te worden. Het is de taak van de rechter bij wie de vordering nopens de beoogde terugvorderingen wordt gebracht, om daarover te oordelen.
  12. De verweerster maakt ook terecht aanspraak op de verrekening van een wederinverhuringsvergoeding. Overeenkomstig art. 46, § 1, tweede lid in fine Faill.W. wordt de schuldvordering van de schade die eventueel verschuldigd zou zijn aan de medecontractant wegens de niet-uitvoering van de overeenkomst waartoe de curatoren na de faillissementdatum hebben beslist, opgenomen in de boedel. Die schade wordt geacht geen boedelschuld te zijn en derhalve geacht reeds te bestaan op het ogenblik dat de insolventieprocedure plaatsvindt. Naar het oordeel van de rechtbank is een wederinverhuringsvergoeding niet enkel bedoeld om de leegstand van het verhuurde pand te ondervangen gedurende de tijd dat de verhuurder op zoek dient te gaan naar een nieuwe huurder en hij huurinkomsten derft. Die vergoeding dient ook om de kosten van het opnieuw verhuren te ondervangen: te voeren publiciteit, zich opdringende herstellingen ten laste van de verhuurder, bezichtiging, beschrijving pand, redactie nieuwe huurovereenkomst, makelaarsereloon, openen waarborgrekening ... enz. In art. 12 van de algemene huurvoorwaarden van de overeenkomst tussen de BVBA Emaco Engineering en de verweerster gesloten, is de wederinverhuringsvergoeding trouwens in die zin omschreven. Door een korte bezetting ter bede toe te staan aan de curatoren werden noch het verlies van de huurinkomsten, noch de voormelde kosten ondervangen. De verweerster wijst er overigens terecht op dat het niet is omdat zij toestond dat de curatoren haar pand een tijdlang ter bede bezetten, dat zij daarmee afstand deed van de in de huurovereenkomst forfaitair bedongen wederinverhuringsvergoeding. De curatoren worden wel gevolgd in hun standpunt, waar ze er op wijzen dat de wederinverhuringsvergoeding forfaitair vastgelegd werd op drie maanden huur en dat derhalve maar een bedrag van 3 x euro 3.800,00 of euro 11.400,00 kan worden verrekend. * * * Als besluit geldt dat de debetstand van de rekening-courant, euro 135.317,20 nog dient gecompenseerd te worden met euro 11.400,00 + euro 34.200,00, zodat de verweerster hierna veroordeeld wordt tot de betaling van euro 89.717,
  13. Op die som wordt de rente toegekend zoals door de curatoren in hun synthesebesluiten gevorderd. * * * De rechtbank gaat niet in op de vraag van de verweerster om haar toe te laten de schuld te delgen met maandelijkse afkortingen. De verweerster bewijst niet ongelukkig en te goeder trouw te zijn. Sedert de dag van de dagvaarding, 10 november 2006, tot heden, dus gedurende een periode van zes maand, heeft zij zich zelf overigens reeds voldoende bijkomend krediet verschaft. * * * Bij gebreke aan specifieke motivering, die de toestand van de schuldeiser betreft, waarom de schuldenaars van hun principieel recht tot kantonnement zouden moeten uitgesloten worden, wordt op de eis tot uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement door de rechtbank niet ingegaan. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak; Alle anders luidende en / of tegenstrijdige conclusies van de hand wijzend; Verklaart de vordering van de curatoren tot de betaling van de debetstand in de rekening-courant ontvankelijk en in volgende mate gegrond; Veroordeelt de verweerster tot de betaling van euro 89.717,20 (negenentachtig duizend zevenhonderd zeventien euro en twintig cent) te vermeerderen met de rente vanaf 31 oktober 2006 tot de dag van de betaling en dit tegen de wettelijke rentevoet, zoals vastgelegd in burgerlijke en handelszaken buiten de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand in handelstransacties; Neemt akte van het voorbehoud geformuleerd door de curatoren; Verklaart de vordering tot het verlenen van voorbehoud tot het instellen van vorderingen op grond van de faillissementswetgeving niet ontvankelijk; Wijst het anders of meergevorderde af als ongegrond; Veroordeelt de verweerster tot de kosten van het geding en stelt deze tot op heden aan de kant van de curatoren vast op: euro 261,85 dagvaarding en rolstelling, euro 61,70 kadastrale leggers, euro 57,04 hypothecaire staat, euro 19,95 expeditie beschikking beslagrechter, euro 274,60 beslagexploot, euro 213,47 kosten hypotheekkantoor. Onverminderd de toepassing van art. 1024 Ger.W.; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op woensdag, DRIEENTWINTIG MEI TWEEDUIZEND EN ZEVEN. Aanwezig: de heren L. Vandenbroucke, ondervoorzitter, J. Vanbiervliet en mevrouw M. Van Eeckhout, rechters in handelszaken, laatstgenoemde door de Voorzitter aangewezen in vervanging van de plaatsvervangende rechter in handelszaken J. Bral, wettig verhinderd zijnde de uitspraak van huidig vonnis bij te wonen waarover hij mede heeft beraadslaagd, mevrouw Ch. Busschaert, griffier. Ch. Busschaert M. Van Eeckhout J. Vanbiervliet L. Vandenbroucke. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.