← België

ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070606.17

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 06 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070606.17 Rolnummer: AR 3780/06 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2009-02-12 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-07-02 15:45 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement - Algemeen HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement - Gevolgen - Personen Vrije woorden: boekhoudkundige verplichtingen zaakvoerder Tekst van de beslissing Nr. Rep. De rechtbank van koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, provincie West-Vlaanderen, VIJFDE KAMER, rechtsprekend In de zaak nr. 3780/2006 der algemene rol. Meester Rita CORNE, advocaat te 8560 Wevelgem, Menenstraat 454, in haar hoedanigheid van CURATOR over het FAILLISSEMENT van de BVBA DOUBLE K, met vennootschapszetel te 8560 Wevelgem, Kortrijkstraat 39 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0475.083.630 (failliet verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, vijfde kamer, d.d. 19 mei 2006), Eiseres q.q. op hoofdeis, Verweerster q.q. op tegeneis, ter zitting persoonlijk verschijnend, TEGEN : De heer A, zelfstandige, wonende te ..., Verweerder op hoofdeis, Eiser op tegeneis, hebbende als raadsman Mter. Marijke Vandelanotte en pleitend Mter. Sofie Vanden Bulcke, advocaten te Kortrijk. De rechtbank heeft de partijen gehoord in de openbare zitting van 23 mei 2007 en heeft kennis genomen van de door de eiseres op hoofdeis - verweerster op tegeneis q.q., verder de curator genoemd, neergelegde stukken, hierbij toepassing makend van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

