id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 06 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070606.18 Rolnummer: AR 366/07 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2009-02-12 Raadplegingen: 510 - laatst gezien 2026-07-03 02:25 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement - Algemeen HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement - Gevolgen Vrije woorden: vervroeging datum staking van betaling Tekst van de beslissing Nr. Rep. De rechtbank van koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, provincie West-Vlaanderen, VIJFDE KAMER, rechtsprekend In de zaak nr. 366/2007 der algemene rol. Meester Eddy DEBUSSCHERE, advocaat te 8500 Kortrijk, President Rooseveltplein 1 en Meester Johan BEKAERT, advocaat te 8500 Kortrijk, Monseigneur De Haernelaan 62, optredend in hun hoedanigheid van curatoren over het FAILLISSEMENT van de BVBA EMACO ENGINEERING, met vennootschapszetel te 8790 Waregem, Caseelstraat 10 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0872.578.841 (faillissementsvonnis d.d. 6 september 2006, uitgesproken door de rechtbank van koophandel te Kortrijk, vijfde Kamer), Eisers q.q., voor wie optreedt Meester Eddy Debusschere voornoemd, TEGEN: 1.De BVBA EMACO ENGINEERING, met vennootschapszetel te 8790 Waregem, Caseelstraat 10 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0872.578.841 (faillissementsvonnis d.d. 6 september 2006, uitgesproken door de rechtbank van koophandel te Kortrijk, vijfde Kamer), 2.De heer A, zaakvoerder, wonende te ..., Verweerders, hebbende als raadsman Mter. Dirk Pauwels, advocaat te Antwerpen en pleitend Mter. Andy Vanpachtebeke, advocaat te Kortrijk. De rechtbank heeft toepassing gemaakt van art. 2,10, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. De rechtbank heeft de partijen gehoord in de openbare terechtzitting van 23 mei 2007 en heeft kennis genomen van de stukken van de eisers q.q.
- Bij vonnis van 6 september 2006, gewezen door deze rechtbank en deze kamer werd de BVBA Emaco Engineering op aangifte failliet verklaard en werden de eisers q.q. als curatoren aangesteld. Bij dagvaardingen, betekend op 1 februari 2007 op de vennootschapszetel van de gefailleerde vennootschap en aan de zaakvoerder van de gefailleerde vennootschap, tweede verweerder, vorderen de eisers q.q. te zeggen voor recht dat in het faillissement van de BVBA Emaco Engineering, het tijdstip van staking van betaling wordt vastgesteld op 6 maart
- Bij het vonnis van faillietverklaring van de BVBA Emaco Engineering werd het ophouden te betalen in hoofde van de BVBA Emaco Engineering, de zogenaamde datum van staking van betaling, overeenkomstig art. 12, eerste lid F.W., bepaald op de datum van de faillietverklaring, met name op 6 september
- De rechter-commissaris aangesteld in het faillissement van de BVBA Emaco Engineering, de heer Mark Vervaeke, heeft bij brief van 7 mei 2007 schriftelijk verslag uitgebracht en met de vordering van de eisers q.q. ingestemd.
- In haar besluiten vordert de BVBA Emaco Engineering bevel te geven aan de eisers q.q. om alle nuttige bescheiden en documenten met betrekking tot de depistageprocedure en documenten en vonnissen met betrekking tot eerdere dagvaardingen in faillissement aan het dossier toe te voegen om nadien te besluiten en te oordelen als naar recht. Ter pleitzitting van 23 mei 2007 werd met het akkoord van alle partijen, het dossier van het handelsonderzoek bij het dossier van de rechtspleging gevoegd, zoals uitdrukkelijk door de verweerders gevorderd. De vonnissen waarvan de BVBA Emaco Engineering de voorlegging vordert, worden door de eisers q.q. niet voorgelegd. Als verweerster in die procedures heeft de BVBA Emaco Engineering evenwel kennis van eventueel tussengekomen vonnissen en staat het haar in elk geval vrij, indien nodig, zelf eventueel - nogmaals - een afschrift van die vonnissen ter griffie op te vragen, zodat de rechtbank niet ingaat op de vraag van de BVBA Emaco Engineering om de eisers q.q. te bevelen kopie voor te leggen van die eventueel tussengekomen vonnissen. Na de pleidooien werden de debatten gesloten zonder enig verzet daartegen. Het Openbaar Ministerie, bij monde van de heer Substituut-Procureur des Konings Nicolaas Simoens, heeft daarop mondeling advies uitgebracht ter zitting van 23 mei 2007, waarbij hij zich aansloot bij het standpunt van de eisers q.q. Op dat advies werd niet gerepliceerd, ondanks de uitdrukkelijk aan de BVBA Emaco Engineering geboden mogelijkheid daartoe. Het Openbaar Ministerie, die in deze betwisting als belanghebbende partij kan optreden overeenkomstig art. 12, 3de F.W., is in deze procedure niet opgetreden als eisende partij. De eisers q.q. hebben zich evenmin beroepen op de gegevens van het handelsonderzoek, zodat de BVBA Emaco Engineering zich daaromtrent ook niet hoefde te verdedigen. Het komt de rechtbank niet toe de gegevens van het handelsonderzoek ambtshalve in het beraad te betrekken (Gent, 17 mei 2004, T.B.H., 281 e.v., vooral blz. 283, nr. 2.1.4.).
- De rechtbank stelt vast dat de vordering om te doen vaststellen dat de gefailleerde, de BVBA Emaco Engineering, heeft opgehouden te betalen op een ander tijdstip dan blijkt uit het vonnis van faillietverklaring, ontvankelijk is, nu in voorliggende zaak de eisers q.q. binnen de zes maanden na de datum van faillietverklaring, 6 september 2006, de dagvaarding daartoe hebben laten betekenen, namelijk op 1 februari 2007 (toepassing art. 12, 5de lid, F.W.).
- Principieel geldt de staking van betaling met ingang van het faillissement (art. 12, 1ste lid F.W.). Dat tijdstip kan door de rechtbank worden gewijzigd (vervroegd), wanneer ernstige en objectieve omstandigheden ondubbelzinnig aangeven dat de betalingen reeds voor het vonnis van faillietverklaring hebben opgehouden (art. 12, 2de lid F.W.). Volgens het arrest van het Hof van Cassatie van 10 november 2006 (C.06.0274.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061110.2/10), randnummers 15 en 16, verwijst de uitdrukking "dat de betalingen voor het vonnis hebben opgehouden", gebruikt in art. 12, 2de lid, F.W., naar de faillissementsvoorwaarden vermeld in art. 2 F.W., waarvan de kern hierin bestaat dat de koopman definitief heeft opgehouden te betalen, wat meteen noodzakelijk inhoudt dat hij over geen krediet meer beschikt. Het feit dat de koopman nog over krediet zou beschikken zou verhinderen dat de koopman definitief heeft opgehouden te betalen. Dit heeft tot gevolg dat voor de toepassing van art. 12, 2de lid, F.W. de rechter moet vaststellen dat de koopman op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en dat zijn krediet is geschokt op het tijdstip waarop de rechtbank de staking van betaling vaststelt.