  1. De vorderingen. Met dagvaarding, betekend op 27 november 2006, vordert de curator de veroordeling van A tot: de afgifte van alle boekhoudkundige stukken van de gefailleerde vennootschap, de BVBA Double K, te weten: facturen (aankoop en verkoop) aankoopdagboek verkoopdagboek inventarisboek detail van alle balansrekeningen en kostenrekeningen kasboek bankboek bankuittreksels belastingaangiften in de vennootschapsbelasting en BTW-aangiften aandelenregister oprichtingsakte verzekeringscontracten de betaling van de kosten voor het opmaken van de balans, dit bij toepassing van art. 54, 4de Faill.W., in geval dat geen boekhouding volgens de voorgeschreven boekhoudkundige normen wordt overhandigd, de terugbetaling van het bedrag van euro 3.968,65 ter wedersamenstelling van het actief van de gefailleerde BVBA Double K, dit o.a. wegens betalingen verricht na het uitspreken van het faillissement en derwijze niet tegenstelbaar, de terugbetaling van alle kasgelden, voorlopig begroot op euro 4.335,10, dit volgens de laatste beschikbare balans d.d. 31 december 2003, de volstorting van het kapitaal ten bedrage van euro 12.400,01, de betaling van die rente op voormelde bedragen aan de wettelijke rentevoet vanaf 19 mei 2006 tot algehele betaling, de betaling van de kosten van het geding. Met zijn besluiten vordert A, bij tegeneis, de veroordeling van de curator tot de betaling van euro 5.977,
  2. Beoordeling. A. De hoofdeis A.
  3. Afgifte van boekhoudkundige stukken. De partijen twisten omtrent het feit of de boekhouding van de BVBA Double K al dan niet opgeslagen was op de computer van de BVBA Double K, overhandigd aan de curator bij het openvallen van het faillissement, samen met de andere documenten door de curator opgeëist. A ontkent in elk geval dat hij nog enig stuk van de BVBA Double K in zijn bezit heeft door de curator thans opgevraagd. Als zaakvoerder van de BVBA Double K is A nochtans gehouden die stukken te bewaren op de zetel van de BVBA Double K en deze ter beschikking te stellen van de curator bij het openvallen van het faillissement van de vennootschap. Niemand kan echter veroordeeld worden tot het onmogelijke, zodat de rechtbank de vordering van de curator op dit punt afwijst. A.
  4. Kosten voor het opmaken van de balans. Overeenkomstig art. 54, 4de F.W. kan de rechtbank de bestuurders en de zaakvoerders van de failliete rechtspersoon hoofdelijk veroordelen tot de betaling van de kosten voor de opmaak van de balans, indien de balans en de overige stukken bedoeld in art. 10 F.W. niet werden neergelegd bij de aangifte van de staking van betaling. In voorliggende zaak blijkt evenwel vooreerst dat alle stukken nodig voor de opmaak van de balans niet meer beschikbaar zijn. Verder heeft de curator reeds minstens euro 5.977,04 gerealiseerd (zie bedragen voorwerp van de tegeneis). En hierna wordt A veroordeeld tot de betaling van de kasgelden en de volstorting van het kapitaal van de BVBA Double K, zodat, na betaling van die veroordeling, de curator, samen met de voormelde gelden gestort op de rekening, beschikt over toereikende activa voor de eventuele opmaak van de balans met de hulp van een accountant (art. 54, 3de F.W.). De vordering van de curator wordt derhalve als ongegrond afgewezen. A.
  5. De terugbetaling van het bedrag van euro 3.968,
  6. De curator heeft vastgesteld dat A na de faillietverklaring van de BVBA Double K, nog bedragen, voor een totaal van euro 3.968,65, heeft afgenomen van de rekening van de BVBA Double K, gevoerd bij de NV KBC Bank. Die rekening van de BVBA Double K vertoonde op de faillissementsdatum een debetstand van euro 28.451,
  7. Na de door de curator aangeklaagde onrechtmatige afnemingen bedroeg die debetstand euro 32.420,61, of een aangroei van de debetstand met euro 3.968,
  8. De curator vordert het bedrag van euro 3.968,65 terug vanwege Koen Vandenbussche. De curator erkent evenwel dat de NV KBC Bank slechts een aangifte in het faillissement van de BVBA Double K indiende voor een bedrag van euro 28.451,96 in plaats van voor een bedrag van euro 32.420,61, of dat de NV KBC Bank zodoende de aangroei van het debet van de rekening voor haar rekening nam. Omdat zij uiteraard na de faillissementsdatum niet meer gemandateerd was in verband met de rekening van de BVBA Double K. Daaruit volgt dat het faillissement geen enkel nadeel ondervond van handelingen van A en de fout van de NV KBC Bank. De curator heeft dan ook geen enkel belang om terugbetaling te eisen vanwege A betreffende die transacties die doorgingen op de rekening na de faillissementsdatum. Dat recht komt enkel de NV KBC Bank toe, die ten overstaan van het faillissement van de BVBA Double K reeds haar verantwoordelijkheid heeft genomen voor de door haar begane fout door die transacties ten overstaan van de BVBA Double K te neutraliseren. A.
  9. De betaling van de kasgelden. De curator vordert vanwege A, de enige zaakvoerder van de BVBA Double K, terecht de betaling van de kasgelden die volgens de laatst beschikbare jaarrekening op de vennootschapszetel van de BVBA Double K, eind 2003, dienden aanwezig te zijn. Het is enkel aan A te wijten dat er geen jaarrekening per 31 december 2004 in de loop van 2005 werd opgesteld en neergelegd, waaruit een evolutie in deze of gene zin van de kasgelden zou kunnen worden vastgesteld. Het is eveneens enkel aan A te wijten dat er bij het openvallen van het faillissement door hem niet gezorgd werd voor een staat van de activa en de passiva en een schatting van alle roerende en onroerende goederen van de BVBA Double K. Door het ontbreken van die stukken dient er teruggegrepen te worden naar het laatst door de BVBA Double K opgesteld boekhoudkundig document, waaruit objectief kan worden vastgesteld dat er kasgelden voor handen waren. Het is verder niet betwist dat aan de hand van de voorgelegde balans per 31 december 2003, kasgelden voor een bedrag van euro 4.335,10 voorradig waren. Dit onderdeel van de vordering van de curator wordt, voor wat de hoofdsom betreft, als gegrond weerhouden. Uit niets blijkt dat A ooit in gebreke werd gesteld in verband met deze kasgelden. Enkel gerechtelijke rente kan worden toegestaan vanaf de dag van de dagvaarding. A.
  10. De volstorting van het kapitaal voor een bedrag van euro 12.400,01 A houdt voor dat die volstorting tot bij de dagvaarding van de curator nog nooit werd gevraagd. Daarmee geeft hij toe dat hij daartoe gehouden is. Ook dit onderdeel van de vordering van de curator wordt, wat de hoofdsom betreft, toegestaan. Evenmin blijkt dat A ooit in gebreke werd gesteld in verband met de volstorting van het kapitaal van de BVBA Double K, voorafgaand deze prodecure. Enkel gerechtelijke rente kan worden toegestaan vanaf de dag van de dagvaarding B. De tegeneis. A vordert de terugbetaling van twee bedragen die op de rekening van de BVBA Double K werden geboekt na de faillissementsdatum en die voor hem persoonlijk zouden zijn bestemd wegens prestaties door hem uitgevoerd. Het zou niet gaan om betalingen die schuldvorderingen van de BVBA Double K betreffen. De curator beschikt niet over enige boekhouding en kan dus geen medewerking verlenen aan de bewijslast omtrent de oorzaak van de uitgevoerde betalingen. A die de bewijslast draagt, legt geen enkel stuk voor. Het wordt derhalve niet bewezen dat die op de rekening van de BVBA Double K gestorte gelden hem toekomen. De tegeneis wordt op die gronden als ongegrond afgewezen. * * * Bij gebreke aan specifieke motivering, die de toestand van de schuldeiser betreft, waarom de schuldenaar van zijn principieel recht tot kantonnement zou moeten uitgesloten worden, wordt op de eis tot uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement door de rechtbank niet ingegaan. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak; Alle anders luidende en / of tegenstrijdige conclusies van de hand wijzend; Verklaart de hoofdeis tot afgifte van boekhoudkundige stukken en tot de betaling van de kosten voor de opmaak van de balans ontvankelijk, doch wijst deze af als ongegrond. Verklaart de hoofdeis tot terugbetaling van de gelden afgenomen van de rekening van de BVBA Double K na de faillietverklaring niet ontvankelijk; Verklaart de hoofdeis voor het overige ontvankelijk en in volgende mate gegrond; Veroordeelt A tot de betaling aan de curator van het bedrag van euro 16.735,11 (zestien duizend zevenhonderd vijfendertig euro en elf cent), te vermeerderen met de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet vanaf 27 november 2006 tot de dag van de betaling, en dit tegen de wettelijke rentevoet, zoals vastgelegd in burgerlijke en handelszaken buiten de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand in handelstransacties; Verklaart de tegeneis ontvankelijk, doch wijst deze af als ongegrond; Veroordeelt A tot de kosten van het geding en stelt deze tot op heden vast aan de kant van de curator op euro 226,11 kosten dagvaarding en rolstelling; Onverminderd de toepassing van art. 1024 Ger.W.; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op woensdag, ZES JUNI TWEEDUIZEND EN ZEVEN. Aanwezig: de heren L. Vandenbroucke, ondervoorzitter; J. Vanbiervliet en mevrouw M. Van Eeckhout, rechters in handelszaken; mevrouw Ch. Busschaert, griffier. Ch. Busschaert M. Van Eeckhout J. Vanbiervliet L. Vandenbroucke. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.