- De ophouding der betalingen is de vastgestelde blijvende onmogelijkheid waarin de handelaar zich bevindt, om zijn effen en eisbare schulden te vereffenen (Gent 27 april 1995 T.R.V. 1995, 604-612), of wanneer die handelaar dus zijn kasverrichtingen heeft gestaakt. Het veronderstelt een vrij algemeen geldgebrek, onafhankelijk van het vermogen van de handelaar, veroorzaakt door een gebrek aan liquiditeit, waardoor de effen en opeisbare schulden niet betaald worden. De eisers q.q. zetten uiteen wat volgt. a.De door hen voorgelegde lijst van beslagen en uitvoeringen uitgaande van het gerechtsdeurwaarderskantoor Jan van Niel Schuuren en anderen te Kortrijk betreffen vorderingen van 26 schuldeisers van de BVBA Emaco Engineering voor een totaal bedrag van euro 1.789.808,
- Ten verzoeke van die schuldeisers is voornoemd gerechtsdeurwaarderskantoor overgegaan tot de openbare verkoop van de in beslag genomen activa van de BVBA Emaco Engineering op 24 juni en 8 juli 2006, waarbij er een beschikbaar bedrag werd gerealiseerd van euro 13.997,
- b.Nazicht van de data van de door die schuldeisers gelegde beslagen toont aan dat deze dateren, één van eind 2005, 3 van het eerste kwartaal van 2006, 5 van het tweede kwartaal van 2006 en de rest van het derde kwartaal van
- c.De toen verkochte activa zijn volgens de eisers q.q. de enige te verkopen roerende activa afhangend van de BVBA Emaco Engineering, op twee geleasde voertuigen na, waarvan er een aan de leasingmaatschappij werd teruggegeven. Zij worden daaromtrent door de BVBA Emaco Engineering niet tegengesproken. d.De schuldenlast van de BVBA Emaco Engineering is enorm. Thans werd door de eisers q.q. reeds een passief aanvaard van euro 2.301.802,
- Daaruit volgt met zekerheid dat het de BVBA Emaco Engineering op een bepaald ogenblik onmogelijk was geworden haar effen en opeisbare schulden te voldoen. De rechtbank wijst er op dat het in principe niet aan de schuldeiser, maar aan de debiteur toekomt om zijn vermogen te mobiliseren ten einde zijn schulden te kunnen voldoen (Kh. Ieper, 2 juni 2003, R.W. 2003-2004, 309). In voorliggend geval zijn meer dan 20 schuldeisers toch tot die realisatie van de roerende activa van de BVBA Emaco Engineering overgegaan en wel eind juni - begin juli
- Het netto provenu van de verkopingen bedroeg euro 13.997,60, nog geen 10 % van de toen opeisbare en effen vorderingen van die schuldeisers. Het feit dat er een teruggave van de BTW diende te gebeuren, zoals aangehaald door de BVBA Emaco Engineering, impliceert niet dat die beslagleggende schuldeisers binnen korte tijd betaald zouden raken. De eisers q.q. wijzen er terecht op dat de ontvanger van de directe belastingen aanspraak kon maken op die bedragen door de BTW aan de BVBA Emaco Engineering verschuldigd en dit op grond van art. 334 van de programmawet van 27 december 2004 (B.S. 31 december 2004, 2de editie) dat luidt als volgt: "Elke som die aan een belastingschuldige moet worden teruggegeven of betaald in het kader van de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake de inkomstenbelastingen en de ermee gelijkgestelde belastingen, de belasting over de toegevoegde waarde of krachtens de bepalingen van het burgerlijk recht met betrekking tot de onverschuldigde betaling, kan door de bevoegde ambtenaar zonder formaliteit worden aangewend ter betaling van de door deze belastingschuldige verschuldigde voorheffingen, inkomstenbelastingen en ermee gelijkgestelde belastingen, de belasting over de toegevoegde waarde, in hoofdsom, opcentiemen en verhogingen, fiscale of administratieve geldboeten, interesten en kosten, wanneer deze laatste niet of niet meer worden betwist. Het voorgaande lid blijft van toepassing in geval van beslag, overdracht, samenloop of een insolvabiliteitsprocedure". Ook het feit dat de BVBA Emaco Engineering nog een belangrijke som diende te ontvangen van haar hoofdaannemers voor werken in uitvoering, meerdere maanden voorafgaand aan haar faillissement, belet niet dat de staking van betaling op duurzame wijze een feit was. Er kan ongetwijfeld rekening gehouden worden met activa van de debiteur die zich naderhand, doch langzaam, zouden realiseren. De BVBA Emaco Engineering spreekt evenwel niet tegen dat er uit die werven in uitvoering maximaal, in de meest gunstige zin, hoogstens euro 500.000,00 zou kunnen gegenereerd worden. Dit houdt dan wel in dat de schuldeisers van de BVBA Emaco Engineering, die in juni 2006 aanstuurden op de openbare verkoop van de roerende activa van de BVBA Emaco Engineering nog steeds over meer dan euro 1.000.000,00 onbetaalde vorderingen zouden beschikken, wat een negatieve rendabiliteit van de BVBA Emaco Engineering aantoont, zodat ook met het nodige geduld de reeds vele maanden voor het faillissement onderbroken betalingen niet zouden kunnen hernomen worden (Verougstraete I., "Manuel de la faillite et du concordat". Editie 2003, nr. 344). Andere activa in de BVBA Emaco Engineering waren er volgens de partijen niet. In die omstandigheden moet worden besloten dat de BVBA Emaco Engineering langere tijd voorafgaand aan 6 september 2006 reeds op duurzame wijze haar betalingen had gestaakt.
- De staking van betaling staat niet los van het vereiste van het geschokte krediet. De staking van betaling op duurzame wijze is het gevolg van het ontbreken van krediet. Het wankelen van het krediet geeft de reden aan waarom de betaling gestaakt wordt (Verougstraete I., "Manuel de la faillite et du concordat", editie 2003, nr. 347). De eisers q.q. wijzen er op dat de BVBA Emaco Engineering er niet in slaagde de openbare verkoop van haar roerend patrimonium (verder) uit te stellen / te verhinderen, wat impliceert dat zij niet over de nodige liquiditeiten beschikte, die zij zelf niet kon genereren en niet bij derden kon bekomen. Het handelskrediet van de BVBA Emaco Engineering was naar het oordeel van de rechtbank dan ook reeds veel vroeger dan op 6 september 2006 onbetwistbaar geschokt, aangezien zij niet eens tegenspreekt en hoegenaamd niet bewijst toen kredietwaardig te zijn geweest bij derden, die haar niets meer leenden noch voorschoten om de toestand van staking van betaling te verhinderen.
- De wet vereist een datum, dit is de dag waarop de schuldenaar zijn betalingen heeft gestaakt. Uiteraard valt dergelijke tijdsbepaling niet steeds met de evoluerende werkelijkheid samen: het ophouden van betalen gebeurt zelden van de ene dag op de andere. Rekening houdend met het feit dat de uitvoerende beslagleggingen dateren, één van eind 2005, 3 van het eerste kwartaal van 2006, 5 van het tweede kwartaal van 2006 en de rest van het derde kwartaal van 2006, en dat het tot een uitvoerend beslag slechts kan komen nadat de betrokken schuldeiser eerst besliste zijn debiteur, in voorliggend geval de BVBA Emaco Engineering, geen verder krediet meer toe te staan en op betaling aan te dringen, en daarna te zorgen voor een uitvoerbare titel, activiteit die zich ongetwijfeld maanden voordien manifesteert, komt het de rechtbank aangewezen voor deze elementen te weerhouden als voldoende objectief en ernstig die ondubbelzinnig aangeven dat reeds op 6 maart 2006 de staking van betaling in hoofde van de BVBA Emaco Engineering was ingetreden. De datum van staking van de betaling kan dan ook teruggeplaatst worden tot 6 maart 2006, zoals gevorderd. Dit is binnen de limiet vastgelegd door art. 12, laatste lid F. W. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, rechtsprekende bij verstek; Verklaart de vordering van de eisers q.q. ontvankelijk en gegrond; Bepaalt het tijdstip waarop de gefailleerde vennootschap, de BVBA Emaco Engineering, heeft opgehouden te betalen op 6 maart 2006; Beveelt dat dit vonnis door de griffier bij uittreksel zal worden bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad binnen vijf dagen na de dagtekening van dit vonnis en binnen dezelfde termijn door de eisers q.q. in dezelfde twee dagbladen of de periodieke uitgaven met regionale verspreiding waarin het faillissementsvonnis werd gepubliceerd; De kosten van de drie voormelde publicaties en de kosten van onderhavig geding legt de rechtbank ten laste van de boedel. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling. Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtshof II te Kortrijk in openbare terechtzitting op woensdag ZES JUNI TWEEDUIZEND EN ZEVEN. Aanwezig: de heren L. Vandenbroucke, ondervoorzitter, J. Vanbiervliet en mevrouw M. Van Eeckhout, rechters in handelszaken, mevrouw Ch. Busschaert, griffier. Ch. Busschaert M. Van Eeckhout J. Vanbiervliet L. Vandenbroucke. Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061110.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div